Drie dementieonderzoekers, 3 verschillende specialismen. Deze onderzoekers gingen met elkaar in debat tijdens één van de sessies van het jaarevent van het Deltaplan Dementie, op 19 november 2018.

De 3 debatanten waren: dr. Betty Tijms, die onderzoek doet naar hersenstructuren; prof. dr. Peter De Deyn, die zowel preklinisch als klinisch dementieonderzoek doet; prof. dr. Myrra Vernooij-Dassen, die onderzoek doet naar de psychosociale aspecten van zorg. Zij bespraken onder leiding van dr. Hanneke Hulst, hersenwetenschapper en managing director van Stichting Brein in Beeld, of er verbindingen zijn tussen hun onderzoekslijnen, wat de uitdagingen zijn als het om samenwerking gaat, en wat het oplevert. Met andere woorden, zij bespraken 'de kunst van samen'! - thema van het jaarevent 2018.

3 onderzoekers aan tafel en 1 moderator aan het woord
'Er zit een enorme ruimte tussen wat de pathologie laat zien en de symptomen die mensen hebben. Dat gaan we onderzoeken'

Professor Myrra Vernooij-Dassen:

'Mijn onderzoeken hebben zich vooral gericht op de psychosociale zorg voor mensen met dementie en hun mantelzorgers, bijvoorbeeld naar cognitieve reframing waarbij catastrofegedachten worden vervangen door het kijken naar mogelijkheden. Nu ben ik met name gericht op social health, waarbij je onderzoekt wat de invloed is van andere mensen in de omgeving op wat een persoon met dementie kan en niet kan en wil. Ik wil heel graag de link leggen met andere disciplines omdat ik denk dat we daarmee een stap voorwaarts kunnen maken. Het gaat nu niet snel genoeg. Er zit bijvoorbeeld een enorme ruimte tussen de pathologie en symptomen die mensen hebben. Die zijn niet één op één bij alle patiënten gelijk. Vijftig procent van de mensen met dementie hebben verschijnselen die veel ernstiger zijn dan dat op basis van hun pathologie kan worden aangetoond. En andersom komt ook voor: 30 procent van de mensen bij wie verschijnselen gezien worden in het brein, vertonen geen enkel symptoom van dementie. Deze ruimte willen we heel graag gaan gebruiken en onderzoeken.'
 

'Hyperexperts hebben elkaar iets te bieden'

Dr. Betty Tijms, psycholoog en neuro-informaticus

Tijms heeft een multidisciplinaire aanpak ontwikkeld om naar hersennetwerken te kijken. Haar onderzoek richt zich op het vinden van biomarkers die iets zeggen over het verloop van dementie bij een individueel persoon. Het beloop van de eerste verstoringen en het ontwikkelen van dementie verschilt enorm van persoon tot persoon. 'Wij onderzoeken welke rol de hersennetwerken hierin spelen. Er zijn verschillende manieren om naar de hersennetwerken te kijken. Een van de mogelijkheden is om naar de eiwitten in hersenvocht te kijken. Nu weet ik wel wat over eiwitten in hersenvocht, maar ik heb echt een expert nodig van bijvoorbeeld de klinische neurochemie om precies te weten wat deze eiwitten doen. En ik kan hen op mijn beurt weer helpen, omdat ik wel raad weet met een bak met data.' 

'We bestuderen ziektemodellen van muis en mens'

Professor Peter Paul de Deyn, translationeel moleculair onderzoeker

De Deyn bestudeert ziektemechanismen van muis naar mens. De Deyn: 'Daar zitten heel wat stappen tussen omdat een aantal zaken niet van proefdierfase naar de humane situatie gebracht kunnen worden. Maar wat wel mogelijk is: psychosociale interacties kunnen proefdierkundig worden onderzocht, waarmee weer voorspellingen gedaan kunnen worden in de humane situatie. De technieken in verschillende onderzoeksdisciplines zijn zeer uiteenlopend. In dialoog zouden die praktisch en inhoudelijk geconceptualiseerd en geoptimaliseerd moeten worden. Een bijzonder aanknopingspunt voor onderzoek biedt de doelgroep mensen met het downsyndroom. Van hen heeft 100% op de leeftijd van 40 jaar hersenen zoals bij gevorderde alzheimer. Maar een significant deel, 30-40 procent, ontwikkelt nooit een dementieel syndroom. Hierbij is de vraag: wat zijn de beschermende factoren? Die zullen voor een deel psychosociaal zijn, maar er zijn mogelijk ook andere factoren. Daar moeten we interdisciplinair onderzoek naar doen.'

In het ZonMw-programma Memorabel worden bijna 150 onderzoeken en innovaties naar dementie uitgevoerd, waarbij naar heel diverse aspecten gekeken wordt, van molecuul tot de maatschappij via de mens. Een reden daarvoor is dat dementie een multifactorieel syndroom is, dat vraagt om onderzoeksexperts op al deze disciplines. Maar zonder interdisciplinaire samenwerking tussen deze hyperspecialisten, maken we onvoldoende vaart om de puzzel rond dementie op te lossen. Het doel is tenslotte goede zorg voor de patiënt van nu en de patiënt van morgen.

Gefocust blijven en tegelijkertijd samenwerken, hoe doe je dat?

Vernooij-Dassen: 'Als wij geen gebruik maken van de kennis die op andere gebieden ontwikkeld is, dan doen we het dementieonderzoek geweldig tekort. Het is een multifactorieel probleem en moeten we als zodanig onderzoeken. Daar zullen we hobbels in tegenkomen, maar we moeten het doen om verder te komen. Een voorwaarde is dat je respect hebt voor elkaar. Je bent al bij het maken van een projectvoorstel verplicht om elkaar te bevragen, het elkaar uit te leggen er de tijd voor te nemen. Het valt namelijk niet altijd mee om elkaar te begrijpen. Belangrijk is dat  je elkaar voortdurende vragen blijft stellen: wat bedoel je hiermee, leg dit eens uit? De kunst is de waarde van jouw onderzoek uit te leggen aan een collega-onderzoeker in een heel andere discipline. Je nodigt die mensen uit die aan de hypothese en de onderzoeksvraag kunnen werken. Het feit dat je concreet bezig bent en nieuwsgierig bent naar wat de ander doet, dat is heel erg motiverend en het is ontzettend leuk als je over de grens moet kijken en op je tenen moet gaan staan. Als je door durft te vragen dan levert dat heel erg veel op.'

De Deyn: 'Het is inderdaad heel goed dat funding agencies zoals ZonMw eisen dat er multidisciplinair wordt samenwerkt. Die expertise moet je zoeken, soms internationaal en zelfs mondiaal.' 

Tijms: 'Het is best een grote afstand van het identificeren van een hersenverbinding op een MRI tot de vraag wat goeie psychosociale zorg is. Natuurlijk moet je samenwerken, maar het is ook belangrijk om je hyperspecialisme verder te “hyperen”. Het vraagt om tijd en geduld om meerdere disciplines met elkaar te laten samenwerken. Maar als je het echt wilt, dan is het investering waard. Het risico is wel, dat hoe meer disciplines je erbij betrekt hoe oppervlakkiger het kan worden. Het is tenslotte niet de bedoeling om zelf ook hyperspecialist te worden op een ander gebied. Daar moet je een weg in vinden.'

Kunnen nieuwe technieken verbinden?

De nieuwe technieken, zoals 3D-culturen en artifical intelligence zijn technieken die in verschillende onderzoeksdisciplines kunnen worden benut.

De Deyn: 'Uiteraard maken wel allemaal graag gebruiken van deze technieken, die een belangrijke ontwikkeling zijn. Maar het zijn complementaire technieken omdat ze een gelimiteerd beeld geven. Zo registeren deze modellen bijvoorbeeld geen gedrag. Voor andere onderzoeken heb je levende organismen nodig.'

Meer informatie


ZonMw stimuleert gezondheidsonderzoek en zorginnovatie. ZonMw financiert gezondheidsonderzoek en stimuleert het gebruik van de ontwikkelde kennis - om daarmee de zorg en gezondheid te verbeteren. ZonMw heeft als hoofdopdrachtgevers het ministerie van VWS en NWO.

Colofon Tekst Erlinde Dekker - ZonMw, Fotografie broerz
 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website