Terwijl het werk van wijkverpleegkundigen veelzijdiger en uitdagender is geworden, kiezen relatief weinig hbo-verpleegkunde-studenten voor een baan in de wijk. Onderwijskundig onderzoek van promovenda Margriet van Iersel helpt hierin verandering te brengen.

Margriet van Iersel is verpleegkundige, onderwijskundige, onderzoeker en docent. In november promoveerde zij op onderzoek naar de beeldvorming over de wijkverpleging onder hbo-v-studenten (zie kader onderaan dit interview). Ook ging zij na of een vernieuwd curriculum, met meer aandacht voor de wijkverpleging, invloed heeft op het type zorg dat de studenten verlenen. Zo bevat het nieuwe onderwijsprogramma bijvoorbeeld meer casussen uit de wijk en een nieuwe minor complex community care voor studenten in het 3e jaar.  
 
Van Iersel onderzocht de eventuele effecten van zo’n aangepast curriculum onder studenten die in 2014 begonnen. Uit de resultaten bleek dat zij in hun afstudeerjaar, 2018, geen ander beeld over wijkverpleegkunde hadden dan de studenten die onder het oude programma waren afgestudeerd. Van Iersel: ‘Wel zagen we in de groep studenten die het nieuwe onderwijs volgde een iets grotere voorkeur voor wijkverpleegkunde dan bij aanvang van de opleiding. Ook had het onderwijs invloed op de manier waarop studenten zorg (later) verlenen. Al met al een gemengd, maar niet ongunstig beeld!'

Margriet van Iersel heeft de opleiding verpleegkunde afgerond aan het psychiatrisch ziekenhuis Coudewater in Rosmalen en hogeschool InHolland in Amsterdam. Zij werkte 20 jaar als verpleegkundige in de ggz, in ggz-instellingen of op psychiatrische afdelingen van ziekenhuizen. Daarnaast heeft zij de opleiding voor eerstegraadsdocent hogere gezondheidszorgopleidingen aan de VU gevolgd en onderwijskunde gestudeerd aan de Open Universiteit in Heerlen.

In 2021 promoveerde zij op haar onderzoek naar de vraag of een vernieuwd curriculum aan de opleiding verpleegkunde invloed heeft op de beeldvorming van studenten over wijkverpleegkunde en het type zorg dat ze in de beroepspraktijk willen verlenen. Naast onderzoeker is Margriet werkzaam als hoofddocent bij de opleiding Verpleegkunde aan de Hogeschool van Amsterdam. Daarnaast is zij programmacoördinator van de nieuwe master GGZ-Verpleegkunde.

Portretfoto Margriet van Iersel

Verkeerde beelden

Volgens Van Iersel levert haar onderzoek veel informatie op die gebruikt kan worden om het onderwijs te verbeteren. Meer nog dan zij dacht, zijn er ‘misconcepties’ over de beroepspraktijk van verpleegkundigen. ‘Veel studenten denken bijvoorbeeld dat ze in de wijk vooral met oudere patiënten werken. Maar in het ziekenhuis zijn verreweg de meeste patiënten toch ook oud? En in de GGZ zou de emotionele belasting van het werk zo groot zijn. Maar wat denk je dan van de kinderoncologie?’

De onterecht negatieve beeldvorming van de wijkverpleging is hardnekkig, leert dit promotieonderzoek. Dit is een probleem, omdat de transities in de zorg juist om méér medewerkers in de wijkverpleging vragen.

Jezelf overbodig maken

Volgens Van Iersel is het werken in de wijk uitdagender en complexer geworden, ook omdat de visie op zorg veranderd is. Denk aan begrippen als zelfmanagement en samen beslissen. ‘Er is veel meer aandacht voor de vraag hoe je als wijkverpleegkundige jezelf overbodig kunt maken. Hoe kan je de cliënt helpen om beter voor zichzelf te zorgen? Met die enorme ‘diversiteit achter de voordeur’ vraagt dit veel van de wijkverpleging. Wijkverpleegkundigen bevinden zich op andermans terrein. Zíj moeten invoegen en echt samenwerken met mensen die om de cliënt heen staan. ’

Wereldwijde belangstelling

Een belangrijk onderdeel van het promotieonderzoek van Van Iersel was de ontwikkeling van een vragenlijst om de beeldvorming van hbo-v-studenten over de wijkverpleging te kunnen onderzoeken. Over deze zogeheten SCOPE-vragenlijst publiceerde zij in 2018 een artikel in een internationaal tijdschrift. Ze is nog steeds verbaasd over de respons. ‘Er is wereldwijde belangstelling. Ik heb nu de Turkse en Chinese vertaling in mijn computer staan. Ook in Amerika en Australië wordt de lijst al gebruikt. Dit is de grootste spin-off van het onderzoek.’

Succesfactoren voor dit onderzoek

Voor het onderzoek van Margriet van Iersel is veel belangstelling, ook internationaal. Zelf ziet zij 3 ‘succesfactoren’ die dit verklaren:

  • maatschappelijke relevantie (sterk toenemend arbeidstekort van verpleegkundigen in de wijk)
  • de combinatie van onderwijskundig- en zorgonderzoek
  • de ‘fijnmazige’ informatie die dit onderzoek heeft opgeleverd. Op basis hiervan zijn er concrete adviezen voor de praktijk én concrete vragen voor vervolgonderzoek

Effectiviteit van onderwijs

Ook andere wetenschappelijke artikelen over haar studie naar de beeldvorming van hbo-v-studenten kon Van Iersel ‘snel en makkelijk’ publiceren. Volgens de promovenda komt dit omdat er nog maar weinig onderzoek naar het effect van zorgopleidingen is gedaan, ook niet in het buitenland. Onderwijskundig onderzoek richt zich bijna altijd op de tevredenheid van studenten, of op de leerresultaten. De vraag of een onderwijsaanpassing ook leidt tot ander gedrag in de beroepspraktijk, wordt niet of nauwelijks gesteld. ‘Terwijl dát is wat je wilt weten. We willen verpleegkundigen breed toerusten, zodat patiënten daar baat bij hebben, ook de patiënten in de wijk.’

Goed geïnformeerde keuzes

Van Iersel haast zich te zeggen dat ‘heus niet iedereen’ voor de wijk hoeft te kiezen. Wél gaat het erom dat opleidingen hun studenten in staat stellen om goed geïnformeerde keuzes te maken. ‘Daar zijn we als opleiding verantwoordelijk voor en ik denk dat onderwijskundig onderzoek daarbij kan helpen.’ Zo bleek op haar eigen opleiding, de Hogeschool van Amsterdam, dat bijna alle docenten een ziekenhuisachtergrond hadden. ‘We hadden dus zelf ook dat witte jasje aan. We waren de advocaat van onze eigen geschiedenis. Onder de collega’s is veel belangstelling voor zulk onderzoek.’

Middelbare scholen

Op basis van haar eigen onderzoek heeft Van Iersel concrete aanbevelingen voor hbo-verpleegkunde-opleidingen. Bijna meer nog dan gedacht, blijkt bijvoorbeeld dat studenten al bij het begin van hun opleiding vooral dat (onterechte!) beroepsbeeld van de ziekenhuisverpleegkundige voor ogen hebben. Een betere en vooral ook vroegere voorlichting kan daar iets aan doen, bijvoorbeeld bij de beroepsvoorlichting op middelbare scholen en tijdens de open dagen voor aankomende studenten.

Werken en leren

Haar eigen hbo-v startte ook bewust met een duale opleiding in de wijk (werken en leren tegelijk) voor studenten die wat ouder zijn. Jongere studenten hechten namelijk meer dan oudere studenten aan overwegingen bij hun (latere) werk als ‘samenwerking’, veiligheid en socialisatie. ‘Jongere studenten zien dit als belemmeringen om in de wijk te gaan werken. Bij oudere studenten speelt dat minder. In deze duale opleiding starten de studenten als werknemer in een thuiszorgorganisatie, dus dan heb je ze bij wijze van spreken 'voor de wijk' al binnen. Over anderhalf jaar studeren de eerste 20-25 wijkverpleegkundigen af.’

Leerwerkplaatsen voor de wijk

Ook voor thuiszorgorganisaties heeft Van Iersel adviezen. Zo kunnen de leerwerkplaatsen die in de ziekenhuissector al bestaan, ook voor aankomend wijkverpleegkundigen worden opgezet. ‘Studenten in de wijk missen peers, daar kunnen we meer oplossingen voor vinden.’ Ook een goede begeleiding tijdens de stage blijkt heel belangrijk. ‘Voor aankomend wijkverpleegkundigen moet er een balans zijn tussen voldoende veiligheid in de wijk én de uitdaging om een kick te ervaren als je alleen met een patiënt aan het werk bent.’

Sleutelervaringen van studenten

Het onderzoek blijft aan Van Iersel trekken. Het liefst zou ze zich nu richten op de vraag welke factor bij hbo-verpleegkunde studenten de doorslag geeft om voor een bepaalde beroepspraktijk te kiezen. Welke ‘sleutelervaring’ is dit? Van Iersel: ‘Was dat bijvoorbeeld een docent, de stage, een patiënt? Of iets in de theorie, of juist in de privésfeer? Voor zulk onderzoek hoop ik financiering te vinden.’

Intrinsieke motivatie

Voor haar zelf is het duidelijk, vervolgt ze enthousiast: hoe meer ze zich in de wijkverpleging verdiept, hoe zekerder haar keus. ‘Als ik nu aan een hbo-v zou afstuderen, zou ik wijkverpleegkundige worden. Ik vind dat zo’n mooi beroep. Je neemt zelfstandig beslissingen, je kunt veel persoonlijke aandacht voor patiënten hebben, er is een enorme diversiteit aan zorgvragen en je hebt nauw contact met de omgeving van patiënten. Ja, voor een hbo-v-student heeft de wijk heel veel te bieden.’

Promoveren op de wijkverpleging

Docent-onderzoeker Margriet van Iersel promoveerde in november 2021 op het onderzoek Verpleegkundig onderwijs voor wijkverpleegkundigen. De titel van haar proefschrift is ‘Nursing Education for Community Care. Effect of curriculum-redesign on students’ perceptions and choices in caregiving.’.

Dit onderzoek is (in 2016) door ZonMw gesubsidieerd in de onderzoekslijn Complex Care (ZonMw-programma Tussen Weten en Doen II). Maar eigenlijk was ze in 2014 al gestart met dit onderwerp tijdens haar master Onderwijswetenschappen. Iets verderop in het promotietraject kreeg Margriet ook een NWO-promotiebeurs voor leraren.

Om de beeldvorming te onderzoeken ontwikkelde Van Iersel de zogeheten SCOPE-vragenlijst die zij verspreidde onder eerstejaarsstudenten hbo-verpleegkunde van 6 hogescholen in Nederland. Hieruit bleek dat 71% van deze studenten een loopbaan in het ziekenhuis ambieerde.

Om meer studenten voor een baan in de wijk te motiveren, heeft de Hogeschool van Amsterdam het onderwijsprogramma aangepast. Er is bijvoorbeeld meer aandacht voor ‘rolmodellen’ uit de wijkverpleegkunde, tweedejaars studenten kunnen in een community care week meelopen in een wijkteam en in het 3e jaar is er een nieuwe minor Complex Community Care. Daarnaast is vanuit het nieuwe opleidingsprofiel Bachelor Nursing 2020 ook landelijk gewerkt aan een nieuwe insteek van de opleiding hbo-v. De opleiding is nu meer gericht op de huidige transities in de zorg.

Redactie Gonny ten Haaf, eindredactie ZonMw

Relevante thema's

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website