Toen Anjo Geluk (73) zich tien jaar geleden ging bemoeien met het Nationaal Programma Ouderenzorg, nu BeterOud, deed ze dat uit de overtuiging dat het ook haar eigen verantwoordelijkheid is na te denken over het bestaan als je ouder wordt. Ze is inmiddels al enige jaren voorzitter van de Denktank 60+ Noord, die zich in de vier noordelijke provincies van ons land mengt in discussies over onder andere welzijn, wonen en zorg voor ouderen. Niet een praat- maar een doe-organisatie, die professionals – van specialisten ouderengeneeskunde, studenten verpleegkunde tot ontwerpers van zorgrobots – bijbrengt wat ouderen bezielt. En wat die zélf willen en kunnen.

Wat ze destijds niet kon weten, is dat ze zich tien jaar later ook tot een ervaringsdeskundige expert inzake ouderen in ziekenhuizen zou hebben ontwikkeld: een periode van zes jaar ongemak in heupen en knieën, borstkanker en infecties na de laatste knieoperatie, hebben haar ruime ervaring met het onderwerp opgeleverd. ‘In het ziekenhuis werd ik soms als oudere, soms als gewone patiënt gezien. Het door de inspectie verplicht voorgeschreven testje, met vragen over vallen en delier, is bij mij nooit afgenomen. Contact met de geriater is er ook niet uit voortgekomen. Als ik daar wel eens iets over zei, was het: ja, maar u bent nog zo vitaal!’

Vrouw in huiskamer op bank
Anjo Geluk, voorzitter Denktank 60+ Noord

Geluk zegt dat ze zich altijd heeft verzet tegen een opvatting die ouderdom alleen maar als verlies ziet. ‘Dat is voor mij niet interessant genoeg. Ik vind juist dat ouderen de winst moeten berekenen: wat kan ik nog? Wat kan ik bijdragen? Niet meer hoeven werken is niet: een zee van vrije tijd en elke dag vakantie. Het is een nieuw perspectief en voor mij hoort daar juist ook werk bij. Vorig jaar hielden we hier een symposium dat die denkwijze illustreert. Met als titel ‘Wat wil jij later worden?’ Je hebt zelf een stem, je hebt zelf verantwoordelijkheid en je kunt meedoen, zonder daar steeds het ouder zijn in te betrekken. Is dat een ontkenning van de werkelijkheid? Nee, juist een manier om die handen en voeten te geven.’

Dat geldt ook voor ouderen in het ziekenhuis. Als er één ding bovenaan haar lijst staat, is het wel een integraal behandelplan. ‘Zie een oudere patiënt als meer dan alleen een optelsom van meer kwalen tegelijk, die van afdeling naar afdeling wordt verhuisd om weer een nieuwe aandoening te behandelen met wéér soortgelijke onderzoeken. De organisatie van een ziekenhuis is niet gericht op integrale zorg, ook niet op ouderen die er wekenlang moeten verblijven. De verwarring: wat heeft u daar voor tabletjes? O, die kennen we hier op de afdeling niet. Dat is dan een andere winkel.’ In het Toetsingskader van BeterOud, een ‘meetlat’ waarlangs ouderen bepalen wat voor hen het belangrijkst is, staat integrale zorg in een ziekenhuis nu op nummer één. Geluk: ‘Dat gaan we de professionals ook laten zien: dit is belangrijk, maak er nu eens werk van!’
‘Ik vroeg tijdens mijn opnames wel eens: wie gáát er eigenlijk over mij? Je bent voor het ziekenhuis een knie, een heup, een infectiegeval, maar daar hangt nog wél een mens aan. En je wordt nauwelijks geïnformeerd, laat staan betrokken bij het overleg over je behandeling. Ik vond dat een treurige constatering: niemand die eens even naast je bed komt zitten om te vragen: wat vind je er nou zelf van? Wij denken zus of zo! Als een oudere patiënt in het ziekenhuis heb je toch al niet zoveel praatjes en als je iedereen ziet hollen en vliegen (‘Ik kom zó bij u!’) durf je ook nauwelijks meer iets te vragen. Maar het antwoord van het ziekenhuis, als er dan al iemand komt, is altijd: we doen hier allemaal ons best! Ik voelde me vooral afhankelijk, geen gesprekspartner en niet in staat daar verandering in te brengen.’

‘Wie als oudere naar het ziekenhuis gaat, moet tijdig maatregelen nemen en nadenken over de eigen leefomstandigheden'

Onder andere door de activiteiten van haar eigen organisatie, Denktank 60+ Noord, bespeurt Geluk wel een grotere bereidwilligheid bij jongeren in opleiding om zich open te stellen voor dit soort klachten. Op Hogeschool Windesheim bijvoorbeeld krijgen toegepast gerontologen-in-opleiding een pak aan waarmee ze kunnen voelen hoe het is om als 80-jarige op te staan of te lopen. En ontwerpers van technische snufjes voor ouderen leren hoe een zorgrobot er in de ogen van de doelgroep niet afstotelijk uit moet zien. Of ze krijgen te horen dat het goed bedoelde nachtelijk lichtpad van bed naar wc juist verwarrend en eng kan zijn voor de beoogde gebruikers. ’Sámen kijken en samen werken, daar gaat het om,’ zegt Geluk.

Dat impliceert overigens dat ouderen zelf dus ook de verantwoordelijkheid hebben voor uitkomsten. Wie als oudere naar het ziekenhuis gaat, moet volgens Geluk tijdig maatregelen nemen en nadenken over de eigen leefomstandigheden. En eventueel de nodige hulp organiseren na terugkeer in het geval van zo’n opname. ‘Wat ga je écht doen om je leven te leiden zoals je dat wilt? Je praat nog heel lang over later, maar je moet radicaal zijn, alle vage voornemens vergeten en je zolder leegruimen. Vóór een ziekenhuisopname moet je weten wie er daarna voor je zorgt, waar en hoe je gaat wonen, wat je nog kunt doen en hoe je je leven gaat inrichten. Zo’n ‘later’ is beter voor je oudere zelf. Laat niet alles je zomaar overkomen.’

Een laatste aanbeveling voor het ziekenhuis: ,’Geef de oudere patiënt een ontslagbrief mee waarin álles staat wat er met hem of haar besproken is en alles wat er verder op praktisch gebied van nut is. Dus van medicijnen tot adviezen voor verdere behandeling en het voortgangsperspectief. Het integrale in ouderenzorg, dáár moeten we aan werken. Ze begrijpen in ziekenhuizen dat het belangrijk is, maar het kost veel tijd en energie om het zover te krijgen. Het vraagt ook om een andere organisatie. Al die jaren dat ik zelf het ziekenhuis van binnen meemaakte, elke keer als ik het aansneed, verzandde zo’n oproep in: als je volgend jaar komt, is het allemaal beter! Maar dat gebeurde nooit. Terwijl je uiteindelijk toch gezondheidswinst – en dus ook uitgedrukt in geld – zou boeken als je je patiënt als persoon zou hebben bekeken. En hem of haar niet in stukjes zou hebben opgeknipt.’

 

Drs. Anjo Geluk-Bleumink is voorzitter van Denktank 60+ Noord en betrokken bij BeterOud/NPO. Zij is lid van de ledenraad van MantelzorgNL en voorzitter van de centrale cliëntenraad van Zorggroep Oude en Nieuwe Land in haar woonplaats Steenwijk. Ze is sociologe én verpleegkundige. Ze schreef zo’n twintig boeken over medische en aanverwante onderwerpen.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website