Tijdens de interactieve netwerkbijeenkomst van TWD II stond de verpleegkundige van de toekomst centraal, en welke rol onderzoek daarin kan spelen.

Dagvoorzitter en hoogleraar verplegingswetenschap Marieke Schuurmans vertelt eerst over een belangrijk wapenfeit voor de verplegingswetenschap: eerder deze dag gaf beroepsorganisatie V&VN het startschot voor de oprichting van een wetenschappelijke vereniging verpleegkunde en verzorgenden.

Groep mensen
Alle betrokken partijen aan het Wetenschappelijk College Verpleegkunde.

Vervolgens opent ze officieel de middag en gaat ze in gesprek met Wim van den Heuvel, voorzitter van de ZonMw-programmacommissie. Hij vertelt dat er al veel bereikt is sinds 2012. Vooral de samenwerking is waardevol gebleken. Voor het vervolg hoopt hij niet alleen op mooie artikelen en proefschriften. Belangrijker nog is dat de nieuwe wetenschappelijke inzichten gestaag zullen doorsijpelen, via hbo naar mbo, naar de praktijk. Van den Heuvel: 'Dat zijn de échte uitdagingen: dat de mensen die nu in het veld werken onderzoeksresultaten daadwerkelijk gaan gebruiken.'

'De wetenschappelijke inzichten moeten doorsijpelen naar de praktijk'

Net zo belangrijk is volgens hem de positionering van de verpleegkundige in de multidisciplinaire samenwerking. Bij een beoordeling van 15 onderzoeksvoorstellen rondom gezamenlijke besluitvorming telde hij er slechts 2 waarbij verpleegkundig onderzoekers betrokken waren. Maar ook de implementatie van onderzoeksresultaten is cruciaal. 'Je moet uiteindelijk tegen werkgevers kunnen zeggen: als je deze zorgproducten niet gebruikt, lever je geen goede zorg.'

Marieke Schuurmans (Chief Nursing Officer & hoogleraar UMCU) presenteert voor een luisterende zaal
Dagvoorzitter en hoogleraar verplegingswetenschap Marieke Schuurmans opent de middag.

In de wereld van het vloggen...

Het leiderschapsprogramma van TWDII moet gepromoveerde onderzoekers in de verplegingswetenschap ondersteunen bij het vervolgen van een academische carrière. 9 deelnemers van dit programma, maakten een vlog om zichzelf en hun visie te 'promoten'.

Zo vertelt de één over het belang van evidence based werken in de ouderenzorg, en het enthousiasmeren van hbo-v-studenten voor ouderenzorg. Een ander vertelt dat het creëren van meer posities voor verpleegkundig onderzoek haar droom is. Een derde onderzoeker laat praktische innovaties zien, die hij in samenspraak met verpleegkundigen in het ziekenhuis maakt.

Hoe ziet de verpleging in de toekomst eruit?

Dat dat niet eenvoudig te bedenken is, illustreren de twee actrices van theatergroep à la Carte vervolgens met een ouderwetse bakelieten telefoon. Hoe moeilijk moet het destijds geweest zijn om te voorzien welke nieuwe functies de smartphone van nu zou hebben. In het verlengde van dit voorbeeld onderzoekt de theatergroep nu samen met de zaal hoe het ziekenhuis van de toekomst eruit moet zien.

'Stel: je hebt geen gebouw. Wat betekent dat?' (Publiek: 'zorg op afstand’ en: 'e-health') Vervolgens spelen de twee acteurs dat ze verpleegkundigen van de toekomst zijn, terwijl ze vanuit hun werkkamer binnenkomende videocalls van patiënten beantwoorden. ('Nee mevrouw van Dalen, u moet aan de groene knop draaien. De groene!'). Zo'n hospital at home is veel beter voor de gezondheid, vertellen ze. 'Uit onderzoek blijkt dat herstellen in een vertrouwde omgeving sneller gaat.' 

Ze mijmeren over de eindeloze registraties die vroeger altijd gedaan moesten worden. Dat hoeft nu gelukkig niet meer – alles wordt toch al automatisch gemeten. 'Vroeger maten we DOS-score, bloeddruk, pijnscores; we stonden om de haverklap naast je bed.' Dat is nu allemaal niet meer nodig, verzuchten ze tevreden. Maar daar klinkt weer een binnenkomende video-call. 'O, uw scherm doet het niet? Echt niet? Weet u wat, komt u maar naar ons toe. We hebben de ziekenhuisapparatuur nog ergens opgeborgen staan in de kelder.'

'Nee mevrouw van Dalen, u moet aan de groene knop draaien. De groene!'

Ontwerpsessies voor eerste aanzet kennisagenda

Vandaag gaan de deelnemers ook zelf actief aan de slag, om zo een eerste aanzet voor een kennisagenda te maken. Tijdens deze ontwerpsessies, begeleid door Design Innovation Group, werken deelnemers verspreid over 7 tafels aan verschillende thema’s. In de eerste ronde staan de uitdagingen van de toekomst centraal; de volgende ronde moet antwoord bieden op de vraag welke rol wetenschappelijk onderzoek daarin kan spelen.

Ontwerpsessies voor eerste aanzet kennisagenda (vervolg)

Ontwerpsessies voor eerste aanzet kennisagenda (vervolg)

'Kruisbestuiving zoals die vandaag plaatsvindt is nuttig', zegt Erik van Rossum, terwijl hij in de lounge van Bar Beton in Utrecht van zijn koffie nipt. Hij is zowel bijzonder lector aan de Zuyd Hogeschool als senior onderzoeker aan de universiteit van Maastricht. 'Begeleiders en onderzoekers ontmoeten elkaar ook tussendoor wel op regionaal niveau, maar soms wil je ook even bij elkaar in de etalage te kijken.'

'Kruisbestuiving van begeleiders en onderzoekers is nuttig'

Vooral het leiderschapssprogramma van TWDII vindt hij interessant. Onlangs is een postdoc van zijn universiteit na haar promotietraject bij de hogeschool aan de slag gegaan, vertelt hij, en ook omgekeerd gebeurt dat regelmatig. Kijk maar om je heen, zegt Van Rossum: 'Heel veel aanwezigen vandaag hebben net als ik een dubbelaanstelling. Bij mij was dat toevallig al zo, maar Tussen Weten en Doen helpt daar enorm bij.'

Ontwerpsessie met post-its
Resultaat na een brainstormsessie.

Ondertussen: posterwalk

Alle 11 de onderzoekslijnen presenteerden tijdens de ontwerpsessies in Utrecht hun onderzoeksprojecten op grote posters. Daarop werden doel, methode, betrokken onderzoekers en de te verwachten opbrengsten van het onderzoek uiteengezet, en ook de huidige stand van zaken. Van Complex Care en Nurses in the lead tot fysieke activiteit bij patiënten bevorderen en evidence based practice voor zorgteams in verpleeghuizen; een rijke en diverse oogst. Eén creatieve onderzoeksgroep had een poster in stripformaat aangeleverd.

Een ontwerptafel verderop gaat het over complexe zorg. Ook hier duikt de vraag op welke competenties de verpleegkundige van de toekomst nodig heeft. Nadat er consensus is over de definitie van complexe zorg ('een veelvoud aan factoren die ervoor zorgen dat je niet het leven leidt dat je wilt leiden'), gaat het gesprek over de beroepsontwikkeling.

'Als ik mag samenvatten: naast kwaliteitsindicatoren moet er ook aandacht komen voor complexe zorg', Janneke de Man van UMC (project Basic Care Revisited) Utrecht. Maar welke onderzoeksvragen kunnen hierbij van dienst zijn? Dat is even zoeken. Uiteindelijk oppert een deelnemer dat de kwaliteit van leven moet worden opgeknipt in kleinere, meetbare eenheden. 'Misschien naast fysiek en psychosociaal functioneren ook spiritualiteit erbij?' Om kwaliteit van leven verder te onderzoeken zullen verpleegkundig onderzoekers moeten samenwerken met sociale wetenschappen. Lastig, constateert de groep, om vanuit nieuwe concepten praktische interventies te bedenken. Toch formuleren ze een mogelijke onderzoeksvraag: hoe kunnen we de kennis van aanpalende wetenschapsgebieden toegankelijk maken voor verpleegkunde, bijvoorbeeld wat betreft eenzaamheid?

'Naast kwaliteitsindicatoren moet er ook aandacht komen voor complexe zorg'

Verpleegkundige competenties duiken ook op bij de tafel waar de verpleegkundige basiszorg centraal staat. ‘Als verpleegkundige moet je je basiskennis kunnen toepassen, rekening houdend met de persoon en de omgeving’, zegt Wim van den Heuvel (ZonMw), 'die flexibiliteit is een competentie.' Eén van die omgevingseisen kan zijn dat het tempo omhoog moet van werkgever. Dat betekent dat er ook professionele assertiviteit nodig is, stelt hij. 'Een ziekenhuis zal ook niet tegen een chirurg zeggen: ik zou die snee anders maken. Om assertiever te zijn, moet je je handelen ook kunnen beargumenteren.'

Groepje mensen aan tafel tijdens een ontwerpsessie
Brainstormen over de eerste aanzet voor een kennisagenda.
Poster met gekleurde post-its
Resultaat na een brainstormsessie.
Poster met post-its
Resultaat na een brainstormsessie.

Ondertussen: posterwalk

Suzanne van Hooft (promovenda en docent Hogeschool Rotterdam) staat naast haar poster over de onderzoekslijn zelfmanagementondersteuning. Zij heeft een gesprekshulpmiddel ontwikkeld en onderzoekt welke competenties verpleegkundigen nodig hebben om het gesprek aan te gaan. Onlangs heeft ze een vragenlijst verspreid onder verpleegkundigen, met de vraag: hoe stel je levenskwesties in de praktijk aan de orde? Een soort nulmeting, beaamt ze. 'Daarna gaan we in de praktijk observeren, want misschien besteden verpleegkundigen al aandacht aan deze vragen, maar weten we het gewoon niet.' Een collega van de Hogeschool Utrecht vraagt haar of ze in de hbo-v-opleiding aandacht aan zelfmanagement besteden.

Dat kan beter, antwoordt Van Hooft. Dat ziet ze ook in de praktijk: 'Verpleegkundigen zijn vaak bang om het met patiënten bijvoorbeeld over geldzaken te hebben. Ze denken dat ze er verstand van moeten hebben, terwijl het erom gaat dat je problemen bespreekbaar leert maken.' De onlangs gepromoveerde verpleegkundige Saskia Weldam van UMC Utrecht bekijkt de poster aandachtig. 'Wij hebben voor COPD-patiënten een gesprekstechniek ontwikkeld, zodat je als verpleegkundige aandacht besteedt aan het perspectief van de patiënt. Voor het vervolg van het programma ben ik nieuwsgierig, nu er zoveel ontwikkeld is op het gebied van zelfmanagementondersteuning: hoe zorg je dat niet iedereen in de toekomst opnieuw het wiel gaat uitvinden?’

Van Hooft schuift tijdens de volgende ronde aan bij de ontwerptafel over zelfmanagement. Ook van de partij zijn Alke Nijboer (V&VN) en Jaap Trappenburg (UMC Utrecht, projectleider onderzoekslijn TASTE). Inspiratie was er tijdens de eerste sessie kennelijk genoeg, want de voorgangers hebben de poster volledig dichtgeplakt met gele post-its. De opbrengsten worden nog even snel voor ons samengevat door een afgevaardigde van de vorige groep. 'Zelfmanagement betekent dat je als patiënt in staat moet zijn je leven boven je ziekte uit te tillen, was ons uitgangspunt.' Ze tikt op een post-it met 'levensloopbenadering': 'Dat was een belangrijke.' Daarvoor zijn communicatievaardigheden, onderhandelvaardigheden en gedragsverandervaardigheden nodig, concluderen de drie deelnemers op hun beurt. 

'Er is een soort human capital agenda voor verpleegkundigen nodig'

'De behoefte aan die vaardigheden is niet iets uit de toekomst', observeert Nijboer. 'Klopt, maar die attitude is bij verpleegkundigen nog weinig ontwikkeld, ze houden zich heel erg koest', reageren haar tafelgenoten. 'Het is voor jou dichtbij, maar voor gemiddelde verpleegkundige ver weg.' Maar welke onderzoeksvragen rollen daaruit? 'Er is een soort human capital agenda voor verpleegkundigen nodig', zegt Jaap Trappenburg. 'Je zou een living lab moeten opzetten waar je snel kunt testen of iets werkt. Daar kun je ook onderzoeken welke vorm van eigen regie patiënten aankunnen. En je kunt kleine interventies interactief testen, zodat verpleegkundige competenties voortdurend state of the art zijn.'

Kennisagenda Future proof nursing

Hoe destilleer je uit 14 volgeschreven posters iets zinnigs?

Gelukkig is daar visueel verslaggever Ronald van der Heide, die tijdens zijn rondgang langs de ontwerptafels tien verschillende thema’s zag opduiken en die vervolgens verwerkte in een tekening. Marieke Schuurmans presenteert deze heuse aanzet tot een kennisagenda ter plekke aan ZonMw en V&VN. Wordt vervolgd.

Kennisagenda 'de verpleegkundige in 2030'

Nursing Science en Innovation center (NSI Center)

Alleen maar regelmatig met elkaar praten was niet genoeg, vonden de Amsterdamse universiteiten en hogescholen. Ze wilden die zo gewenste kennisinfrastructuur graag een stap verder brengen, vertelt Berno van Meijel, lector InHolland en bijzonder hoogleraar GGZ (VUmc).

Om die reden richtten de samenwerkingspartners van AMC, HvA, InHolland en VUmc samen het Nursing Science en Innovation center (NSI Center) op. Insteek: multidisciplinair en praktijkgericht onderzoek, met een flink kernteam met maar liefst 7 kopstukken, waaronder vooralsnog 3 hoogleraren en 2 lectoren. Samen vertegenwoordigen ze een waaier aan onderwerpen, vertelt Van Meijel, zoals ouderenzorg, palliatieve zorg en ggz-zorg. 'Daardoor hebben we niet alleen een krachtige infrastructuur en massa – denk aan de hoeveelheid promotieonderzoeken die er bij het NSI Center lopen – maar ook samenwerking op thema's.'

ZonMw stimuleert gezondheidsonderzoek en zorginnovatie. ZonMw financiert gezondheidsonderzoek en stimuleert het gebruik van de ontwikkelde kennis - om daarmee de zorg en gezondheid te verbeteren. ZonMw heeft als hoofdopdrachtgevers het ministerie van VWS en NWO.

Colofon Tekst Annette Wiesman, Opmaak Lisanne van Hoogdalem

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website