ZonMw draagt via diverse onderzoeksprogramma’s bij aan het aanpakken van het complexe probleem van kindermishandeling. Meer bewustzijn van de problematiek, zoveel mogelijk preventief werken en inzetten op bewezen effectieve interventies, daaraan kan wetenschappelijk onderzoek een belangrijke bijdrage leveren. Dat zeggen Diana Monissen en Valesca Kuling.

Diana Monissen (zie kader) is al jaren betrokken bij de aanpak van kindermishandeling. Wat haar betreft staan we als samenleving voor een enorme maatschappelijke opgave om kindermishandeling te stoppen. Monissen: ‘De cijfers laten zien dat kindermishandeling nog altijd niet minder wordt. Dat betekent dat we hard moeten blijven werken aan een breed maatschappelijk bewustzijn van de gevolgen van dit hardnekkige probleem. Ik vind het onaanvaardbaar dat er in Nederland jaarlijks nog altijd zo’n 120.000 kinderen slachtoffer van worden; van emotionele verwaarlozing tot seksueel misbruik.’ 

Weten wat werkt

Het brede bewustzijn waar Monissen voor pleit, draagt ook bij aan een tweede maatschappelijke opgave: zoveel mogelijk naar een preventieve aanpak van kindermishandeling, mede om herhaling in volgende generaties te voorkomen. Voor een derde opgave is de bijdrage vanuit de wetenschap onmisbaar: in de preventie en bestrijding van kindermishandeling moeten we volgens Monissen inzetten op bewezen effectieve interventies. En juist hier, zegt Valesca Kuling (zie kader), is nog veel werk te verzetten: ‘We weten inmiddels veel over wat werkt in algemene opvoedingsondersteuning. Maar er is nog te weinig wetenschappelijk bewijs wat je specifiek kunt doen om kindermishandeling te voorkomen.’
 

Wat is ‘normaal’?

Volgens Kuling is de wetenschap ook aan zet bij de bewustwording van de gevolgen van kindermishandeling, zowel voor de betrokkenen zelf als de maatschappij als geheel. Om het bespreekbaar te maken, moet je weten wat ‘normaal’ is, dus gedegen cijfers over aard en omvang zijn cruciaal. Daarnaast hebben professionals handvatten nodig om het gesprek te kunnen openen, plus keuzetools voor het bepalen van een goede aanpak. En het is relevant dat mensen weten dat er verschillende vormen zijn. Kuling: ‘Het maakt veel verschil of een kind wordt verwaarloosd, fysiek mishandeld of seksueel misbruikt. Verwaarlozing of lichamelijk geweld komen meestal voort uit onmacht. Bij seksueel misbruik zie je vaak een heel andere achterliggende drijfveer. Dat betekent ook dat je andere dingen moet doen om de cirkel te doorbreken.’ 
 

Portretten Diana en Valesca
Diana Monissen, programmavoorzitter (links) en Valesca Kuling, programmamanager (rechts)
‘Bij wetenschappelijke projecten gaat het ook om de betekenis voor kinderen en jongeren zelf’

Brede verantwoordelijkheid

ZonMw zet sterk in op het delen van kennis en ervaring. Monissen vertelt over een recente bijeenkomst waar praktijk, wetenschap en beleid elkaar ontmoetten en onderzoekers in één minuut hun studie konden pitchen. Deelnemers waren erg enthousiast om over elkaars werk te horen en zoeken elkaar nog altijd op. Monissen ziet veel kansen voor intersectorale samenwerking. ‘Kindermishandeling kun je alleen integraal aanpakken. Dat betekent dat we andere sectoren moeten betrekken, bijvoorbeeld sport, onderwijs en zorg. Kindermishandeling stoppen is niet alleen de verantwoordelijkheid van Veilig Thuis, ook andere professionals kunnen problemen in een gezin of bij een kind signaleren. En bijvoorbeeld de vrijwilligers van de sportclub.’
 

Signalen beter doorgeven

Kuling wijst op het succes van de ‘Kindcheck’, een protocol waarmee medewerkers van de spoedeisende hulp letten op de mogelijkheid van kindermishandeling als een volwassen patiënt binnenkomt. Deze aanpak is inmiddels breed geïmplementeerd in ziekenhuizen en bij huisartsenposten. Binnen de geestelijke gezondheidszorg zijn stappen gezet om de aanpak ook daar in te voeren. Monissen benoemt het belang van samenwerking tussen politie, justitie en zorg: ‘De politie signaleert veel, maar die signalen komen lang niet altijd bij de hulpverlening aan gezinnen terecht.’ 
 

‘We staan voor een enorme maatschappelijke opgave om kindermishandeling te stoppen’

Van elkaar leren

Volgens Monissen kunnen alle betrokkenen nog veel meer van elkaar leren dan nu al gebeurt. ‘Mijn ideaal is dat mensen elkaar makkelijker vinden en dat wetenschappers meer gaan samenwerken in plaats van met elkaar te concurreren.’ Kuling ziet een mooie ontwikkeling in de opzet van ‘Wetenschappelijk Onderwijs inzake Kindermishandeling’ (WOK), gerichte bijscholing voor verschillende disciplines in de gezondheidszorg. ‘In de basisopleiding is kindermishandeling maar een klein thema. Op deze manier krijgen wetenschappelijke inzichten over dit probleem via de na- en bijscholing toch een plek.’ Wat haar betreft zou signaleren en bespreekbaar maken van kindermishandeling – en het delen van de kennis hierover – in veel meer opleidingen een structurele plek moeten krijgen. ‘Ik denk bijvoorbeeld in de PABO en de politieopleiding. Alleen zo kan een brede groep professionals beter handelingsbekwaam worden.’
 

Jongeren denken mee

Een andere belangrijke beweging is ten slotte de inzet van ervaringsdeskundigen in de wetenschap. Monissen: ‘In de programmacommissies van ZonMw zitten ook jongeren. Die bepalen mede de keuzes binnen de programma’s.’ Kuling is positief over deze inbreng van jongeren: ‘Soms ziet een project er wetenschappelijk heel goed uit, maar krijgen we van hen het commentaar: wat is de betekenis van dit project voor kinderen en jongeren zelf? Dat geeft de projectaanvragers een mooie kans om hun projectaanpak bij te stellen en hun werk zo relevanter te maken voor de praktijk. Ook dat is een mooie manier om van elkaar te blijven leren.’
 

ZonMw is financier van diverse projecten rond kindermishandeling. Dat gebeurt onder meer in het kader van het actieprogramma ‘Geweld hoort nergens thuis’ van de Rijksoverheid , waarvoor ZonMw het gelijknamige onderzoeksprogramma uitvoert, en via het deelprogramma Kindermishandeling van ‘Veilig opgroeien’. In deze programma’s wordt sterk ingezet op samenwerking en leren van elkaar, waarbij professionals, ouders en kinderen goed naar elkaar luisteren. Diana Monissen is voorzitter van de ZonMw-commissie ‘Veilig opgroeien’, Valesca Kuling is programmamanager van ‘Veilig opgroeien’ en van het onderzoeksprogramma ‘Geweld hoort nergens thuis’.

Tekst Marc van Bijsterveld. Portretfotografie Valesca: Sannaz Moghaddam, Diana: Babet Hogervorst. Sfeerbeeld Studio Oostrum.

Gerelateerde links

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website