Krapte op de arbeidsmarkt in een vergrijzende samenleving en een toenemende flexibilisering. Van werkende mensen wordt steeds meer gevraagd, en dan ook nog eens tot op hogere leeftijd. Het verbeteren van hun duurzame inzetbaarheid wordt zo een alsmaar urgenter maatschappelijk vraagstuk.

Breed gedragen

Dit gevoel van urgentie was al voelbaar gedurende het ZonMw-programma Arbeidsparticipatie en Gezondheid (2009-2015). In opdracht van de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Sociale Zaken en Werkgelegenheid subsidieerde dit programma onderzoek om de duurzame inzetbaarheid van werknemers te verbeteren. Toen het programma startte, was dat een nieuw begrip. Inmiddels wordt duurzame inzetbaarheid breed gedragen en omarmd door werkgevers en professionals op dit terrein. Dit blijkt wel uit de artikelen in deze publicatie, waarin we terugkeren bij enkele projecten uit het programma. Wat is er intussen gebeurd met de kennis die is ontwikkeld? En hoe worden producten die eruit voortkomen ingezet om de urgente vraagstukken van nu te helpen oplossen?

Goede voorbeelden

In het eerste artikel vertelt Evelien Brouwers (Tranzo) over de manier waarop steeds meer bedrijfsartsen mensen met psychische problemen begeleiden. Ze maakt duidelijk dat arbeidsorganisaties daarmee veel kunnen winnen. Tessa Kouwenhoven (Erasmus MC) en Philip Blom (Scania) schetsen een preventieve aanpak die oudere werknemers met een fysiek zwaar beroep helpt gezond te leven. Marly Simons (De Zorggroep) en Ina van Haeff (Zorg aan Zet) laten zien hoe je werknemers in de zorg op een gezonde en plezierige manier aan je organisatie kunt blijven binden.

Hoe verder?

Het is duidelijk dat het bewustzijn groeit: gezondheid en duurzame inzetbaarheid zijn van groot belang, voor werkenden én voor werkgevers. Steeds meer arbeidsorganisaties willen daarvoor effectieve interventies inzetten. Het praktijkgerichte onderzoek dat we hier presenteren – samen met de praktische informatie voor HR-professionals, bedrijfsartsen en werkgevers – kan veel bijdragen aan de zorg voor de gezondheid en duurzame inzetbaarheid van werkenden. In het afsluitende artikel vertellen Fleur Boulogne en Femke Reijenga (ZonMw) over de geleerde lessen en het vervolg van praktijkgericht onderzoek. 

Inhoud

Implementatie: het benutten van opbrengsten uit onderzoek

Wat is de maatschappelijke impact van onderzoek en hoe meet je die? Het is heel lastig een direct verband aan te tonen tussen een specifiek project of een interventie (bijvoorbeeld een leefstijlprogramma) en een concreet effect (bijvoorbeeld verzuimcijfers). Dat komt deels omdat veranderingen in organisaties en in het gedrag van mensen veel tijd kosten. Maar ook omdat er vrijwel nooit één allesbepalende factor is die tot deze veranderingen leidt. Toch is het mogelijk om in te schatten of opbrengsten van onderzoek in de praktijk daadwerkelijk worden gebruikt (implementatie) en zo tot verbetering leiden.

Er zijn indicatoren die het aannemelijk maken dat een concrete verbetering wordt gerealiseerd. Met deze indicatoren is de maatschappelijke impact van wetenschappelijk onderzoek te meten. Werken mensen bijvoorbeeld samen aan de verbetering? Zetten zij eigen middelen (tijd, geld of anders) in om het onderzoek vooruit te brengen? Heeft het onderzoek praktisch bruikbare kennisproducten opgeleverd? En zijn er gerichte activiteiten voor het verspreiden van kennis en het implementeren van de opbrengsten uit het onderzoek? Bij de projecten die we in deze publicatie presenteren, is het antwoord op 1 of meer van deze vragen positief. Dat betekent dat zij impact kunnen realiseren.

Uitval bij psychische problemen: samen oplossingen bedenken

Werknemers die zich ziekmelden vanwege psychische problemen, zijn vaak lang uit het arbeidsproces. Hoe kun je deze groep het beste begeleiden? De (aangepaste) richtlijn van beroepsvereniging NVAB geeft bedrijfsartsen duidelijke handvatten. Maar het is nog niet zo eenvoudig deze in de praktijk te brengen.

100 redenen

Het begeleiden van mensen die vanwege psychische problemen vastlopen op het werk, is geen simpele zaak. Evelien Brouwers, onderzoeker bij Tranzo, het wetenschappelijk centrum voor zorg en welzijn van Tilburg University: ‘Er zijn honderden mogelijke redenen waarom iemand thuis kan komen te zitten. Vroeger lag de focus op verzuim door een bepaalde psychische aandoening. Die moest je dan behandelen om iemand weer aan het werk te helpen. Nu kijken we veel breder. Hoe kijkt iemand zelf tegen een probleem aan en wat is de link met zijn of haar werk? Het gaat meer om psychosociale factoren dan een ziektebeeld.’

Vooral communiceren

In je begeleiding als bedrijfsarts is communicatie met de werknemer het belangrijkste. Communiceren staat dan ook centraal in de richtlijn van beroepsvereniging NVAB, die onder voorzitterschap van Brouwers is herzien. Herstel is een proces, zegt ze, dus je moet frequent contact hebben. Zodat je samen verschillende fases doorloopt op weg naar verbetering. ‘We zijn de afgelopen jaren anders naar gezondheid gaan kijken. Het gaat niet alleen om klachten en wat er niet goed gaat. Maar veel meer: waar krijgt iemand energie van en wat kan hij of zij goed?’

Lees meer
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Samen oplossingen bedenken

In het ZonMw-project dat zij heeft geleid, zocht Brouwers met haar team naar de belemmeringen die bedrijfsartsen ervaren om volgens de richtlijn te werken. Brouwers: ‘Voorheen was de conclusie van onderzoek vaak: de aanpak werkt niet, want bedrijfsartsen volgen de richtlijn onvoldoende. Maar waarom is dat dan? Wij bedachten: we moeten uitzoeken hoe het komt dat ze de richtlijn niet volgen. Als je dat weet, kun je daar iets op verzinnen.’ Een van de instrumenten is een training waarin veel meer gebeurt dan kennisoverdracht over de richtlijn. De kern is dat bedrijfsartsen samen praten over de belemmeringen om deze toe te passen. En samen oplossingen bedenken over hoe je daarmee kunt omgaan.

Vaardigheden leren

De training verbetert de kennis over de richtlijn aantoonbaar. Maar hoe neem je nu de hobbels in de omgeving, variërend van niet goed werkende IT-systemen tot managers die niet willen dat je aan preventie werkt? Brouwers: ‘Een richtlijn toepassen is gedragsverandering, en daarvoor is kennis niet genoeg. Je hebt ook vaardigheden nodig. Als je leidinggevenden wilt meenemen in een andere kijk op gezondheid, moet je met ze in gesprek. En ook dat moet je leren.’

Investeringen terugverdienen

De uitkomsten van het onderzoek zijn meegenomen in de herziene richtlijn. Bijvoorbeeld met een handig stroomdiagram voorin, waardoor de taaie kost – die een richtlijn nu eenmaal is – veel toegankelijker wordt. En een bijlage met gesprekstips. Brouwers: ‘Arbeidsorganisaties kunnen veel winst behalen door in de begeleiding echt in gesprek te gaan. Als werkgevers hun bedrijfsarts daarvoor de ruimte geven, verdienen ze de investering terug met een dalende uitval.’

ZonMw-project 208030001
Van een groep van 64 bedrijfsartsen kreeg de helft (de interventiegroep) een innovatieve training, waarin zij in kleine groepjes de richtlijn vergeleken met de eigen manier van werken. Zij bespraken praktische barrières, hielpen elkaar met oplossingen bedenken en oefenden met de werkwijze volgens de richtlijn.

Nieuwe kennis verankeren in richtlijnen

Soms is een onderzoek zo relevant voor de beroepsgroep, dat deze de nieuwe kennis en inzichten verwerkt in een richtlijn. Opname in een richtlijn is voor ZonMw een indicatie voor maatschappelijke impact (een richtlijn is een voorbeeld van een bruikbare kennisproduct). Omdat werk en werkomstandigheden invloed kunnen hebben op iemands gezondheid, besteden multidisciplinaire richtlijnen steeds meer aandacht aan werkgerelateerde aspecten van gezondheid. Een voorbeeld van het succesvol verwerken van onderzoek in een richtlijn, is een project over psychische problemen op de werkvloer, uitgevoerd in het programma Arbeidsparticipatie en Gezondheid. De resultaten van dit onderzoek hebben geleid tot een richtlijnherziening door de NVAB, de beroepsvereniging van arbeids- en bedrijfsgeneeskundigen. Zie ook het interview met Evelien Brouwers in deze publicatie

‘De uitdaging is te gaan denken vanuit preventie’

Ook mensen met een fysiek zwaar beroep moeten langer doorwerken. Voor hen is een gezonde leefstijl heel belangrijk. PerfectFit draagt daaraan bij, zo blijkt uit onderzoek van het Erasmus MC. Voor vrachtwagenbouwer Scania is het een mooie aanvulling op wat zij al aan preventie doen.

Van ziekte naar preventie

Tessa Kouwenhoven, bedrijfsarts en onderzoeker aan het Erasmus MC, is erop gepromoveerd: de effectiviteit van PerfectFit. Dit is een gezondheidsinterventie die coachingsgesprekken toevoegt aan het preventief medisch onderzoek. Preventie is voor veel arbeidsorganisaties nog nieuw, vertelt Kouwenhoven. ‘De bedrijfsgeneeskunde dacht van oudsher in termen van ziekte en verzuim. De uitdaging is om te gaan denken vanuit preventie. De bedrijfsarts is daar bij uitstek geschikt voor. In de medische wereld wacht je tot iemand langskomt met een klacht. Wij hebben juist steeds contact met de hele doelgroep.’

Hard werken

Vrachtwagenbouwer Scania is een mooi voorbeeld van een bedrijf dat al jaren op preventie inzet. Philip Blom is er bedrijfsarts en manager van het Scania Health Centre. ‘Elke 5 minuten rolt hier een complete vrachtwagen van de band. Je kunt je voorstellen dat dat hard werken is. De gemiddelde leeftijd op de werkvloer is 49 jaar, dus een gezonde leefstijl is voor ons cruciaal. Medewerkers kunnen onder meer advies krijgen van een diëtiste, er zijn loopclinics en we hebben een app met instructiefilmpjes voor fitnessoefeningen. En dat zijn nog maar een paar voorbeelden. PerfectFit past daar heel goed bij.’

Lees meer
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Aanwezigheidscijfers omhoog

Blom benadrukt het belang van leiderschap. ‘De leidinggevende faciliteert medewerkers om veilig en gezond te kunnen werken. Een van onze kernwaarden is: respect voor de medewerker. Dat maken we concreet door ze MIP te noemen: most important person. Zonder hen gaat er geen truck meer de deur uit.’ Dat dit alles werkt, laten de cijfers zien. Blom: ‘Wij draaien de terminologie tegenwoordig om. Vroegen hadden we het nog over verzuimcijfers. Nu spreken we van aanwezigheidscijfers, en die liggen inmiddels structureel een stuk hoger.’

Input van de werkvloer

Scania, het IJsselland Ziekenhuis en Erasmus MC gaan in 2019 aan de slag met PerfectFit2.0, vertelt Kouwenhoven, die de implementatie begeleidt. ‘Het eerste ZonMw-project was heel praktische wetenschap. Met wat we hebben geleerd kunnen we PerfectFit2.0 nog beter laten aansluiten op de behoeften van arbeidsorganisaties. En op die van de doelgroep. Het wordt een blended care-aanpak, dus een combinatie van e-health en persoonlijke begeleiding. De e-health-applicatie maken we geschikt voor minder hoog opgeleide mensen, dus korte items en veel beeld. Bij de deelnemende organisaties praten werknemers in focusgroepen mee om daarvoor input te leveren.’

Bouwen aan bewijs

Kouwenhoven en Blom zijn overtuigd van de meerwaarde van onderzoek voor arbeidsorganisaties, mits het bijdraagt aan verbeteringen in de praktijk. Kouwenhoven heeft aangetoond dat PerfectFit leidt tot gezonder gedrag. Maar er is volgens haar nog meer onderzoek nodig voor wetenschappelijk bewijs dat dit uiteindelijk ook leidt tot lager verzuim. ‘Dergelijke evidence kan het pleidooi voor preventie alleen maar versterken.’ Ook Blom is steeds betrokken bij wetenschappelijk onderzoek. ‘Om aan te tonen dat het effect heeft wat we doen, moet je onderzoek doen. Niet vanuit een ivoren toren, maar gewoon op de werkvloer.’

ZonMw-project 208030007
In dit project is de kosteneffectiviteit onderzocht van PerfectFit, een leefstijlinterventie voor de gezondheid en inzetbaarheid van personeel met een fysiek zwaar beroep van 40 jaar en ouder. Wat doet de interventie met bijvoorbeeld het werkvermogen en de deelname aan gezondheidsbevorderende activiteiten?

 

Met nieuw onderzoek voortbouwen op eerdere resultaten

Een onderzoek uit het programma Werk(en) is gezond bouwt voort op PerfectFit. In PerfectFit 2.0 optimaliseren de onderzoekers de interventie voor de doelgroep lage sociaaleconomische status. Zie ook het interview met Tessa Kouwenhoven en Philip Blom in deze publicatie. Een ander mooi voorbeeld is de kennis die in het programma Arbeidsparticipatie en Gezondheid is opgedaan over de participatieve methode. Deze methode gebruiken onderzoekers in een project in het programma Vakkundig aan het werk. Zij onderzoeken de participatieve methode bij mensen met een arbeidsbeperking. Welke elementen werken, voor wie, wanneer en waarom? De antwoorden leiden tot aanknopingspunten voor een betere begeleiding van deze groep.

‘In de zorg zijn medewerkers je grootste kapitaal’

Waren zorgorganisaties tot een paar jaar geleden vooral bezig met overleven, nu hebben ze juist moeite om mensen vast te houden. Het personeelsbestand vergrijst en veel mensen stoppen voortijdig. Wat kun je doen om de duurzame inzetbaarheid te verhogen? In Limburg is er veel ervaring mee opgedaan.

Vanuit het hart

‘We moeten onze mensen koesteren om ze te behouden voor dit vak.’ Dat zegt Marly Simons, adviseur Duurzame Inzetbaarheid en Preventie bij De Zorggroep. De uitdagingen zijn fors, met een hoog verzuim en veel medewerkers die voortijdig het beroep verlaten. ‘Mensen hebben ooit vanuit hun hart voor de zorg gekozen, maar ze lopen nu vast in de protocollen en de administratieve verplichtingen. En als je ouder wordt, is het werk fysiek gewoon erg zwaar.’ Limburg vergrijst sterk. Dus er zijn steeds meer oudere zorgvragers, terwijl de beroepsbevolking intussen ook gemiddeld steeds ouder wordt.

Zelf aan de slag

De Zorggroep deed mee in de implementatiewerkplaats in de Limburgse zorg. Een van de kennisproducten daaruit is de Ontwikkelwinkel. Simons: ‘Wij noemen het de WerkWijzerWinkel, waarbij dat “wijzer” een dubbele betekenis heeft. De tool wijst de weg, maar helpt ook om wijs te kiezen, als team of medewerker. Krijg je als team bijvoorbeeld een cliënt met obesitas, dan vind je in de winkel instructiefilmpjes hoe je zware mensen veilig kunt tillen. Er is dus direct een oplossing voor een vraag. Je hoeft niet te wachten tot je via je leidinggevende een cursus hebt geregeld.’

Lees meer
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Breed inzetbaar

Ina van Haeff van Zorg aan Zet was projectleider en werkt nog altijd aan de ontwikkelde producten. Die staan op www.werkduurzaam.nl. ‘Het onderzoek liep tot 2014, maar we leren nog steeds. De ontwikkelwinkel is bedacht toen deelnemers vaststelden dat er veel beschikbaar is, maar medewerkers de weg niet weten. De winkel draait op onze server en organisaties kunnen er heel makkelijk hun eigen versie van maken. Inmiddels zijn er 8 winkels, bij ziekenhuizen, ouderenzorgorganisaties en bijvoorbeeld een ggz-instelling. Het concept is dus heel breed inzetbaar.’

Belangrijk instrument

Voor Simons is de WerkWijzerWinkel belangrijk in haar communicatie over duurzame inzetbaarheid. ‘De top 10 van wat medewerkers aanklikken zijn de gratis aanbiedingen. We blijven wél Nederlanders natuurlijk,’ zegt ze met een lach. ‘Denk bijvoorbeeld aan een gratis agressietraining of een stoelmassage voor het hele team.’ Toch blijft voortdurende aandacht nodig, vervolgt Simons. ‘We hebben pas nog een tour gemaakt langs alle locaties. Medewerkers konden in een bus op computers een kijkje nemen. Dat levert weer veel aandacht op voor duurzame inzetbaarheid.’

Mensen als kapitaal

In haar organisatie heeft Simons contacten van hoog tot laag. ‘Ik begin altijd bij de medewerkers en ga dan pas naar het management. Top-down werkt het niet.’ Ook Van Haeff schakelt veel met beslissers, inclusief de mensen achter de schermen. ‘Als je over het geld gaat, moet je weten dat investeren aan de voorkant uiteindelijk veel oplevert. Dus organiseren we voor hen kennissessies met verzekeraars, bijvoorbeeld. Je medewerkers zijn uiteindelijk je grootste kapitaal. Daar moet je in willen investeren. Anders worden je patiënten of cliënten uiteindelijk de dupe.’

ZonMw-project 2080310031
Op basis van eerdere ZonMw-projecten In de provincie Limburg is een toolbox rond duurzame inzetbaarheid ontwikkeld. De kennis is beschikbaar gemaakt via het e-boek ‘De kracht van duurzame inzetbaarheid’. Op www.werkduurzaam.nl vinden arbeidsorganisaties onder meer een businesscase en een ‘ontwikkelwinkel’.

 

Duurzame inzetbaarheid, een zaak van wetenschap en praktijk

Het ZonMw-programma Arbeidsparticipatie en Gezondheid subsidieerde onderzoek om de duurzame inzetbaarheid van werknemers te verbeteren. Een gezonde en gemotiveerde beroepsbevolking die lang inzetbaar blijft, is van vitaal belang. Wat zijn de belangrijkste lessen uit het programma? En hoe gaat ZonMw verder met het stimuleren van praktijkgericht onderzoek?

Goede start gemaakt

Een krappe arbeidsmarkt en een hogere pensioenleeftijd maken onderzoek naar duurzame inzetbaarheid alsmaar relevanter. Uitval van mensen leidt bij krapte en vergrijzing tot maatschappelijke problemen. Het ZonMw-programma Arbeidsparticipatie en Gezondheid (2009-2015) heeft een mooi begin gemaakt met onderzoek op dit terrein. Fleur Boulogne was destijds programmasecretaris. ‘Toen we begonnen was duurzame inzetbaarheid nauwelijks een thema. En door de economische crisis hadden veel werkgevers het amper in het vizier. Inmiddels is duurzame inzetbaarheid niet meer weg te denken. In deze publicatie staan daarvan een paar inspirerende praktijkvoorbeelden.’

Gezondheidsbevorderend werk

De evaluatie van Arbeidsparticipatie en Gezondheid bevestigt dat er een basis is gelegd voor duurzame inzetbaarheid. Er is een cultuuromslag op gang gekomen in de kijk op werk en gezondheid. Ook een instrument als ‘Werk als waarde’ wordt in de praktijk steeds meer omarmd. Boulogne: ‘Voorheen ging het vooral over risicofactoren die werk ongezond kunnen maken. Uit onderzoek blijkt dat het hebben van werk de gezondheid juist kan bevorderen. Het speelt een rol bij zingeving, welbevinden en draagt bij aan de kwaliteit van leven. Als werk gezond is, creëer je een win-winsituatie. En die kan ook nog eens economisch goed uitpakken, bijvoorbeeld doordat de zorg- of verzuimkosten erdoor dalen.’

Lees meer
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Meer kennis nodig

Femke Reijenga is programmasecretaris Werk(en) is gezond, een programma dat in 2015 bij ZonMw is gestart. Het richt zich expliciet op het bevorderen van de gezondheid van werkenden met een lage sociaaleconomische positie. Vooral de gezondheid van chronische zieke werknemers komt aan bod. Op dit gebied is meer kennis nodig en ook op de werkvloer moet nog meer gebeuren, aldus Reijenga. ‘In Arbeidsparticipatie en Gezondheid was er veel verbinding met de praktijk, ook in vervolgonderzoek is dit essentieel.’

Praktijk denkt mee

Een voorbeeld is het vertalen van onderzoeksresultaten naar praktisch toepasbare gereedschappen. Daarnaast is tijdens het onderzoek aandacht voor de praktijk nodig, stelt Reijenga. ‘Het afnemen van lange vragenlijsten werkt niet bij de doelgroep van Werk(en) is gezond. We willen dat werkgevers én werknemers in de projecten meedenken hoe een interventie op de werkvloer – en het onderzoek daarnaar – eruit moet zien. Uiteindelijk moeten arbeidsorganisaties en de projectdeelnemers zelf met de interventies aan de slag kunnen.’

Continuïteit in de kennisketen

Kennisontwikkeling, kennisdeling en een goede kennisinfrastructuur zijn volgens Reijenga hard nodig. En vooral meer toepassing van interventies in de praktijk. ‘Op de werkvloer en bij zorgprofessionals is veel gaande. Nu is er behoefte aan een plek waar wetenschap en praktijk elkaar ontmoeten. En elkaar versterken in de hele kennisketen, van effectonderzoek tot implementatie. Ik zie wel wat in een landelijk opererende academische werkplaats Arbeidsgerelateerde zorg, waarin duurzame inzetbaarheid het leidende begrip is. Zodat we verbindingen kunnen leggen, tussen allerlei disciplines én naar de praktijk.’

Magazine ‘Duurzaam werkt beter’

'Bij duurzame inzetbaarheid hebben mensen meer energie, zijn ze productiever en blijven ze met plezier én langer aan het werk – ook als ze bijvoorbeeld een beperking hebben.'

Dat zegt Dick van der Laan, voorzitter van de stuurgroep Arbeidsparticipatie en Gezondheid, in het magazine ‘Duurzaam werkt beter’. In dit magazine zijn enthousiaste verhalen uit het programma Arbeidsparticipatie en Gezondheid gebundeld.

Tussen 2009 en 2015 heeft dit programma in diverse projecten uiteenlopende aanpakken onderzocht om de gezondheid en inzetbaarheid van werkenden te verbeteren.

Interview: zingeving als motor voor langer doorwerken

Invulling geven aan wat jij belangrijk vindt in je werk. In de praktijk van de verzuimbegeleiding blijkt het goed uit te pakken om hierover met werknemers te praten.

Voor zo’n gesprek is een praktisch instrument beschikbaar om iemands duurzame inzetbaarheid te meten. Dit instrument biedt werkgevers bovendien handvatten om activiteiten te ondernemen die de inzetbaarheid van medewerkers vergroten. Het meetinstrument, gebaseerd op het Capability-model van Jac van der Klink, wordt al jaren actief gebruikt.

Bijvoorbeeld door Ascender, een consultancybureau voor duurzame inzetbaarheid, en HumanTotalCare, dat samen met bedrijfsartsen en werkgevers invulling geeft aan integraal gezondheidsmanagement. Lees meer in Mediator 32, 3 december 2018.

Samen leren in dialoog: wat werkt wel en wat werkt niet?

Hoe kun je resultaten uit wetenschappelijk onderzoek verder brengen in de praktijk? Deze vraag was een belangrijk onderdeel van het programma Arbeidsparticipatie en Gezondheid.

Een werkgroep heeft 4 projecten gevolgd om te leren over implementatie: wat werkt wel en wat werkt niet? De gekozen aanpak was die van de dialoog met verschillende betrokkenen: onderzoekers, praktijkmensen, leidinggevenden, HR-professionals en werknemers. De werkgroep heeft 8 lessen en aanbevelingen uit de projecten samengevat in een factsheet.

ZonMw Parel voor de participatieve aanpak van Stay@Work

Werkgroepen waarin medewerkers, management en een arbo-coördinator samen gezondheidsrisico's op de werkvloer definiëren en oplossen. Dat is de kern van Stay@Work.

De werkwijze, ook wel participatieve aanpak genoemd, helpt om de gebruikelijke barrières voor het uitvoeren van passende maatregelen te overwinnen: gebrek aan steun van het management en een tekort aan motivatie bij werknemers.

In 2011 ontving dit project een ZonMw Parel. Inmiddels zijn de werkzame elementen van de participatieve aanpak verwerkt in een multidisciplinaire leidraad en in de NVAB-richtlijnen Depressie en Kanker en Werk.

 

Op de werkvloer: waarom meedoen?

De verbinding met de praktijk was de kracht van veel van de projecten uit het programma Arbeidsparticipatie en gezondheid.

In deze film vertellen werkgevers, HR-managers en medewerkers waarom ze meedoen in wetenschappelijk onderzoek, welke inzichten projecten opleveren en wat dat betekent voor hun werk.

Colofon:

Interviews en teksten: Marc van Bijsterveldt, Redactie: Fleur Boulogne en Marieke Willemse, Technische realisatie: Caroline van der Horst en Carola Havers

ZonMw stimuleert gezondheidsonderzoek en zorginnovatie. ZonMw financiert gezondheidsonderzoek en stimuleert het gebruik van de ontwikkelde kennis - om daarmee de zorg en gezondheid te verbeteren. ZonMw heeft als hoofdopdrachtgevers het ministerie van VWS en NWO.

Links

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website