Het Onderzoeksprogramma GGz moet zorgen voor minder psychische ziekte, snellere en betere behandeling van patiënten met een psychische aandoening en meer aandacht voor herstel.

Uiterst urgent, omdat het veel individueel leed voorkomt en mensen mentaal sterk, actief en maatschappelijk betrokken houdt. Bovendien bespaart het lange en dure zorgtrajecten. In deze publicatie houden we u op hoogte van de voortgang van het onderzoeksprogramma.

Inhoud

Interview met Pauline Meurs, voorzitter programmacommissie Onderzoeksprogramma GGz

'Cliënten hebben een belangrijke stem bij het vaststellen van onderzoeksonderwerpen'
Portretfoto Pauline Meurs

Geestelijke en lichamelijke gezondheid hangen nauw samen. Als iemand zich mentaal sterk voelt, verhoogt dat de kwaliteit van leven. Gelukkig wordt dit steeds meer onderkend, wat langzamerhand leidt tot meer budget voor relevant onderzoek.

Eerste €10 miljoen

Ik ben erg blij dat minister Schippers de eerste €10 miljoen voor het nieuwe Onderzoeksprogramma GGz heeft toegezegd. Een mooi begin.

Hopelijk lukt het de komende jaren om dit budget uit te breiden naar €50 miljoen. Zo kunnen we onderzoeksprojecten in de geestelijke gezondheidszorg (GGz) de aandacht en middelen geven die ze verdienen.

Opvolger onderzoeksprogramma GeestKracht

In 2011 liep het 10-jarige ZonMw-onderzoeksprogramma GeestKracht af. Met dit programma hebben we een deel van de achterstanden in GGz-kennis en -onderzoek weggewerkt. Ook is een mooie basis gelegd voor samenwerking tussen onderzoek en praktijk. Betrokkenen wilden graag een vervolg op dit programma om de opgedane kennis uit te bouwen, te delen en te vertalen naar effectieve therapieën. Samen met de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) en het Landelijk Platform GGz (LPGGz) heb ik me de afgelopen jaren hardgemaakt voor zo’n vervolgprogramma. Ik ben trots dat het nieuwe Onderzoeksprogramma GGz in 2016 van start kon. Met de eerste € 10 miljoen kunnen we de komende anderhalf jaar ongeveer 30 projecten financieren rond de thema’s ‘Gepersonaliseerde zorg’ en ‘Vroege herkenning en behandeling’.

Lees het hele interview met Pauline Meurs
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Continu en cyclisch proces

Waar dat mogelijk is, worden onderzoeksresultaten direct beschikbaar gemaakt voor zorgverleners en cliënten. Op deze manier draagt de kennis snel concreet bij aan betere preventie en behandelmethoden. Dat levert vervolgens weer nieuwe vragen op voor onderzoek. Een continu en cyclisch proces. Zo voorkomen we dat onderzoek resultaten oplevert die niet aansluiten bij de behoefte van mensen in de geestelijke gezondheidszorg.

Ruimte voor inbreng van cliënten en zorgverleners

De ervaring leert dat als cliënten meer over hun aandoening weten, ze er beter mee om kunnen gaan. Ook herkennen ze al in een vroeger stadium symptomen, zoals depressieklachten. Ze zoeken dan eerder hulp en zo wordt erger voorkomen. Het risico dat klachten chronisch worden, neemt bijvoorbeeld af. Ook de kans op gedwongen opname wordt kleiner. Bovendien zijn er aanzienlijk meer behandelingsmogelijkheden als een psychische aandoening op tijd wordt vastgesteld. Bij het vaststellen van onderwerpen voor onderzoek hebben cliënten en hun naasten een belangrijke stem. Zij weten immers als geen ander aan welke kennis mensen met een psychische aandoening behoefte hebben. Daarom beslissen zij mee welke projecten subsidie krijgen en drukken zo een belangrijk stempel op het programma. Ook bij de andere programma- en projectfasen worden cliënten actief betrokken, zoals bij het monitoren van de voortgang. Op programmaniveau doen we dit samen met Landelijke Platform GGz en het Fonds Psychische Gezondheid, verenigd in MIND NL. Op deze manier waarborgen we dat vragen uit de praktijk altijd de basis vormen voor het onderzoek dat we financieren.

Eerste projecten van start

De eerste 8 projecten zijn inmiddels gestart. Het gaat om 5 praktijk- en implementatieprojecten en 3 onderzoeksprojecten. De projecten gaan specifiek over het verbeteren van hulp aan jonge vrouwen en jongeren met een depressie. Depressie komt bij jonge vrouwen relatief veel voor en wordt bij jonge mensen lang niet altijd onderkend. Goed dus dat hier extra aandacht voor is. In 2017 verbreden we de scope, zodat de gefinancierde projecten een goede afspiegeling vormen van de verschillende GGz-onderzoeksvelden. Dat doen we in overleg met cliënten en zorgverleners.

Onderzoeksvoorstellen van hoge kwaliteit

De eerste onderzoeksvoorstellen zijn in oktober 2016 beoordeeld. Op dit moment zijn we druk met het beoordelen van de voorstellen uit de tweede ronde. Dat er behoefte is aan het nieuwe GGz-onderzoeksprogramma blijkt wel uit het grote aantal subsidieaanvragen. Wat ook opvalt, is dat de onderzoeksvoorstellen van zeer hoge kwaliteit zijn. Dat maakt kiezen lastig en het is duidelijk dat snel meer subsidiebudget nodig is om zo veel mogelijk goede projectvoorstellen te kunnen honoreren. De komende tijd zet ik me daarom enthousiast in voor meer budget voor de komende jaren.

Waarom is onderzoek zo belangrijk?

Structureel wetenschappelijk onderzoek is noodzakelijk om nieuwe en proactieve interventies te onderzoeken op veiligheid en effectiviteit én om de principes van gepersonaliseerde zorg te kunnen ontwikkelen voor psychische aandoeningen. Daarnaast is onderzoek gewenst naar herstel en ontwikkelingsprocessen van cliënten en naar de implementatie van richtlijnen en zorgstandaarden. In een interview vertellen Ben Roelands (MIND) en Sebastiaan Baan (Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGz) waarom samenwerking in onderzoek zo belangrijk is.

Portretfoto Ben Roelands

Cliëntenparticipatie

Interview met Ben Roelands, hoofd projecten bij MIND Fonds Psychische Gezondheid


Cliënten en hun naasten weten als geen ander wat een psychische aandoening met iemand doet. En aan welke zorg en hulp zij behoefte hebben. Deze waardevolle informatie weegt ZonMw via een cliëntenpanel mee bij het honoreren van onderzoeksvoorstellen binnen het Onderzoeksprogramma GGz.

Het cliëntenpanel is een initiatief van MIND, een samenwerking van het Landelijk Platform GGz (LPGGz) en Fonds Psychische Gezondheid.

Ervaringsdeskundigen krijgen een stem

Het cliëntenpanel bestaat uit 35 mensen die ervaring hebben met psychische klachten. Bijvoorbeeld omdat ze zelf een psychische aandoening hebben. Of omdat iemand in hun directe omgeving geestelijk ziek is geweest. Ben Roelands, hoofd projecten bij MIND Fonds Psychische Gezondheid, legt uit wat het panel doet: 'Per ingediend onderzoeksvoorstel bekijken 2 of 3 panelleden de relevantie voor cliënten en bijvoorbeeld familie. Ook beoordelen ze of cliënten en hun naasten voldoende worden betrokken in de verschillende onderzoeksfasen. De programmacommissie neemt het oordeel van het cliëntenpanel mee in het uiteindelijke besluit over het voorstel.'

De kracht van het cliëntenpanel

Wat opvalt, is de enorme betrokkenheid van de panelleden. Roelands vertelt: 'Panelleden nemen hun taak serieus omdat ze merken dat hun bijdrage ertoe doet. Door hun inbreng besteedt ZonMw nu meer aandacht aan onderzoek dat aansluit bij de wensen en behoeften van mensen met psychische klachten.'

Ervaringsdeskundigen toetsen vooraf de onderzoeksaanpak, wat regelmatig leidt tot aanscherping. Zo sluit onderzoek beter aan op de praktijk. Roelands: 'Het is nog te vroeg om precies te kunnen zeggen wat de impact van het cliëntenpanel is. Maar ik verwacht een positief effect op de kwaliteit, verspreiding en implementatie van GGz-onderzoek.'

Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGz

In het Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGz werken patiënten en hun naasten, zorgprofessionals, zorgaanbieders en zorgverzekeraars samen aan goede en betaalbare geestelijke gezondheidszorg. Dit gebeurt onder meer door het ontwikkelen van standaarden die beschrijven waaraan kwalitatief goede zorg voldoet. Sebastiaan Baan, plaatsvervangend programmaleider van het Netwerk, vertelt over de meerwaarde van het Onderzoeksprogramma GGz voor het vaststellen van deze kwaliteitsstandaarden.

'Samen met ZonMw kijken we naar manieren om het delen van kennis nog eenvoudiger te maken'

Portretfoto Sebastiaan Baan

Baan legt uit: 'Soms is niet alle kennis beschikbaar om kwaliteitsstandaarden vast te kunnen stellen. Denk bijvoorbeeld aan informatie die ontbreekt over de effectiviteit van een behandelmethode. Zorgprofessionals en patiënten hebben natuurlijk veel baat bij deze informatie.' Via het Onderzoeksprogramma GGz komen zulke praktijkvragen op de onderzoeksagenda. Onderzoeksvoorstellen sluiten hierdoor nauw aan bij de informatiebehoefte van partijen in het veld. Ook waarborgt het onderzoeksprogramma dat onderzoeksresultaten snel beschikbaar zijn voor de kwaliteitsstandaarden, en daarmee ook voor de praktijk.

Kracht van het Onderzoeksprogramma

Mensen die concreet te maken hebben met geestelijke gezondheidszorg bepalen dus welk onderzoek de grootste meerwaarde heeft. Volgens Baan schuilt hierin de kracht van het Onderzoeksprogramma GGz. Het leidt ertoe dat onderzoeksresultaten relevant en toepasbaar zijn. En het zorgt voor samenhang tussen onderzoek; iets wat tot nu toe niet goed was belegd, volgens hem. Baan vertelt: 'Wat ik mooi vind, is dat het programma niet alleen laat zien wat er beter kan in de geestelijke gezondheidszorg. Maar óók dat deze zorg in Nederland vaak al goed op orde is.' Het samen beoordelen van onderzoeksvoorstellen maakt de taken en verantwoordelijken van verschillende zorgprofessionals glashelder. 'Zo weten we beter wie waarover gaat en vinden we elkaar steeds gemakkelijker.' aldus Baan.

Implementatie- en praktijkprojecten over depressie

Eind 2016 zijn er 5 kortlopende implementatie- en praktijkprojecten gestart om de herkenning en behandeling van depressie bij jonge vrouwen en adolescenten te verbeteren.

Langlopend depressie onderzoek

3 projecten hebben een startsubsidie gekregen voor langlopend onderzoek om de herkenning en behandeling van depressie bij jonge vrouwen en adolescenten te verbeteren. Deze projecten zijn in december 2016 gestart en leveren onder andere kennissyntheses op.

Het MARIO (Mood and Resilience in Offspring) project

De grootste risicofactor voor het ontstaan van depressie is het hebben van een ouder met een stemmingsstoornis. Kinderen van ouders met een stemmingsstoornis zijn niet alleen erfelijk belast maar groeien ook op in een kwetsbare omgeving. Helaas ontwikkelt >50% van deze kinderen voor hun 35ste depressieve klachten.

Doel

Het MARIO consortium - met universiteiten, zorginstellingen, patiënt- en belangenorganisaties - heeft als centraal doel dit percentage te verlagen. Als eerste creëren we een infrastructuur gebaseerd op succesvolle nationale studies bij patiënten met stemmingsstoornissen (NESDA, BiG, OPPER). Kinderen (12 t/m 25 jaar) van deze patiënten worden gevolgd om beschermende en risicofactoren voor het ontstaan van depressie te onderzoeken.

Werkwijze

Als tweede gaan we met patiënten en hun kinderen werken aan een manier om depressieve klachten bij kinderen vroeg op te sporen door het (online) meten van emoties en gedrag. Als derde evalueren we of (E-health) interventies depressieve klachten bij kinderen van patiënten kunnen voorkomen.

l'Ideale (LIchaamsbeeld en DEpressie bij AdoLEscenten). Effectieve preventie en verbeterde behandeling van depressie door adolescent-specifieke aanpak

Depressie is nu volksziekte nummer 1 en ontstaat vaak al in de puberteit. Tijdig ingrijpen moet dus bij pubers gebeuren. Maar pubers zijn geen kleine volwassenen! Depressies zien er bij jongeren anders uit; de puber is geprikkeld, denkt negatief over zijn of haar lichaam, vindt moeilijker aansluiting bij leeftijdsgenoten en heeft vaak gewichtsproblemen (zowel overgewicht als
eetstoornissen).

Verschillen tussen jongens en meisjes

Er zijn belangrijke verschillen tussen jongens en meisjes; bij meisjes komen
depressies 2 tot 3 keer zo vaak voor en meisjes voelen zich vooral dik, terwijl jongens onzeker zijn over hun sportieve kwaliteiten. De huidige behandelprotocollen voor depressie houden geen rekening met de puberpresentatie noch met de verschillen tussen jongens en meisjes. Terwijl
bij overgewicht en eetstoornissen altijd het hele gezin wordt mee behandeld, is dat bij depressie nog geen gemeengoed.

Doel

In dit project ontwikkelen we een nieuwe pubergerichte behandeling, persoonlijk ontwikkeld voor jongens èn voor meisjes.

Voluit leven tijdens de zwangerschap: verhogen van mentale weerbaarheid tijdens de zwangerschap ter preventie van peripartum depressie. Een langlopend interventieonderzoek.

Depressieve klachten komen regelmatig voor bij (jonge) zwangeren, maar blijven vaak onopgemerkt bij zorgverleners. Deze klachten kunnen echter leiden tot een peripartum depressie (een depressie rond de bevalling), veranderd het hormonale functioneren van de zwangere en kan zorgen voor ontwikkelingsproblemen bij het (ongeboren) kind. Lage weerbaarheid hangt samen met peripartum depressie. Verhoging van de weerbaarheid kan een depressie voorkomen.

Doel

In dit project voeren we een kennissynthese uit naar:

  • de nog weinig onderzochte rol van weerbaarheid bij peripartum depressie
  • de (in)effectieve elementen in psychosociale interventies voor prenatale(sub)klinische depressieve klachten
  • lacunes in effectonderzoek op dit gebied

De resultaten van de kennissynthese worden gebruikt voor de opzet van een langlopend interventieonderzoek met 342 deelnemers en 48 maanden follow-up dat voor het eerst de effectiviteit onderzoekt van een begeleide zelfhulp weerbaarheidstraining om depressieve klachten tijdens en na de zwangerschap te verminderen.

Onderzoek naar vroege herkenning en gepersonaliseerde zorg

Veel psychische aandoeningen ontstaan vroeg in het leven, met vaak levenslange gevolgen. ZonMw financiert daarom 9 onderzoeken naar vroege herkenning en gepersonaliseerde zorg in de GGz. De projecten starten uiterlijk 1 december 2017.

Vroege herkenning en behandeling biedt kansen om het aantal mensen met een psychische stoornis terug te dringen, de kwaliteit van leven van cliënten en de geboden zorg te verbeteren en escalatie van problemen evenals onnodig lange behandeltrajecten te voorkomen. Bovendien kan over- en onderbehandeling worden voorkomen door gepersonaliseerde zorg aan te bieden. Er wordt niet gekeken of cliënten passen bij bestaande behandelingen maar welke mogelijkheden er zijn voor individuele cliënten.

Talentontwikkeling in de GGz

Binnen het Onderzoeksprogramma GGz hebben 2 praktijkfellows en 3 multidisciplinaire fellows een persoonsgebonden subsidie (fellowship) ontvangen voor onderzoek naar vroege herkenning en behandeling en gepersonaliseerde zorg in de GGz. Zij gaan aan de slag met nieuwe, creatieve en grensverleggende ideeën om de zorg aan cliënten te verbeteren, hun regiefunctie te versterken en/of kostenbeheersing te realiseren.

Praktijkfellows zijn professionals en behandelaren werkzaam in de GGz, die onderzoek willen verrichten naar een vernieuwend, grensverleggend GGz onderwerp om zo de brug te slaan tussen onderzoek en de praktijk. Multidisciplinaire fellows zijn wetenschappers uit niet GGz-disciplines die de kans krijgen innovatieve wetenschappelijke ideeën met betrekking tot GGz-onderzoeksvragen uit te werken.

Fellowship projecten:

Persoonlijk en maatschappelijk herstel

Psychische aandoeningen hebben een groot effect op mens en maatschappij. Er is echter weinig kennis over hoe je mensen met psychische problemen het beste kunt ondersteunen bij hun persoonlijk herstel en (re-)integratie in de samenleving. Ook is er nog te weinig aandacht voor man/vrouwverschillen bij herstelondersteunende zorg.

Daarom financieren het Onderzoeksprogramma GGz en het Kennisprogramma Gender en Gezondheid samen 7 praktijkprojecten naar persoonlijk en maatschappelijk herstel van psychische problemen. 

Blik op de toekomst

Het onderzoeksprogramma heeft een beoogd totaal budget van € 50 miljoen. De minster van VWS heeft voor de periode van 2016-2017 € 10 miljoen ter beschikking gesteld. Op een later moment wordt besloten over de vervolgfinanciering na 2017. Indien vervolgfinanciering wordt toegewezen zullen naar verwachting nieuwe subsidierondes worden opengesteld.

ZonMw stimuleert gezondheidsonderzoek en zorginnovatie. ZonMw financiert gezondheidsonderzoek en stimuleert het gebruik van de ontwikkelde kennis - om daarmee de zorg en gezondheid te verbeteren. ZonMw heeft als hoofdopdrachtgevers het ministerie van VWS en NWO.

Colofon Redactie Tappan Communicatie en ZonMw, Fotografie Tess Jungblut (header foto), Pepijn Leupen (foto Pauline Meurs)

Relevante links

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website