Hoe kunnen we zorgorganisaties ondersteunen om lerende organisaties te worden, waarbij relatiegerichte zorg leidend is? 2 onderzoekers en een hbo-verpleegkundige vertellen over cliëntgerichte verpleeghuiszorg.

De Academische Werkplaats Ouderenzorg Limburg zette een lerend netwerk op waarin zorgmedewerkers, cliënten en naasten gezamenlijk de verpleeghuiszorg verbeteren. De komst van corona zette het onderzoek meteen op scherp: hoe stel je in moeilijke omstandigheden de cliënt centraal?

We doen binnen de Academische Werkplaats Ouderenzorg Limburg al langer onderzoek naar personeelsbezetting en kwaliteit van zorg’, vertelt Ramona Backhaus, senior onderzoeker aan de Universiteit Maastricht. ‘Daaruit blijkt dat we meer oog mogen hebben voor het levensverhaal van de cliënt en het netwerk eromheen.’ Een team van onderzoekers zette het project ‘Samen leren en verbeteren in het verpleeghuis’ op. Dat project maakt deel uit van het ZonMw-programma Kwaliteit van Zorg: Ondersteuning Zorginstituut, waarin instrumenten ontwikkeld worden om de kwaliteit van zorg te verbeteren (zie kader). De onderzoekers gingen aan de slag met de vraag: hoe kunnen we zorgorganisaties ondersteunen om lerende organisaties te worden, waarbij relatiegerichte zorg leidend is? Dat is zorg waarbij niet alleen rekening wordt gehouden met de behoeften van de bewoner, maar waarbij ook voortdurend wordt afgestemd  met de behoeften en mogelijkheden van familie en zorgverleners.

Veel losse initiatieven

‘In de praktijk betekent dat: steeds weer nagaan hoe de cliënt een verbetering ervaart’, zegt Backhaus. ‘Als een zorgorganisatie bijvoorbeeld een werkgroep samenstelt over kwaliteit, hoort daar ook een cliënt in.’ Mede-onderzoeker Johanna Rutten, PhD-student aan de Universiteit Maastricht en eerder werkzaam als zorghulp in het verpleeghuis, keek in de kwaliteitsplannen van de deelnemende zorgorganisaties naar cliëntgerichtheid. ‘Je ziet in de praktijk veel losse initiatieven om cliëntgericht te leren, maar je wilt ook weten wat die opleveren’, zegt Rutten. ‘Er wordt van alles geïnitieerd, maar van een evaluatie is vaak geen sprake.’

3 niveaus

Bij het verbeteren van de cliëntgerichtheid in een zorgorganisatie hebben managers en bestuurders een cruciale rol. Zij moeten een visie hebben op leren en verbeteren, en die kunnen vertalen naar de praktijk. Uit onderzoek dat samen met het Trimbos-instituut werd uitgevoerd, bleek dat op afdelingen waar de managers de werkvloer betrekken bij beslissingen, de zorgverleners meer bijdragen aan cliëntgerichte zorg. Het is dus van belang dat zowel op bestuurlijk- als op managementniveau zorgverleners worden gestimuleerd om cliëntgerichte zorg te verlenen. ‘Dat gebeurt nog te weinig, want verpleeghuizen zijn vaak hiërarchisch ingericht’, zegt Backhaus. ‘Met ideeën die vanuit de werkvloer komen, wordt weinig gedaan.’ Er is dus een cultuuromslag nodig. Uiteindelijk wil de werkplaats indicatoren ontwikkelen, om inzichtelijk te maken hoe ver verpleeghuizen zijn met het aanleren van cliëntgerichtheid.

Portret Ramona Backhaus

Op afdelingen waar managers de werkvloer betrekken bij beslissingen, dragen de zorgverleners meer bij aan cliëntgerichte zorg.

Aanpak omgegooid

Oorspronkelijk zouden de 7 deelnemende zorgorganisaties met elkaar uitwisselen hoe zij vormgeven aan het samen leren, maar vanwege de coronacrisis koos het onderzoeksteam voor een andere aanpak. ‘Teams komen nu naar ons toe met ideeën voor het verbeteren van de zorg’, vertelt Backhaus. Voor het ministerie van VWS monitorden de onderzoekers vorig jaar een pilot van 76 verpleeghuizen die na de sluiting weer bezoek mochten ontvangen. ‘Uit de focusgroepgesprekken bleek dat het contact tussen zorgverleners, cliënten en mantelzorgers in de eerste fase in sommige verpleeghuizen niet goed verliep’, vertelt Rutten. ‘Die ervaringen worden nu binnen dit project weer aan managers voorgelegd, zodat iedereen ervan kan leren. We sluiten dus zo goed mogelijk aan bij de ervaringen tijdens de coronapandemie.’

Kleinschaligheid

Tijdens de eerste lockdown mochten bewoners in verpleeghuizen geen bezoek meer ontvangen. Dit heeft geleid tot verdriet bij veel bewoners en naasten, maar ook bij zorgverleners. De sluiting van de verpleeghuizen was eigenlijk een extreme vorm van niet-cliëntgericht werken, stelt Backhaus. ‘Maar medewerkers toonden zich wél flexibel en creatief, bijvoorbeeld in het contact maken met familie via beeldbellen, raambezoek, een tent of container opzetten.’

Bij verpleeghuis De Dormig in Landgraaf ontstond tijdens de sluiting juist meer oog voor individuele behoeften, vertelt hbo-verpleegkundige Melissa Bettink, die werkt op de somatische zorg-afdelingen. Bettink vroeg alle bewoners op hun kamers op welke manier zij contact met hun naasten wilden, en of zij daarbij hulp nodig hadden. Cliënten, naasten en zorgverleners konden daarnaast hun ervaringen uitwisselen op het online platform Familienet, dat nog steeds wordt gebruikt.

‘Ook hebben we onszelf kleinschaliger activiteiten aangeleerd.’

‘Beweegactiviteiten doen we niet meer in grote gemengde groepen, maar met de kleinere bewonersgroepen.’

Portret Melissa Bettink

Uiteenlopende ervaringen

Welke positieve lessen zijn te leren uit de periode waarin de verpleeghuizen geen bezoek mochten ontvangen? In verpleeghuis de Dormig is die reflectie er grotendeels bij ingeschoten, vertelt Bettink. ‘We werden met zo’n vaart in de corona-ellende getrokken. Wekelijks kregen we nieuwe afspraken te horen; voor iets anders was geen tijd.’ Uitwisseling tussen teams is sowieso een ondergeschoven kindje, vertelt Backhaus. ‘In een van de verpleeghuizen die we onderzochten, bleken de teams de sluiting zeer verschillend beleefd te hebben, omdat zij niet in dezelfde mate door de ziekte werden getroffen. Ook voor het reflecteren op de voorbije periode zouden ze normaal gesproken geen tijd vrij gemaakt hebben. Zorgverleners zijn doeners. Zij vinden dat ze hun tijd moeten besteden aan de cliënten, niet aan overleg. Dankzij het onderzoeksproject wisselden ze nu wél ervaringen uit en leerden ze van elkaar. Deze reflectiemomenten gaan ze nu ook in hun werkproces inbouwen.’

‘Zorgverleners zijn doeners. Zij vinden dat ze hun tijd moeten besteden aan de cliënten, niet aan overleg.’

Meer tijd en aandacht

Het is vooral leerzaam om te zien hoe zorgmedewerkers alles op alles hebben gezet om het leven voor bewoners in deze moeilijke periode toch aangenaam te maken, vindt Backhaus. ‘Doordat verplichte overleggen en groepsactiviteiten wegvielen, hadden zorgverleners meer aandacht voor individuele bewoners. Misschien is het net zo belangrijk om een prettig gesprek met 1 cliënt te voeren, als het helpen van veel mensen.’



Ook is de samenwerking binnen sommige teams verbeterd, merkten de onderzoekers. In een van de verpleeghuizen hielden zorgverleners tijdens de sluiting tussen de diensten korte overdrachten, zodat ze wisten wat er speelde bij bewoners. Rutten: ‘Dat bevalt zo goed, dat ze in een van de teams besloten hebben om die momenten erin te houden.’

‘De korte overdrachten tussen de diensten bevallen zo goed, dat ze in 1 team besloten hebben om die momenten er ook na corona in te houden.’

Portret Johanna Rutten

4 concrete tips

  1. Besteed bij het verbeteren van cliëntgerichtheid en het samen leren niet alleen aandacht aan scholing, maar zorg ook voor tijd en ruimte voor reflectie, samen met cliënten en hun familie.
  2. Betrek in alle stadia van leer- en verbetertrajecten ook altijd een vertegenwoordiger van bewoners en/of mantelzorgers.
  3. Managers: draag uit dat het belangrijk is als zorgverleners zich bezighouden met zorgvernieuwing, en dat daar ruimte voor is ondanks dat zij op die momenten niet op de groep kunnen staan.
  4. Ook de persoonlijke ontwikkelbehoeften van medewerkers zijn bij cliëntgerichte zorg van meerwaarde. Als scholing aansluit bij de interesses van medewerkers, zullen zij zich gewaardeerd en betrokken voelen.

Achtergrond

ZonMw werkt samen met Zorginstituut Nederland aan onderzoek naar en de ontwikkeling van instrumenten om de kwaliteit van zorg te verbeteren. Het gaat zowel om brede overzichtsstudies als om thematische verdiepingen rond bepaalde actuele (maatschappelijke) thema’s. Eén van die thema’s is (interprofessioneel) leren en verbeteren door zorgprofessionals in verschillende sectoren in de gezondheidszorg. Zoals verpleeghuiszorg, wijkverpleging, verpleging in het ziekenhuis, intensive care en integrale geboortezorg. In 13 projecten wordt gewerkt aan methodiekontwikkeling en onderzoek.

Op 18 maart 2020 zouden deze projecten voor het eerst bij elkaar komen om kennis te delen. Omdat deze bijeenkomst door maatregelen rondom het coronavirus (COVID-19) is uitgesteld, hebben we besloten om de kennis die verzameld is tijdens de voorbereidingen alvast te delen via een interviewreeks. Dit artikel is het 7e interview in de serie.

Redactie Annette Wiesman, eindredactie ZonMw

Meer informatie

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website