Frans Spierings is lector bij Hogeschool Rotterdam en onderzoeker bij Koplopers, een project dat psychische kwetsbaarheid bespreekbaar wil maken. Van begin tot eind zijn jongeren hierbij betrokken als co-onderzoekers.

Als onderzoeker ben ik altijd geïnteresseerd geweest in afwijkend gedrag. Waar komt dit vandaan en hoe reageert de omgeving? Tijdens mijn onderzoek naar dak- en thuislozen had ik veel contact met mensen die op straat leefden. Een aantal kwam zelfs op mijn promotie. Dus ja, ik ben altijd geïnteresseerd geweest in de stem en ervaring van de ander. 

Toch moet ik eerlijk zeggen dat dit een beetje was weggezakt. In de onderzoekswereld is het soms lastig tussen deadlines, subsidieaanvragen en je eigen belangrijke ‘ik’ te onthouden waar het allemaal echt om gaat. En hoe deskundiger op een onderwerp, hoe makkelijker het is vanuit jezelf te redeneren. Je hebt toch al zoveel uitgezocht? Noem het maar gewoon een tikje arrogant.

Onderzoekers zijn nou eenmaal gewend te bepalen wat het probleem en de onderzoeksvraag is. Maar wie dat bepaalt, heeft eigenlijk de macht. Die gaf ik met dit project uit handen. We wilden van de jongeren zelf weten waar ze tegenaan liepen. Dat was spannend. Laten we eerlijk zijn, hoe meer je je plan dichttimmert, hoe meer kans op controle over het verloop. 

Maar ook hoe meer een blik vanuit je eigen koker. Zo ontstaan de ideeën waar mensen uit de doelgroep over zeggen: ‘Ze hebben weer een oplossing bedacht voor een probleem dat we niet hebben.’ Participatie maakt onderzoek van de mensen, met de mensen en over de mensen. De stem van de ander is duidelijker, het draagvlak is groter en er ontstaan nieuwe inzichten.

Mijn leermeester en professor Methodologie Ilja Maso zei altijd dat een onderzoeker tijdens het verzamelen van data al zijn eerdere ideeën moet parkeren. Hoe moeilijk ook, het is een voorwaarde om de realiteit en ervaring van de ander echt te snappen. Zo had een van de ervaringsdeskundige jongeren een psychose gehad. Daarbij liep hij in zijn onderbroek over straat, met een laken op zijn hoofd en lichaam. Als Jezus uit een film.

Portret Frans Spierings
Echt luisteren doe je met open blik en – minstens zo belangrijk – een open hart.

Toch was de ervaring op zich voor hem helemaal niet negatief. Hij voelde zich alsof hij het hele universum doorgrondde, eigenlijk was dat geweldig. Voor hem bleken dus ook positieve elementen aan de ontwrichting van zo’n moment te kunnen zitten. Als je dat niet weet, omdat je het niet hebt meegemaakt, moet je bescheiden zijn. 

Om echt open te staan, moest ik uit mijn comfortzone. Maar het lukte me om weer terug te gaan naar dat lege blad, tabula rasa. En te luisteren naar wat de jongeren vonden. Echt te luisteren. Ik dacht dat ik dat prima kon hoor, totdat iemand in een gesprek zei: ‘Je luistert maar half. Je luistert met je theoretische bril op over hoe de wereld in elkaar zit.’ Dat schudde me wakker. Echt luisteren doe je met open blik en – minstens zo belangrijk – een open hart.  

Opeens hoorde ik mezelf in een gesprek praten over mijn eigen psychische kwetsbaarheid. Dat had ik me totaal niet voorgenomen. Het overkwam me en leidde tot iets nieuws; een relatie, echt contact. Dat is het belangrijkste dat je kan hebben. Als mens, maar ook voor het onderzoek. We onderzochten contactstrategie als middel om kwetsbaarheid bespreekbaar te maken; eerlijkheid en authenticiteit bleken daarbij van groot belang. 

Ook taal is belangrijk. Dat bleek al vanaf de start van ons onderzoek. Wij spraken in eerste instantie over psychische problemen, de jongeren vonden dat te negatief. Het werd kwetsbaarheid. Want dat is iets van iedereen. Ze hebben nog veel meer nieuwe woorden gevonden. Een hoopverlener in plaats van hulpverlener. Want, zo zeggen ze, je moet jezelf helpen, maar iemand kan je wel hoop geven. 

Of niet praten over herstel - terug naar de staat waarin iets was - maar praten over verstel; op weg naar iets nieuws, iets mooiers. Het is een omkering van denken die ook ik gedurende het project heb geleerd. Ja, er zit kwetsbaarheid bij onze ervaringsdeskundigen, maar ook kracht. Wat zij heel goed kunnen, is ervaren en voelen. Of hun eigen demonen onder ogen komen. Het uitgangspunt is dus niet ‘wij kunnen hen helpen’, maar ‘zij kunnen ons helpen’.

Ik durf zeker niet te beweren dat ik mijn arrogantie nu voor altijd kwijt ben. Maar de jongeren en hun ervaringen hebben mij geraakt.

Want de samenleving is van ons allemaal. Van de gezonde en wat we noemen ‘succesvolle’ mensen en van de mensen die worstelen met een deel van zichzelf - hun psyche. Ook zij verdienen een stem die voorbij het huidige stigma gaat. Dat gebeurt met onderzoek zoals dit. Van die stem kunnen we allemaal leren. Zo bouwen we een rechtvaardiger systeem, met nieuwe patronen en machtsstructuren. 

Het moge duidelijk zijn, ik ben weer helemaal terug bij mijn geloof in participatie in onderzoek. Toch is het niet voor iedereen. Je moet lef hebben om de ander echt open te benaderen. Want dat kan ook geluiden opleveren die afwijken van eerdere ideeën. Dat kan moeilijk zijn voor wetenschappers die denken dat ze de wijsheid in pacht hebben. 

Ik durf zeker niet te beweren dat ik mijn arrogantie nu voor altijd kwijt ben. Maar de jongeren en hun ervaringen hebben mij geraakt.  Reden genoeg om deze hernieuwde open blik vast te houden. 

© ZonMw 2020

Tekst en portretfoto Marieke Kessel. Fotografie header Studio Oostrum.

Gerelateerde links

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website