Het programma TopZorg is bijna afgerond. Een mooi moment voor een terugblik met een greep uit de resultaten.

Inhoud

In deze publicatie tonen de projectleiders en onderzoekers van de 3 deelnemende ziekenhuizen via een blog hun resultaten waar ze het meest trots op zijn. Ze delen wat goed en minder goed verliep en wat de toegevoegde waarde van het project is voor de Nederlandse gezondheidszorg.  

Programma TopZorg

Het experiment TopZorg subsidieerde gedurende 4 jaar de combinatie van zeer specialistische zorg met wetenschappelijk onderzoek in 3 niet-academische ziekenhuizen. De deelnemende ziekenhuizen zijn het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein, Het Oogziekenhuis Rotterdam en het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg. Een programmabrede evaluatie heeft de maatschappelijke meerwaarde van deze subsidie aangetoond en ertoe bijgedragen dat er een vervolgprogramma mocht worden gestart. Een vervolgprogramma met als specifiek doel om te komen tot duurzame bekostiging en borging van de topspecialistische functies. Dit is het programma TZO (Topspecialistische Zorg en Onderzoek). ZonMw coördineert zowel het programma TopZorg als het programma TZO.

St. Antonius: Niet-classificeerbare longfibrose

Het St. Antonius Ziekenhuis onderzocht niet-classificeerbare vormen van longfibrose en welke therapie hiervoor het meest effectief is.

Blog door Jan Grutters, MD, PhD, Prof.; Coline van Moorsel, PhD; Mark Platenburg, MD; Joanne van der Vis, BSc en Ivo Wiertz, MD

Longen

Longfibrose is een ernstige aandoening waar vele verschillende vormen van bestaan. De behandeling van longfibrose is afgestemd op de specifieke vorm van longfibrose. Er zijn echter veel patiënten waarbij het type longfibrose niet te classificeren is. Hierdoor is het ook onduidelijk hoe deze patiënten het beste kunnen worden behandeld. Wij hebben onderzocht hoe de patiëntengroep met niet-classificeerbare longfibrose eruitziet, welke therapie het meest effectief is en welke factoren het beloop van de ziekte kunnen voorspellen.

St. Antonius: De GOLDFORCE-studie in TOPZORG 1

In 2005 werd ons ziekenhuis als één van de eersten in de wereld betrokken bij een revolutionaire ontwikkeling op het gebied van behandeling voor boezemfibrilleren, de meest voorkomende hartritmestoornis bij de mens.

Blog door prof.dr. Lucas Boersma

Lucas Boersma St. Antonius

Ontwikkeling puntkatheter

Een paar jaar eerder had men ontdekt dat deze ritmestoornis werd opgewekt door overtollige elektrische prikkeltjes uit één of meer van de 4 longaders; de bloedvaten die bloed vanuit de longen naar de linkerboezem van het hart brengen. Het bleek dat dit bij veel mensen te verhelpen was, door een dunne puntkatheter via een bloedvat in de lies naar de linkerboezem te brengen, en met gebruik van radiofrequente stroom kleine ablatie littekentjes rondom de longaders aan te brengen om de stroom te onderbreken.

PVAC-katheter

Het is echter een monnikenwerk om puntje-voor-puntje een aaneensluitende cirkel te maken rondom alle longaders. Daarom werd de circulaire PVAC-katheter ontworpen met 9 electrodepunten in plaats van 1. Hiermee kan met slechts een paar applicaties deze ingreep veel sneller worden uitgevoerd. Hoewel deze 2 technieken zich parallel aan elkaar verder ontwikkelden met allerlei vernieuwingen, was er eigenlijk weinig direct vergelijkend onderzoek om te zien of beide ablatie procedures wel even veilig en effectief waren.

Het Oogziekenhuis: Houdingsadvies verbetert uitkomst van netvliesloslatingsoperatie

Het Oogziekenhuis Rotterdam onderzocht het nut van het houdingsadvies dat patiënten met een macula-aan netvliesloslating krijgen voor hun operatie.

Blog door Henk de Jong, MD, PhD; prof. Dr. Jan van Meurs MD; Koen Vermeer PhD en Karlijn Nijmeijer PhD

Impact van een netvliesloslating

Een onbehandelde netvliesloslating wordt steeds groter en maakt je blind. Door een operatie kan het netvlies weer op zijn plaats worden gebracht. Het zicht na de operatie is echter het beste als de gele vlek (de macula) niet bij de netvliesloslating betrokken was. Om te voorkomen dat de macula loslaat tussen diagnose en operatie, krijgen patiënten traditioneel een houdingsadvies; het advies om gedurende een bepaalde tijd op een bepaalde manier te zitten of liggen. Dit is belastend voor de patiënt én kostbaar omdat patiënten hiervoor worden opgenomen in het ziekenhuis.

Nut van houdingsadvies voor het eerst aangetoond

In een onderzoek met 214 patiënten werd met behulp van speciaal ontwikkelde, nauwkeurige optische coherentie tomografie (OCT-) metingen voor het eerst én met sterk bewijs het nut van dit houdingsadvies voor patiënten aangetoond. Het voorkomt verslechtering van de netvliesloslating en daarmee een beschadiging van het centrale zicht. Ook werd met computersimulaties onderbouwd dat dit vooral komt doordat hoofdbewegingen worden verminderd. Daarnaast werd aangetoond dat patiënten met veel vocht onder het netvlies, wat met echografie (ultrasound) gemeten kan worden, een hoger risico hadden op verslechtering van de netvliesloslating.

Succesvol door groot patiëntenvolume

Het project is binnen de geplande termijn van 4 jaar succesvol afgerond. Omdat patiënten vanwege de spoedeisende aard van de aandoening ook buiten reguliere openingstijden opgenomen worden, konden niet alle geschikte patiënten meedoen aan het onderzoek. Door de vele patiënten met een netvliesloslating in Het Oogziekenhuis werd de inclusie toch volgens planning voltooid.

Multidisciplinaire samenwerking

Om tot de beoogde resultaten te komen en uitgebreidere kennisontwikkeling te stimuleren, hebben ook vier studenten meegewerkt aan het onderzoek. Hierbij werd samengewerkt met de TU Delft, de Haagse Hogeschool en de University of Liverpool. Deze multidisciplinaire samenwerking heeft zeker bijgedragen aan het slagen van dit project. De uitkomsten van het onderzoek zijn verspreid via vier publicaties in gerenommeerde internationale oogheelkundige tijdschriften, het Nederlands Oogheelkundig Genootschap, diverse congressen, tijdschriften voor een breder publiek en een patiëntenbijeenkomst. Tenslotte is een promovendus op basis van het onderzoek gepromoveerd.

Beleidsverbetering en vervolgonderzoek

In de komende jaren hopen we hiermee het beleid in Het Oogziekenhuis en Nederland te verbeteren. Hoog-risico patiënten zullen dan zoveel mogelijk dezelfde dag nog geopereerd worden, terwijl laag-risico patiënten een preoperatief houdingsadvies zullen krijgen waarbij ze eventueel zelfs thuis de operatie kunnen afwachten. Zo ontstaat er extra ruimte voor patiënten met een recente macula-af netvliesloslating, waarnaar op dit moment een andere promovendus onderzoek doet. Met de University of Liverpool wordt het computersimulatiemodel in vervolgonderzoek verder ontwikkeld om het ontstaan en beloop van netvliesloslatingen nog beter te begrijpen en op basis daarvan verdere beleidsverbeteringen door te voeren.

Het Oogziekenhuis: Met flowcharts topspecialistische zorg identificeren

Het Oogziekenhuis Rotterdam heeft een flowchartsystematiek ontwikkeld waarmee topspecialistische zorg geïdentificeerd kan worden en de meerkosten hiervan kunnen worden toegerekend.

Blog door Karlijn Nijmeijer, PhD; Els Steijger en drs. Jaap van Baar

oogziekenhuis onderzoek

DOT’s te generiek

Het Oogziekenhuis Rotterdam heeft decennialange ervaring in topspecialistische oogzorg en fungeert daarbij als belangrijke last resort. Bij het inzichtelijk maken van de exacte omvang van de topspecialistische zorgfunctie en het spreken over een adequate bekostiging ervan, liep Het Oogziekenhuis er tegenaan dat het in de huidige DOT-systematiek1 niet goed mogelijk is de complexiteit van zorg te duiden. De oogheelkundige DOT’s zijn te grofmazig om topspecialistische zorg van reguliere zorg te onderscheiden.

Het Oogziekenhuis: Minder complicaties bij een Baerveldtimplantaat bij glaucoom

Het Oogziekenhuis Rotterdam onderzocht twee vervelende complicaties van een Baerveldtoperatie bij glaucoom en verkende hoe deze verminderd kunnen worden.

Blog door Hans Lemij, MD PhD; Koen Vermeer, PhD en Karlijn Nijmeijer, PhD

Onderzoek naar glaucoom

Impact van glaucoom en glaucoombehandeling

Glaucoom is wereldwijd de belangrijkste oorzaak van onomkeerbare slechtziendheid en blindheid. De behandeling bestaat uit het verlagen van de oogdruk. Chirurgisch kan dit onder andere door het plaatsen van een Baerveldtdrain. Binnen Nederland worden dergelijke operaties het vaakst uitgevoerd in Het Oogziekenhuis Rotterdam. Mogelijke complicaties (bijwerkingen) van deze drain zijn endotheelcelverlies van het hoornvlies, waardoor oedeem (vochtophoping) kan ontstaan en het gezichtsvermogen vermindert, en dubbelzien. Beide zijn negatief voor de kwaliteit van leven van patiënten.

ETZ: Voorspelmodellen verbeteren traumazorg

Het project richtte zich op het ontwikkelen van voorspelmodellen voor fataal en niet-fataal trauma om zo de traumazorg te kunnen verbeteren.

Blog door Leonie de Munter, PhD

BIOS infographic

Gezondheidsstatus voorspellen

Om tot deze voorspelmodellen te komen hebben we de Brabant InjuryOutcome Surveillance opgezet, ook wel de BIOS-studie genoemd. In deze studie hebben we 5000 Brabantse trauma patiënten gedurende twee jaar gevolgd en gevraagd naar hun welbevinden. Dit betekende ontzettend veel werk, papier, telefoontjes en inzet, kortom een logistieke operatie. Daarnaast ervaarden we een tegenvallende respons, waardoor we alles op alles hebben moeten zetten om deze zo snel mogelijk te verhogen. Zo hebben we een kortere vragenlijst ontwikkeld en hebben we patiënten de mogelijkheid gegeven om op een later meetmoment in te stromen. Dit allemaal om de patiënt zo min mogelijk te belasten in de ingrijpende periode na een ongeval. Ondanks deze uitdagingen, laat het ontwikkelde prognostisch model goede resultaten zien. We kunnen gezondheidsstatus gedurende een jaar na het ongeval goed voorspellen en dit biedt mogelijkheden voor de toekomst.

Meting op grote schaal

Het model is een eerste opzet om te gebruiken voor de evaluatie van de kwaliteit van trauma zorg in Nederland. Om het model landelijk te kunnen toepassen, zullen we deze uitkomst ook moeten meten in de hele Nederlandse traumapopulatie. Momenteel wordt er een vragenlijst uitgerold bij de landelijke traumaregistratie, om welbevinden op grote schaal door heel Nederland te kunnen meten en te gebruiken voor evaluatiedoeleinden. Het ontwikkelde model biedt basis voor een landelijke kwaliteitsinstrument. Daarnaast zijn we druk bezig met de ontwikkeling van een digitale gespreksstarter die patiënten op basis van deze modellen meer inzicht geeft in hun prognose.

 

 

Effect merkbaar in de spreekkamer

De BIOS-studie heeft voor veel spin-off gezorgd. Zo is er een project gestart waarbij vragenlijsten bij traumapatiënten afgenomen worden via Computer Adaptief Testen. De computer selecteert hierbij vragen uit een itembank op basis van het antwoord op de vorige vraag (adaptief). Na 3 tot 7 vragen heb je een nauwkeurige schatting en stopt de computer met vragen stellen. Op deze manier kan het welbevinden van de patiënt gemeten worden zonder veel belasting. Hoewel dit een ontzettend efficiënte methode kan zijn om uitkomsten te meten, staat dit in Nederland nog in de kinderschoenen en proberen we de vragenlijsten te valideren. De uitkomsten hiervan worden ingezet in de spreekkamer. De behandelaar kan al inzien waar de patiënt problemen ervaart en kan helpen structuur te brengen in het gesprek.

 

 

 

ZonMw stimuleert gezondheidsonderzoek en zorginnovatie. ZonMw financiert gezondheidsonderzoek en stimuleert het gebruik van de ontwikkelde kennis - om daarmee de zorg en gezondheid te verbeteren. ZonMw heeft als hoofdopdrachtgevers het ministerie van VWS en NWO.

Colofon
Redactie: St. Antonius Ziekenhuis (Lucas Boersma, Jan Grutters, Coline van Moorsel, Mark Platenburg, Joanne van der Vis en Ivo Wiertz), ETZ (Leonie de Munter), Het Oogziekenhuis Rotterdam (Jaap van Baar, Henk de Jong, Hans Lemij, Jan van Meurs, Karlijn Nijmeijer, Els Steijger, Koen Vermeer)
Eindredactie: Karst Overwijk
Fotografie: ETZ, Het Oogziekenhuis Rotterdam, St. Antonius Ziekenhuis

Gerelateerde programma's

Externe links

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website