Digitale handreiking november 2015

Lokale integrale aanpak voor gezondheid

Samenwerken

Lokale integrale aanpak voor gezondheid

Samenwerken

Samenwerken: integraal, intersectoraal en/of publiek-privaat

Pepijn Vos, TNO: 

Naast het begrip ‘integraal’, duiden ‘intersectoraal’ en ‘publiek-privaat’ op verschillende vormen van samenwerking. Ze verschillen in het proces dat doorlopen wordt, de beslissingen die genomen dienen te worden, de specifieke uitdagingen/ risico’s en consequenties waar men mee te maken krijgt, de context waar de samenwerking plaatsvindt en ook in de set van succes- en faalfactoren.

Naast het begrip ‘integraal’, duiden ‘intersectoraal’ en ‘publiek-privaat’ op verschillende vormen van samenwerking. (Pepijn Vos, TNO)

Taken en werkzaamheden

Algemeen - Integrale samenwerking

  • Start met een integrale visie. 
  • Vergeet bij het leggen van verbindingen ook de eigen interne organisatie niet! 
  • Draagvlak bij het college is een must! 
  • De decentralisaties zijn een kans om verbindingen te leggen tussen gemeente, 1e lijn en bewoners! 
  • Zorg voor een partij die de regie heeft: op uitvoeringsniveau, op beheersmatig niveau en op visionair niveau. 
  • Laat samenwerking in de wijk op natuurlijke wijze ontstaan. Partijen moeten elkaar vinden in de praktijk en gaan verbinden rondom een gezamenlijke doelstelling. 
  • Loslaten van controle leidt tot mooie dingen! Het mooiste is het leggen van de regie bij de burgers; en bij een burger met een zorgvraag ligt de regie bij de burger en de professional. 
  • “Schoon, heel, veilig en gezond” is het mantra. Voeg dus ‘gezond’ hieraan toe! We moeten onszelf verkopen richting de andere beleidsterreinen. 
  • Kom binnen bij mensen met “Doe mee” in plaats van “Stop met roken”. 
  • Wijkbewoners participeren in projecten niet primair om gezondheidsredenen (is mooi ‘bijeffect’) maar om plezier te maken. 
  • Geef het probleem terug aan de mensen door met ze in dialoog te gaan. Naar voorbeeld van een huisarts die constateert dat er te weinig werd bewogen onder de allochtone bewoners. 
  • Faciliteer zelforganisaties! Er zijn veel goede ideeën die vrij gemakkelijk (en goedkoop) kunnen worden ondersteund. 
  • Ga samenwerken: start bij de eigen deskundigheid en gun elkaar het vertrouwen! Bedenk het samen en voer het samen uit! 

Draagvlak is een werkwoord 

  • Duidelijke afspraken over rollen, taken, tijd en geld  
  • Contact ook buiten de overleggroep  
  • Voor wat, hoort wat  
  • Hard op de inhoud, zacht in de relatie 
  • Tijdig noemen van knelpunten 
  • Deel successen 
  • Vier successen 
  • Geef je partners vertrouwen
  • Wees duidelijk over de kaders en neem het voortouw met ideeën over wat je verwacht van de houding en rol van je partners. 
  • Durf los te laten en laat anderen hún ding doen; laat een ondernemer dus ondernemen! 

Basisstappen bij samenwerken 

  • Verkennen van partners en de situatie: verken uw mogelijke samenwerkingspartners en waarom/waarvoor samenwerken relevant kan zijn en ga na wat ieders motieven en belangen zijn. 
  • Gezamenlijke ambitie creëren: partijen delen de opvattingen over koers en richting voor de samenwerking en wat ze willen halen en wat ze kunnen inbrengen. Zoek de meerwaarde die betrokkenen samen kunnen behalen, maar ieder voor zich niet zullen bereiken.
  • Vormgeven en onderhouden van de samenwerking: partijen gaan met de inhoud, afspraken en vorm van de samenwerking aan de slag. Ga na of onderlinge afspraken moeten worden vastgelegd en kies een gepaste vorm voor de samenwerking.

Samenwerking vormgeven en onderhouden 

  • Werk aan een goede basis voor samenwerking
  • Verdeel de taken en rollen
  • Zorg voor een samenwerkingsvorm
  • Onderhoud de samenwerking
  • Evalueer de samenwerking

 

 

Intersectorale samenwerking

  • Verkennen: breng relevante sectoren in beeld en weet wat er speelt
  • In gesprek: maak inzichtelijk wat er gebeurt en waar wederzijdse belangen liggen
  • Aan de slag: start met iets concreets en onderhoud de relaties
  • Zorg voor randvoorwaarden

Publiek-private samenwerking (PPS)

Zeven fasen als leidraad voor het formeren, managen en beëindigen van een PPS:

  • Fase 1: Kies een organisatievorm
  • Fase 2: Kies een of meer partners
  • Fase 3: Onderhandel met partners
  • Fase 4: Bepaal de samenwerkingsstructuur
  • Fase 5: Manage uw PPS
  • Fase 6: Evalueer uw PPS
  • Fase 7: Beëindig uw PPS

Deze 7 fasen zijn ontleend aan 'Samen werken, samen winnen', een boek van Pepijn Vos (TNO) en Brian Tjemkes (VU) dat eind 2013 is verschenen met medewerking van VWS.

Bronnen

Bronnen - voor gezondheid

Boek

‘Samen werken, samen winnen. Aanpak voor het organiseren van publiek-private samenwerking’. Vos,P., Tjemkes,B. (2013), BIM Media B.V., Den Haag. 

‘Samen werken, samen winnen’ biedt een aanpak voor het formeren, managen en beëindigen van een gelijkwaardige samenwerking (het alliantiemodel), waarin partijen gezamenlijk besluiten nemen, plannen ontwikkelen, middelen inbrengen, risico's delen en verantwoordelijk zijn voor de resultaten.

 

 

 

Boek Samen werken, samen winnen

Proefschrift

‘Lokaal integraal gezondheidsbeleid: realistische uitdaging of utopie? Een onderzoek binnen gemeenten naar mogelijkheden tot intersectorale samenwerking.’ Mieke Steenbakkers (2012); 

 

 

Proefschrift Steenbakkers

Proefschrift (2)

Het proefschrift van Mieke Steenbakkers (2012) is inclusief de artikelen: 

  • Lokaal integraal gezondheidsbeleid: intersectorale samenwerking vanuit het perspectief van gemeenten (Gepubliceerd in TSG (2010); 88 (3): 136-143)
  • Gemeentelijke intersectorale samenwerking stimuleren: lokale begeleiding bij het ontwikkelen van integraal gezondheidsbeleid (Gepubliceerd in TSG (2011); 89 (5): 266-273)
  • Sturing op integraal gezondheidsbeleid: de rol van het gemeentelijke management (Gepubliceerd in TSG (2012); 90 (2): 89-96)
  • Lokaal integraal gezondheidsbeleid: effecten van beleidsondersteuning op de ontwikkeling van gemeentelijke intersectorale samenwerking en integraal beleid (Gepubliceerd in TSG (2012); 90 (3): 184-192)
  • Challenging Health in All Policies, an action research study in Dutch municipalities (Gepubliceerd in Health Policy (2012); 105 (2-3): 288-295)

 

 

Artikelen

Integrale inzichten: een verkenning van vijf lokale integrale gezondheidsprogramma’s. Meijer S, Storm I.  RIVM-rapport nr. Briefrapport 270161006/2012. Bilthoven: RIVM, 2012. 

Rapport Integrale inzichten

Artikelen (2)

Intersectoraal samenwerken in de aanpak van gezondheidsachterstanden: Een onderzoek onder zestien gemeenten in Nederland. Storm I, Savelkoul M, Busch MCM, Maas J, Schuit AJ. Bilthoven, 2010.

 

 

Intersectoraal samenwerken i.d. aanpak v. gezondheidsachterstanden

Artikelen (3)

Gezond Beleid. ten Dam, J. (2010). TSG Tijdschrift voor gezondheidswetenschappen, 88(5), 228-231.

Raalte Gezond!: De EPODE aanpak in de praktijk - pagina 323-329: tsg jaargang 89 / 2011 nummer 6.   

Collaboration between practice, policy and research in local public health in the Netherlands. Maria W.J. Jansen, Nanne K. De Vries, Gerjo Kok, Hans A.M. Van Oers. Health Policy 86 (2008) 295–307. - Over samenwerking beleid-praktijk-onderzoek. 

 

 

Artikelen (4)

Effectieve intersectorale governance voor gezondheid: een praktijkgerichte terreinverkenning. Wendy Reijmerink; Beleidsonderzoek Online, maart 2014.

Deze terreinverkenning op basis van literatuuronderzoek handelt over een internationaal actueel, maar nationaal onderbelicht thema dat hier wordt aangeduid als ‘intersectorale governance voor gezondheid’. De verkenning is geschreven voor de landelijke beleidspraktijk, vanuit het perspectief van nationale beleidsambtenaren als potentiële dragers van intersectorale governance. In het licht van de bestuurlijke kernopdracht voor de komende jaren, werken aan een goede gezondheid, wordt aandacht besteed aan het belang van integrale beleidsvoering op centraal niveau en de hardnekkigheid waarmee het actief inzetten ervan uitblijft. Een focus op beleidsambtenaren als dragers van intersectorale governance biedt interessante mogelijkheden om uit die impasse te komen. Zeker als zij daarbij adequaat worden ondersteund door relevant onderzoek. Het artikel gaat tevens in op de rol van kennis(deling) voor beleid. 

Kennisdossiers

Loket Gezond Leven; Handreiking Gezonde Gemeente: 

‘Intersectorale samenwerking voor gezondheid’- Integraal beleid is sectoroverstijgend. Om de factoren die van invloed zijn op gezondheid in samenhang aan te kunnen pakken, is ook inzet nodig van andere sectoren dan volksgezondheid alleen. Belangrijke voor het gezondheidsbeleid zijn zowel de sociale beleidsterreinen (onderwijs, Wmo, jeugd, sport en sociale zaken), als de fysieke beleidsterreinen (ruimtelijke ordening, milieu, verkeer en veiligheid). Maar het werkt ook andersom. Gezondheid is voor andere beleidsterreinen vaak geen doel op zich, maar kan een middel zijn om eigen doelen te bereiken of te versterken. Gezonde kinderen kunnen beter leren, gezonde burgers kunnen aan het werk of op andere fronten ‘meedoen’ in de maatschappij. Zoek met elkaar de meerwaarde van de samenwerking voor beide partijen. Ook is het mogelijk door samenwerking middelen en capaciteit van meerdere sectoren te bundelen en efficiënt in te zetten. 

Kennisdossiers (2)

‘Intersectorale samenwerking tegen overgewicht’ - Om overgewicht effectief aan te pakken, zijn ook maatregelen op andere beleidsterreinen dan volksgezondheid nodig. Dat geldt niet alleen voor sectoren buiten de volksgezondheid, maar ook daarbinnen (verbinden van preventie met zorg). Belangrijk voor de aanpak van overgewicht zijn de sociale beleidsterreinen (onderwijs, Wmo , jeugd, sport en sociale zaken) en de fysieke beleidsterreinen (ruimtelijke ordening, milieu, verkeer en veiligheid). 

Kennisdossiers (3)

‘Intersectorale samenwerking voor sport en bewegen’ - Sport en bewegen bevorderen niet alleen de gezondheid van burgers, maar zijn ook middelen waarmee andere maatschappelijke doelen worden bereikt. Sport en bewegen dragen bij aan doelen van andere beleidsterreinen in de gemeente. Zo kan lokaal sport- en beweegbeleid een bijdrage leveren aan de doelen voor leefbaarheid in wijken, grotere participatie van burgers en kinderen met bijvoorbeeld overgewicht. Een integrale aanpak voor sport en bewegen raakt aan verschillende beleidsterreinen naast volksgezondheid, zoals sport, ruimtelijke ordening, verkeer, sociaal beleid, onderwijs en welzijn. Het is van belang dat u deze sectoren in een vroeg stadium bij het proces betrekt. En dat u voordelen en doelen van sport- en beweegbeleid vanuit hun gezichtspunt benoemt. Dat kan leiden tot een verregaande samenwerking tussen beleidsterreinen waarbij budgetten, menskracht en uiteenlopende invalshoeken bij elkaar komen. Zo kunt u meer bereiken dan ‘ieder voor zich’. 

Rapporten

Effecten van beleidsmaatregelen buiten het volksgezondheidsdomein op de gezondheid. Een verkennende studie. Storm, I., Jansen, J., & Schuit, A. (2009). Bilthoven: RIVM.

Effecten van beleidsmaatregelen

Rapporten (2)

Naar een integrale aanpak van gezondheidsachterstanden. Een beschrijving van beleidsmaatregelen binnen en buiten de volksgezondheidssector. Schrijvers, C., & Storm, I. (2009). Bilthoven: RIVM.

Integrale inzichten; Een verkenning van vijf lokale integrale gezondheidsprogramma’s. S. Meijer & I. Storm (2012). RIVM briefrapport 270161006/2012 

Rapporten (3)

Op weg naar een Gezonde Wijk: Factoren voor effectieve intersectorale samenwerking. Klauw D.M. van der, Broek E.M.F. van den, Empelen P. van (2012). Leiden, TNO.

Reducing Health Inequities: Enablers and Barriers to Inter-sectoral Collaboration (Intersectorale samenwerking – belemmerende en bevorderende factoren) - Studie door het Wellesly Institute naar bevorderende en belemmerende factoren bij intersectorale samenwerking. Daarin onderscheiden de onderzoekers 4 belangrijke elementen:  

  1. Gedeelde sterke visie op het probleem dat aan de orde is en waarbij er een beeld is wat de resultaten zijn wanneer het probleem is opgelost
  2. Een effectieve mix van betrokken partijen en sterke onderlinge relaties
  3. Leiderschap gericht op het handhaven van duurzame samenwerking en gezamenlijke doelen; en
  4. Efficiënte structuren en processen die de samenwerking bevorderen

Factsheets

Factsheet PPS Gezonde Slagkracht (december 2013)

Brochures 

‘10x vraag + antwoord over publiek-private samenwerking’.

Negen waardevolle tips over ‘Hoe werf je deelnemers voor preventieactiviteiten?’

Brochure PP?

Nieuwsbrieven

Nieuwsbrief Gezonde Slagkracht Nummer 19, maart 2013: “Spot op: Publiek-private samenwerking”; Een bekend voorbeeld van publiek-private samenwerking (PPS) rond gezondheid is die tussen supermarktketen Lidl, Hartstichting en Voedingscentrum. Met hun gezamenlijke initiatief FitFoodFun-Factor willen zij een gezonde leefstijl onder basisschoolkinderen promoten. Een ander voorbeeld is het Convenant Gezond Gewicht, waarin 27 vertegenwoordigers vanuit overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties overgewicht willen terugdringen. Anniek Garst (Wageningen University/AMC) noemt de voorbeelden in haar master-scriptie ‘Publiek-private samenwerking binnen het programma Gezonde Slagkracht’. Zij onderzocht hoe PPS is ingebed in de projecten van dit ZonMw-programma. 

Verslagen en presentaties 

Verslag over samenwerking in de wijk middels een ‘sluitende ketenaanpak’. Werken met een sluitende keten leidt tot de beste samenwerking en levert ook het beste resultaat op voor de burgers. Een sluitende keten is overigens niet een ‘lijn’, maar een dorp, een wijk, een gemeenschap. Burgers vormen immers het startpunt van elke keten. Het realiseren van een sluitende ketenaanpak vergt een zoektocht naar de juiste partners.  

Verslag en presentaties van de regionale netwerkbijeenkomsten PPS in december 2013 georganiseerd door het RIVM Centrum Gezond Leven met medewerking van Pepijn Vos (TNO) en Brian Tjemkes (VU) in Den Bosch, Zwolle en Den Haag. 

  • Wat er komt kijken bij het formeren en managen van PPS-constructies
  • Op welke manier PPS’en kunnen werken binnen gezondheidsbevordering en preventie
  • Wat de belangrijkste aandachtspunten en momenten zijn bij het werken in PPS’en

Overig

Tijdens het congres NCVGZ zijn in de workshop 'Gezamenlijke ambities waarmaken in de wijk' praktische tips benoemd om een integrale aanpak succesvoller te laten verlopen. 

Bronnen - algemeen

Manual

Door Consument en Veiligheid is, met financiële steun van ZonMw, een manual Publiek Private samenwerking opgesteld. De manual beschrijft onder andere succesfactoren, strategievorming, motieven voor samenwerking en een 10-stappenplan. 

Motievenmatrix

‘Ja ik wil, nee ik wil niet’ samenwerken - In opdracht van VWS heeft Research voor Beleid de motieven onderzocht voor samenwerking tussen zorgverzekeraars en gemeenten rond preventie.  

Samenwerking gemeenten

Praktijkvoorbeelden

Borger-Odoorn - Valthermond Gezond!

Borger-Odoorn zet in op overgewicht in Valthermond voorkomen met panels Gezondheidsmedewerkers, plaatselijke ondernemers en bewoners. De groepen wisselen informatie uit om draagvlak voor een gezonde leefstijl te creëren. De uitkomsten moeten passen in de psychosociale context van de inwoners van Valthermond. Onder de naam ‘Gezonde Leefstijl’ wordt de preventie van overgewicht integraal opgepakt onder begeleiding van een combinatiefunctionaris. De jeugd heeft een actieve inbreng in het ‘jeugdbestuur’ als onderdeel van het ‘dorpshuisbestuur’. Dankzij een goede zorgketen en goede samenwerking krijgt jong en oud zo nodig hulp op maat.

Meer zien 

Den Haag - Gezond Gezind; Project Wijs (Wat Is Jouw Stijl?)

Gezond Gezind is een integraal programma dat overgewicht bij jongeren van 0 tot 24 jaar wil terugdringen in de Haagse krachtwijken. Wereldwijd en ook in Nederland komt overgewicht vaak voor, zowel bij volwassenen als bij kinderen.

Den Haag geeft in haar lokaal gezondheidsbeleid sinds 2002 prioriteit aan de aanpak van overgewicht bij de jeugd. Kinderen met overgewicht lopen als ze ouder worden meer risico op diabetes, hart- en vaatziekten, gewrichtsklachten en verschillende vormen van kanker. Zo is Den Haag onder andere ook begonnen met het actieprogramma Gezond Gewicht. Dit programma richt zich met name op preventie en vroegsignalering van overgewicht en de begeleiding van kinderen.

De aanpak van Gezond Gezind kenmerkt zich onder andere door een geïntegreerde en wijkgerichte aanpak. Dat betekent dat verschillende partijen uit de buurt en omgeving zoals ziekenhuizen, buurtscholen, familie en vrienden bij de aanpak worden betrokken. Het streven is dat de wijkbewoners zoveel mogelijk zelf initiatieven ontplooien.

Resultaten 

Parelelementen

  • Volhouden -  voor echt een lange tijd (8 jaar) inzetten op een wijkgerichte benadering. Dat werpt na jaren wel zijn vruchten af.
  • Regie en netwerkvorming - GG&GD bouwt een sterk netwerk op van partners (organisaties/instellingen/professionals, bewoners/initiatieven) en weet professionaliteit en enthousiasme te ‘regisseren’.
  • Goed voorbeeld - Het project heeft in de volle breedte aan de doelstellingen en uitgangspunten van GS gewerkt.
  • Overdraagbaar - het belangrijkste is de ontwikkelde werkwijze die duurzaam verankerd lijkt te zijn en daarmee overdraagbaar en continueerbaar is.

Meer lezen

Noord-Veluwe: Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek, Putten, Ermelo, Elburg - Sociale Activering - Campagne Goed Bezig

“Goed bezig” maakt jonge en oudere kinderen enthousiast over een gezonde leefstijl, zoals goed eten en bewegen. Intensief programma voor bewegen en sporten na school. Samenwerking met basisonderwijs, jongerencentrum, kinderopvang en de sportverenigingen.  

Campagne Goed Bezig  dient als een paraplu voor een gezondheidsprogramma van 6 gemeenten in de regio Noord Veluwe. Thema: overgewicht, alcoholpreventie en roken- en drugspreventie. Wordt ook wel een sociale activeringscampagne genoemd. Het doel is dat steeds meer mensen met hun gezondheid aan de slag gaan. Trots op buurtparty's met ondernemers, samenwerking met ouderraad en 30 supermarkten.

Resultaten

Het project heeft geleid tot veel activiteiten in de buurt, door vrijwilligers georganiseerd, met ondersteuning van ondernemers, professionals en bestuurders. Belangrijk aandachtpunt was om het eigenaarschap in buurt te houden: de speeltuinvereniging, de school, de sportvereniging, het wijkcomité. Dit betekent een borging binnen een vrijwillige setting. Een belangrijke les is, dat deze thema's altijd door iemand van een impuls moeten worden voorzien. Dus een beroepsmatige antenne blijft voorlopig nodig. Grote uitdaging voor professionals is om niet belerend te zijn en vooral de activiteiten niet over te nemen.

Het effect op een gezondere leefstijl is minder dan vooraf gehoopt. Wel is er een effectmeting beschikbaar, evenals handleidingen voor het activeringsproces, de vrijwilligers en is er een uitgebreide procesevaluatie.

Meer zien

Goedereede - Het Geheim van Goeree; weerbaar maken van jonge kinderen en hun ouders 

De gemeenten Goedereede, Dirksland, Middelharnis en Oostflakkee organiseren met professionals, ouders en andere betrokken (Moedige Moeders) uit de regio diverse activiteiten. Zo krijgen ouders voorlichting en training over hoe je met je kind over genotmiddelen kunt praten. Leerlingen uit groep 7 en 8 van de basisschool krijgen weerbaarheid training (Superheld) en voorlichting over genotmiddelengebruik. Het project Superfris verbreden naar sportverenigingen: doel is beperking van verkoop van alcohol door onder andere supermarkten en slijterijen. tenslotte verbetering van vroegsignalering en doorverwijzing naar hulpinstanties.

Parelelementen

  • Interessante en mooie lessen uit de eerste netwerkbijeenkomst. Uit de 2 bijeenkomst zijn goede tips en ervaringen naar voren gekomen. 
  • Met de weerbaarheid training is een groot aantal leerlingen bereikt (693).

Meer lezen

Meer zien

Film 1: ‘Geheim van Goeree’. Goeree-Overflakkee legt de nadruk bij het weerbaar maken voor verslavingen de komende jaren op kinderen in de hoogste klassen van de basisschool. In het filmpje is een les “Superheld” te zien. 

Film 2: ‘Goeree Overflakkee, Superfris’. Het project Superfris bestaat uit activiteiten om het gebruik van alcohol door jongeren terug te dringen. Activiteiten hiervoor zijn een Instructie Verantwoord Alcoholgebruik (IVA-training) voor sportverenigingen en een weerbaarheidstraining voor caissières van supermarkten. 

Zwolle - Kinderen in beweging (ingebed in Zwolle Gezonde Stad) 

Voor een duurzame, integrale wijkaanpak heeft Zwolle Gezonde Stad samenwerking gezocht met private partijen. In april ondertekenden 8 bedrijven een convenant over hun bijdrage aan een gezond beweeg- en voedingsgedrag bij de Zwolse jeugd van 0 tot 19. 

Meer lezen 

Winterswijk - Gezonde Kinderen in een Gezonde Kindomgeving (GKGK)

Winterswijk is een van de gemeenten uit een grensoverschrijdend project waarin 12 gemeenten in Nederland en Duitsland werken aan een breed gedragen aanpak van overgewicht bij de jeugd. Een actieve rol van burgers én lokale partners zorgt voor blijvende betrokkenheid. 

Resultaten

Meer lezen

Nieuwsbrief Gezonde Slagkracht nummer 22, september 2013 -  ‘Maak je netwerk zo breed mogelijk’: Het bestrijden van overgewicht is in Winterswijk duidelijk een zaak van allemaal. Niet alleen de scholen doen mee. Ook een groenteboer is een enthousiaste samenwerkingspartner voor de gemeente.

Oosterhout - Implementatie alcohol- en drugspreventie via susteams

In het uitgaansgebied van Oosterhout komen veel jongeren samen. Zogeheten ‘susteams’ grijpen in als er onveilige situaties ontstaan. Dat doen ze door letterlijk te sussen, te bedaren of te kalmeren. De plaatselijke horecaondernemers zijn belangrijke partners voor de gemeente. 

Meer lezen

Interview met Boaz Adank, beleidsmedewerker integrale veiligheid van de gemeente Oosterhout. 

Zaanstad - Bewegen op recept in Zaanstad

In de Zaanse krachtwijk Poelenburg verwijzen steeds meer huisartsen hun patiënten naar de leefstijlinterventie Bewegen Op Recept. Zorgverzekeraar Achmea en de gemeente Zaanstad willen de succesvolle aanpak graag voortzetten. Cruciaal voor de voortzetting van BOR is zorgverzekeraar Achmea. Beweeginterventies zitten niet in het basispakket, maar Achmea ziet het belang van goede preventie. ‘Eerder dit jaar hebben we een presentatie gehouden voor bestuurders van organisaties in de wijk, zoals het maatschappelijk werk en het welzijnswerk. Daarbij zaten ook de wethouder en de contactpersoon van Achmea. Het enthousiasme was groot, ook bij Achmea. Zij gaan in elk geval de 3 begeleidingsgesprekken door de leefstijladviseurs betalen.’ Een goede zaak, vindt Versteeg, want de belangstelling voor BOR wordt steeds groter. 

Zuid-Holland Zuid - ‘Verzuip jij je Toekomst?’; Protocol voor Signalering, Screening en Kortdurende Interventie van Risicovol Alcoholgebruik bij Jongeren

Een sluitende ketenaanpak in de aanpak van risicovol alcoholgebruik bij jongeren, daarvoor is in Zuid-Holland Zuid het alcoholmatigingsproject Verzuip jij je toekomst?! opgezet. Jongerenwerkers en wijkagenten hebben een cruciale rol bij signaleren en verwijzen, vertellen Janka Smeitink en Anneke Risselada.

Lees meer 

Geen alcohol onder de 18 en matig gebruik tussen de 18 en 23 jaar, dat wil de regio Zuid-Holland Zuid bereiken met ‘Verzuip jij je Toekomst?!’. Hoe signaleer je problemen?

Lees meer 

Succesfactoren – practice based

Consensus bereiken

Plannen met elkaar doorspreken en er consensus in vinden; zowel v.w.b. het gezamenlijke plan als de individuele plannen.

Iedereen in zijn of haar kracht

De kracht van elkaar gebruiken om een goed project neer te zetten.

Kijk voordat je de taken en rollen verdeelt goed naar de wensen, voorkeuren en aanwezige expertise.

Gemêleerd gezelschap

Zorg voor een gemêleerd gezelschap van partners. Het is niet vanzelfsprekend om veiligheid én zorg om de tafel te krijgen, terwijl je samen verder komt. In de praktijk verzin je – juist vanwege de verschillende perspectieven – met elkaar vaak een heel ander soort oplossingen. 

Breed kijken

Partijen sluiten zich met een eigen passende inbreng bij de aanpak aan. Hoe breder je het trekt, hoe steviger het draagvlak voor je doelstelling. En hoe groter de garanties op continuïteit.

Voorbeeld: ‘Belangrijk uitgangspunt voor ons project zijn de determinanten van overgewicht. Dat zijn uiteraard bewegen en voeding, maar het kunnen bijvoorbeeld ook sociale problemen als werkloosheid zijn. Vanuit deze brede kijk op gezondheid komen ook vanzelf de parallelle belangen van de verschillende beleidsterreinen naar voren. Gezondheid is in Groningen dan ook een onderwerp voor alle beleidsterreinen.’ 

Parallelle, gedeelde en/of gemeenschappelijke belangen 

De motieven van de deelnemende partijen hoeven niet precies hetzelfde te zijn, zo lang men het maar eens is over het gemeenschappelijk belang.  

Gezamenlijke trigger

Zoek een trigger waar je gezamenlijk voor gaat. 

Vernieuwend blijven

Bedenk samen steeds weer iets nieuws om je activiteiten uitdagend te houden voor de burgers. 

Wederzijds vertrouwen

Heb als partners wederzijds vertrouwen in de dingen die de ander doet, maak afspraken en houd daarbij steeds voor ogen dat het gaat om ‘win-win’. En borg je gezamenlijke successen. 

Los durven laten

Durf los te laten en laat anderen hún ding doen; laat een ondernemer dus ondernemen! 

Samenwerking verbetert en verbreedt samenwerking

Voorbeeld: ‘Door de samenwerking lopen we nu ook tussendoor veel makkelijker bij elkaar binnen en kan de verhouding tussen de partners inmiddels wel tegen een stootje’. 

Kaders scheppen, ook t.a.v. ieders houding en rol

Wees duidelijk over de kaders en neem het voortouw met ideeën over wat je verwacht van de houding en rol van je partners.  

Gezamenlijk de strategie bepalen

Je kunt niet alles zelf. Betrek dus anderen erbij én durf je ook over de strategie te laten adviseren. Niet alleen door ‘officiële’ deskundigen, maar ook door bijvoorbeeld vrijwilligersorganisaties. Hun ervaringsdeskundigheid is onbetaalbaar.  

Betrokken houden

Houd steeds alle betrokkenen op de hoogte van de stappen die je wilt zetten. Dat vergroot de betrokkenheid en het vertrouwen. Dus geen opdrachten geven, maar mensen echt laten meedenken.

Knelpunten/faalfactoren – practice based

Samenwerking met huisartsen

Samenwerken met huisartsen is in diverse projecten lastiger gebleken dan verwacht. Zo ook in het project ‘Bossche Jeugd in Balans’ in Den Bosch, waar ze een oplossing hebben gevonden: ‘Aanvankelijk verwachtte de gemeente veel van de inzet van de huisarts. We hadden het naïeve idee dat huisartsen heel goed weten in welke gezinnen overgewicht een probleem is en dat zouden signaleren. Maar als iemand met een ziek kind naar de dokter gaat, begint die meestal niet over het feit dat zoon of dochter misschien te zwaar is. Toen hebben we onze focus verlegd naar de scholen, het maatschappelijk werk, de zorgadviesteams en het CJG.’ Volgens Irene Koster, beleidsmedewerker jeugd & onderwijs bij de gemeente ’s-Hertogenbosch, is het cruciaal om aan te sluiten bij de belangen van de professionals in kwestie. ‘Iedereen vindt gezondheid belangrijk, maar het gaat pas leven als mensen zelf de link leggen met hun eigen werk.’ 

Overige aangedragen oplossingen

Uit het project ‘De Familie Lekkerbek in balans’ in Eindhoven is gebleken dat een langdurige programmatische aanpak z’n vruchten afwerpt. ‘Als spin-off hebben we samen met een enthousiaste huisarts het Zorgprogramma Overgewicht bij kinderen ontwikkeld. Zo’n zorgprogramma is een grote stap in de samenwerking met de eerste en de tweede lijn geweest. Huisartsen kunnen daarmee kinderen met overgewicht signaleren en zo nodig doorverwijzen. Verschillende gezondheidscentra tonen inmiddels belangstelling voor het zorgprogramma. Een stap verder is dat huisartsen kinderen en ouders gaan begeleiden met motiverende gespreksvoering, zoals de jeugdgezondheidszorg dat al doet. Zo kan ook de eerste lijn aan leefstijlfactoren werken.’

Uit het project ‘Bewegen op recept in Zaanstad’ is de rol van de Voorlichter Eigen Taal en Cultuur (VETC) cruciaal gebleken:

‘Voor veel klachten waarmee patiënten in de Zaanse krachtwijk Poelenburg naar de huisarts kwamen, leek een actievere leefstijl een beter medicijn dan de spreekwoordelijke pillen of poeders. Bij klachten die voortkomen uit overgewicht is dat logisch. Maar ook bij depressieve gevoelens blijkt bewegen vaak te helpen. De interventie Bewegen Op Recept (BOR) biedt uitkomst bij uiteenlopende problemen. De huisarts verwijst patiënten naar dit beweegprogramma met passende beweegactiviteiten. In 3 begeleidingsgesprekken met een leefstijladviseur zoeken mensen uit welke activiteit het beste bij ze past en bespreken zij de eventuele moeilijkheden om het ook te blijven volhouden. In Poelenburg wordt de belangstelling voor de interventie BOR (Bewegen Op Recept) steeds groter. Ooit zijn ze gestart met 2 huisartsen. Maar inmiddels hebben ze ruim 20 huisartsen die regelmatig patiënten naar BOR verwijzen. In het verwijzen is ook de rol van de VETC’er (Voorlichter Eigen Taal en Cultuur) cruciaal. De VETC’er en een diëtiste geven samen de facultatieve cursus over voeding en bewegen die aan het BOR-aanbod is toegevoegd, waar veel belangstelling voor is bij de doelgroep. De VETC’er zit veel in de wijk en kent de mensen goed. Als iemand vanuit de GGD de mensen voor BOR zou benaderen, levert dat waarschijnlijk veel minder respons op. De rol van de VETC’er is dan ook een echte succesfactor in het project.’  

Wantrouwen door verborgen agenda: vraag om geld of gratis spullen

Private partijen worden soms gewantrouwd vanwege hun vermeende verborgen agenda om er vooral zelf beter van te worden. Het is juist de private sector die de publieke partij soms niet vertrouwt. Die laatste zou volgens de private sector vooral uit zijn op sponsorgeld of gratis producten. En dat is geen goede basis voor een gelijkwaardige samenwerking. 

Teveel (tegelijk) willen realiseren

Keuzes maken en activiteiten gefaseerd aanbieden blijft daarbij wel steeds een aandachtspunt. Dus niet alles tegelijk willen realiseren en de partners vooral niet overvoeren met een te breed aanbod. 

Teveel private partners

Soms ‘nee’ moeten verkopen aan bedrijven die zich willen aansluiten. ‘Publiek-private samenwerking is iets heel anders dan sponsoring. De private partners willen ook echt een rol in het project. Je moet dus in de samenwerking kunnen investeren, en dat kan ik goed doen bij hooguit tien bedrijven. 

Overig

Reducing Health Inequities: Enablers and Barriers to Inter-sectoral Collaboration (Intersectorale samenwerking – belemmerende en bevorderende factoren) - Studie door het Wellesly Institute naar bevorderende en belemmerende factoren bij intersectorale samenwerking. Daarin onderscheiden de onderzoekers 4 belangrijke elementen: 

  1. Gedeelde sterke visie op het probleem dat aan de orde is en waarbij er een beeld is wat de resultaten zijn wanneer het probleem is opgelost
  2. Een effectieve mix van betrokken partijen en sterke onderlinge relaties
  3. Leiderschap gericht op het handhaven van duurzame samenwerking en gezamenlijke doelen
  4. Efficiënte structuren en processen die de samenwerking bevorderen

Theoretische onderbouwing

Onderstaande rapporten zijn een verkenning van inzichten verkregen op basis van praktijksituaties.

Integrale inzichten: een verkenning van 5 lokale integrale gezondheidsprogramma’s. Meijer S, Storm I.  RIVM-rapport nr. Briefrapport 270161006/2012. Bilthoven: RIVM,2012.

Intersectoraal samenwerken in de aanpak van gezondheidsachterstanden: Een onderzoek onder 16 gemeenten in Nederland. Storm I, Savelkoul M, Busch MCM, Maas J, Schuit AJ. Bilthoven,2010.

Instrumenten en methodieken

Diverse materialen voor samenwerking in algemene zin, samenwerken in het sociale domein, samenwerken in de wijk en overige materialen ten behoeve van samenwerken worden via het Loket Gezond Leven aangereikt.

Draaiboek ‘integrale samenwerking bij een wijkgerichte aanpak van gezondheidsverschillen’

Het draaiboek beschrijft de stappen voor een integrale en wijkgerichte aanpak van gezondheidsverschillen, hoewel het breder toepasbaar is. Bijvoorbeeld voor het vergroten van de zelfredzaamheid van burgers of het vergroten van sociale cohesie in een wijk of buurt. Het draaiboek gaat uit van een signaleringsinstrument om gezondheidsverschillen tussen wijken in kaart te brengen en is aanvullend op een wijkanalyse. Het draaiboek leidt u praktisch door een aantal stappen. Naar eigen wens, werkt u met de eigen organisatie, partners en/of burgers naar een plan van aanpak om de gezondheidsverschillen van uw inwoners te verminderen. De handleiding is geschreven op basis van de ervaringen in de gemeenten Tiel en Geldermalsen en bevat tips, voorbeelden en achtergronden.

Trainingen

Our iceberg is melting

Universiteit Maastricht heeft een training ontwikkeld waarin studenten oefenen om met meerdere disciplines samen te werken. Deze training is gebaseerd op het boekje ‘Our iceberg is melting’. Bij voldoende belangstelling is het eventueel mogelijk deze training middels een workshop aan te bieden aan docenten van andere opleidingen en het gebruiksrecht voor het geven van deze training in de eigen opleiding te kopen. Voor meer informatie: Kathelijne Bessems (k.bessems@maastrichtuniversity.nl)

VNG Academie: Masterclass Aan de slag met zorgverzekeraars

Het TransitieBureau dat zich bezighoudt met de decentralisaties naar de Wmo geeft tijdens een driedaagse masterclass tools in handen om de samenwerking met zorgverzekeraars te verkennen of verstevigen. Belangrijke vragen die daarbij aan de orde komen zijn: welke lessen kunnen we trekken uit bestaande initiatieven en convenanten? Wat zijn belangrijke onderwerpen waarop je kunt en wilt samenwerken of afstemmen? Wat kunnen zorgverzekeraars bijdragen aan onderwerpen als ondersteuning in de Wmo, gezondheid en preventie en jeugdhulp en wat is hun belang daarbij? Welke vorm van samenwerking is daarbij vereist en haalbaar? Hoe pak ik het organisatorisch aan, welke stappen zijn nodig? Wie zijn mijn regiogemeenten als het om samenwerken met de zorgverzekeraar gaat?

Platform 31: leren onderhandelen volgens de Mutual Gains Approach (MGA) 

Een aanpak waarbij partijen samen een oplossing creëren die u op basis van het traditionele onderhandelingsmodel niet zou vinden. Bij de MGA-benadering gaat het niet om het verdedigen van standpunten, maar om het behartigen van belangen van uw organisatie of van uzelf.

Platform 31: training 'Adaptief samenwerken in netwerken' 

Een verdiepende training over samenwerken in coalities met in het bijzonder aandacht voor uw eigen rol en signatuur in samenwerking. Het is namelijk hard werken en samenwerking komt niet vanzelf.

Gastsprekers

Pepijn Vos

Contactgegevens

  • Functie: Onderzoeker samenwerken/ allianties
  • Instelling: TNO
  • Telefoonnummer: +31 (0)88 866 73 03; Mobiel: +31 (0)65 181 46 44
  • e-mail: pepijn.vos@tno.nl

Thema: Samenwerking: integraal, intersectoraal en/of publiek-privaat

Toelichting m.b.t. de inhoud van een gastcollege: Onderwerpen die aan bod kunnen komen zijn:

  • het formeren en managen van gelijkwaardige publiek-private samenwerking (PPS)
  • de stappen
  • de keuzes
  • succes- en faalfactoren 
  • voorbeelden
  • mythes/misverstanden

Voorwaarden: bespreekbaar

Joop ten Dam

Contactgegevens 

  • Functie: lector De Gezonde Stad
  • Instelling: Hogeschool Windesheim
  • Bezoekadres: Campus 4 Zwolle
  • Postadres: Postbus 10090 8000 GB Zwolle
  • Telefoonnummer: 088 469 9096 (managementassistente)
  • e-mail: j.ten.dam@windesheim.nl

Thema 1: Samenwerken: integraal, intersectoraal en/of publiek-privaat
Thema 2: Borging
Thema 3: Politiek Bestuurlijk Draagvlak

Toelichting m.b.t. de inhoud van een gastcollege: gezond beleid, gezonde wijk, preventie overgewicht, gezondheidsverschillen, publiek-private samenwerking, politiek draagvlak, borging. 

Voorwaarden: bespreekbaar

John Dierx

Contactgegevens 

  • Functie: Lector van het lectoraat Diagnostiek en Behandelen in Beweging
  • Instelling: Expertisecentrum Caring Society 3.0, AVANS hogeschool
  • Bezoekadres: Hogeschoollaan 1, 4818 CR Breda
  • Postadres: Postbus 90116, 4800 RA Breda
  • Telefoonnummer: 0622880199
  • e-mail: jaj.dierx@avans.nl

Thema 1: Samenwerken: integraal, intersectoraal en/of publiek-privaat
Thema 2: Uitvoering
Thema 3: Onderzoek
Thema 4: Evidence-based werken
Thema 5: Sociale marketing en communicatie

Toelichting m.b.t. de inhoud van een gastcollege: Mogelijke onderwerpen:

  • assets versus deficit
  • analyse van gezondheid en gedrag
  • diverse gedragsmodellen en samenhang
  • vormen van communicatie en effectieve communicatie
  • gezondheidsinterventies in de praktijk

Wensen en ter bespreking: 

  • Vergoeding reiskosten (€0,19/km)
  • Uitruil van gastdocenten mogelijk en zelfs wenselijk
  • Diverse andere onderwijsmodules op maat zijn bespreekbaar

Aletta Winsemius

Contactgegevens:

  • Verkenner sociaal domein;
  • Programma Effectiviteit en Vakmanschap;
  • Movisie; Catharijnesingel 47, 3511 GC Utrecht; Postbus 19129, 3501 DC Utrecht;
  • Telefoon: 030 789 2066 (direct ; ma, di, do, vr);
  • Fax: 030 789 21 11;
  • Mobiel: 06 8150 1559;
  • E-mail: a.winsemius@movisie.nl

Thema 1: Burgerparticipatie
Thema 2: Samenwerken: integraal, intersectoraal en PPS
Nadere specificatie: Vooral over de noodzaak en de meerwaarde van de verbinding tussen sociaal en gezond. Wat levert een betere samenwerking tussen het sociale domein en het gezondheidsdomein op? Voor de burger, voor de professional, voor beleidsmakers? Hoe gezondheid te verbinden met de decentralisaties en waarom? Wat is de “preventieve werking van welzijn”? Wat weten we daarover? Wat betekent dat voor het werk van gezondheidsprofessionals en van sociale professionals?
Voorwaarden: (Reiskosten)vergoeding. Maatwerk en bespreekbaar.

Maria Jansen

Contactgegevens

  • Functie: Programmaleider Academische Werkplaats Publieke Gezondheid Limburg, hoogleraar Populatiegericht Gezondheidsbeleid
  • Instelling: GGD Zuid Limburg en Universiteit Maastricht
  • Bezoekadres: Duboisdomein 30
  • Postadres: Postbus 616,  6200 MD,  Maastricht
  • Telefoonnummer: 043 3881567 / 0642542344
  • e-mail: maria.jansen@ggdzl.nl

Thema 1: Politiek bestuurlijk draagvlak
Thema 2: Samenwerken: integraal, intersectoraal en publiek-privaat
Thema 3: Uitvoering

Toelichting m.b.t. de inhoud van een gastcollege: politiek bestuurlijk draagvlak, horizontale samenwerking, intersectorale samenwerking

Voorwaarden: reiskosten, vergoeding bespreekbaar

Ingrid Bakker

Contactgegevens

  • Functie: coach van JOGG (jongeren op gezond gewicht) gemeenten/ regio’s, associate lector De Gezonde Stad (trekker Gezonde Omgeving); voorheen: programmamanager Zwolle Gezonde Stad (eerste JOGG aanpak in Nederland) en uitvoerder Handreiking lokale integrale aanpak voor gezondheid.
  • Instelling: Kenniscentrum Gezondheid en Welzijn, hogeschool Windesheim
  • Bezoekadres: Campus 4, Zwolle
  • Postadres: Postbus 10090, 8000 GB, Zwolle
  • Telefoonnummer: 06 29288979
  • e-mail: i.bakker@windesheim.nl

Thema 1: Samenwerking: integraal, intersectoraal en publiek-privaat – speciale aandacht voor BOP++
Thema 2: Uitvoering

Toelichting m.b.t. de inhoud van een gastcollege: Inzetbaar voor hoor- en werkcolleges m.b.t. praktijkervaringen uit Zwolle, andere JOGG gemeenten en EPODE internationaal (wat ging/gaat goed, wat niet en waarom) t.a.v. politiek bestuurlijk draagvlak, integrale, intersectorale en publiek-private samenwerking (met speciale aandacht voor de samenwerking tussen Beleid-Praktijk-Onderzoek-Onderwijs-Ondernemers), sociale marketing, onderzoek en evaluatie en (in mindere mate) de ketenaanpak van preventie en zorg. Hierbij kan ik tevens ingaan op het (gezamenlijk) realiseren van een gezonde omgeving in een gezonde stad. Voor zowel jong als oud.

Voorwaarden: inhoud en duur gastcollege is bespreekbaar; reiskostenvergoeding; overige onkostenvergoeding op maat.