Kindermishandeling is een complex en hardnekkig probleem. Om dat effectief aan te pakken, is het belangrijk dat professionals, ouders en kinderen goed naar elkaar luisteren. In dit interview vertelt Remy Vink (TNO) over ‘Luid en Duidelijk, de stem van het kind in de keten’. Wat leert zij van de inbreng van kinderen en jongeren?

Meldingen van kindermishandeling komen binnen bij Veilig Thuis, de plek voor advies en ondersteuning bij een vermoeden van huiselijk geweld en kindermishandeling. Voor kinderen en jongeren is het vaak onduidelijk wat er vervolgens gebeurt. Ze worden wel ‘gehoord’ na een melding, maar wordt er ook echt naar ze geluisterd? Het ZonMw-project ‘Luid en Duidelijk’ wil ze een stem geven, zodat de aanpak na een melding maatwerk wordt. Jongeren participeren in het onderzoek en werken mee aan de werkwijze die het project ontwikkelt. 

Echt serieus nemen

Waarom is de stem van het kind zo belangrijk? Projectleider Remy Vink: ‘Allereerst staat het in het VN-verdrag inzake de Rechten van het Kind. Kinderen hebben recht op informatie, het uiten van hun mening en om serieus genomen te worden in situaties die hen raken. Dus als er een melding over een mogelijke mishandeling is, moet een kind of jongere kunnen laten weten wat hij of zij belangrijk vindt of graag wil. Wij onderzoeken hoe je dat kunt organiseren.’ Volgens Vink worden kinderen meer dan vroeger gehoord door Veilig Thuis. ‘Maar dan gaat het om de feiten. Dat is wat anders dan kinderen het gevoel geven serieus genomen te worden, zich echt gesteund te weten.’ 
 

Portret Remy Vink
‘Veel kinderen willen graag een maatje in het traject na een melding’

Maatje in het traject 

In het project klinkt de stem van het kind alvast duidelijk door. Vink: ‘Jongeren praten mee in onze projectgroep en in de werksessies waarin we de werkwijze hebben ontwikkeld. Ook ouders hebben meegepraat.’ In de beoogde aanpak krijgt ieder kind een zogeheten ‘ketenbrede steunfiguur’. Die is een vraagbaak en een maatje in het hele traject, en gaat bijvoorbeeld desgewenst ook mee naar gesprekken met hulpverleners. Vink: ‘Jongeren vertelden dat ze het vervelend vinden als je steeds weer nieuwe gezichten ziet. Er is veel behoefte aan continuïteit, een vaste aanspreekpersoon. Iemand die je kunt bellen als je ergens mee zit en die jou helpt je mening in te brengen. Dat laatste is immers niet zo vanzelfsprekend.’ 
 

Maatwerk is nodig

Het gaat hoe dan ook om maatwerk. De werksessies hebben geleid tot drie varianten: een steunfiguur uit het eigen netwerk, een professional of een ervaringsdeskundige. Met ieder een iets andere benadering of focus, afhankelijk van wat een kind of jongere wil. Cruciaal is dat de steunfiguur onafhankelijk is. Vink is positief over de resultaten van het project tot nu toe: ‘Er ontstaat duidelijk veel meer bewustzijn van het belang naar jongeren te luisteren. Dus dat je als professional meer moet doen dan “om hen heen” een melding onderzoeken.’ 
 

Dagje meelopen

Volgens Vink kunnen alle betrokkenen in de keten veel van elkaar leren. ‘In onze werksessies heb ik mooie gesprekken meegemaakt tussen professionals, beleidsmakers, jongeren en ouders. Zo’n gesprek, met wederzijds respect, is op zich al empowerend voor de aanwezige jongeren en ouders. Of de werkwijze met steunfiguren in de praktijk goed uitpakt, gaan we nu met actieonderzoek in twee pilotregio’s uitproberen.’ Vink heeft nog een tip voor collega-onderzoekers: ‘Loop eens een dagje met een professional mee. Ik heb daar veel van geleerd voor mijn werk als onderzoeker. Ik probeer dat bij ieder project te doen.’
 

Tekst Marc van Bijsterveld. Portretfotografie Sannaz Moghaddam. Sfeerbeeld Studio Oostrum.

Gerelateerde links

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website