Het onderwijs ging tot twee keer toe op slot, sporten was lange tijd onmogelijk en contact met anderen was lastig. Wat doet dat met je als je jong bent? Twee onderzoeken onder 8- tot 18-jarigen en studenten geven het antwoord.

Een van de groepen die het extra zwaar hadden tijdens de coronacrisis, waren studenten. Bij de Universiteit van Amsterdam (UvA) willen ze deze doelgroep graag ondersteunen. ‘Wij hebben een rijke historie als het gaat om het thema studenten en hun gezondheid,’ vertelt dr. Claudia van der Heijde, senior onderzoeker studentengezondheidszorg. ‘Als studentenartsen hebben we altijd veel onderzoek gedaan naar hun mentale gezondheid. De coronatijd was een enorme uitdaging voor hen. Ze zitten in een fase van hun leven waarin ze hun identiteit ontdekken en ontwikkelen. Contact met anderen is daarvoor heel belangrijk, en juist dat werd opeens bemoeilijkt.’

Angst en depressie

Ook voor de leeftijdsgroep van 8- tot 18-jarigen was de coronatijd zwaar. Dr. Tinca Polderman, universitair hoofddocent bij Amsterdam UMC en de Vrije Universiteit Amsterdam, deed onderzoek bij jongeren die vóór corona al mentale problemen hadden en jongeren zonder die problemen. Uitkomst: jongeren in de kinder- of jeugdpsychiatrie rapporteerden zelf tijdens de twee lockdowns in 2020 meer angst en depressie. ‘Door corona stopten therapieën of ze gingen alleen online door. De hulp was dus minder optimaal dan normaal. Voor velen was het echt een lastige periode.’

eHealth-modules

De studentenartsen van de UvA veronderstelden dat de studenten wel wat ondersteuning konden gebruiken. Een middel dat ze hier al langer dankbaar gebruiken, is eHealth. Samen met therapieland.nl boden de studentenartsen dan ook twee zelfhulpmodules (ofwel online programma’s) aan: ‘Thuiswerken’ en ‘Omgaan met coronastress’. Bij deze laatste module verschijnt een vrouw in beeld die vertelt: ‘De zorgen die je hebt en de gevoelens die je ervaart, zijn heel normaal en menselijk. In dit programma krijg je concrete tools die je helpen in het omgaan met de lastige gedachten en gevoelens. In de toolkit vind je informatie en opdrachten.’ Thema’s zijn: ontspannen, afleiding zoeken, emoties uiten, contact houden met omgeving, in beweging blijven, structuur aanbrengen en naar het positieve kijken.

Niet in de gaten

Een opvallende uitkomst van het onderzoek van Tinca Polderman was dat ouders de extra problemen van hun kind vaak niet in de gaten hadden. Polderman legt uit dat angst en depressie zogenoemde ‘internaliserende problemen’ zijn. ‘Om zulke problemen op te merken, moet je doorgaans goed opletten. Jongeren waren misschien hooguit wat stiller dan normaal, maar daar heb je als ouder geen last van. Wat wellicht ook meespeelt, is dat deze jongeren voorheen al zóveel problemen hadden dat je een toename niet in de gaten hebt.’ Ze wijst er wel op dat ervaringen soms uiteenlopen: ‘Er zijn ook jongeren, bijvoorbeeld met autisme, die de lockdowns heerlijk rustig vonden.’

Enthousiast over modules

Uit de vragenlijsten die de deelnemende studenten invulden, blijkt dat ze enthousiast waren over de twee modules. ‘Alle studenten gaven aan dat ze er echt iets aan hebben gehad,’ zegt Claudia van der Heijde. ‘Er was vrijwel geen negatieve feedback.’ Toch zit er nog wel een addertje onder het gras, voegt ze eraan toe: ‘Het motiveren van studenten voor de eHealth-modules is lastig. Vergeet niet dat eHealth nog relatief nieuw is. En hoe je het ook wendt of keert: je moet de modules zélf volgen, er tijd voor maken. Maar studenten zijn drukbezet, ze hebben naast hun studie vaak een baantje, zijn lid van een vereniging of commissie, ze sporten. Onze uitdaging is nu om ze toch zover te krijgen dat ze de modules omarmen.’

Naweeën van corona

Het onderzoek van Tinca Polderman onder 8- tot 18-jarigen loopt nog tot oktober 2022 en er zullen nog maximaal 3 metingen plaatsvinden. Polderman kijkt uit naar de uitkomsten: ‘Wat we horen en zien in het nieuws is dat de mentale gezondheid van kinderen en jongeren in de pandemie meer en meer aandacht krijgt. Dat is belangrijk voor de bewustwording hiervan in de politiek en bij het algemene publiek. Onze resultaten dragen daar indirect aan bij. Onze kinder- en jeugdpsychiater prof. Arne Popma is bijvoorbeeld regelmatig in het nieuws geweest om onze resultaten voor het voetlicht te brengen en de problemen die bepaalde groepen kinderen en jongeren ervaren. We moeten echter nog dieper in de data duiken om meer zicht te krijgen op specifieke factoren die hierbij een rol spelen: Welke kinderen zijn extra kwetsbaar? Heeft dat met sekse of leeftijd te maken, met regio’s? Die resultaten hopen we het komende half jaar te krijgen en dan kunnen we nog specifieker handvatten voor beleid of zorg geven.’

Tekst Stan Verhaag. Fotografie iStock photo.

Relevante links

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website