Tijdens de Ontmoetingsdag werden er diverse workshops gegeven. Wat er tijdens de workshops besproken werd leest u op deze speciale pagina.

Inhoud

Workshop: The Space Before Sleep

De Deense kunstenares Kristina Steinbock maakt werk over blindheid en de gevolgen daarvan. In 2018 lanceerde zij de film ‘The Space Before Sleep’. Daarin laten drie blinde volwassenen zien hoe zij omgaan en worstelen met seksualiteit, moederschap en religie of spiritualiteit. De gesproken tekst – gebaseerd op twintig interviews die Steinbock met blinde mensen hield – vertelt het verhaal. Het beeld correspondeert niet steeds één-op-één met de tekst, maar is eerder een kunstzinnige interpretatie daarvan. Na de vertoning van de film geeft Steinbock in de workshop een toelichting op de film en haar overige werk.

Lees meer over de workshop 'The Space Before Sleep'
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Bevrijdende scènes

Nina is 25 en blind geboren. Via internet organiseert ze dates met mannen. Het filmverhaal is mede vormgegeven op basis van Nina’s zeer expliciete dagboeken. Steinbock: ‘Ik wilde een jonge vrouw portretteren die geen visueel concept van huid heeft, noch van schoonheid, zoals ziende mensen dat hebben.’ Het verhaal van Lykke gaat over moeder zijn in een samenleving die jou – als iemand met een beperking – daar niet volledig toe in staat acht. Lykke judoot met haar zoontje en geeft zo op een heel directe, lichamelijke manier mede vorm aan haar moederschap. Søren is religieus maar verzet zich tegen de manier waarop blindheid in de bijbel symbool staat voor onwetendheid. In de film danst Søren in de kerk, iets wat hij in werkelijkheid niet zou durven. Het is een bevrijdende scène.

Kwetsbare situatie

Na een korte uitwisseling over de film, die in de zaal zeer positief wordt ontvangen, gaat Steinbock in op ander werk  over blind zijn. In een eerdere film, ‘House without Windows’, bracht ze een blinde man en een sekswerker (geen acteurs) samen in een hotelkamer en filmde de ontmoeting. Voor beide partners in deze film was de rolomdraaiing zeer spannend, aldus Steinbock. De sekswerker kon niet ‘werken’ met de mannelijke blik (‘the male gaze’) waarmee zij normaal gesproken haar klanten verleidt. En de man hoefde zich, daartoe uitgedaagd door Steinbock, niet te laten leiden. Hij kreeg de ‘macht’ om de onbekende – en voor hem onzichtbare – vrouw in de hotelkamer te vérleiden. Steinbock: ‘Het was een kwetsbare situatie, maar het pakte heel mooi uit, voor beiden. En ik hoop ook voor de kijker.’

Workshop: Lichaamsgerichte revalidatie

Uit het hoofd, in het lichaam, het is het motto van lichaamsgerichte revalidatie. Dat vertellen Femke Krijger en Petra Colen aan het begin van hun workshop. Wie te veel ‘in het hoofd zit’ om grip of controle te houden, heeft vanzelf ook minder contact met het lichaam. Weer vertrouwen krijgen in je lichaam maakt dat je steviger staat. Het is een voorwaarde om je letterlijk en figuurlijk vrijer te kunnen bewegen. Bij lichaamsgerichte revalidatie – de naam zegt het al – gaat het om interventies die het lichaam gebruiken als toegangspoort. Met als doel een bewuster lichaamsbesef te ontwikkelen en het ‘voelende potentieel’ te kunnen ontwikkelen en inzetten.

Lees meer over de workshop Lichaamsgerichte revalidatie
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Opruimen wat niet meer werkt

Door oefeningen, onder meer met aanraking, leren mensen in lichaamsgerichte revalidatie naar hun hart en hun gevoel te gaan, en het eigen lichaam te ervaren. In het lichaam zijn onze gedachten, opgedane ervaringen, emoties en intuïtie opgeslagen. Emoties en spanning kunnen op allerlei manieren lichamelijk tot uitdrukking komen. Denk aan pijn in de schouders, rug of buik, of aan sloffend lopen, repeterende bewegingen en een verhoogde hartslag. Lichaamsbewustzijn helpt je om grenzen aan te geven, te leren omgaan met spanning, je te ontspannen en beter in je vel te zitten. En het leert je te durven onderzoeken én opruimen wat niet meer goed werkt. Dat vergroot de weerbaarheid en helpt het leven zin te geven.

Zitten op een ballon

De deelnemers aan de workshop ervaren aan de hand van enkele oefeningen zelf hoe je bewuster naar je lichaam kunt luisteren. Bijvoorbeeld met de volgende opdracht. Blaas een ballon op, niet te groot, niet te klein. Leg de ballon op je stoel en ga erop zitten. Wat doet dit met je? Het is spannend om op een ballon te gaan zitten, zo ervaren de deelnemers. Zal ie knappen? Deze spanning en voorzichtigheid ervaar je continu in allerlei situaties in het leven, en al helemaal als je een visuele beperking hebt. Ga op zoek naar waar lichamelijke spanning zit. En ervaar deze spanning! Om je eigen gevoel waar te nemen, moet je dichtbij jezelf blijven en dat kun je leren. Het ontwikkelen van lichaamsbewustzijn gaat een leven lang door, zodat je je lichaam steeds beter kunt inzetten om jezelf waar te nemen.

Workshop: Mindfulness voor mensen met een visuele (en bijkomende licht verstandelijke) beperking

Mindfulness leert je omgaan met dagelijkse stress en te werken naar oplossingen op eigen kracht, zo opent Marieke Koemans haar workshop over de pilot Mindfulness bij Koninklijke Visio in 2017. Mindfulness gaat om het trainen van je aandacht, door stil te staan, te voelen en te kijken naar jezelf. Dat gebeurt met verschillende bewustzijnsoefeningen. In plaats van automatisch op een situatie te reageren, bekijk je hoe het met je gaat, om dan van daaruit te reageren.

Lees meer over de workshop Mindfulness voor mensen met een visuele (en bijkomende licht verstandelijke) beperking
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Compenseren met het hoofd

Waarom kan mindfulness goed uitpakken voor mensen met een visuele beperking? Vaak compenseren zij hun beperking met het hoofd, en daar wordt het druk en vol, bij wijze van spreken. De afgelopen jaren is steeds meer gebleken dat mindfulness helpend is voor mensen met klachten als depressie, angst of burn-out. Ook voor mensen met een visuele en een bijkomende verstandelijke beperking is het een bruikbare en makkelijk toegankelijke methode of behandelvorm. Het krijgen van een visuele beperking leidt vaak tot een periode van verdriet, angst, boosheid en onzekerheid. Ook na langere tijd kan iemand zich dan ‘ineens’ verdrietig of onrustig voelen en niet de link leggen naar waar dit oorspronkelijk vandaan komt.

Aantoonbare effecten van mediteren

In het Radboudumc wordt wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de effecten van mindfulness. Onder andere naar welke veranderingen er bij mediteren te zien zijn in de hersenen. Er blijken inderdaad effecten zichtbaar in verschillende hersengebieden. Mensen die mediteren laten een toegenomen concentratie zien en meer vermogen om de aandacht ergens bij te houden. Ze hebben meer gewaarwordingen van de omgeving en van hun lichaam. Ook is er sprake van een lager stressniveau en een afname in piekeren. Deelnemers aan de pilot bij Koninklijke Visio rapporteren een verhoogd gevoel van welbevinden. Ze kunnen beter omgaan met boosheid en agressie en ervaren meer rust en ontspanning. Ook voelen ze meer zelfvertrouwen en zeggen anders te kunnen reageren op situaties. Een van hen zei het zo: ‘Wat me zo gelukkig maakt, is dat ik beter om kan gaan met mijn gedachten.’

Presentatiesessie: Welke rol speelt een mentor bij jongeren met een visuele beperking?

In de fase naar jongvolwassenheid gebeurt er veel: je gaat zelfstandig wonen, maakt de overgang van school naar werk en je bent druk met de ontwikkeling van je identiteit. Van jongeren met een beperking is bekend dat deze fase langer duurt, complexer is en met meer grillen verloopt. Jongeren met een visuele beperking lopen specifiek risico’s op het gebied van sociale contacten, het vinden van werk en het goed indelen van hun vrije tijd. Dit zijn belangrijke aspecten voor een waardevolle deelname aan de maatschappij. Kunnen bepaalde interventies deze jongeren effectief ondersteunen in hun sociale participatie?

Lees meer over de presentatiesessie 'Welke rol speelt een mentor bij jongeren met een visuele beperking?'
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Samen activiteiten buitenshuis doen

Eline Heppe deed promotieonderzoek naar de rol van een mentor bij het verbeteren van de sociale participatie en het psychosociaal welbevinden van jongeren met een visuele beperking. In het onderzoek zijn mentoren (zowel met als zonder visuele beperking) één-op-één gekoppeld aan een zogeheten mentee. Gedurende twaalf maanden hadden zij een maandelijkse ontmoeting, wekelijks telefonisch contact en deden ze activiteiten buitenshuis. Het Mentor Support Handboek diende als naslagwerk voor ideeën en werkvormen.

Voordelen nog niet goed duidelijk

Mentor Support laat slechts kleine voordelen zien, met name voor het psychosociaal functioneren (het gevoel van autonomie en het gevoel van competentie). Heppe vond geen verschil tussen het effect van mentoren met en zonder visuele beperking. Wel zijn koppels met een mentor met een visuele beperking vaker voortijdig gestopt. Het is de vraag of het heeft uitgemaakt dat mentor en mentee in deze studie willekeurig zijn gekoppeld. Het kan immers voordelen hebben om rekening te houden met de persoonlijke voorkeuren. Nog niet alle data zijn geanalyseerd en de logboeken van de jongeren geven veel kwalitatieve informatie, dus houd het onderzoek in de gaten voor de verdere resultaten.

Presentatiesessie: posttraumatische stress bij mensen met een visuele beperking

Negatieve en ingrijpende levensgebeurtenissen leiden soms tot een posttraumatische stressstoornis, een aandoening waarbij mensen extreme stress en angst ervaren. Wat is de relatie tussen een visuele beperking, negatieve levensgebeurtenissen en posttraumatische stress? Schattingen van het vóórkomen van deze stoornis onder mensen met een visuele beperking variëren van 10 tot 16 procent. Soms is de aandoening lastig te onderscheiden van traumatisch hersenletsel, omdat de symptomen vergelijkbaar kunnen zijn. Lia van der Ham is een participatief actieonderzoek gestart met interviews met cliënten en focusgroepen met hulpverleners. In de workshop presenteert zij de inmiddels afgesloten literatuurstudie, ondersteund met indrukwekkende citaten uit de interviews.

Lees meer over de presentatiesessie 'Posttraumatische stress bij mensen met een visuele beperking'
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Specifieke risico’s op gebeurtenissen

Er zijn bepaalde gebeurtenissen die alleen mensen met een visuele beperking kunnen overkomen, zoals aanvallen op de geleidehond, verdwalen of vallen in een onvoorspelbare omgeving. Er zijn aanwijzingen in de literatuur dat mensen met een visuele beperking een verhoogd risico hebben op (bepaalde) traumatische gebeurtenissen. Zoals een van de geïnterviewden vaststelde: ‘Als ik had gezien, dan was mijn ongeluk misschien niet gebeurd.’ Ook kan een visuele beperking een obstakel vormen om informatie tijdens de gebeurtenis te verkrijgen (waar is het gevaar?). Een geïnterviewde zei: ‘Je ziet een klap niet aankomen, dus je bent absoluut niet weerbaar.’

Meer moeite met reconstrueren

Mensen met een visuele beperking kunnen moeite hebben met het reconstrueren van de gebeurtenis: wat gebeurde er wanneer en hoe? Soms levert dit een schuldgevoel op en worstelt iemand met de gedachte dat iets misschien voorkomen had kunnen worden. Herbelevingen lijken zich te uiten in de zintuigen die tijdens de gebeurtenis zijn gebruikt. Geluiden kunnen naderhand bijvoorbeeld veel harder binnenkomen. Het sociaal netwerk en de (on)afhankelijkheid van anderen spelen een belangrijke rol in de verwerking. Mensen kunnen zich kwetsbaarder voelen na het doormaken van een traumatische gebeurtenis, met het vermijden van situaties als gevolg. Het onderzoek levert uiteindelijk adviezen op voor diagnostiek en behandeling.

Workshop: Psychomotorische therapie: het lichaam liegt niet!

De meeste mensen met een visuele beperking bewegen minder, vertelt Hanneke Tijssen-Bosma. Dit betekent dat er ook minder contact is met de omgeving. En omdat daarnaast oogcontact beperkt mogelijk is, stijgt de kans op een kleine leefwereld. Bij psychomotorische therapie staan lichaamsbeleving en bewegingsgedrag centraal. Door sport en spel of lichaamsgeoriënteerde oefeningen komt iemand letterlijk in beweging of staat juist stil bij zijn ervaringen. Zo leer je om lichaamssignalen, gevoelens en gedragspatronen te herkennen, verwoorden en begrijpen.

Lees meer over de workshop Psychomotorische therapie: het lichaam liegt niet!
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De ervaringsbril laat je anders lopen

In de workshop ervaren de deelnemers zelf wat psychomotorische therapie doet. Met bewegen en spelvormen kun je leren omgaan met psychosociale uitdagingen. Dat gebeurt in de therapie doordat mensen zelf gedragspatronen herkennen, verkennen en erkennen. En vervolgens hun gedrag gaan veranderen; denken, voelen en handelen raken met elkaar verbonden. De workshopdeelnemers krijgen allemaal een ervaringsbril op en merken dat het meer energie kost om rond te lopen. Je loopt anders, het tempo gaat omlaag. Sommigen realiseren zich dat ze in gedachten verzonken raken. Anderen zeggen behoefte aan bescherming te hebben. In een oefening ‘oversteken in een kring’ moeten ze hun eigen weg naar de overkant kiezen. De lessen: als je hulp nodig hebt, vraag er dan om. En laat je niet weerhouden door obstakels.

Relatief groot therapie-effect

Voor mensen met een visuele beperking kan psychomotorische therapie heel helpend zijn. De therapie wordt daarom veel toegepast bij de intensieve revalidatie bij Visio Het Loo Erf. De vraag die de cliënt zich stelt is steeds: hoe kan ik het anders gaan doen? Lichamelijke ervaringen blijven vaak lang ‘hangen’ bij cliënten, zo blijkt. En ze zijn nog steeds te voelen als iemand na de therapie weer thuis is. Daarmee heeft psychomotorische therapie een relatief groot effect op gedrag. De kracht van deze aanpak: ervaring staat centraal, het lichaam liegt niet en het is een kwestie van: niet praten, gewoon doen.

Workshop: Een ervaring rijker; werken met ervaringsdeskundigen

Mieke Douma is maatschappelijk werkende en Lex Muskens ervaringsdeskundige. Zij begeleiden de workshop over de meerwaarde van het inzetten van ervaringsdeskundigen tijdens de revalidatie van mensen met een visuele beperking. De workshop start met een experiment: vijf deelnemers voelen in een zogeheten belevingsdoos, een doos met een deksel en een gat erin, waardoor je allerlei voorwerpen kunt voelen. Het blijkt dat alle vijf verschillen in wat zij in de doos voelen en waarnemen. De les: iedereen is anders, iemands persoonlijke ervaring maakt dus steeds verschil.

Workshop: De visuele beperking als loden mantel

Lees meer over de workshop 'Een ervaring rijker; werken met ervaringsdeskundigen'
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Lotgenoot, vriend en ambassadeur

Uit een pilot in 2017 is gebleken dat cliënten het kunnen praten met een ervaringsdeskundige van meerwaarde vinden in hun revalidatie. Ze zien de ervaringsdeskundige als een lotgenoot, vriend, ambassadeur. Vrijwel alle cliënten zijn het erover eens dat zij ook met iemand anders hadden kunnen praten over hun beperking, maar dat er nooit zoveel begrip zou zijn als bij een ervaringsdeskundige. Allemaal zouden zij andere cliënten aanraden ook met een ervaringsdeskundige te praten. De werkwijze is daarnaast van toegevoegde waarde voor de ervaringsdeskundigen zelf, bleek uit de pilot. Die zijn erg enthousiast en voelen zich er weer bij horen in de samenleving. En het levert voordelen op als een daginvulling, een goed gevoel, energie, het gevoel waardevol te zijn, het leren kennen van grenzen en het aanleren van gesprekstechnieken.

Soms gewoon een maatje

De meerwaarde blijkt goed uit het verhaal van Muskens. Hij heeft altijd veel gefietst en leidt nu fietsgroepjes. Hij zegt dat je als ervaringsdeskundige het verhaal van iemand met een visuele beperking makkelijker snapt. En je bent soms gewoon een maatje, stelt Muskens vast. Als lastig ervaart hij het punt van scholing van ervaringsdeskundigen. Je moet actuele kennis hebben, ook van de sociale kaart, en goed bijhouden wat organisaties aanbieden. Dat alles bij elkaar loopt wel eens op. Een goede afstemming met professionals is dan van belang, aldus Muskens.

In deze workshop geven Marit van Buijsen en Edine van Munster een overzicht van projecten die bij de Robert Coppes Stichting lopen. Deze organisatie begeleidt voornamelijk mensen die zowel een visuele beperking als een ernstige psychiatrische aandoening hebben. Ook kan nog sprake zijn van een cognitieve en/of somatische aandoening, ofwel multiproblematiek. De visuele beperking lijkt soms als een ‘loden mantel’ over de andere beperkingen heen te liggen. Daardoor zijn deze moeilijk te signaleren. De visuele beperking maakt ook nog eens dat compensatiemogelijkheden wegvallen.

Workshop: Ik ondersteun je bij je verlies

Lees meer over de workshop De visuele beperking als loden mantel
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Impliciete kennis naar voren halen

Een van de projecten is het signaleren van mentale problemen en het verminderen van kwetsbaarheid. Het is soms lastig te onderscheiden of problemen voortkomen uit het visusverlies of uit een onderliggend probleem. Denk bijvoorbeeld aan vieze kleding. Is dat een symptoom van een depressie of een gevolg van de visuele beperking? Van Buijsen doet promotieonderzoek naar hulpverlening bij een visuele en bijkomende beperking. Het doel is om impliciete kennis van cliënten en professionals expliciet te maken. Er is veel kennis, maar die zit vooral in de harten en hoofden van de professionals. Via interviews en groepsbijeenkomsten wordt die kennis opgehaald en vervolgens gekoppeld aan ervaringen van cliënten.

De kernvraag: wie is deze persoon?

De deelnemers aan de workshop zijn enthousiast over het concept Positieve Gezondheid. Ook komt de presentietheorie naar voren: wees als hulpverlener vooral aanwezig en leg niet op wat jij denkt dat goed is. Kijk steeds breed naar een cliënt, dus niet alleen naar classificaties of een diagnose. De kernvraag is: wie is deze persoon? Een tip uit de zaal: laat professionals meekijken die juist geen weet hebben van de visuele beperking. Dat kan een nieuw perspectief bieden. Een belangrijke vaststelling: de groep mensen met visuele beperking en een psychiatrische aandoening is te divers om de hulpverlening te kunnen standaardiseren.

Hoe ondersteun je mensen met ernstige verstandelijke en zintuiglijke beperkingen bij hun verlieservaringen? Daarover vertelt Wija van der Kaaden in deze workshop. Dat doet ze aan de hand van het verhaal over een op maat gemaakte methodiek voor een doofblinde cliënt. Drie vaste begeleiders hebben afwisselend met haar gecommuniceerd over het verlies van haar moeder. Video-opnames van deze sessies zijn geanalyseerd om aanbevelingen te schrijven voor de ondersteuning van begeleiders die cliënten in hun verlieservaringen bijstaan.

Lees meer over de workshop 'Ik ondersteun je bij je verlies'
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het besef komt vaak pas veel later

Voor wie aangeboren doofblind is, is de wereld een onbekend gegeven. Het duurt heel lang voordat deze mensen uit hun heel directe, veilige omgeving durven komen. Vaak zó lang dat begeleiders soms al weer ‘vergeten’ zijn dat iemand een verlieservaring heeft gehad. Deze mensen realiseren zich het verlies meestal pas veel later echt. Het is dus zaak alert te blijven en steeds goed te observeren wat iemand laat zien. Een verandering in gedrag kan heel goed een signaal zijn dat een cliënt alsnog een verlies ervaart dat zich al langer geleden feitelijk heeft voorgedaan.

Over ander verlies communiceren

Bij de betreffende cliënt maakten de drie begeleiders contact via een voelboek. Dat vertelde het verhaal over de maandelijkse rit naar haar moeder, toen die nog leefde. Het boek had een speciale plek in een herinneringsdoos met voorwerpen. Een speelgoedauto stond symbool voor de verre autorit naar moeder, bloemen van hout verbeeldden het vaste cadeau voor haar. Door steeds het verhaal samen te ‘lezen’, ontstond een ritueel. Werkte dit? Frappant was dat de cliënt op een bepaald moment het gebaar van bloeddrukmeting maakte. Ze wees op haar borsten en gebaarde van ‘ziek’ en ‘verdriet’. Ze verwees zo naar een eerdere ervaring; ze had borstkanker gehad. Een duidelijk teken dat ze door het ritueel nu ook over andere verlieservaringen ging communiceren.

Workshop: Mijn CVI: een serious game voor psycho-educatie voor kinderen met CVI

Een cerebrale visusstoornis (CVI) doet iets met je, én met anderen. Zeker als je het niet goed snapt wat het is. Bartiméus heeft een CVI-animatie gemaakt voor kinderen, ouders en professionals. Mariska Stokla-Wulfse en Florine Pilon vertellen erover in deze workshop. De aanwezigen zijn enthousiast over de animatie en zien nog andere toepassingen, bijvoorbeeld voor volwassenen met cerebrale visusproblematiek. Of voor huisartsen, consultatiebureaumedewerkers en studenten geneeskunde. Er is al een versie in het Engels, Duits staat op de verlanglijst en Arabisch wordt voorgesteld vanuit de zaal. Op 11 april 2019 komt de animatie in de lucht.

Lees meer over de workshop 'Mijn CVI: een serious game voor psycho-educatie voor kinderen met CVI'
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Hoe ‘voelt’ CVI?

De animatie maakt onderdeel uit van de serious game ‘Mijn CVI’, die verder bestaat uit acht modules met 27 filmpjes en meer dan 100 quizvragen. Kinderen kunnen met likes een persoonlijke playlist maken die past bij hen en hun CVI. Bartiméus heeft al eerder een ‘CVI-experience’ ontwikkeld, met oefeningen en opdrachten om zelf een indruk te krijgen hoe het is om CVI te hebben. De workshopdeelnemers doen er een paar van en dat maakt indruk. Een begrip als een ‘CVI-meltdown’ kunnen zij nu beter plaatsen. Het kost namelijk zoveel energie om zó gehinderd te zijn in je waarnemingen; op een gegeven moment haak je gewoon af.

Onderzoek naar effecten

‘Mijn CVI’ wordt in 2019 en 2020 onderzocht op effecten in het vergroten van kennis over CVI, en het bevorderen van zelfbeeld, copingstrategieën en welbevinden bij kinderen met CVI van 6 tot 12 jaar. De samenwerking tussen de organisaties rondom CVI groeit, maar de workshopdeelnemers roepen collega-professionals en onderzoekers op om nog meer in contact met elkaar te komen rondom deze aandoening.

Workshop: Mentaliseren-bevorderende therapie, ook voor mensen met een visuele beperking

Mentaliseren is het vermogen om jezelf en anderen te kunnen begrijpen door te reflecteren op het gedrag van jezelf en anderen. Wie mentaliseert kijkt van buiten naar zichzelf. En vanuit zichzelf naar de ander of de sociale omgeving. Mentaliseren is moeilijk voor mensen met een psychiatrische stoornis en voor mensen die veel stress ervaren of kampen met een verwerkingsprobleem of trauma. Zij hebben vaak niet de veerkracht om met zichzelf – of met zichzelf en anderen – in het reine te komen. Ze missen het vermogen om zelf van stress en tegenslagen te herstellen en het valt hen zwaar te relativeren. Vaak zitten deze mensen ‘vast in hun problematiek’.

Lees meer over de workshop 'Mentaliseren-bevorderende therapie, ook voor mensen met een visuele beperking'
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Herstellen van tegenslag

Ook mensen met een visuele beperking moeten in alle levensfasen over veerkracht beschikken. Je moet in staat zijn steeds weer te herstellen van stress en tegenslagen die met de beperking samenhangen. Dus je aan te passen aan – en flexibel te reageren op – nieuwe situaties waarin je gezichtsvermogen te wensen overlaat. Dat is extra lastig omdat visuele interactie met anderen en de omgeving ontbreekt of (zeer) beperkt is. Voor verschillende psychiatrische problemen zijn inmiddels bewezen effectieve behandelingen beschikbaar die mentaliseren bevorderen. Deze ontbreken echter nog voor mensen met visuele beperkingen.

Mimiek en lichaamshouding

Workshopbegeleiders Francien Dekker en Jessica Braakman zijn bezig met het ontwikkelen van zo’n therapie. In de workshop ontstaat discussie over de vraag of een groepsbehandeling mogelijk de voorkeur heeft. De praktijk leert immers dat mensen het uitwisselen van problemen en ervaringen met lotgenoten als verrijkend ervaren, in aanvulling op een professionele interventie. In het gepresenteerde project heeft dit punt zeker de aandacht, vertellen de workshopbegeleiders. Ook wijzen ze op de publicatie ‘Mentaliseren kan je leren’. Die geeft tips aan hulpverleners hoe zij kunnen omgaan met cliënten met een visuele beperking. Onder meer door rekening te houden met het feit dat de cliënt mimiek en lichaamshouding niet herkent.

Tekst: Marc van Bijsterveldt

Fotografie: Robert Tjalondo

Links

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website