Inbreng van ouderen is cruciaal bij het verbeteren van ouderenzorg. Maar hoe betrek je ze bij het uitvoeren van projecten? Dankzij het project ‘Krachtig Cliëntperspectief’ zijn grote stappen gezet in het stimuleren van ouderenparticipatie. Volgens de ouderen zelf kan en moet het nóg beter.

De afgelopen tien jaar hebben ouderen in het kader van het Nationaal Programma Ouderenzorg (NPO) in acht regionale netwerken in Nederland meegedacht, meegepraat en meebeslist over ouderenzorgprojecten. Door vanuit de eigen regio hun stem te laten horen, zorgden ouderen onder andere voor een zorg- en ondersteuningsaanbod dat beter aansluit op de wensen en behoeften. Zo heeft een oudere op het Groningse platteland waarschijnlijk meer aan online boodschappen doen dan iemand die in stedelijk gebied woont. Een cursus waarin jongeren ouderen helpen omgaan met een iPad, is in die regio dan ook enthousiast ontvangen door ouderen. Eind 2016 is het NPO gestopt en omgezet in BeterOud, een consortium dat samen met ouderen, zorgprofessionals, zorgorganisaties en onderwijsinstellingen op zoek gaat naar nieuwe oplossingen op het gebied van wonen, welzijn en zorg. ‘Hiermee zetten we de beweging voort die met het NPO in gang is gezet’, aldus Miranda Wesselink, projectleider BeterOud. ‘Om te behouden wat er in de afgelopen jaren is opgebouwd, zoeken we momenteel naar een manier om deze vorm van ouderenparticipatie zonder subsidie te laten voortbestaan. In sommige regio’s vragen ouderen om een kleine bijdrage voor hun inspanningen. Een prima idee, want de inbreng van ouderen is veel waard. Het is zonde om alle kennis en ervaring die zij in hun leven hebben opgedaan niet te gebruiken voor praktijkverbetering.’ 

Omslag in denken

Voormalig longarts Jan Festen (78) was sinds de start van het NPO vertegenwoordiger van ouderen bij het Zorg en Welzijn Ouderen Netwerk Nijmegen. Hij vindt dat de gezamenlijke inspanningen resultaat opleverden in zijn regio. ‘Er wordt beter geluisterd naar de cliënt. Om de juiste beslissingen te kunnen nemen, bijvoorbeeld over een behandeling, is het belangrijk iets te weten over het leven van een cliënt. Dat besef begint bij steeds meer zorgprofessionals en beleidsmedewerkers van de gemeente te landen’, aldus Festen. Ook in het onderwijs komt er langzaam een omslag in het denken. Anjo Geluk (72) is publicist en voorzitter van de Denktank 60+ Noord, een groep ouderen die nadenkt over de uitdagingen die ouderen in de 21e eeuw te wachten staan. Zo is de denktank onder andere nauw betrokken bij de opleiding Toegepaste Gerontologie van Hogeschool Windesheim in Zwolle. ‘Ik zie met eigen ogen hoeveel mooie dingen het oplevert als je jong en oud met elkaar verbindt. Wij vertellen in gastlessen over onze ervaringen, werken mee aan onderzoeksopdrachten van studenten en geven input voor de invulling van het curriculum. We merken dat studenten en docenten onze inbreng waardevol vinden, omdat ze ons steeds vaker vragen om mee te denken.’ Het valt Geluk wel op dat de beeldvorming over ouderen vaak niet klopt. ‘Het is een achterhaald idee dat je na je pensioen vooral gaat freewheelen en uitrusten. Toch gebruiken onderzoekers nog steeds vragenlijsten die met dit uitgangspunt zijn opgesteld. Als ik moet aangeven hoe mijn dag er uitziet, dan kan ik meestal niet aanvinken dat ik gewoon aan het werk ben.’ Volgens Geluk hebben ouderen zelf een belangrijke rol in het veranderen van dit beeld. ‘Wij moeten meer laten zien dat we volop bijdragen aan de samenleving.’ Overigens is niet iedereen in staat dit te doen. Het blijft dan ook lastig om de behoeften van kwetsbare ouderen voor het voetlicht te brengen. Is dat de afgelopen jaren verbeterd? ‘Door in gesprek te gaan met deze doelgroep, kunnen de ouderen die actief zijn in de netwerken over het algemeen goed verwoorden wat kwetsbare ouderen meemaken’, aldus Wesselink. ‘Maar dit blijft de komende jaren zeker een punt van aandacht.’

Aanbevelingen

Om er voor te zorgen dat alle kennis en ervaring die de afgelopen jaren is opgedaan wordt benut, komt er een handleiding met criteria waar een goed ouderenzorgproject volgens ouderen aan moet voldoen. Zo houden projectaanvragers vaak te weinig rekening met de tijd die ouderen nodig hebben om te reageren op voorstellen. Een ander aandachtspunt is het leren praten in een taal die ouderen begrijpen. Festen: ‘Wij vragen projectaanvragers om hun voorstel in begrijpelijke taal op één A4-tje samen te vatten. Dit dwingt ze goed na te denken over wat het project precies oplevert in de praktijk en welke rol wij daarin vervullen.’ Ook vindt hij dat de resultaten van (onderzoeks)projecten nog te weinig worden gedeeld, waardoor het effect van de inbreng van ouderen niet altijd zichtbaar is. ‘Juist door te laten zien wat er met ons advies is gedaan, kunnen we andere ouderen enthousiasmeren. Hoe meer mensen meedenken, meepraten en meebeslissen, hoe meer het tot een echte verbetering van de ouderenzorg leidt.’

Tekst: D-taled, Dieuwke de Boer

Gerelateerd

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website