Netwerkbijeenkomst

Tussen Weten en Doen II

In samenwerking met:

Netwerkbijeenkomst

Tussen Weten en Doen II

Met elkaar kennis delen en ervaringen uitwisselen. Dat waren de doelen van de netwerkbijeenkomst van het programma Tussen Weten en Doen II. Projectleiders en onderzoekers van de verschillende onderzoekslijnen en andere belangstellenden waren op 19 juni 2015 te gast bij NURSE-CC in Rotterdam.

Impressiebeeld netwerkbijeenkomst

Voorwoord

Met de netwerkbijeenkomst is afstemming en samenwerking tussen de verschillende onderzoekslijnen uit het programma gestimuleerd. De projectleiders presenteerden in een korte tijd de laatste stand van zaken. Daarna verzorgden de onderzoeksgroepen 6 verschillende workshops. De middag werd muzikaal en komisch afgesloten.

Wim van den Heuvel, voorzitter programmacommissie

In het ZonMw-programma Tussen Weten en Doen II staat stimulering van verpleging en verzorging centraal. Concreet gaat het om versterking van  wetenschappelijke kennis en infrastructuur en gebruik van wetenschappelijke kennis in opleiding en praktijk. Het een kan niet zonder het ander: weten én doen. Dat vraagt om kennisuitwisseling, kritische reflectie en samenwerking: woorden én daden. Dat vraagt ook een hecht netwerk van werkers in verpleging en verzorging met leiderschap. Ik verwacht dat deze netwerkbijeenkomst daarvoor daadwerkelijk de volgende stappen zet. Dat kan niet anders in Rotterdam!

Helma Zijlstra, directeur Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN):
“Wetenschappelijk onderzoek door en voor verpleegkundigen is belangrijk. Deze bijeenkomst geeft onderzoekers de kans om elkaar te vinden. Het is mooi om te zien dat de zoektocht integraal gebeurt, dwars door domeinen en lijnen heen, en dat fundamenteel en pragmatisch onderzoek elkaar aanvult.”

Workshops

In 6 workshops hebben onderzoeksgroepen met elkaar kennis en ervaringen gedeeld. Elke workshop werd door 2 onderzoeksgroepen van te voren gezamenlijk voorbereid en ter plaatse creatief en interactief vormgegeven.

1. Opleiding verpleegkunde en competenties voor zelfmanagement ondersteuning

foto workshop 1

Namens NURSE-CC en NurseSMS organiseerden Susanne van Hooft en Anneke Francke een workshop over competenties en scholingsbehoeften voor zelfmanagementondersteuning.

Competenties en scholingsbehoeften voor zelfmanagementondersteuning

Over welke competenties voor het ondersteunen van zelfmanagement moet een verpleegkundige beschikken? Wat betekent dit voor de scholing van de beroepsgroep? Verpleegkundigen vinden het moeilijk om zelfmanagementondersteuning in de praktijk toe te passen, omdat ze daarvoor nog geen concrete handvatten hebben. Daar komt bij dat ze nog te weinig vanuit het patiëntenperspectief hebben leren kijken, terwijl patiëntervaringen belangrijk en nuttig zijn.

Benodigde vaardigheden

De deelnemers hebben gediscussieerd aan de hand van stellingen. Hierbij kwam aan bod of verpleegkundigen en verzorgenden dezelfde competenties voor het ondersteunen van zelfmanagement moeten beheersen. Ook kwam naar voren dat attitude een belangrijk aspect is van het ondersteunen van zelfmanagement.  Er is gesproken over een  lijst met competenties, gebaseerd op literatuurstudie en interviews met experts op het gebied van zelfmanagementondersteuning.


De workshop maakte inzichtelijk welke vaardigheden HBO-V-studenten moeten opdoen, zodat zij tijdens hun opleiding concrete handvatten voor de praktijk krijgen aangereikt. De bevindingen van de workshop worden gebruikt om de curricula van de HBO-V-opleidingen aan te passen en te vernieuwen.

2. Wat is nodig voor de ontwikkeling van succesvolle zelfmanagement ondersteuningsprogramma's?

foto workshop 2

Namens TASTE en Self Made and Sound organiseerden Jaap Trappenburg en Betsie van Gaal een workshop over wat nodig is voor de ontwikkeling van succesvolle zelfmanagement ondersteuningprogramma’s.

Wat is nodig voor de ontwikkeling van succesvolle zelfmanagement ondersteuningprogramma’s?

Het thema van deze workshop was systematic review en zelfmanagement interventies. Zelfmanagement wordt heel divers ingevuld en het is lastig om te ontrafelen wat de werkzame componenten zijn. Sommige patiënten hebben er baat bij en anderen niet. Hoe komt dat? Welke interventie hadden ze dan moeten hebben? Wat werkt bij wie? Wat zijn patiënt- en ziektekarakteristieken die het succes bepalen van zelfmanagement ondersteuningsprogramma’s?

 

Interventies op maat

In het UMC Utrecht richten de onderzoekers zich op het ontwikkelen van op maat gesneden (tailored) interventies voor verschillende chronische aandoeningen. Dat gebeurt na zorgvuldige analyses van zelfmanagement programmacomponenten versus succes, en patiënt/ziektekarakteristieken versus succes. De uitkomsten van de analyse zijn besproken in deze workshop.

In het Radboud UMC worden voor 4 chronische doelgroepen e-health zelfmanagementprogramma’s ontwikkeld. Het uitgangspunt hierbij is dat deze programma’s voor elke doelgroep worden ontwikkeld vanuit het perspectief van de patiënt en dat deze gebaseerd zijn op diens behoefte aan ondersteuning. Een programma voor patiënten met reuma, en dan specifiek het onderdeel piekeren, werd getoond tijdens de workshop. Bij de ontwikkeling van de programma’s zijn de patiënten en de multidisciplinaire zorgverleners nauw betrokken. Welke randvoorwaarden zijn nodig om te komen tot een succesvolle interventie? Moet een interventie op maat zijn gesneden, is dat haalbaar? Deze vragen kwamen in de workshop aan de orde.

3. Denk groots bij de ontwikkeling van interventies

foto workshop 3

Namens Complex Care en Nurses on the Move organiseerden Bianca Buurman en Ruth Pel de workshop 'Denk groots bij de ontwikkeling van interventies'.

Denk groots bij de ontwikkeling van interventies

Het programma Tussen Weten en Doen gaat veel nieuwe interventies opleveren. In deze workshop is ingegaan op het belang van groots denken bij de ontwikkeling van nieuwe interventies. Uiteindelijk wil je graag dat zoveel mogelijk mensen in Nederland gebruik gaan maken van de nieuwe interventie, zeker als deze bewezen effectief is. Maar wat is daarvoor nodig? Het is belangrijk om bij de ontwikkeling van een nieuwe interventie daar al over na te denken en daarover in gesprek te gaan met betrokkenen.

Succesvol implementeren

Wat kun je nu al doen om er straks voor te zorgen dat je een interventie grootschalig kan implementeren? Dat was het thema van deze workshop. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het betrekken van cliënten, verpleegkundigen en artsen, maar ook zorgverzekeraars. Ook structurele financiering en praktische handvatten, zoals scholing is nodig. Een concreet voorbeeld van een complexe interventie, de Transmurale Zorgbrug, kwam aan bod, waarbij gekeken is naar alle facetten en componenten die bijdragen aan succesvolle opschaling. Wat is het geheim van een succesvolle implementatie? Die vraag hebben de deelnemers beantwoord.

4. Kwetsbare doelgroepen en zelfmanagementondersteuning

foto workshop 4

Namens NurseSMS en Basic Care Revisited organiseerden Renate Verkaik en Silke Metzelthin een workshop over zelfmanagementondersteuning bij kwetsbare groepen.

Zelfmanagementondersteuning bij kwetsbare groepen

Hoe kan inhoud gegeven worden aan zelfmanagementondersteuning bij kwetsbare groepen, zoals mensen met dementie? De workshopleiders deelden hun inzichten uit eigen onderzoek. Daarna gingen de deelnemers aan de hand van stellingen en vragen met elkaar in discussie.

 

Zelfmanagement en dementie

Hoe kun je inhoud geven aan zelfmanagementondersteuning bij kwetsbare groepen, zoals mensen met dementie? De workshopleiders deelden hun inzichten uit eigen onderzoek. De deelstudie van NurseSMS over zelfmanagementondersteuning in dementiezorg leidde tot de volgende stellingen:

  • Zelfmanagement en zelfmanagementondersteuning bij mensen met dementie is mogelijk, maar daarbij is ondersteuning van de mantelzorger cruciaal.
  • Bij zelfmanagementondersteuning bij dementie gaat het er niet alleen om de mantelzorger te helpen de persoon met dementie te ondersteunen. Het gaat zeker ook om het ondersteunen van de mantelzorger zelf, om met de symptomen en gevolgen van de ziekte voor zijn eigen leven om te gaan, zoals bijvoorbeeld het omgaan met stress.
  • Een deelonderzoek binnen het onderzoeksprogramma NURSE-SMS laat zien dat verpleegkundigen en verzorgenden zich van de zelfmanagement ondersteuningsbehoeften van de mantelzorgers van mensen met dementie nog onvoldoende bewust zijn.


Er werd gediscussieerd over de volgende vragen:

  1. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat v&v meer aandacht hebben voor zelfmanagementondersteuning van de mantelzorgers zelf?
  2. Welk onderzoek is er verder nodig naar zelfmanagementondersteuning van moeilijke doelgroepen?

Blijf Actief Thuis

In de deelstudie van Basic Care Revisited is het 'Blijf Actief Thuis' programma ontwikkeld. Het doel van ‘Blijf Actief Thuis’ is ouderen te motiveren meer te participeren in activiteiten van het dagelijkse leven en de verzorging en verpleging te leren hoe ze ouderen hierbij het beste kunnen ondersteunen. De deelnemers gingen aan de hand van de volgende stellingen met elkaar in discussie:

  • Hoe kunnen V&V zelfredzaamheid van ouderen in kaart brengen?
  • Hoe kunnen V&V samen met ouderen en hun sociaal netwerk doelen stellen?
  • Hoe kunnen V&V zelfredzaamheid in activiteiten van het dagelijkse leven bevorderen?

5. Hoe combineer je zinvol kwalitatief en kwantitatief onderzoek met elkaar?

foto workshop 5

Namens NURSE-CC en Basic Care Revisited organiseerden Hennie Boeije, Roelof Ettema en AnneLoes van Staa de workshop 'Effectief evalueren van complexe interventies: mixed methods!'

Effectief evalueren van complexe interventies: mixed methods!

Binnen Tussen Weten en Doen II ontwikkelen en evalueren we nieuwe verpleegkundige interventies om onder meer zelfmanagementondersteuning of basiszorg te verbeteren. Op basis van de evaluatie kunnen we interventies die goed werken verder verspreiden en interventies aanpassen aan specifieke omstandigheden. Het stelt ons ook in staat om doelgroepen en interventies die niet werkzaam zijn, niet verder te stimuleren.

 

Gemixte onderzoeksmethoden

Voor dit effectonderzoek zullen we in de regel experimentele designs kiezen en kwantitatieve methoden toepassen. Vaak zijn we daarnaast ook geïnteresseerd in andere vragen, zoals: is deze interventie acceptabel voor degenen die eraan meedoen of die hem aanbieden? Past de interventie in de dagelijkse werkwijzen van professionals en hoe veranderen deze? Hoe gebruiken verpleegkundigen deze interventie in de praktijk? Voor deze vragen zijn kwalitatieve methoden beter geschikt. Bij mixed methods evaluaties spelen beide typen vragen een rol en kan de kennis die we verkrijgen door elk van de methoden te gebruiken, het totaalbeeld versterken.

 

Voorbeelden

In de inleiding bij de workshop namen de workshopleiders de evaluatie van twee interventies als uitgangspunt. Ze hebben kort de principes toegelicht van mixed methods evaluaties en gaven als voorbeeld de evaluatie van Girls’ Talk+ en van de Basic Care Revisited interventie ‘Early oral nursing nutrition intervention in homecare patients’. De deelnemers zijn daarna in subgroepjes aan de slag gegaan met hun eigen interventie-ontwikkeling binnen het programma Tussen Weten en Doen II. Ze werkten vervolgens aan een aantal opdrachten. Ze hebben een (complexe) interventie die ontwikkeld wordt binnen hun onderzoeksprogramma in Tussen Weten en Doen II gekozen en die besproken aan de hand van een matrix. Welke evaluatievragen zijn aan de orde?  Welke methoden van onderzoek zijn daarbij passend, zowel kwalitatief als kwantitatief?
De sterke en zwakke kanten van elke gekozen onderzoeksmethode en de meerwaarde van een mixed-methods aanpak voor het evaluatieonderzoek zijn besproken.

6. Cocreatie onderzoeker, verpleegkundige en patiënt

foto workshop 6

Namens Complex Care en Basis Care Revisited organiseerden Marjon van Rijn, Sandra Zwakhalen, Getty Huisman-de Waal, Maud Heinen de workshop over: cocreatie onderzoeker, verpleegkundige en patiënt.

Cocreatie onderzoeker, verpleegkundigen en patiënt

Cocreaties in de zorg, samenwerken, patiëntparticipatie, persoonsgerichte zorg. Iedereen is zich bewust van het belang hiervan, maar wat verstaan we eronder? Hoe kunnen we patiëntenparticipatie vormgeven in de praktijk? Hoe kan het cocreatie versterken?

De VerTelkaart

Deze workshop bood via een interactieve werkvorm achtergrondinformatie over cocreatie van de zorg door gebruik te maken van de VerTelkaart. Dat is een kaart waarbij patiënten kunnen aangeven wat zij belangrijk vinden. Het is voor de verpleegkundige een manier om met de patiënt te bespreken wat zij belangrijk vinden en hoe zij dit graag geïntegreerd zouden zien in de dagelijkse zorg. Dit kan per patiëntengroep verschillen, maar ook per setting. De kaart kan gebruikt worden op de afdeling, of ter voorbereiding van het ontslag naar huis als patiënten in het ziekenhuis verbleven. Of in een verpleeghuis of de thuiszorg. De kaart biedt de patiënt en de verpleging de mogelijkheden om te participeren in beslissingen over de zorg. Patiënten kunnen daarnaast de interactie met hulpverleners vergroten. De workshop richtte zich in het bijzonder op cocreatie tussen de zorg en de patiënt in de ziekenhuis- en verpleeghuissetting.

Patiëntparticipatie

Met behulp van een quiz kregen de workshopleiders inzicht in wat de deelnemers weten over en doen met patiëntparticipatie. Ze stonden stil bij de doelen van patiëntparticipatie en de verschillende vormen van patiëntparticipatie (VerTelkaart/focusgroep / monitor, enzovoort).
De deelnemers kregen een aantal vragen voorgelegd. Bijvoorbeeld: wat zou de boodschap op de VerTelkaart moeten zijn? Hoe zouden jullie de kaart inzetten in de setting of patiëntengroep waar je mee bekend bent? Wat zouden praktische bezwaren zijn en hoe zou je daarmee omgaan?

Janneke de Man, postdoc onderzoeker UMC Utrecht:
“Het wordt zichtbaar dat we werken aan het verbeteren van de verpleegkundige zorg. We wisselen onze successen en uitdagingen uit en daar kun je in je eigen project je voordeel mee doen. Deze bijeenkomst lijkt op een reünie. Zo creëren we een beweging die werkt aan de wetenschappelijke onderbouwing van verpleegkundige zorg.“

Onderzoekslijnen

Binnen het programma Tussen Weten en Doen II zijn 7 onderzoekslijnen gestart. Deze onderzoekslijnen (2012-2019) leveren toepasbare kennis op over thema's als: zelfmanagement, beperking in functioneren en generieke basiszorg. Elke onderzoekslijn is in een korte tijd gepresenteerd aan elkaar.

TASTE:
TAilored Self-managemenT and E-health

Zelfmanagement in de zorg is een populair begrip met veel invullingen. Er is al veel onderzocht. Lang niet elke patiënt reageert op het ondersteunen van zelfmanagement, maar het is onduidelijk bij wie het wel werkt en waar dat aan ligt.

Binnen TASTE wordt het succes van zelfmanagement ontrafeld. Waarom heeft een bepaalde interventie wel of juist niet het gewenste resultaat? Wat zijn de resultaten van de zelfmanagement-programma’s en wat zijn karakteristieken?

De eerste wetenschappelijke publicaties zijn inmiddels verschenen. Er werken 4 promovendi binnen TASTE.

Toelichting onderzoekslijn TASTE

In de beroepsprofielen van verpleegkundigen wordt het ondersteunen van zelfmanagement genoemd als belangrijk uitgangspunt in het vak verpleegkunde. TASTE draagt bij aan de basiskennis over zelfmanagement, zodat verpleegkundigen weten bij welke patiënten ze welke stappen moeten zetten. Het stelt hen in staat om het zelfmanagement van patiënten te versterken.  Voor patiënten betekent het dat ze beter kunnen omgaan met de ups en downs van hun aandoening. Ze ervaren een lagere ziektelast en hogere kwaliteit van leven.

Onderzoek in de 1e lijn

Binnen TASTE vindt primair onderzoek plaats in de eerste lijn. Er wordt gekeken naar patiënten, programma’s en professionals. Aan de hand van onder meer een grootschalige IPD-meta-analyse (op basis van individuele patiëntdata) van internationale studies wordt het succes van zelfmanagement ontrafeld. 

Daarnaast is er een instrument ontwikkeld waarmee in de spreekkamer gekeken kan worden welke aspecten van zelfmanagement verpleegkundigen uitvoeren. Dat moet inzichtelijk maken welke zorg gegeven wordt en daarmee helpen bij het antwoord op de vraag bij welke patiënt zelfmanagement kansrijk is.

 

 

NURSE-CC

De onderzoekslijn NURSE-CC staat voor NUrsing Research into Self-management and Empowerment in Chronic Care en omvat 2 programma’s:

  • Verpleegkundige interventies

    De ontwikkeling en evaluatie van verpleegkundige interventies om zelfmanagement van patiënten te ondersteunen tijdens poliklinische consulten.

  • Verpleegkundige competenties

    De verpleegkundige competenties voor zelfmanagementondersteuning en de ontwikkeling daarvan in het onderwijs. 
Foto AnneLoes van Staa

Toelichting onderzoekslijn NURSE-CC


Verpleegkundige interventies

Kwalitatief en kwantitatief evaluatieonderzoek moet inzichtelijk maken welke interventies effectief zijn, waarom en hoe deze interventies werken. Patiënten zijn ook gevraagd naar hun ervaringen en behoeften. Deze maken duidelijk hoe verpleegkundigen hun zorg kunnen verbeteren.

Verpleegkundige competenties

Inzichtelijk moet worden welke competenties verpleegkundigen al hebben en welke ze nog nodig hebben. De onderzoeksuitkomsten dragen bij aan de herziening van het curriculum van de HBO-V-opleidingen in het kader van Bachelor Nursing 2020. In deze onderzoekslijn is een lijst met competenties opgesteld die verpleegkundigen nodig hebben voor zelfmanagementondersteuning. Deze lijst is omgezet naar een vragenlijst, waarmee verpleegkundigen hun effectiviteit en gedrag kunnen meten. Na onderzoek is deze vragenlijst gevalideerd als het meetinstrument de SEPSS-36 (Self-Efficacy and Performance in Self-management Support).

Basic Care Revisited

Het thema van de onderzoekslijn Basic Care Revisited is de basiszorg: de fundamentele verpleegkundige zorgverrichtingen bij

  • communicatie
  • voeding
  • wassen en aankleden
  • mobiliteit in ziekenhuis, verpleeghuis en thuiszorg

Omdat deze basale activiteiten het fysiek functioneren van mensen bepalen, moeten verpleegkundigen en verzorgenden zich hierop richten.

Toelichting onderzoekslijn Basic Care Revisited:
building the evidence base in core nursing practice


Binnen de onderzoekslijn Basic Care Revisited gaat het om de vraag hoe de basiszorg verbeterd kan worden, zodat ouderen in een kwetsbare positie het minst last krijgen van functieverlies.

Uniek aan deze onderzoekslijn is de samenwerking tussen

  • UMC Utrecht
  • Radboud UMC
  • Maastricht UMC

De postdocs werken in duo’s van verschillende universiteiten, met als gevolg dat zij van elkaar leren, de kennis verspreiden en hun netwerk vergroten. Methodieken kunnen met elkaar vergeleken worden. De samenwerking krijgt op deze manier een enorme impuls. De onderzoekslijn draagt bij aan bewezen verpleegkundige basiszorg.

NurseSMS


NurseSMS staat voor Nurses' Self Management Support. Deze onderzoekslijn richt zich op zelfmanagementondersteuning door verpleegkundigen en verzorgenden van patiënten met een ongeneeslijke ziekte die waarschijnlijk tot de dood zal leiden, en hun mantelzorgers.

Toelichting onderzoekslijn NurseSMS

 

NurseSMS heeft 2 onderzoeksprogramma’s:

  • zelfmanagementondersteuning bij dementie
  • zelfmanagementondersteuning bij ongeneeslijke kanker

Verpleegkundigen en verzorgenden spelen een belangrijke rol om samen met de patiënt en diens mantelzorger(s) na te gaan hoe deze kan omgaan met de gevolgen van zijn ziekte. Bij beide onderzoeksprogramma's wordt dit onderzocht.

E-health

In deze onderzoekslijn is ook veel aandacht voor e-health. Waar mogelijk wordt voortgebouwd op bestaande e-health interventies. De interventies moeten patiënten en mantelzorgers handvatten geven, waarmee zij in hun dagelijks leven beter kunnen omgaan met de gevolgen van hun ziekte.

Wendy Oldenmenger, verpleegkundig onderzoeker Erasmus MC:
“De speedpresentaties van de onderzoekslijnen gaven een goed overzicht van de onderzoeken die er nu in Nederland lopen. Het zijn er meer dan ik besef. De meerwaarde van de presentatie is ook dat je kunt vergelijken. Je kunt een verdieping aanbrengen in je eigen project en de samenwerking zoeken.”

Complex Care

Deze onderzoekslijn levert een onderzoeksinfrastructuur op die zich richt op patiënten met meerdere aandoeningen en gezondheidsproblemen. Het streven om het verpleegkundig onderzoek verder te ontwikkelen en te bestendigen, heeft ertoe geleid dat de Hogeschool van Amsterdam onlangs drie lectoraten heeft benoemd.

Foto Bianca Buurman

Toelichting onderzoekslijn Complex Care

COordination for Multimorbid Patients Leading to EXcellent CAre Research and Education (Amsterdam)

Wat is er nodig om patiënten met een complexe hulpvraag goede zorg te verlenen? Dat vereist een goede samenwerking en afstemming binnen de keten, patiënten betrekken bij de besluitvorming en maatregelen voor medicatie(veiligheid).

Er is gekozen voor 2 patiëntenpopulaties: kwetsbare ouderen en cardiologische patiënten. De onderzoekers kijken vooral naar de coördinatie van de zorg en naar de rol van de verpleegkundige. Hoe kan die goed inspelen op de gezondheidsproblemen van een patiënt en wat die zelf wil? Hoe worden de keuzen gemaakt in dit proces? Ook het onderwijs aan aankomende zorgverleners krijgt in deze lijn aandacht. Gekeken wordt hoe zij het best kunnen worden toegerust voor nieuwe rollen. Onderzoek, praktijk en onderwijs wordt in deze onderzoekslijn in de diverse projecten aan elkaar verbonden.

Self-made & sound

In deze onderzoekslijn worden zelfmanagementprogramma’s die via internet worden aangeboden (e-health) ontwikkeld en geëvalueerd. Het gaat om programma’s die patiënten met een chronische aandoening als zij de poli bezoeken ondersteuning bieden bij het beter geïnformeerd zijn en beter kunnen communiceren. De verpleegkundig onderzoeker ontwikkelt programma’s vanuit het perspectief van de patiënt. Dat gebeurt via intervention mapping: een methode waarbij in zes stappen een programma wordt ontwikkeld. De eerste stap is het onderzoeken van de vraag, behoeften en problemen. Dit hebben we gedaan door een literatuuronderzoek uit te voeren en te bespreken met patiënten.

Toelichting onderzoekslijn Self-made & sound

In SELF-MADE & SOUND zijn 3 patiëntengroepen betrokken: patiënten met (een risico op) hart- en vaatziekten, reuma en psychiatrische aandoeningen. De programma’s zijn erop gericht om patiënten beter inzicht te geven in hun beperkingen en vaardigheden aan te leren, waarmee zij in staat zijn zelf regie te nemen en hun leven in te richten, ondanks beperkingen. Ze krijgen ook ondersteuning van lotgenoten, waardoor ze ervaren dat ze niet de enigen zijn. Door dit contact leren ze van elkaar hoe om te gaan met hun aandoening. Dit voorjaar is een nieuwe groep toegevoegd: ouders met een kind met een chronische nierziekte. Zij willen vaardigheden leren waarmee zij de aandoening van hun kind beter kunnen managen. Denk bijvoorbeeld aan het goed inpassen van (zelf)dialyse in het dagelijkse gezinsleven.

Inzicht in e-healthondersteuning

De inhoud van het programma verschilt per patiëntengroep, maar de systematische aanpak niet. De uitkomsten van deze onderzoekslijn geven inzicht in hoeverre deze e-health programma’s het beste kunnen worden ontwikkeld. Zijn ze geschikt voor alle patiënten? Ook geeft het onderzoek aanwijzingen of beter geïnformeerde patiënten meer persoonlijke zorg krijgen die is afgestemd op hun individuele vragen of problemen. Het zal hun rol versterken bij het verbeteren van hun gezondheid. Onderzocht wordt in hoeverre en op welke wijze de rol van de verpleegkundige verandert.

Nurses on the Move

Deze onderzoekslijn richt zich op betere verpleeghuiszorg door beweging, evidence based practice en verpleegkundig leiderschap. De focus ligt op de verpleegkundigen en verzorgenden, omdat zij een cruciale rol spelen in het dagelijkse leven van kwetsbare ouderen. Zij zijn in staat om veranderingen in de zorg te realiseren.

De uitkomsten van de projecten zullen bijdragen aan het behoud van het fysiek functioneren van de verpleeghuisbewoners, hun regie en autonomie en de kwaliteit van leven. Doordat zorgverleners van een groot aantal instellingen betrokken zijn bij deze projecten en bij elkaar de praktijk observeren, gaan zij anders naar hun vak kijken.

Foto Jan Hamers

Toelichting onderzoekslijn Nurses on the Move

Er zijn 3 deelprojecten. In het project Zelfredzaamheid door bewegen wordt gezocht naar een interventie die tegelijkertijd ingrijpt op meerdere problemen, als vastgebonden worden en vallen. De effectieve aanpak zal ertoe leiden dat de beroepsgroep verpleeghuisbewoners aanzet tot meer bewegen, waardoor deze zelf hun dagelijkse activiteiten kunnen blijven doen en minder functieverlies zullen ervaren.

Toepassing nieuwe kennis, het tweede deelproject, probeert strategieën te ontwikkelen waarmee de beroepsgroep nieuwe wetenschappelijke kennis gaat toepassen. Het resulteert in een praktisch handboek en checklist.

Het uitgangspunt bij het derde project, Verpleegkundig Leiderschap, is dat verpleegkundigen een belangrijke pion zijn in de ouderenzorg. Bij goede zorg gaat het niet om de hoeveelheid handen aan het bed, maar om de kwaliteit van de zorgverlener. De HBO-verpleegkundige niveau 5 kan als een rolmodel fungeren en de noodzakelijke vernieuwing realiseren. Onderzocht wordt welke competenties deze verpleegkundige moet hebben.

Leadership in Nursing Research

Het is noodzakelijk om te investeren in universitaire carrières, zodat een nieuwe generatie onderzoekers ontstaat. Er wordt een leiderschapsprogramma ontwikkeld om de academische carrière van postdoctorale onderzoekers in de verplegingswetenschap te bestendigen. Wat is er nodig voor een succesvolle postdoctorale carrière?

Het programma

Het programma richt zich op het verwerven van de juiste competenties, zodat de onderzoekers hun eigen zichtbaarheid vergroten, succesvol financiering voor onderzoek kunnen binnenhalen, hun vakgebied kunnen profileren en goed kunnen samenwerken. In het programma wordt gewerkt met mentoren; zij helpen de deelnemers zich te ontwikkelen tot excellente onderzoekers.

Internationaal karakter

Bijzonder is het internationale karakter van het programma. Vanaf de start zijn internationale samenwerkingspartners betrokken om het talent mee te vormen.

Afsluiting

Ik hoop dat de gezamenlijke voorbereiding van de workshops onderzoekers van verschillende onderzoekslijnen ertoe heeft verleid om in de toekomst nog meer met elkaar gaan te gaan samenwerken. De onderzoeksprogramma’s krijgen steeds meer gestalte, nu de onderlinge samenhang en afstemming nog!

AnneLoes van Staa,
projectleider NURSE-CC

Standup musician Bart Kiers hield alle deelnemers van de bijeenkomst een spiegel voor. Onder het Rotterdamse motto 'Niet lullen maar poetsen' bracht hij op muzikale wijze en een dosis humor zijn samenvatting van de middag over.