Met de pilot “Kwaliteit van taal, spel en denken” is inzicht verkregen in drempels die pedagogisch medewerkers in de kinderopvang ervaren bij spelinteracties. Dit heeft geleid tot een professionaliseringstraject.

Begeleiding van taal en spel

In de kinderopvang wordt veel aandacht besteed aan interactievaardigheden, maar nog niet altijd aan interacties gericht op de spel- en taaldenkontwikkeling van kinderen. Als dat wel gebeurt, zijn pedagogisch medewerkers (pm’ers) meestal enthousiast. Tegelijk blijkt het lastig om die spelvaardigheden daadwerkelijk en regelmatig in de eigen praktijk toe te passen.

‘We willen bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen, zonder het spel te onderbreken. Daarvoor moeten we beter leren kijken’, aldus Carlinda Fuselier, pedagogisch coach. ‘We hebben soms de neiging om tijdens (doen-alsof-)spel van alles te benoemen en er een lesje woordenschat van te maken. Deze pilot geeft handvatten hoe je als pm’er beter kunt aansluiten bij de beleving van het kind. Door te kijken naar het spel, naar wat de kinderen boeit, en ze van daaruit uit te dagen de volgende stap te zetten.’

Carlinda Fuselier is pedagogisch coach bij kinderopvang Columbus Junior in Twente. Zij hebben samen met kinderopvang Spelenderwijs Utrecht meegedaan aan de pilot “Kwaliteit van taal, spel en denken”.

Carlinda: ‘Dit onderzoek sluit aan bij mijn visie dat pm’ers zich moeten profileren als professionele gesprekspartner van de ouders wanneer het gaat over de ontwikkeling van het kind. Daarvoor is het nodig om ons te professionaliseren in taal, spel en denken.

Wetenschap koppelen aan praktijk

Marianne Boogaard is als senior onderzoeker betrokken bij de pilot: ‘Wij zijn deze pilot gestart vanuit wat er al bekend was uit eerdere onderzoeken en aanvullende literatuur. Zo zijn er 10 kernelementen  geformuleerd waarmee je spel van kinderen kunt verrijken en tegelijk hun taaldenkontwikkeling kan stimuleren. Die hebben wij toegepast in het professionaliseringstraject van pm’ers.’
Marianne vertelt verder: ‘Het leuke van deze samenwerking vind ik dat je begint met een idee vanuit de wetenschap, gekoppeld aan de wensen en behoeften in de praktijk. Ik zie de pedagogisch coaches als mede-onderzoekers. Samen brengen we in beeld welke drempels zij ervaren en proberen we oplossingen in de praktijk uit.’

Marianne Boogaard is al 20 jaar onderzoeker bij het Kohnstamm Instituut. Ze heeft zich gespecialiseerd in praktijkgericht onderzoek naar onderwijs en opvoeding. Zo heeft ze eerder meegewerkt aan kwaliteitsinstrumenten en de ontwikkeling van het pedagogisch kader voor de buitenschoolse opvang en gastouderopvang.

Marianne: ‘Mijn 2 kinderen gingen ook naar de kinderopvang. Ik heb dat als winst ervaren. Je ziet hoe andere kinderen en ouders het doen. Daarnaast hebben de pedagogisch medewerkers kennis over opvoeding, waarmee ze mij konden ondersteunen.’

Meerwaarde van het professionaliseringstraject

3 groepen van pedagogisch coaches/medewerkers en 2 trainers vormden samen een professionele leergemeenschap (plg). Zij kwamen gedurende het 1e pilotjaar 5x samen en kregen daarnaast individuele begeleiding. Een expert in interactievaardigheden verzorgde in samenspraak met de deelnemers de inhoud. In het 2e jaar werden nieuwe groepen gevormd, en was het de pedagogisch coach van de eigen kinderopvangorganisatie die bij de bijeenkomsten en coaching “in the lead” was.

‘Tijdens de groepsbijeenkomsten en coaching vond onder andere bespreking plaats van eigen videofragmenten van spelsituaties, passend bij de 10 kernelementen uit het traject en de leervragen van de deelnemers’, legt Marianne uit. Carlinda vult aan: ‘We deden verschillende oefeningen zoals een rollenspel en casusbespreking. Tussen de bijeenkomsten door was voldoende tijd om met de nieuwe vaardigheden te experimenteren in de eigen groep.’

Carlinda: ‘Het mooie aan dit professionaliseringstraject vind ik de koppeling van theorie en praktijk, de praktische materialen en de mogelijkheid om te werken aan persoonlijke doelen.’

    Dat in de professionele leergemeenschap pm’ers van verschillende locaties deelnemen, ziet Carlinda als meerwaarde. ‘Op elke vestiging heb je andere kinderen. Bijvoorbeeld anderstaligen, of kinderen met minder goede sociale vaardigheden. Het traject is zo ingericht dat je op je eigen groep kunt inzoomen. Maar het is ook heel waardevol om te horen hoe het bij andere groepen werkt. Dat brengt je op ideeën en draagt bij aan je eigen professionalisering.’

    Drempels bij spelinteractie

    ‘In deze pilot staat spel voorop,’ aldus Marianne. ‘De pedagogisch medewerker leert daarbij om aan te sluiten bij wat de kinderen boeit. Ga maar bij jezelf na: als jij iets interessant vindt, ben je het meest bereid om iets te leren. Dat geldt voor kinderen ook.’ Toch ervaren pedagogisch medewerkers drempels om dit toe te passen in de praktijk. Een aantal praktijkvoorbeelden:

    • Als een kind ijverig in een pan roert ben je geneigd te zeggen ‘oh lekker, je bent aan het koken, ik zal vast de tafel dekken’. Heel jonge kinderen zijn nog niet altijd zo ver in hun (spel)ontwikkeling, die zijn nog materialen aan het verkennen en aan het ontdekken wat er gebeurt als ze in een pan roeren. Oplossing: leren kijken waar het kind in het spel zit en beter aansluiten waar hij/zij mee bezig is. Dit vraagt ook om een stukje organisatie op de groep, zodat een pm’er voldoende tijd kan nemen om met een klein groepje kinderen iets te doen.
    • Middenin een fantasiespel krijgt een kind vieze handen. Op zo’n moment staat de pm’er op om een doekje te halen. Daarmee wordt het fantasiespel onderbroken. Oplossing: spelenderwijs zoeken naar oplossingen, en juist de kinderen zelf aan het denken zetten door vanuit jouw fantasierol aan de kinderen te vragen ‘wat moeten we nu doen?’. In dit voorbeeld kwam een ander kind uiteindelijk met een afwasborstel aan, wat in de groep geaccepteerd werd als oplossing.
    • Soms hebben pm’ers de neiging om teveel te praten. Het gevolg is dat je kinderen hun initiatief ontneemt en daarmee het spel juist belemmert. Oplossing: bewust stil zijn en ruimte laten.

    Focus op ontwikkelingsgericht werken

    Carlinda heeft dankzij de pilot meer achtergrondinformatie gekregen en vaardigheden opgedaan om pm’ers te coachen in het begeleiden van spelinteracties. ‘Naast dat het heeft bijgedragen aan mijn ontwikkeling als coach, zie ik ook bij de deelnemers een andere manier van denken. We hebben meer focus op ontwikkelingsgericht werken en onze rol daarin. Dat stukje cultuurverandering vind ik mooi om te zien.’ Marianne kan dat beamen. ‘We zien dat de pedagogisch medewerkers stappen vooruit maken, precies zoals we voor ogen hadden.’

    Beschikbare materialen

    De pilot heeft geleid tot een rapport, handleiding voor pedagogisch coaches, website en train-de-trainercursus. De cursus is voor iedereen beschikbaar en Marianne adviseert pm’ers en coaches om die te doorlopen. ‘Daarna kun je de aanpak in je eigen organisatie uitrollen. Een plg met een groep collega’s en een coach blijkt daar een goede vorm voor te zijn.’

    Marianne:  ‘Deze vorm, in een professionele leergemeenschap samenwerken om via spel de taal en het denken van kinderen te stimuleren, is overigens ook geschikt voor kleuters in het basisonderwijs. Het kan bijvoorbeeld worden toegepast onder leiding van de intern begeleider of onderbouwcoördinator.’

    Carlinda ziet zeker mogelijkheden om de professionaliseringsaanpak verder te implementeren binnen de eigen organisatie. ‘Bijvoorbeeld door steeds andere pedagogisch medewerkers te betrekken en nieuwe groepjes te vormen. Misschien kunnen we ook aansluiten bij de trainingen die we al verzorgen, zodat de aanpak geborgd wordt. Het is nog wel een beetje zoeken, want corona maakt het organisatorisch net iets ingewikkelder.’

    Het onderzoeksteam is van plan om op verschillende manieren aandacht te vragen voor dit project. ‘Zover corona het toelaat, haken we aan bij zowel wetenschappelijke congressen als praktijkforums’, aldus Marianne. Aan interesse voor het onderwerp is in ieder geval geen gebrek. ‘We hebben een webinar georganiseerd om te vertellen over de verkregen inzichten en het professionaliseringstraject. Deze is op de website van het Kohnstamm Instituut en LinkedIn aangekondigd. We zijn overdonderd door de reacties. Binnen 1,5 dag waren er 100 inschrijvingen! Daarom organiseren we op 20 mei om 15.30 uur nog een webinar, daarvoor zijn al 350 aanmeldingen.’

    Wil je ook aan de slag met dit professionaliseringstraject? Meld je dan aan voor het webinar of neem contact op met Marianne Boogaard mboogaard@kohnstamm.uva.nl


    Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van SZW en gefinancierd binnen het ZonMw programma Kwaliteit Kinderopvang.

    Meer info

    Colofon

    Tekst: Milou Oomens van Doelgroep in Beeld
    Foto Calinda: Nienke Grotenhuis, Stockfoto's: Shutterstock en Pixabay

    ZonMw stimuleert gezondheidsonderzoek en zorginnovatie. ZonMw financiert gezondheidsonderzoek en stimuleert het gebruik van de ontwikkelde kennis - om daarmee de zorg en gezondheid te verbeteren. ZonMw heeft als hoofdopdrachtgevers het ministerie van VWS en NWO.

    Naar boven
    Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website