Om medewerkers die te maken krijgen met mensen met een lichte verstandelijke beperking en ernstige gedrags- en psychiatrische problemen zo goed mogelijk te scholen, heeft De Borg opleidingstrajecten ontwikkeld. Dit gebeurde samen met de RINO groep. Hoe is dit tot stand gekomen en welke impact maken ze hiermee?

De Borg is een samenwerking tussen 4 zorginstellingen en maakt deel uit van het kennisnetwerk dat zich richt zich op mensen met een lichte verstandelijke beperking en ernstige gedrags- en psychiatrische problemen (SGLVG). ‘Het mooiste is natuurlijk dat er standaard in de opleidingen aandacht voor onze doelgroep is. Maar vaak is in het basiscurriculum geen tijd voor zeldzame aandoeningen met een beperkte cliëntengroep’, vertelt Marjet van Baggum, directeur De Borg. ‘We kijken voortdurend welke kennisvragen er zijn en hoe we hierop kunnen inspelen. Dankzij subsidie van ZonMw kunnen we samen met de RINO groep opleidingstrajecten ontwikkelen. En door ons netwerk zijn we ervan overtuigd dat het traject op voldoende belangstelling kan rekenen.’

Portret Marjet van Baggum

Marjet van Baggum

Directeur van Stichting Expertisecentrum SGLVG De Borg

De kern van De Borg is het verbeteren van de kwaliteit van de zorg voor mensen met een lichte verstandelijke beperking en ernstige gedrags- en psychiatrische problemen (SGLVG). ‘Het delen van kennis is een van onze belangrijkste taken. In onderlinge netwerken doen we dat al volop. Onze ambitie is om ook in het reguliere onderwijs aandacht te hebben voor deze doelgroep. En dat kan alleen maar door samen op te trekken.’

Een opleiding ontwikkelen vraagt om specifieke kennis

Al snel vonden De Borg en RINO groep elkaar. ‘Want’, licht Marjet toe, ‘wij willen zelf geen opleidingsinstituut zijn. Daar is specifieke expertise voor nodig. Dus ging ik in gesprek met de opleidingsmanager van de RINO groep over ons idee een opleiding te ontwikkelen. Zij was direct enthousiast. We hadden de middelen en juiste mensen en toen ging alles heel snel.’
De drijvende kracht achter het leertraject zijn Petra Sterken en Roderick Jansen. ‘Zij zijn de projectmotor’, aldus Marjet. ‘Ze combineren hun inhoudelijke en didactische kennis en brengen allebei veel energie in. Daarnaast kunnen ze alles wat ze (willen) ontwikkelen, voorleggen aan de redactieraad waarin onze 4 instellingen vertegenwoordigd zijn. Daarmee is hun betrokkenheid ook geborgen.’

Portret van Petra Sterken

Petra Sterken

Programmamanager bij de Borg en projectleider.

‘Door onvoldoende kennis en kunde, worden cliënten soms van a naar b, naar c en soms zelfs d, e en f gestuurd. Door samen te werken en kennis en ervaringen uit te wisselen met ketenpartners hoop ik dat cliënten de zorg krijgen die ze nodig hebben en niet hoeven te verhuizen omdat deze specifieke kennis en kunde er niet is.’

Behoeftes ophalen tijdens de hackathon

In een kennishackathon werd bij ketenpartners opgehaald waar de behoeftes liggen. ‘Omdat er in het reguliere onderwijs geen aandacht is voor mensen met SGLVG, hebben zorgmedewerkers bijna altijd een kennisachterstand’, licht Petra toe. ‘We vroegen daarom wat ze nodig hadden om met deze doelgroep te werken. Met de thema’s die daaruit voortkwamen zijn we aan de slag gegaan. Het koppelen van onderwijs aan de dagelijkse praktijk vormt tegelijkertijd een belangrijke bijdrage aan borging van kennis in de zorgpraktijk.’

Praktijk en onderwijs verbinden heeft meerwaarde

Naast docenten van RINO groep verzorgen docenten van De Borg onderdelen van de opleiding. ‘De gedragsdeskundigen nemen de deelnemers mee in de praktijk. Zij zitten dicht op de teams en cliënten. Het is leuk om te zien dat zij steeds vaardiger worden in het didactische stuk’, aldus Roderick. ‘Sommige zijn zo goed, dat ze nu al voor andere dingen worden gevraagd. Ook fijn is dat er ketenpartners en medewerkers die ook iets binnen de organisatie kunnen veranderen in de opleiding zitten, die een ander geluid durven geven. Ze zijn kritisch en vinden ergens iets van. Dat wil je graag in een opleiding.’

Portret van Roderick Jansen

Roderick Jansen

Manager ontwikkeling en innovatie bij de RINO groep

Hij vindt het heel belangrijk om in de opleidingen dicht aan te sluiten bij wat ertoe doet. ‘Daar heb je een samenwerkingspartner voor nodig die begrijpt wat er speelt in de praktijk. Met dat als uitgangspunt, ontwikkelen we samen onderwijs. En de pareltjes die we in het werkveld tegenkomen leiden we op, zodat ze zelf onderwijs kunnen verzorgen. Als een instelling zoals de Borg intern profijt heeft van z’n mensen en alles eruit haalt, dan word ik daar heel gelukkig van.’

Ook is een ervaringsdeskundige betrokken. ‘We laten eerst een video van haar zien, van 10 jaar geleden. We vragen de deelnemers hoe ze denken dat het nu met haar gaat. En vervolgens ontmoeten ze haar tijdens de opleiding. Ze vertelt zonder schroom hoe het haar is vergaan en wat haar wel en niet heeft geholpen. Vaak zijn dat ingrediënten waar hulpverleners helemaal niet mee bezig zijn. Dat leidt tot waardevolle, nieuwe inzichten.’

Dezelfde taal en ambities bevordert de samenwerking

De Borg en RINO groep werken inmiddels een paar jaar samen. Hoe loopt dat? Petra: ‘We vinden elkaar makkelijk via telefoon, mail, whatsapp, Teams, noem maar op. We spreken elkaars taal en hebben dezelfde ambities.’ Roderick vult aan: ‘Omdat we vanaf het begin af aan optrekken, weten we goed wat we aan elkaar hebben. Daardoor hebben we in 3 weken tijd een programma in elkaar gezet, waar we anders misschien wel 6 maanden over hadden gedaan. En het is nooit af. Na het geven van de opleiding hebben we alweer nieuwe ideeën.’

De rolverdeling gaat als vanzelf. Petra krijgt signalen uit de praktijk en weet waar de behoefte ligt. Roderick weet hoe het ontwikkelen van een opleiding werkt en denkt ook mee met de inhoud. ‘Want, daar liggen mijn roots. Ik vind er ook altijd iets van. En omdat onze relatie goed is, kunnen we het oneens zijn. Dan versterken we elkaar juist. Want uiteindelijk hebben we een gezamenlijk doel: goed onderwijs maken.’

We zien nu al de impact van het leertraject

‘De opleiding word enthousiast ontvangen en ondanks de open inschrijving zit hij gewoon vol’, vertelt Roderick trots. ‘Aan het einde van de opleiding is het de bedoeling dat medewerkers een eigen project opzetten, om daadwerkelijke verandering op de werkvloer te bewerkstelligen. Er zijn al succesvolle voorbeelden, zoals 2 medewerkers die zich bezighielden met hospitality.’ Petra licht toe: ‘Zij dachten samen met het MT en collega’s na hoe ze cliënten in een crisissituatie zich gelijk thuis konden laten voelen. Want die eerste 5 minuten na binnenkomst zijn heel belangrijk, hadden ze geleerd. Ze hebben met ruimtes gespeeld die normaal kaal zijn. Eentje werd helemaal in kerstsfeer ingericht.’

Verder hoort Petra bij managers terug dat medewerkers zich op de werkvloer anders gedragen. ‘Ze staan na de opleiding meer naast de client en laten de client eigenaar van het behandeltraject zijn. Ook merk ik dat deelnemers hun kennis en kunde delen in hun eigen organisatie. We hebben inmiddels al verzoeken voor incompany trajecten gekregen. Onze medewerkers groeien in hun functie.’ Marjet voegt nog toe: ‘De krapte op de arbeidsmarkt is ook een belangrijke overweging om met deze opleiding te starten en geeft ons ook de mogelijkheid om nieuwe medewerkers aan ons te binden. Andersom biedt het onze experts de gelegenheid om hun deskundigheid verder te ontwikkelen en die als docent in te zetten.’ ‘Daarmee kunnen we talenten optimaal benutten. Wie wordt daar nou niet blij van?’, besluit Petra het gesprek.

In het ZonMw-programma Kennisnetwerken voor Specifieke Doelgroepen in de langdurige zorg krijgen 10 kennisnetwerken meerjarige financiering. Hiermee worden de kennisnetwerken versterkt. Expertisecentrum SGLVG De Borg behoort tot de 5 netwerken die al van start zijn gegaan.

Tekst: Milou Oomens, Doelgroep in beeld

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website