In programma Wonen en leven in een gezonde wijk en omgeving onderzoeken elf projecten de effectiviteit van onder meer een integrale aanpak, groen in de wijk, burgerparticipatie, voeding en positieve gezondheid. Wat zijn de resultaten tot nu toe? En wat zijn hun tips en lessons learned?

Dat de directe sociale en fysieke leefomgeving en de voorzieningen daarin van grote invloed zijn op gezondheid wijzen vele studies uit. Ook factoren als opleiding en inkomen spelen een grote rol. Voor het bevorderen van gezondheid kunnen lokale partners aan vele knoppen draaien om ook de meest kwetsbaren te bereiken.

Hoe kun je die omgeving bijvoorbeeld zo aanpassen dat je gezondheid van inwoners kan bevorderen en gezondheidsachterstanden kan verkleinen? Hoe kun je de doelgroep zelf bij je project betrekken? En wat is een effectieve integrale lokale aanpak?

De projecten

De sociaal makelaar: de verbinder tussen zorg, welzijn en wijkinitiatief (afgerond)

Veel sociaal (wijk)teams laten hun aanbod nog onvoldoende aansluiten op de initiatieven in de wijk, aldus onderzoek van Movisie. Gouda loste dit op met een nieuwe functie: de sociaal makelaar.

Binnen de drie sociale teams in Gouda zijn sociaal makelaars werkzaam. Zij verbinden vraag en aanbod in de wijk. Dat houdt in dat ze burgerinitiatieven ondersteunen en de behoeften van kwetsbare burgers afstemmen op het aanbod van zorg en welzijn in de wijken. De functie van sociaal makelaar is relatief nieuw en bleek in de praktijk waardevol.

Het project De sociaal makelaar: de link tussen zorg, welzijn en wijkinitiatief wilde met participatief actieonderzoek de sociaal makelaars ondersteunen in de verdere doorontwikkeling van hun functie. Ook is de inhoud en de toegevoegde waarde van deze nieuwe rol onderzocht. De functie van sociaal makelaar bleek ook prima geschikt voor andere gemeenten.

Welke partijen werkten samen?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het project is een samenwerking tussen Gemeente Gouda, TNO, Welzijnsorganisatie Kwadraad, GGD Hollands Midden en AWPG Noordelijk Zuid-Holland.

De sociaal makelaars waren al geruime tijd actief in het gebiedsgerichte sociaal team toen het onderzoek in 2016 van start ging. Het onderzoek volgde de praktijk, waardoor het voor alle partijen een waardevolle samenwerking was. Regelmatig bespraken sociaal makelaars en onderzoekers de voortgang van het onderzoek en het leren. Ging het nog de kant op? Zo nodig werden met elkaar aanpassingen gemaakt in het proces of de opzet.

Wat was de aanpak van het onderzoek?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De functie van sociaal makelaar is onderzocht met participatief actieonderzoek. Hierin staat leren van en in de praktijk centraal in een cyclisch proces van observeren, reflecteren, verbeteren en toepassen.

Tip: de voordelen van participatief actieonderzoek

  • Deze methode is erg geschikt voor het volgen en ondersteunen van een uitvoeringsproces. Je kunt er zowel praktische en generieke kennis mee ophalen, als het handelen in de praktijk veranderen op basis van deze kennis.
  • Actieonderzoek levert primair lokale kennis op voor de betrokkenen in de wijk. Maar genereert als bijproduct ook meer generieke kennis ten behoeve van wetenschap of implementatie in een bredere context (bijv. andere wijken, andere gemeenten etc.). Als onderdeel van actieonderzoek kunnen allerlei meer klassieke sociaal wetenschappelijke onderzoeksmethoden worden toegepast. Deze kun je aanvullen met meer creatieve en ervaringsgerichte methoden en technieken, zoals storytelling, werksessies, groepstechnieken, intervisie en andere innovatieve onderzoeksmethoden.
  • Een ander voordeel van deze aanpak is dat je alle ruimte hebt om de aanpak tussentijds aan te passen als de praktijk daar om vraagt. De wereld staat immers niet stil. Politieke, bestuurlijke of maatschappelijke veranderingen kunnen ervoor zorgen dat je project ineens in een heel ander daglicht staat. Met deze onderzoeksmethode kun je daar in meegaan en juist die verandering meenemen als een les.

Tip: lever ook relevante informatie voor de praktijk

Onderzoekers zouden vooraf goed met de praktijkpartners moeten bespreken hoe het onderzoek ook relevante informatie kan opleveren voor de praktijk. Dat zit ‘m vaak niet alleen in de onderzoeksvragen, maar ook in de methode van onderzoek.

In het participatief actieonderzoek rond de sociaal makelaar is bijvoorbeeld het resultaat van focusgroepen vastgelegd door een visueel verslaglegger. Daardoor hadden de deelnemers na afloop een mooie praatplaat in handen, die zij zelf in hun netwerk konden delen. En in plaats van een vergadering over de werkwijze van de sociaal makelaar, is een keer een spel gemaakt waarbij onderzoekers al spelende antwoord kregen op hun onderzoeksvragen en de makelaars met elkaar in gesprek gingen over thema’s in hun werk. De ervaring van sociaal makelaar Berthie Melissen.

Hoe zorgde je dat je de juiste mensen bereikte en betrok?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Mensen bereiken is de kracht en het werk van de sociaal makelaars. Zij hebben zoveel relaties en netwerken in de wijk, dat ze de juiste mensen voor het onderzoek goed konden bereiken en betrekken.

Tip: zorg dat meedoen leuk blijft

Door in de interactie met de mensen in de wijk te kiezen voor andere werkvormen in het onderzoek, bleef het ook leuk voor wijkbewoners en andere partners om deel te nemen aan de bijeenkomsten. Een aantal initiatiefnemers uit de wijk kreeg bijvoorbeeld een podium op de slotbijeenkomst. Zo konden zij zelf laten zien welke mooie buurtinitiatieven er in hun wijk leven met hulp van de sociaal makelaars.

Wat zijn de belangrijkste resultaten?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het onderzoek heeft veel inzichten opgeleverd in de rol die de sociaal makelaar kan hebben in het Sociaal Wijkteam en heeft een impuls gegeven aan de ontwikkeling van die rol. Als resultaat is de Handreiking Sociaal Makelaar, de verbinder tussen zorg, welzijn en wijkinitiatief ontwikkeld, een praktische handreiking voor gemeenten en professionals in het sociaal domein. De Handreiking maakt de toegevoegde waarde van de functie sociaal makelaar inzichtelijk en overdraagbaar. Hierin vind je ook veel tips uit de praktijk.

De Handreiking en communicatie over het onderzoek kreeg brede interesse bij welzijnsorganisaties en gemeenten. In Gouda zijn extra sociaal makelaars aangesteld.

Food in motion

Veel mensen willen gezonder eten, maar vallen toch steeds voor de verleiding van de ongezonde snack. Kun je ze helpen door op ‘snack hotspots’ gezonde alternatieve tussendoortjes aan te bieden?

De meeste mensen weten dat het belangrijk is om gezond te eten en willen dat ook graag doen. Maar ze worden in hun omgeving en onderweg voortdurend geconfronteerd met ongezonde snacks als patat, shoarma en stroopwafels, vooral mensen uit krachtwijken.

Project Food in Motion  wil onderzoeken of je mensen kan helpen gezonde keuzes te maken door gezonde en smakelijke snacks aan te bieden op díe plekken waar ze gewend zijn ongezond te snacken (nudging). Door de stedelijke omgeving anders in te richten en het gezonde alternatief toegankelijker te maken, hopen ze dat gezond snacken een vanzelfsprekend onderdeel wordt van een gezonde leefstijl.

Welke partijen werken samen?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het onderzoeksteam bestaat uit psychologen, geografen, medici van de Universiteit Utrecht en medewerkers van de gemeente Utrecht.

Wat is de aanpak van het onderzoek?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het project Food in Motion heeft in Utrecht mensen gevolgd met GPS en een snack-app om in kaart te brengen waar en wanneer mensen gewoonlijk ongezond snacken. Het stationsgebied bleek een hotspot. Vervolgens is met inwoners aan de hand van vragenlijsten en concept mapping in focusgroepen bepaald aan welke eigenschappen een 'ideale' gezonde snack zou moeten voldoen. Op basis van de resultaten ontwikkelde een fooddesigner een prototype van zo’n ideale snack, die er qua uiterlijk en branding aantrekkelijk uitzag en voldeed aan de richtlijnen van gezonde voeding. Deze snack 'Van Taartjes', een klein groente- of fruittaartje, is gedurende drie maanden aangeboden vanuit een zelfgebouwde foodtruck voor het station van Utrecht.

Hoe zorg je dat je de juiste mensen bereikt en betrekt?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het onderzoek is gehouden met mensen in Kanaleneiland in Utrecht. De mensen zijn gerekruteerd via o.a. de media, wijkcontactpersonen, posters in wijkgebouwen, supermarkten, en bibliotheken.

Wat zijn de belangrijkste resultaten (tot nu toe)?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Ondanks positieve evaluaties van de snack en de goede locatie viel de verkoop van de gezonde aantrekkelijke snack tegen. Die verkoop nam ook niet toe bij een lagere prijs of door de snack al dan niet als ‘gezond’ aan te bieden. Het experiment laat zien dat het aanbieden van lekkere en gezonde snacks op een hot spot waar mensen gewend zijn ongezond te snacken niet leidt tot een verandering in snackgedrag (in die zin dat treinreizigers geen gebruik maakten van de mogelijkheid om een gezonde snack te kopen bij de Van Taartjes foodtruck). Dit gegeven is opmerkelijk gezien het feit dat veel potentiële klanten hadden aangegeven een gezond alternatief op prijs te stellen.

Lessons Learned: waarom sloeg de snack niet aan?

De aanname dat een gezond alternatief aanbieden op een ‘snack hotspot’ zou leiden tot gezondere keuzes, bleek te simpel. Het onderzoeksteam geeft mogelijke verklaringen voor de tegenvallende verkoopcijfers.

  • Vanuit de psychologie kan de discrepantie worden verklaard tussen zeggen dat je gezond wil snacken en het ook daadwerkelijk doen. Psychologische literatuur maakt een onderscheid tussen ought-to (zou moeten) en want to (zou willen).
  • Mensen zijn gewoontedieren en kopen alleen snacks bij een outlet die ze al kennen.
  • Het aanbod van de Van Taartjes foodtruck was te exclusief: slechts twee nieuwe taartjes. Mensen hechten aan keuze. Had de taartjes via de reguliere outlets moeten worden aangeboden?
  • Een verkooppunt voor gezonde snacks in een omgeving met een overvloed aan ongezonde snacks is niet doeltreffend genoeg om mensen te ondersteunen gezonder te snacken.

Het team vermoedt dat waarschijnlijk alle bovengenoemde verklaringen met elkaar samenhangen en elkaar zelfs versterken.

Doorkijkje: beoogd resultaat en/of verder onderzoek
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Binnen het project zijn twee vervolgonderzoeken gepland die binnen de duur van het project (eind 2020) vallen: een studie naar verkoop van de snack binnen de reguliere snackoutlets op het station en een studie in Kanaleneiland naar hoe mensen met een lage SES aankijken tegen gezonde snacks. Beide studies stonden gepland voor maart – juni. Daar is nu een lelijke streep doorgezet door de coronacrisis die het onmogelijk maakt data te verzamelen. Of en hoe het weer opgepakt wordt, zal afhangen van het verloop van de crisis.

Welke concrete producten heeft het project (tot nu toe) opgeleverd?
Dit item is dichtgeklapt

Digitaal wijkplatform voor kwetsbare ouderen: haalbaarheid en impact (afgerond)

Kan een digitaal wijkportaal ouderen ondersteunen om zelfredzaam en actief te blijven in hun eigen leefomgeving? De potentie is groot, maar er valt nog veel te leren en er zijn nog veel hobbels te beslechten.

Technologie kan ouderen helpen om langer zelfstandig en actief thuis te wonen. Via een digitaal wijkplatform kunnen ouderen bijvoorbeeld informatie over buurtactiviteiten vinden, elkaar hulp vragen en bieden en nieuwe activiteiten voorstellen, zoals samen wandelen. Maar dat is ook een spannende uitdaging omdat niet alle ouderen vertrouwd zijn met internet en computers.

Binnen project Digitaal wijkplatform voor kwetsbare ouderen: haalbaarheid en impact is in 2017 samen met ouderen- en buurtorganisaties een digitaal wijkplatform ingericht voor ouderen (65-85 jaar) en hun naasten. Hoe ervaren ze zo’n platform? De respons op het platform was helaas zo laag dat gefundeerd onderzoek naar gebruik en effecten niet mogelijk was. Hierop is de onderzoeksvraag bijgesteld: waarom was de betrokkenheid van ouderen zo laag?

Welke partijen werkten samen?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Samenwerkingspartners in dit project zijn GGD Zuid Limburg, Gemeente Heerlen, Senioren Vereniging Heerlen, Meandergroep Zuid Limburg, Zuyd Hogeschool en Huis voor de Zorg. Deze partijen werken in variërende samenstelling al jarenlang samen in innovaties en onderzoek naar de ondersteuning van ouderen. Ook in dit project vonden ze elkaar snel om gezamenlijk aan dit platform te gaan werken, en andere partijen erbij te betrekken zoals buurtverenigingen, welzijnsorganisaties en ICT-bedrijven.

Lesson learned: leg van tevoren doel en verwachting helder vast

Doel van het project was dat het platform uiteindelijk voor en door ouderen en andere buurtbewoners zelf gerund zou worden. En dat ook andere partijen, zoals gemeente en zorg- en welzijnsorganisaties, het actief zouden gebruiken voor aanbod van diensten en informatie. Dat is weliswaar vanaf de start gecommuniceerd en aangeboden, maar aan het einde bleek geen enkele partij in staat om de regie over het platform op zich te nemen. De implicaties van zo’n taak zijn bij de start misschien moeilijk te overzien en een dergelijk commitment is bij buurtverenigingen en vrijwilligers niet vooraf vast te leggen en kan averechts werken. En ook professionele organisaties waren destijds nog niet klaar voor zo’n platform. Maar meer nadruk op verwachtingen en doel bij de start maakt het gesprek erover in een later stadium makkelijker.

In coronatijden bleek dat de professionele organisaties overigens wel degelijk grote stappen konden maken in een aanbod van online diensten en eHealth-applicaties.

Wat was de aanpak van het onderzoek?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Uiteindelijk is het niet gelukt om dit platform echt van de grond te krijgen en is onderzocht waarom ouderen geen gebruik maakten van het wijkplatform. Daarvoor zijn vooral gesprekken gevoerd met drie groepen ouderen die al dan niet betrokken of actief waren bij de ontwikkeling en het daadwerkelijk gebruik van het digitale wijkplatform.

Hoe zorgde je dat je de juiste mensen bereikte en betrok?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De doelgroep waren (oudere) buurtbewoners. Deze werden bereikt via de samenwerkende partijen.

Lesson learned: samenwerken geen garantie voor adoptie

Het projectteam werkte vanaf de start intensief samen met oudere buurtbewoners (de doelgroep) om het platform concreet vorm te geven, o.a. qua inhoud en layout. Opvallend genoeg gaf deze groep achteraf aan dat ze het niet als ‘hun’ platform beschouwden. Innovatie volgens de geldende regels ‘in co-creatie met de eindgebruiker’ vormgeven is dus geen garantie voor adoptie en daadwerkelijk gebruik ervan.

Wat zijn de belangrijkste resultaten?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Uiteindelijk is het niet gelukt om dit platform echt van de grond te krijgen. Nader onderzoek bij verschillende groepen ouderen en vergelijkbare initiatieven in het land leerde dat toen het project in 2018 eindigde, nog diverse factoren een succesvolle implementatie in de weg stonden. Denk daarbij aan het gebruiksgemak van ‘de techniek’, onvoldoende commitment van de betrokken partijen (waaronder zorg- en welzijnsorganisaties), en onduidelijkheid over de regie en het eigenaarschap van het platform.

Doorkijkje: beoogd resultaat en/of verder onderzoek
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Vergelijkbare initiatieven liepen tegen dezelfde belemmeringen aan. Na een bijeenkomst van teamleiders zijn de do’s en don’ts in een document vastgelegd.

Het projectteam wil zeker verder gaan met onderzoek naar de mogelijkheden van digitale ondersteuning van ouderen in de eigen leefomgeving. Vooralsnog niet via een digitaal wijkportaal, maar bijvoorbeeld met nieuwe ondersteuningsconstructies waarin online en offline componenten goed geïntegreerd worden (en ‘online’ veeleer ondersteunend is).

Welke concrete producten heeft dit project opgeleverd?
Dit item is dichtgeklapt

Groen in de wijk (afgerond)

Groen in de wijk draagt bij aan een betere gezondheid. Maar hoe moet dat groen er dan uitzien? En welke functie moet het hebben. Bewoners blijken prima zelf te weten welk groen ze goed doet.

Mensen met een lage sociaaleconomische status (SES) wonen vaak in wijken met factoren die negatief uitwerken op de gezondheid, zoals een nabijgelegen drukke snelweg, frequent overkomend vliegverkeer en weinig groen. Studies laten zien dat de aanwezigheid van een aantrekkelijke, groene omgeving kan bijdragen aan een betere gezondheid.
 
In project Groen in de Wijk zijn de wensen en behoeften van bewoners uit buurten met een lage SES onderzocht en vergeleken met die van bewoners uit hoge SES-wijken en professionals. Hoe en waar moet de gemeente groen toepassen om gezondheidsverschillen tussen bewoners van lage en hoge SES-wijken te verkleinen?

Welke partijen werkten samen?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De samenwerkende partijen waren Veiligheid en Gezondheidsregio Gelderland-Midden, GGD Rotterdam Rijnmond, GGD Amsterdam, Gemeente Arnhem, RIVM, Universiteit Utrecht en Ecovrede.
 
De teamleden kenden elkaar vanuit de Medische Milieukunde. Het vakgebied is relatief klein, leden kennen elkaar. Het vakgebied heeft ook een werkgroepenstructuur in Nederland, waarin kennis wordt gedeeld. Samenwerken is daardoor laagdrempelig. Lokale partners waren al betrokken bij activiteiten van de gemeente.

Wat was de aanpak van het onderzoek?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het onderzoek bestond uit literatuuronderzoek, interviews en focusgroepen. In drie lage SES-wijken in Amsterdam, Rotterdam en Arnhem namen bewoners deel aan groepsdiscussies om een richtlijn te maken met de beste eigenschappen voor groen in de buurt.

Lesson learned: focusgroepen

Het onderzoek maakte gebruik van de klassieke methode van vragenlijst en van focusgroepen. Voordeel van focusgroepen is dat je in korte tijd veel informatie kunt ophalen. Ook opvallend was dat de groepen mensen stimuleren om met sprekende, innovatieve voorbeelden te komen.
Een paar aandachtspunten:

  • Begin tijdig met de organisatie. Wil je met focusgroepen werken, zorg dan dat je tijdig begint met het organiseren van de groepen. De organisatie kost tijd.
  • Zorg dat de groepen groot genoeg zijn. Er vallen altijd mensen af. In het onderzoek waren sommige focusgroepen kleiner en sommige groter.
  • Grootte versus resultaten. Enkele focusgroepen waren erg klein waren (1 van slechts 1 persoon, 2 keer 2, 2 keer 5). Wat betekent dit voor de resultaten en conclusies? Het doel van een focusgroep is dat deelnemers met elkaar in discussie gaan en dat de groepsdynamiek tot discussie leidt. Bij de kleinere groepen is dit minder het geval. Die gesprekken hadden meer de vorm van een diepte-interview. Door die gesprekken kreeg het onderzoeksteam meer inzicht in persoonlijke processen en motivaties en beleving van individuen. De mix van grotere en kleine focusgroepen hebben een bredere inventarisatie opgeleverd. De twee vullen elkaar mooi aan en hebben info op verschillende niveaus gegeven.
Hoe zorgde je dat je de juiste mensen bereikte en betrok?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De doelgroepen binnen dit onderzoeken waren de gemeente (afdelingen Groenbeheer, beleid, sociaal domein en volksgezondheid) en de inwoners van drie wijken in Amsterdam, Rotterdam en Arnhem.

Het betrekken van bewoners bleek lastig. Mensen die al geïnteresseerd zijn in groen, gezondheid en samenwerken, zijn makkelijk te bereiken. Maar lastiger wordt het met mensen die niets met gras, groen of gezond leven op hebben. En die geen belang hebben bij onderzoek naar hun wensen op dat terrein. Via wijkmanagers of sleutelfiguren wist het onderzoeksteam toch mensen uit die laatste groep te bereiken.

Wat zijn de belangrijkste resultaten?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Dat groen bijdraagt aan positieve gezondheid wordt veel breder gedragen door inwoners dan gedacht. Groen moet worden ingepast in de ruimtelijke ordening, vooral in de buurten met lage SES. Tot rust komen, bewegen en het bevorderen van sociale cohesie zijn hier belangrijke functies volgens inwoners. Belangrijkste activiteiten in het groen voor de bewoners met hogere SES zijn meer ontspannen en bewegen; inwoners met lagere SES neigen meer naar sociale activiteiten.

Ideeën van gemeenten over het toepassen van groen komen niet altijd overeenkomen met de perceptie en wensen over groen van bewoners. Professionals vinden grootte en nabijheid van groen erg belangrijk; bewoners vinden schoonheid, onderhoud en veiligheid belangrijk. Bewoners met een lage SES leggen meer nadruk op behoefte aan rust en ontspanning, en bewoners met hogere SES willen groen meer gebruiken voor activiteiten.
 
De conclusie is dat de gezondheid bij zowel bewoners met een lage als een hoge SES bevorderd kan worden als bij inrichting van de buurten rekening wordt gehouden met de wensen van de bewoners. De inwoners hebben zelf goed inzicht in hoe het groen eruit zou moeten zien en waarvoor het gebruikt moet kunnen worden, om bij te dragen aan positieve gezondheid.

Welke concrete producten heeft het project (tot nu toe) opgeleverd?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Projectgerelateerd

In de media

Artikel Mediator: Openbaar Groen dat mensen blij maakt.

Overig

GGDGHOR Netwerksymposium ‘Cool Groen’

Positieve Gezondheid de wijk in! – Venserpolder Groeit & Leeft (afgerond)

Een integrale wijkaanpak op basis van positieve gezondheid zorgde dat bewoners van Venserpolder in beweging kwamen en een verbinding tussen professionals en bewoners tot stand kwam.

Amsterdam Zuidoost is een stadsdeel met een multi-etnische bevolking, lage sociaal economische status (ses) en veel gezondheids- en gedragsproblemen. Gezondheidsinterventies leverden weinig resultaat op, mogelijk door onvoldoende samenwerking en focus.

Project Positieve Gezondheid de wijk in! – Venserpolder Groeit en Leeft wilde onderzoeken of een integrale wijkaanpak op basis van positieve gezondheid wél succes zou hebben. Doel: het versterken van regie over de eigen gezondheid door bewoners meteen bij het project te betrekken.

Welke partijen werkten samen?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In dit project werkten samen: GGD Amsterdam, Louis Bolk Instituut, Institute for Positive Health, Cliëntenbelang Amsterdam, Stichting MaDi (Maatschappelijke Dienstverlening), Stadsdeel Amsterdam Zuidoost, Wijkzorg Alliantie en Gezondheidscentrum Venserpolder.

Voorafgaand aan de start van het project waren diverse organisaties al benaderd. Een lid van het projectteam is jaren de directeur van het gezondheidscentrum in Venserpolder geweest en heeft mede daardoor een groot netwerk in de wijk. In de eerste fase van het project zijn mensen van het projectteam gesprekken gaan voeren met diverse organisaties in de wijk om het project uit te leggen en betrokkenheid te stimuleren.

Na een tijdje werd het projectteam uitgebreid met vertegenwoordigers van alle betrokken organisaties. Hierdoor werden de projectteamvergaderingen meer informerend van karakter en waren er aparte kernteamvergaderingen nodig om de uitvoering meer concreet te kunnen bespreken.

Lessons learned

  • Bespreek vooraf verwachtingen en doelen. De belangen van de wijk en die van de onderzoekers werden niet altijd als hetzelfde ervaren. Het is belangrijk om regelmatig verwachtingen te bespreken en het doel van het onderzoek heel duidelijk te maken.
  • Bewaak die doelen ook in je overleg. Tijdens projectteambijeenkomsten werd de tijd verdeeld over de uitvoering van het project in de wijk, dus de interventies, en het opzetten van onderzoek naar de effecten ervan. Het blijkt heel verleidelijk te zijn om te veel tijd te besteden aan de uitvoering in de wijk en te weinig aan het onderzoek. Dit levert soms spanningen op.
  • Samenwerking met bewoners leerzaam voor beide partijen. Aan de andere kant zijn deze projectteamvergaderingen ook heel leerzaam en vruchtbaar doordat deze verschillende belangen zichtbaar worden en er van beide kanten een inkijkje mogelijk is in elkaar werelden. Dus de bewoners, lokale professionals, zien wat van de onderzoekswereld. En de onderzoekers zien waar bewoners mee worstelen.

Tip: Vraag een inwoner met een goed lokaal netwerk als voorzitter van het projectteam

De voorzitter van het projectteam was iemand met een groot netwerk in de wijk, niet een onderzoeker. Dat is aan te raden om een goede vertrouwensband met bewoners op te kunnen bouwen en ook meteen het eigenaarschap in de wijk te leggen, en niet bij de onderzoekers.

Wat was de aanpak van het onderzoek?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De onderzoeksaanpak was participatief actieonderzoek. Op basis van de behoefte van de bewoners werd een integrale wijkaanpak opgezet. Bewoners en professionals zetten samen interventies op. Vervolgens werd een effect- en procesevaluatie uitgevoerd van de gehele integrale aanpak. Daarnaast vond effectmonitoring van twee pilots plaats. Er was tijdens het gehele project aandacht voor duurzame veranderingen en borging van resultaten.

Behoeften in kaart brengen met interviews

Eerst zijn de behoeften, wensen en uitdagingen van bewoners in kaart gebracht door het afnemen van 25 interviews met wijkbewoners van verschillende culturele achtergronden. De interviews zijn gestructureerd op basis van de zes domeinen van Positieve Gezondheid. Daarnaast is er een lokaal expertteam gevormd met zes tot acht actieve bewoners die tijdens het gehele project de belangen van bewoners, hun wensen, behoeften en kracht hebben vertegenwoordigd.

Omgevingsscans

Er zijn twee locatiespecifieke omgevingsscans uitgevoerd. Eenmaal met acht bewoners, en eenmaal met acht professionals en gemeenteambtenaren. Na afloop hebben alle deelnemers een vragenlijst ingevuld over de leefomgeving en de relatie met gezondheid, gebaseerd op de zes domeinen van Positieve Gezondheid.

Sociale kaart

Daarnaast is er een sociale kaart gemaakt van de wijk Venserpolder samen met onder andere de Wijkzorg Alliantie. Deze sociale kaart is opgenomen in de KOPPL zuil (interactieve digitale display) die in de lokale openbare bibliotheek is geplaatst.

Pilotprojecten

Er zijn acht pilotprojecten ontwikkeld die samen de integrale wijkaanpak vormen. Bewoners konden daarvoor ook zelf ideeën aandragen. Tijdens een stakeholderbijeenkomst zijn alle acht pilots gepitcht en geadopteerd door bewoners. De bewoners en de bijbehorende pilot zijn vervolgens gekoppeld aan professionals van lokale organisaties om projectteams te vormen en de pilot van de grond te tillen. Dit proces heeft bijgedragen aan de empowerment van bewoners en heeft een aantal ervan in hun kracht weten te zetten.

De pilot waren onder meer een koffie-uur in het Gezondheidscentrum, groenworkshops voor volwassenen en kinderen, verbetering winkelaanbod, het verbeteren van de rolstoeltoegankelijkheid in de wijk en Digitaal Verbinden: de digitale kaart van formele en informele zorg in het koppelplatform.
De pilotactiviteiten waren gericht op het verbinden van bestaande activiteiten en organisaties om daarmee ook de borging te garanderen.

Positieve Gezondheid als visie voor integrale aanpak

Tijdens projectteambijeenkomsten en bijeenkomsten met organisaties is Positieve Gezondheid gebruikt als kapstok en inspiratie tot verandering. Tijdens de Kick-off bijeenkomst heeft Machteld Huber van het Institute for Positive Health (iPH) een inleiding over PG gegeven. Daarna zijn er verschillende workshops en presentaties over PG geweest, waarvan een aantal verzorgd door iPH. Positieve Gezondheid hielp om organisaties aan te sluiten bij het project en tot een gedeelde visie te komen.

Procesevaluatie

Er is een procesevaluatie uitgevoerd op basis van documentatie, observaties tijdens projectteam meetings, observaties tijdens meetings van pilots, 15 interviews met betrokken professionals en bewoners. De kernvraag was: heeft er een cultuur verandering plaatsgevonden in Venserpolder? Daarnaast is gekeken naar de facilitators en barrière voor het veranderproces.

Effectmeting

Effecten zijn gemeten bij twee pilots (koffie-uurtje en de groen-pilot) aangevuld met aan het eind van het project een overall effectevaluatie. De overall effectevaluatie bestond uit 25 interviews met veertien bewoners en elf professionals. De hoofdonderzoeksvraag was: wat zijn de belangrijkste effecten, succesfactoren en aanbevelingen t.a.v. het project?

Lessons Learned

  • Het verzamelen van kwantitatieve data bleek extreem moeilijk te zijn. Het koffie-uurtje is geëvalueerd op basis van observaties tijdens de koffie-uurtjes, twee intervisiebijeenkomsten, en een interview met de betrokken sociaal werker. De groen-pilot is geëvalueerd op basis van observaties en interviews met deelnemende professionals. Daarnaast is een korte vragenlijst afgenomen bij de deelnemende vrouwen en kinderen over effecten op gezondheid, kennis over groente/fruit.
  • Niet alle onderzoeksmethoden zijn geschikt voor een bottom-up project waarbij wordt uitgegaan van de energie van de bewoners en hun behoeften.
Hoe zorgde je dat je de juiste mensen bereikte en betrok?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Doelgroep waren de bewoners van Venserpolder.

In het projectteam werden drie vrouwen betrokken die de wijk goed kennen: een met een groot netwerk op bestuurlijk niveau, een met veel verbindingen met de zorgorganisaties in de wijk en een met een groot netwerk in de buurt. Deze drie vrouwen hebben een lokaal expertteam opgezet waarin sleutelfiguren uit de wijk zitting hebben genomen. Deze sleutelfiguren hebben vervolgens hun grote netwerk ingezet en hun grote invloed op bredere groepen bewoners.

Tips om bewoners te betrekken:

  • Whatsappgroepen bleken goed te werken in de communicatie rond het project. Er is een groep opgericht met 15-20 (zorg-)professionals en actieve bewoners. Deze werd gebruikt voor het delen van informatie over activiteiten en voor het enthousiasmeren van mensen om mee te doen. Later hebben bewoners ook zelf een whatsappgroep opgezet met dezelfde functie en een veel breder bereik.
  • Informatie-uitwisseling tussen organisaties en het verbinden van informele met formele zorg vond daarnaast plaats in de pilot Digitaal verbinden.
  • Het verbinden van de bewoners met het project en het eigenaarschap werd versterkt door de bewoners zelf een logo te laten ontwikkelen en de titel van het project te laten bedenken.
  • Tijdens de slotbijeenkomst was er een betrokken groep professionals en bewoners die elkaar weten te vinden en zich blijven inzetten voor een leefbaar en gezond Venserpolder.
Wat zijn de belangrijkste resultaten?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Door het project heeft de wijk een flinke boost gekregen, weten mensen elkaar beter te vinden, zijn drempels weggehaald, en is er meer verbinding tussen formele en informele zorg. Positieve Gezondheid is succesvol ingezet. Het resultaat is een handelingsperspectief met stappenplan, succesfactoren en tips voor gemeenten en professionals.

De pilotprojecten zijn voortgezet door bewoners of geïntegreerd in het aanbod van (zorg-)professionals. Twee actieve bewoners zijn in het stadsdeelbestuur gegaan.

Daarnaast is er een onderzoek uitgevoerd naar de culturele sensitiviteit van positieve gezondheid. Samen met bewoners en professionals is gekeken in hoeverre positieve gezondheid aansluit bij het wereldbeeld van mensen met verschillende culturele achtergronden. Het resultaat hiervan is een aanvulling van het positieve gezondheid-model met twee nieuwe domeinen: zelfredzaamheid en wederkerigheid.

Tips van de projectleider

  • Laat bewoners van begin af aan participeren in een project.
  • Zorg voor een gelaagd, goed verbonden projectteam (bewoners, actieve bewoners, professionals, onderzoekers).
  • Identificeer en structureer de behoeften en krachten van wijkbewoners.
  • Breng belangen in kaart.
  • Monitor het proces en het effect van pilots.
  • Gebruik diverse media voor communicatie over het project.
  • Pas de methoden aan bij de praktijk, bespreek uitkomstmaten met bewoners, zoek de bewoners op voor interviews.
  • Integreer succesvolle activiteiten in beleid en taken van bestaande organisaties.
Doorkijkje: beoogd resultaat en/of verder onderzoek?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt
  • Het verbeteren van de leefomgeving in Venserpolder is deels gecontinueerd door Hoodlab Playground. Hoodlab geeft verder vorm aan dit thema samen met bewoners.
  • In het project is een plan voor het winkelcentrum van Venserpolder ontwikkeld. Dit initiatief is verder uitgewerkt tot een economische kansen-erkenning door Aouaki Concepts in opdracht van het stadsdeel.
  • De sociale kaart die is samengesteld tijdens het project, is onderdeel van de digitale kaart KOPPL en beschikbaar in de lokale openbare bibliotheek.
  • Rolstoeltoegankelijkheid in de wijk is nu belegd bij een bewonerscomité en wordt regelmatig besproken met het stadsdeel.
  • Het Louis Bolk Instituut werkt samen met gemeente Delft om gezondheidsbeleid op basis van Positieve Gezondheid te ontwikkelen en in een aantal lage SES-wijken aan de slag te gaan met een integrale wijkaanpak.
  • Het Louis Bolk Instituut werkt op Texel samen met de Gemeente en Novalishoeve aan het implementeren van positieve gezondheid in de nieuwe wijk de Tuunen.

Blauwe zorg in wijk

Blauwe zorg is niet minder, maar ánders ingerichte zorg in de wijk met de echte vraag van bewoners als uitgangspunt tegen lagere kosten. De aanpak wordt getest in vier lage SES-wijken in Maastricht.

Blauwe Zorg is een van de negen proeftuinen van het ministerie van VWS gericht op het realiseren van betere zorg tegen lagere kosten. De hoofddoelstelling van de proeftuinen is zorg te optimaliseren volgens het Triple Aim principe van Berwick e.a.: een betere ervaren gezondheid van de patiënt, betere kwaliteit van zorg bij lagere of gelijke zorgkosten.

Binnen de proeftuin Blauwe Zorg, wordt een pilot uitgevoerd in vier Maastrichtse buurten met een lage sociaaleconomische status ‘Blauwe zorg in de wijk’. In de pilot Blauwe zorg in de wijk is het gedachtegoed van ‘Positieve Gezondheid’ leidend.

Welke partijen werken samen?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Blauwe zorg in de wijk wordt gefinancierd door de Gemeente Maastricht, Zorgverzekeraar VGZ en de Provincie Limburg. Het dagelijks bestuur wordt aangevuld door Zorg in Ontwikkeling (ZIO), Envida en Levanto. De GGD Zuid Limburg, Xonar, Radar en Burgerkracht zijn partijen die ook nauw zijn betrokken bij de implementatie van de pilot als ambassadeurs. Een deel van deze zorgaanbieders en financiers in de regio Maastricht- Heuvelland hebben zich in 2013 verenigd in het bestuurlijk netwerk ‘Alliantie Santé’.

Bij het participerend onderzoek van Blauwe zorg in de wijk begeef je je als onderzoeker in twee werelden. De praktijk, waar de pilot wordt uitgerold en het onderzoek, waar je de waarnemingen uit de praktijk nader analyseert en verklaart. Er is regelmatig en laagdrempelig contact binnen het onderzoeksteam om ervoor te zorgen dat het onderzoek op koers ligt en om de juiste kennis en/of expertise in te brengen wanneer nodig.

Tips van de projectleider

  • Zorg dat praktijk en onderzoek op elkaar afgestemd blijven. Het onderzoek volgt de praktijk. Daarom is belangrijk dat professionals vanuit het onderzoek en de praktijk elkaar regelmatig informeren over voortgang en ontwikkelingen. Bij Blauwe zorg in de wijk gebeurt dat in het programmateam: de projectcoördinatoren en onderzoeker houden overzicht over alle projecten (verbinden, afstemmen, coördineren, ondersteunen en nieuwe projecten initiëren).
  • Laat jezelf zien. Als onderzoeker ben je de linking pin tussen de onderzoekswereld en het veld. Het is belangrijk om regelmatig je gezicht te laten zien in het veld om vertrouwd te raken met alle stakeholders, zowel met inwoners, professionals, managers als ook bestuurders.
Wat is de aanpak van het onderzoek?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De aanpak van de pilot kent vier bouwstenen:

  • Burger aan zet: intrinsieke motivatie van burgers is leidend.
  • Professional aan zet: professionele vrijheid van zorg- en dienstverleners.
  • Financiële schotten tussen het gemeentelijke zorg en de zorgverzekeraar verminderen door een betere samenwerkingen tussen alle betrokken partijen.
  • Het verspreiden van kennis tussen andere proeftuinen en stakeholders.

Onderzocht wordt wat de effecten zijn van de aanpak op de ervaren gezondheid van de inwoners van de buurten en welke verschuivingen in financiële bestedingen plaatsvinden. Daarnaast wordt er onderzoek gedaan naar het proces; hoe komt de pilot tot stand en hoe verloopt deze? Welke stakeholders spelen een belangrijke rol en wat zijn de bevorderende en belemmerende factoren?

Kwantitatief en kwalitatief onderzoek

Het onderzoek bestaat uit een kwantitatief deel waarbij de (effecten op de) zorg en welzijnskosten, populatie gezondheid en kwaliteit van zorg worden onderzocht (door middel van vragenlijsten, data CBS, Vektis) en een kwalitatief deel dat kijkt naar het implementatieproces van Blauwe zorg in de wijk (door middel van observaties, interviews, documenten).

De effectmeting onder de inwoners van de vier interventiewijken en vier soortgelijke controlewijken heeft de ervaren gezondheid (gemeten met de vragenlijst SF-12-V2) als primaire uitkomstmaat. Secundaire uitkomstmaten zijn de veerkracht (RS-Scale), kwaliteit van leven (EQ-5D-5L) en Positieve Gezondheid (zes dimensies Positieve Gezondheid). Deze effecten zijn gemeten met een vragenlijst, die drie keer is afgenomen (2017, 2018, 2019).
Verder wordt er gekeken naar verschuivingen in de zorgkosten (ZVW), de kosten in het sociaal domein (WMO, Jeugd, Participatie) en de kosten in de Wet Langdurige Zorg.

In de procesevaluatie wordt onderzocht hoe de verschillende organisaties in de pilot samenwerken, hoe de governance structuur wordt vormgegeven en hoe Positieve Gezondheid wordt geïmplementeerd. Het Consolidated Framework for Implementation Research (CFIR) (Damschroder et al. 2011) biedt een leidraad voor de procesevaluatie.

Lessons learned: flexibiliteit is belangrijk

De uitvoering van onderzoek in de praktijk vergt flexibiliteit van het onderzoeksteam. Binnen de onderzoeksaanpak moet er ruimte zijn om te anticiperen op wat er speelt in de praktijk. Dat maakt het onderzoekswerk dynamisch en uitdagend.

Hoe zorg je dat je de juiste mensen bereikt en betrekt?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het doel van de pilot is het verbeteren van de ervaren (Positieve) gezondheid van de inwoners van de vier pilotwijken. De bedoeling was om de pilot met een ‘bottom-up approach’ vorm te geven, dus vanuit de burger.

Citizen Science-project

Voor het onderzoek was het ook heel belangrijk om, naast de effectmeting bij inwoners, ook de stem van inwoners goed mee te nemen. Daarvoor is een Citizen Science-project gestart. In het Citizen Science-project zijn dertien inwoners van de vier buurten opgeleid tot onderzoeker om de volgende vraag te beantwoorden: ‘wat is gezondheid voor mij en voor mijn buurt en wat kan ik doen om mijn eigen gezondheid en die van de buurt te verbeteren?’. Omdat de deelnemers van het Citizen Science-project uit de vier buurten komen, zijn ook de mensen bereikt die het onderzoeksteam waarschijnlijk zelf niet had kunnen bereiken.

De eerste lichting Citizen Scientists zijn in 2018/2019 getraind en de tweede groep is in 2019/2020 gestart. Nog steeds komt de eerste lichting ongeveer één keer in de maand bij elkaar om gezondheids- en welzijnsthema’s in de buurt aan te pakken en te bespreken.

Tips van de projectleider

  • Citizen Science-project een aanrader. Een Citizen Science-project is een goede manier om burgers als volwaardige partners mee te nemen in je onderzoek en hiermee zet je de burger ook echt ‘in the lead’.
  • Leer de inwoners kennen. Investeer en maak genoeg tijd vrij om de buurt en de inwoners te leren kennen als onderzoeker, ben oprecht geïnteresseerd. Dat is nodig om inwoners te kunnen betrekken bij onderzoek.
Wat zijn de belangrijkste resultaten (tot nu toe)?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In de vier buurten in Maastricht lopen na een eerste ontwikkelfase tien subprojecten gericht op verschillende doelgroepen en problematieken, zoals bijvoorbeeld ‘Your coach Nextdoor’ voor kinderen met overgewicht, spoedprocedures voor de WMO, trainingen positieve gezondheid van professionals en bewoners. Sommige projecten zijn opgeschaald naar heel Maastricht, zoals het project ‘gezamenlijke aanpak domeinoverstijgende gezinnen’ waarbij gezinnen met domeinoverstijgende hulpverlening (ZvW, WMO, Jeugd, Particpatie, WLZ) worden gecoacht door een onafhankelijke coach. Vanuit het perspectief van Positieve Gezondheid probeert de coach de hulpvraag van het gezin helder te krijgen.

Blauwe Zorg in de wijk is pilot ontgroeid

Een van de belangrijkste resultaten van de pilot is dat de bestuurders van de deelnemende organisaties elkaar hebben gevonden en hebben geleerd samen te werken. Daardoor is Blauwe zorg in de wijk nu doorgegroeid tot ‘the next step’ waarbij de samenwerking breder wordt getrokken dan de vier interventiewijken.

Verkenning meer zeggenschap inwoners

Een ander belangrijk resultaat is dat het Citizen Science-project een mooie rapportage heeft opgeleverd met 40 thema’s die voor de burgers in de wijken belangrijk zijn. In gesprek met een wethouder van de gemeente Maastricht is besproken wat ervoor nodig is om burgers zelf meer zeggenschap te geven over hun eigen gezondheid en zorg.

Doorkijkje: beoogd resultaat en/of verder onderzoek?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Doel is het in gang zetten van een beweging vanuit positieve gezondheid, gekoppeld aan de aanpak ‘Blauwe zorg’, waardoor de levenskwaliteit van bewoners verbetert en gezondheidsverschillen afnemen.

De beweging is in gang gezet. De professionals van de deelnemende organisaties zijn allemaal geschoold in Positieve Gezondheid waardoor het een gezamenlijke taal is geworden. De samenwerking tussen de professionals in verschillende domeinen is verbeterd, alsmede de samenwerking tussen de bestuurders van de organisaties. De verwachting is dat deze verbetering in samenwerking is terug te zien in de ervaren kwaliteit van zorg. Resultaten van de effectmeting zullen eind 2020 beschikbaar zijn.

Welke concrete producten heeft het project (tot nu toe) opgeleverd?
Dit item is dichtgeklapt

Community Wise

Hoe kan de interventie Community Wise bijdragen aan het terugdringen van gezondheidsachterstanden van bewoners met een lage SES in provincie Groningen? Een onderzoek met als doel ontwikkeling en evaluatie.

Community Wise is een straat- en buurtprogramma van twaalf weken gericht op het stimuleren van positieve gezondheid van wijkbewoners met een lage SES van 40 jaar en ouder. Focus ligt op verbeteren van fysieke vitaliteit, veerkracht en sociale vitaliteit door bewegen en zelfmanagementvaardigheden in een groep. De aanpak is gebaseerd op bestaande interventies zoals GRIP&GLANS en Sociaal Vitaal.

Project Community Wise: Stimulating, physical vitality, resilience and social vitality as components of positive health of inhabitants of neighbourhoods with low social economic status heeft als doel de interventie Community Wise te ontwikkelen en de effectiviteit ervan te onderzoeken.

Welke partijen werken samen?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het project is een samenwerking tussen: UMC Groningen, Gemeente Groningen, Wijkbelangen Delfzijl Noord, Stichting WijzOud, Stichting Groningen Plus, Gemeente Delfzijl, WIJ-Selwerd, WIJ-Rivierenbuurt, Sport4Connect, Huis van de Sport, Hanze Hogeschool en - indirect via Stichting WijzOud - ROC van Twente, Saxion Hogeschool, Fysiotherapiepraktijk van Iersel, Beter Wonen, Woonzorg Nederland.

De projectleiders en junioronderzoeker van UMC Groningen vormen het vaste onderzoeksteam. Het projectteam wisselt deels per locatie. De inbreng van de partners is afhankelijk van de rol.

Tip: afstemming en draagvlak

Een belangrijke voorwaarde voor het uitvoeren van lokale projecten is een goede voorbereiding. Doelgroep, projectactiviteiten, betrokkenheid van lokale partners en de tijdsplanning moeten worden afgestemd met alle relevante actoren. Dit kost veel tijd. Het is belangrijk om ook rekening te houden met veranderde behoeften van partners. Door lokale ontwikkelingen, door veranderingen binnen organisaties, of samenstellingsveranderingen binnen buurten, kan de behoefte vervallen. Door op meer locaties samenwerkingsverbanden op te zetten kan geanticipeerd worden op behoefteverval. Daarnaast is afstemming over de uitvoering en de borging belangrijk om draagvlak te creëren binnen de gemeenschap waarin het project wordt uitgevoerd.

Wat is de aanpak van het onderzoek?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Community Wise is ontwikkeld en wordt uitgevoerd op diverse locaties, zoals krachtwijken in de stad Groningen, in gemeente Delfzijl en in Almelo. De interventie is opgebouwd uit drie met elkaar geïntegreerde elementen:

  • ‘Aan de slag’: gericht op sport en spel
  • ‘Aan het stuur’: gericht op eigen regie en welbevinden
  • ‘Het straatproject’: de wensen van de buurtbewoners over positieve gezondheid staan centraal

Het effect en impact van deelname aan de interventie op gezondheid, welbevinden en veerkracht wordt geëvalueerd. De evaluatie van de interventie bestaat uit vragenlijsten, fittesten, focusgroepen en interviews.

Lessons learned

  • Goede procesbegeleiding noodzaak. Het uitvoeren van een interventie vraagt om goede procesbegeleiding zodat de uitvoering overeenkomt met de bedoeling ervan. Een belangrijke voorwaarde is goed contact met de begeleiders van de groepen. Ze moeten de juiste ervaring (training) hebben en vooraf duidelijk geïnstrueerd worden. Omdat het een programma in ontwikkeling is, is het daarnaast noodzakelijk om terugkoppeling te krijgen van de begeleiders over de uitvoering, bijvoorbeeld over de uitvoering bij fysiek kwetsbare ouderen.
  • Raadpleeg lokale actoren bij het opstarten van een groep. De interventie wordt uitgevoerd bij bestaande gemeenschappen. De onderlinge verhoudingen in die gemeenschappen worden in de contacten tussen de groepsleden weerspiegeld. Als er spanningen of conflicten in gemeenschappen bestaan, kunnen deze belemmerend werken bij het opstarten van een Community Wise-groep of tot uiting komen tijdens de interventie. Lokale actoren zijn vaak goed op de hoogte van de verhoudingen in die gemeenschappen en het verdient de aanbeveling om hen te raadplegen of het opstarten van een groep voor bewoners wel wenselijk en mogelijk is.
  • Bij de doelgroep (ouderen met lage SES) werken interviews beter dan vragenlijsten. Bij de doelgroep (ouderen met lage SES) werken interviews beter dan vragenlijsten. Dit is echter wel erg arbeidsintensief. De deelnemers worden individueel begeleid bij het invullen van de vragenlijsten (door de junior onderzoeker en met hulp van geïnstrueerde studenten). Daarnaast vinden er focusgroepen met elk van de groepen deelnemers plaats ter evaluatie van het Community Wise-programma.
Hoe zorg je dat je de juiste mensen bereikt en betrekt?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Bij het onderzoek worden actieve buurtbewoners en organisaties in de wijken en gemeenten actief betrokken. Zij helpen buurten te vinden waar Community Wise passend en welkom is. De werving van potentiële deelnemers kan per gemeenschap verschillen. Dat is afhankelijk van hoe de gemeenschap georganiseerd is en hoe hecht deze is. Werving kan door deur-aan-deur interviews, door aan te sluiten bij activiteiten, door ganggespreken, via dorpsbijeenkomsten, of door fittesten. Lokale professionals en studenten geven waar ondersteuning bij deze wervingsactiviteiten. De actieve bewoners geven input voor de interviews, op basis van inzichten in lokale activiteiten en behoefte van buurtbewoners.

Tips van de projectleider

  • Warme toeleiding (wel heel arbeidsintensief). Het is goed om te beseffen dat de primaire doelgroep, nl. ouderen met lage SES en een relatief lage positieve gezondheid (en dus een tekort aan zelfmanagementvaardigheid), juist de doelgroep is die moeilijk te werven is. Met direct contact (warme toeleiding) is dan helpend. Maar dat is ook arbeidsintensief.
  • Maak gebruik van ambassadeurs of professionals. Het kan behulpzaam zijn om samen te werken met ‘ambassadeurs’ of belangrijke professionals in een gemeenschap. Zo werkte het onderzoeksteam bijvoorbeeld samen met een praktijkondersteuner (POH) in Spijk, een psycholoog en huisarts in Wagenborgen en een voorzitter van de bewonerscommissie in Almelo. Samenwerken met mensen die al bekend zijn in de gemeenschap kan een ingang zijn om andere mensen in die gemeenschap te bereiken. Het kost wel eerst tijd om uit te zoeken wie de ambassadeurs of professionals zijn die willen en kunnen ondersteunen.
Wat zijn de belangrijkste resultaten (tot nu toe)?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Tot nu toe zijn er tien Community Wise groepen opgestart. Eén groep volgt nog in 2020. Deze was gepland in het voorjaar, maar is vanwege de coronamaatregelen uitgesteld.

Een van de doelen van Community Wise is dat de deelnemers Intervention Ownership creëren en na afloop van de interventie samen verder gaan en dingen gaan organiseren om de leefbaarheid van de gemeenschap te vergroten. In de praktijk vinden veel deelnemers het heel lastig om zelf de organisatie op zich te nemen en is begeleiding van professionals nodig.

Lesson learned: Community Wise inbedden en continueren

Samen met de begeleiders van de groep (die dan een coachende rol aannemen) wordt geprobeerd om het eigenaarschap van de deelnemers zo veel mogelijk te stimuleren. Zo zijn er in Almelo en Farmsum door de groep zelf al bijeenkomsten georganiseerd na afloop van de interventie. Daarnaast zijn er groepen die willen doorgaan, maar dan wel ondersteuning willen. In overleg met de groep probeert het projectteam in zo’n geval de groep in te bedden in de activiteiten van bestaande organisaties. Kunnen lokale sport- of welzijnsorganisaties de groep bijvoorbeeld verder ondersteunen? Ook zoeken begeleiders aanvullende financiering, zodat ze zelf de groep langer kunnen begeleiden.

Doorkijkje: beoogd resultaat en/of verder onderzoek?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

We hopen dat we met dit programma de positieve gezondheid van deelnemers, in termen van fysieke vitaliteit, veerkracht, en/of sociale vitaliteit hebben kunnen bevorderen. De resultaten moeten dit nog uitwijzen.

Welke concrete producten heeft dit project opgeleverd?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Projectgerelateerd

Zorg-sportinitiatieven in de wijk

Integrale lokale zorg-sportinitiatieven onder de loep: wat is de impact op deelnemers? Wat zijn de werkzame elementen in praktijk en beleid? En hoe wordt een initiatief ook organisatorisch en financieel een succes?

Lokaal integraal beleid en praktijk is nodig om gezondheidsverschillen in de wijk aan te pakken en burgerparticipatie te bevorderen. Veenendaal en Arnhem hebben een integrale aanpak. Onderdeel hiervan zijn zorg-sportinitiatieven waarin bewoners van wijken met gezondheidsachterstanden begeleid worden in het gaan bewegen en blijven bewegen.

Het project Zorg-sportinitiatieven in de wijk onderzoekt de impact van zorg-sportinitiatieven op de gezondheid, kwaliteit van leven en maatschappelijke participatie van sociaal kwetsbare deelnemers. Ook willen de onderzoekers weten wat de werkzame elementen zijn van dit soort initiatieven en inzicht krijgen in hoe je deze initiatieven het beste implementeert, financiert en evalueert.

Welke partijen werken samen?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Samenwerkingspartners in het project zijn onder andere Gemeente Arnhem, de Gemeente Veenendaal, Kenniscentrum Sport, Formupgrade (Arnhem), Universiteit Wageningen, Sportservice Veenendaal, Centrum voor Bewegen (Veenendaal) en IQhealthcare (Radboud UMC). Door veranderingen in organisaties en ontwikkelingen in het onderzoek zijn in de loop van het project een aantal partners afgehaakt en anderen zijn juist aangehaakt, zoals Pharos en TU Delft.

Op basis van wat nodig is voor het onderzoek of de praktijk worden bijeenkomsten georganiseerd of wordt aangesloten bij bestaande overleggen. Aansluiten bij de praktijk en bij bestaande structuren werkt heel goed, omdat er een win-win situatie ontstaat.

Wat is de aanpak van het onderzoek?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In dit onderzoek worden mensen gevolgd die deelnemen aan gecombineerde leefstijlinterventies (GLIs). Bijvoorbeeld X-Fittt 2.0, ontwikkeld specifiek voor lage SES-deelnemers met overgewicht. Het onderzoek richt zich op het verzamelen van zoveel mogelijk lange termijndata (2 jaar) voor de deelnemers aan X-Fittt 2.0 en de andere GLI’s.

Daarnaast wordt aan de hand van gesprekken met beleidsmakers, professionals, zorgverzekeraars en burgers in Arnhem en Veenendaal onderzocht wat het maatschappelijk draagvlak is voor initiatieven die gezond gewicht stimuleren bij mensen met een lage SES. En welke financieringsmethoden geschikt zijn voor zorg-sportinitiatieven voor mensen met een lage SES en waar professionals de voorkeur aan geven.

Hoe zorg je dat je de juiste mensen bereikt en betrekt?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In dit onderzoek bestaat de doelgroep uit mensen met een lage SES die meedoen aan gecombineerde leefstijlinterventies (GLIs). Het bereiken van deze deelnemers gaat vooral via de leefstijlcoaches die de zorg-sportinitiatieven uitvoeren.

Lessons learned: laat onderzoek aansluiten op bestaande activiteit

De deelname aan de verschillende onderzoeksactiviteiten blijkt het hoogst als de potentiële deelnemer wordt benaderd tijdens of aansluitend op de gesprekken die de deelnemer met de leefstijlcoach heeft. Denk daarbij aan lichaamsmetingen, vragenlijsten afnemen, interviews of focus(groeps)gesprekken houden.

Wat zijn de belangrijkste resultaten (tot nu toe)?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In Arnhem worden X=Fittt 2.0 groepen georganiseerd in samenwerking met een sportaanbieder, de gemeente en een zorgverzekeraar. Het plan was dat X-Fittt 2.0, in samenwerking met de zorgverzekeraar, ook in andere gemeenten zou worden geïmplementeerd. De andere gemeenten kiezen echter voor een GLI die erkend is en in het basispakket van verzekeringen vergoed worden. Deze groepen worden ook meegenomen in het onderzoek. Het duurde helaas lang voordat de groepen van start gingen, waardoor het onderzoek vertraging heeft opgelopen.

Doorkijkje: beoogd resultaat en/of verder onderzoek?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Inzicht in de impact van gecombineerde leefstijlinterventies (GLIs), zoals X-Fittt 2.0, op gezondheid, kwaliteit van leven en maatschappelijke participatie van sociaal kwetsbare bewoners. Plus inzicht in wat de werkzame elementen dit soort interventies zijn en inzicht krijgen in hoe deze het beste geïmplementeerd, gefaciliteerd, gefinancierd en geëvalueerd kunnen worden.

Welke concrete producten heeft het project (tot nu toe) opgeleverd?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Projectgerelateerd

Publicaties

Gezondheid "publiek maken"

In kwetsbare buurten is de sociale dynamiek van grote invloed op veerkracht en gezondheid van de bewoners. Hoe kunnen bewoners daar zelf samen met gemeente en professionals de regie in nemen?

Verbetering van gezondheid en veerkracht in lage-inkomenswijken komen alleen tot stand als bewoners zelf de regie over hun leven kunnen voeren en zich met anderen eigenaar van hun wijk kunnen voelen. De dynamiek in de sociale omgeving speelt daarin een belangrijke rol. Samenwerking tussen burgers, gemeente en professionals is cruciaal om een wijk te versterken.

Project Gezondheid “publiek maken” wil inzicht krijgen in de dynamiek van burgerparticipatie, sociale veerkracht en positieve gezondheid. Hoe kunnen burgers zelf gezondheid en sociale veerkracht in hun buurt bevorderen, hoe kunnen ze samenwerken met gemeente en professionals en hoe kunnen de schotten tussen instanties worden doorbroken?

Welke partijen werken samen?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het onderzoeksteam bestaat uit Universiteit Maastricht, Trajekt (bv Vreedzame Wijk Malberg), Gemeente Maastricht en Buurtnetwerken, CNME, en sinds kort, de Stichting SamenGroener NoordWest Maastricht (bewoners).

De samenwerking is niet administratief ingericht, maar doelgericht, organisch en informeel. Samenwerking loopt zoveel mogelijk via korte lijnen. Het team probeert relatief weinig te vergaderen, maakt geen notulen – alleen besluitenlijsten met afspraken en aandachtspunten die worden gedeeld via de email of whatsapp. Er is wel vaak contact, meestal op locatie – in het buurthuis, in het park of bij een bewoner thuis. Iedereen heeft inbreng, alle inbreng wordt gewaardeerd, en het basisidee is dat samenwerking leuk moet zijn voor alle partijen.

Tip van de projectleider: laat project niet tijdelijk, maar duurzaam zijn

In veel wijken lopen zoveel projecten - allemaal tijdelijk, steeds wisselende mensen, ieder voor het eigen doel - dat bewoners door bomen het bos niet zien. Het is dus belangrijk zo min mogelijk een ‘’project’’ te zijn, maar juist betrouwbaar en duurzaam aanwezig te zijn. Het academisch leven en het gemeentelijke veld van de burgerparticipatie zijn sterk ‘geprojectificeerd’, maar sociaal leven in een buurt is dat niet. Kunst is dus om je zelf niet als ‘’project’’ te manifesteren, maar activiteiten in te bedden in lopende processen, gebruik te maken van nieuwe kansen die zich aandienen (bijvoorbeeld in gemeentelijk beleid), en organisch op treinen te springen die voorbijkomen. Het is belangrijk een gezicht te hebben en een balans te vinden tussen formele en informele omgangsvormen, veel ruimte bieden maar niet procedureel zijn.

Hoe zorg je dat je de juiste mensen bereikt en betrekt?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Doelgroepen zijn bewoners van lage-inkomenswijken. Voor het onderzoek is gekozen voor drie wijken in Maastricht-Noordwest. De doelgroep werd bereikt door veel aanwezig te zijn in de wijk. De burgers werden betrokken met nieuwe participatieve kennispraktijken en experimenten (zie onderzoeksaanpak).

Verbinding ontstaat door betrekkelijk hands-on te werken als dat nodig is (folders rondbrengen, wilgen snoeien) en de verbetering van de wijk als een reflexieve exercitie te zien. Iedereen wil resultaat (bijvoorbeeld nieuwe bomen in het park) maar iedereen wil ook geïnspireerd worden. Gesprekken gaan bijvoorbeeld ook over de post-coronamaatschappij of het belang van kunst en cultuur. Als actieve bewoners bezig zijn met de herinrichting van het park, delen ze in de vakantiefoto’s inspirerende parkachtige omgevingen. Dit laat zien dat het werken aan concrete doelen zoals bijvoorbeeld het veranderen van a-sociaal groen in sociaal groen ingebed is in bredere conversaties over het goede leven.

Lessons learned

  • Klassieke informatiekanalen zijn niet toereikend. Dit is geen nieuwe les, maar iets dat al lang bekend is. Als het gaat om het informeren van mensen over/uitnodigen voor activiteiten, dan zijn klassieke informatiekanalen (krant, huis-aan-huisbladen, facebook, email) belangrijk maar niet toereikend. Dat geldt zeker voor nieuwe initiatieven. Informele netwerken zijn cruciaal en lokale radio en tv zijn wel belangrijk.
  • Onderschat de doelgroep niet. Bij onderzoek in achterstandswijken wordt vaak aangenomen dat bewoners, die verondersteld worden laag opgeleid te zijn, niet geïnteresseerd zijn in wetenschap en kennisontwikkeling, en geen complexe zaken aankunnen. Maar mensen blijken wel geïnteresseerd zijn en veel te willen weten. Het bleek bijvoorbeeld dat bewoners een Manjefiek-college (Universiteit met de Buurt) door een professor die een lekenpraatje gaf, erg oppervlakkig en weinig diepgaand vonden. Terwijl ze het college van een andere hoogleraar, die aan de hand van kniegewrichtmodellen en slides liet zien hoe artrose en osteoporose precies van elkaar verschillen, zeer waardeerden. Bij het ‘college voor leken’ vielen bewoners stil, niet omdat ze het niet snapten maar omdat er weinig inhoud werd geboden. Bij het andere college hadden ze veel vragen. Kortom, mensen in achterstandswijken worden snel onderschat. Dat geldt ook voor experimenten op het terrein van kunst en cultuur. Het Verdrietfestival – een performance met klassieke, verdrietige liederen – werd erg gewaardeerd, en er staat een experiment met het Limburgs Symfonie Orkest op stapel. Onjuiste aannames over een buurt of wijk leiden tot onverschilligheid, verkleutering van aanpakken, en verschraling van participatieactiviteiten.  
  • Zorg voor energie en inspiratie. Veel mensen zijn geen vergadertijgers en worden niet blij van twee uur aan een tafel zitten. Overleg is belangrijk, maar geef het zo vorm dat het zowel efficiënt is, als leuk en zingevend. Elke bijeenkomst moet als het ware verbindingen, erkenning, creativiteit en energie reproduceren. Je wilt geen mensen verliezen omdat ze uitgekeken raken op het proces. Zorg dat samenkomsten bijvoorbeeld betrekkelijk informeel blijven met een lichte structuur (korte agenda, afsprakenlijstje via de email). Of combineer inhoudelijk-filosofische en praktische activiteiten met elkaar (gesprekken over de post-coronatijd of kunst tijdens het bomen snoeien). Of houd bijeenkomsten op verschillende plekken.
  • Kwetsbare mensen hoeven helemaal niet (zelf) te participeren. Het idee dat iedereen altijd moet participeren en dat vooral ook de meest kwetsbare mensen moeten participeren is een grote valkuil. Het leven in buurten kan ook juist beter worden door samenwerking met bewoners die niet de meest kwetsbare zijn, maar die wel netwerken hebben met kwetsbare mensen.
Wat is de aanpak van het onderzoek?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In de aanpak zijn theoretische perspectieven uit het wetenschapsonderzoek (wat is kennis), de stadsociologie (wat is een stad) en politieke filosofie (wat is publiek) gecombineerd met een etnografisch en participatieve methode. Op basis van deze perspectieven is veel aandacht gegeven aan (micro) publieke plekken in de buurten, die belangrijk zijn voor ontmoetingen, ervaringen van veiligheid, uitwisseling van ervaringen, informele hulp en steun. De methode houdt in dat de onderzoekers veel aanwezig zijn in de wijk om te observeren en om ervaringen op te tekenen. Bewoners geven feedback op de verslagen en helpen om interpretaties aan te scherpen.

Urban health living lab

Het onderzoek is actieonderzoek omdat de onderzoekers in Maastricht-Noordwest participatieve kennispraktijken ontwikkeld hebben: ze hebben de Universiteit met de Buurt gelanceerd (UmdB), als een urban health living lab. Daarin is geëxperimenteerd met verschillende publieke werkvormen, zoals interactieve Manjefiek-colleges, workshops, filosofiecafé, UmdB-raad, de werkgroep SociaalGroen, werkgroep Zorgzaam Winkelcentrum. Via deze werkvormen worden nieuwe publieke plekken gemaakt: het park wordt getransformeerd van ‘’asociaal groen’’ tot ’’sociaal groen’’. Er zijn data verzameld over wat bewoners verstaan onder een gezonde en veerkrachtige buurt en leefomgeving, burgerparticipatie en intersectoraal werken, en het tot stand komen van ‘gezonde publieken’ in achterstandsbuurten.

Lessons learned

  • Een buurt is geen gemeenschap. Een buurt bestaat uit verschillende, deels overlappende, meer en minder losse netwerken van bewoners die grote afstand tot elkaar voelen. Denk aan oude Maastrichtenaren en andere Nederlanders, oude bewoners en bewoners met een migratieachtergrond, oud en jong.
  • Participatie heeft veel gezichten. Veel bewoners houden afstand tot institutionele vormen van burgerparticipatie (varianten op het format van de vergadering), maar participeren wel op andere manieren die minder zichtbaar zijn voor instituties en professionals.  
  • Gevarieerde publieke ruimte met voldoende (micro) publieke plekken is belangrijk. Een gebrek aan gevarieerde publieke ruimtes remt veiligheidsgevoel, sociale ontmoetingen en levendigheid, die belangrijk zijn voor participatie en gezondheid. Publieke gezondheidszorg betekent dus ook zorg dragen voor voldoende, gevarieerde (micro) publieke plekken.
  • Het organiseren van goede gesprekken is een doel op zich. Een goed gesprek is geen consult, geen uitwisseling tussen patiënt en professional of expert en leek, geen klaagzang, maar een gesprek tussen gelijken waarin ervaringen van erkenning, reflectie en leren van verschil belangrijke ingrediënten zijn.
  • Sterke actieve bewoners vs machtsmisbruik. De machtsrelaties in netwerken in achterstandswijken zijn soms moeilijk zichtbaar. Instituties en professionals krijgen ingangen in wijken via ‘sterke personen’. Maar deze ingang verhindert het zicht op machtsrelaties tussen deze sterke personen en meer kwetsbare bewoners, die vaak nog afhankelijker worden gemaakt van deze sterke personen. Omdat sterke bewoners vaak twee gezichten hebben en ‘informele hulp geven’ paren aan ‘afhankelijk maken’, is er snel sprake van machtsmisbruik. Instituties en professionals weten hier moeilijk mee om te gaan, omdat zij voor hun werk ook afhankelijk zijn van deze sterke personen.  
  • Sociale integratie vraagt om tegengaan van gentrificatie en sociale segregatie. Lage inkomensbuurten herbergen meer kwetsbare groepen die worstelen met gezondheid, psychiatrische problemen, financiële problemen en andere levensontwrichtende ervaringen. Sociale integratie van kwetsbare groepen vraagt om meer dan ‘mengen met andere bewoners’. Het gaat er om goede condities te creëren voor sociaal verkeer en sociaal leren tussen verschillende groepen.
Wat zijn de belangrijkste resultaten (tot nu toe)?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Verandering ontstaat door lange termijn betrokkenheid met de mogelijkheid van kleinere concrete resultaten tussendoor (‘quick wins’): die bieden erkenning, laten bewoners ervaren dat participatie uitmaakt, en bieden hoop. Door participatie van bewoners wordt het park aangepakt: er zijn 46 nieuwe bomen geplant, bollen en wilde bloemen gezaaid, de plaatsing van natuurspeelelementen en meubilair wordt voorzien in zomer 2020, er lopen gesprekken met de gemeente over een klein paviljoen/theetuin in het park, bewoners hebben de gebrekkige bereikbaarheid voor de ambulance aangekaart en draait het filosofiecafé al twee jaar. Dit zijn voorbeelden van kleine acties die veel betekenen voor mensen, en die beweging creëren in een buurt waar mensen zich vaak ongezien voelen door instituties.

De bewoners die met de Universiteit met de Buurt mee zijn gaan werken in de Werkgroep SociaalGroen, hebben zich in maart 2020 verenigd in de Stichting SamenGroener NoordWest Maastricht. Ze zetten als stichting het overleg met de gemeente voort over de inrichting van het park, en vragen nu als stichting bijvoorbeeld subsidies voor natuurspeelelementen in het park.

Lesson learned: Dynamiek in stad ook oorzaak van achterstand.

De focus op achterstandswijken suggereert dat problemen daar het beste aangepakt kunnen worden. Dat is maar ten dele juist. Deze problemen hebben namelijk alles te maken met de dynamiek in een stad. Omdat het centrum van de stad veel geld en aandacht krijgt, krijgen achterstandswijken dat niet. En terwijl achterstandsbuurten te maken hebben met ‘ingewikkelde’ relaties met nieuwe bewoners, krijgen de bemiddelde wijken zonder veel sociale huurwoningen dat niet. De ervaring van bewoners in achterstandswijken dat het de stad onverschillig laat, wat er met hen gebeurt, is deels terecht. Een van de doelen van het project is de verbinding van wijken met de rest van de stad te stimuleren: hoe meer de wijk gekend wordt, hoe meer aandacht ze zal krijgen van beleidsmakers.

Doorkijkje: beoogd resultaat en/of verder onderzoek?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt
  • Kennis en inzicht in een veerkrachtige en gezonde buurt vanuit burgerperspectief.
  • Intensievere samenwerking tussen kennisinstituten, achterstandsbuurten, bewoners die mee sturen.
  • Intensievere samenwerking tussen universiteit, burgers en gemeentelijke overheid in processen van ruimtelijke ontwikkeling van publieke plekken (‘paviljoen’, park, & winkelcentrum).
  • Kennis over samenhang tussen positieve gezondheid, sociale veerkracht, participatie en intersectoraal beleid in buurtverband.
  • Theoretisch en empirisch inzicht in de publieken van publieke gezondheid.
  • Inzicht in nieuwe methodieken zoals wandelinterviews, filosofiecafé.
  • Conceptueel en empirisch inzicht in kennispraktijken waarin buurt, universiteit en andere kennisinstituten samenwerken.
  • Inzicht in de manier waarop verantwoordingstechnieken meer of minder een rem zetten op burgerparticipatie.
Het team. Vlnr: Sanne Raap (PhD), Klasien Horstman, Mare Knibbe (post doc).
Concrete producten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Projectgerelateerd

In de media

Publicaties

SuperFIT (Healthy families in a healthy system)

Hoe kun je voorkomen dat peuters overgewicht krijgen en een gezonde leefstijl ontwikkelen? SuperFIT wil het spelenderwijs doen via de peuteropvang en door coaching van de ouders.

Kinderen in wijken met inwoners met een gemiddeld lagere sociaaleconomische status (SES) hebben vaak een grotere kans op overgewicht en vertonen ongezonder gedrag dan kinderen uit andere wijken. Deze verschillen zijn al op zeer jonge leeftijd zichtbaar. Momenteel is er echter weinig aandacht voor het voorkómen van overgewicht bij peuters uit lage SES-wijken.

Het project Healthy families in a healthy system onderzoekt het effect van de interventie-aanpak SuperFIT in twaalf peuteropvanglocaties in de gemeente Sittard-Geleen. Peuters, ouders en pedagogisch medewerkers besteden spelenderwijs aandacht aan gezonde voeding, meer bewegen en het maken van gezonde keuzes, zowel thuis als bij het peutercentrum.

Welke partijen werken samen?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De samenwerkingspartners zijn Universiteit Maastricht, Ecsplore (sport- en beweegaanbieder), Stichting Spelenderwijs (peuteropvangorganisatie), GGD Zuid-Limburg, en Gemeente Sittard-Geleen.

De samenwerking is tot stand gekomen door een overleg vanuit een eerdere samenwerking tussen Universiteit Maastricht en Spelenderwijs. Er ontstond een gezamenlijke behoefte om iets aan voeding en beweging te doen op de peuterspeelzalen. Vervolgens is partner Ecsplore erbij gevraagd.

De stuurgroep bestaat uit vertegenwoordigers van alle partners en komt gemiddeld een keer per jaar samen. De kerngroep bestaat uit de Universiteit Maastricht, Ecsplore en Spelenderwijk en komt minimaal eens per twee weken samen.

Tips

  • Regelmatig contact is nuttig en noodzakelijk. Zo kun je elkaar goed op de hoogte houden. Zeker als mensen op verschillende locaties werken. Regelmatig waren er wisselingen op functies met steeds nieuwe mensen. Ook dan is het essentieel dat er goed gecommuniceerd blijft worden.
  • Een enthousiaste kartrekker is onontbeerlijk. Nodig is een spin in het web die heel enthousiast is over het project en midden in de uitvoeringsorganisatie staat.
Wat is de aanpak van het onderzoek?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Twaalf peuteropvang locaties in Sittard-Geleen doen mee met de interventie SuperFIT. Deze bestaat uit een peuteropvangcomponent, een gezinscomponent en een wijkcomponent:

  • De pedagogische medewerkers hebben in de peuteropvangcomponent verschillende trainingen en coachingssessies gehad om voeding, beweging en positief opvoeden meer in het programma in te bedden. Alle locaties hebben een materialenbak ontvangen met binnen- en buitenspeelmaterialen. Ook is er een kaartenbak over voeding en beweging ontwikkeld met spelideeën voor op de opvang.
  • Ouders die deel hebben genomen aan de gezinscomponent hebben handvatten en praktische tips over voeding, beweging en opvoeding gekregen. Daarnaast werden er sessies georganiseerd gericht op ouder en kind, waarbij ouders en kinderen samen konden bewegen Ook hebben alle ouders drie nieuwsbrieven ontvangen.
  • De wijkcomponent bestond uit het in kaart brengen van alle beweegaanbod en speeltuinen in de wijk. Ouders ontvingen een kaart met een plattegrond waarop alle aanbod stond weergegeven.

Op alle peuteropvang wordt alleen nog water geschonken aan de kinderen. Kinderen hebben dankzij de gratis groente- en fruitlevering veel nieuwe soorten groente en fruit geproefd, zoals radijzen, papaja, passievrucht en groentechips.

De effecten zijn gemeten in drie periodes: januari-juli 2017, november-december 2017 en mei-juni 2018. Gekeken is naar het effect van alleen interventie op de peuteropvang en het effect van de gecombineerde interventie peuteropvang en thuis.

Lessons learned

  • Kleine verandering kan een groot verschil zijn. Veranderingen hoeven niet groot te zijn om een gunstig effect te hebben. In de interventie ging het bijvoorbeeld om het aanbieden van een watertap, wat een enorm verschil heeft gemaakt.
  • Betrek álle stakeholders vanaf het begin. Het is belangrijk om alle stakeholders vanaf het begin te betrekken. Bij SuperFIT werden bijvoorbeeld in het begin wel teamleiders betrokken, maar niet de pedagogisch medewerkers, omdat het team hen niet onnodig wilde belasten. Vanaf het begin betrekken is nodig voor het creëren van draagvlak: samen kijken naar wat goed en wat beter kan, in plaats van vertellen hoe het moet.
  • Geef het tijd. Er is tijd nodig om dingen te laten landen. In het begin was er redelijk wat weerstand tegen de interventie, maar dat is gaandeweg minder geworden.
Hoe zorg je dat je de juiste mensen bereikt en betrekt?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De doelgroep van peuters en hun gezinnen wordt bereikt via de peuteropvang, de thuissetting en de wijk. In totaal doen 196 kinderen mee aan het algemene evaluatieonderzoek, en 38 gezinnen doen mee aan een uitgebreider onderzoek. Ongeveer 435 peuters zijn bereikt met SuperFIT.

Lessons learned

  • De peuteropvang-setting, waar kinderen en ouders samen zijn, is een goede ingang om mensen te bereiken voor het project SuperFIT.
  • Ouders enthousiast krijgen voor educatieve activiteiten, zoals informatiesessies blijkt lastig. Ouders zijn meer op zoek naar praktische activiteiten of leuke activiteiten voor het kind.
Wat zijn de belangrijkste resultaten (tot nu toe)?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Op de opvang worden geen suikerhoudende dranken meer gedronken. Ook ruimen de pedagogisch medewerkers meer tijd in voor actieve groepsactiviteiten en buiten spelen, en minder voor zittende activiteiten. Gedurende de hele dag, dus ook thuis, drinken kinderen significant minder zoete dranken. Ook zijn kinderen actiever en zitten ze minder in vergelijking tot de controlegroep. (Al was de vergelijking met de controlegroep niet helemaal goed te maken door veranderingen in de controleregio).

Kinderen werden vooral bereikt met de ‘peuteropvangcomponent ’, maar de combinatie opvang/thuis lijkt effectiever.

De onderzoekers vatten de resultaten tot nu toe zelf samen als: een eerste aanwijzing voor verandering, want er gebeurt van alles. Maar dat leidt nog niet altijd meteen tot gedragsverandering bij kinderen. De verwachting is dat die verandering tijd nodig heeft.

Lessons learned

  • Het is belangrijk om de last voor de deelnemers zo laag mogelijk te houden, zodat de respons zo hoog mogelijk blijft.
  • Blijf kritisch kijken naar het aantal en de soort metingen. De keuze om een 24h recall te doen om het voedingspatroon van kinderen in kaart te brengen, bleek een redelijk arbeidsintensieve meting (voor het onderzoeksteam) en heeft achteraf niet alles opgeleverd wat het team ervan gehoopt had.
Doorkijkje: beoogd resultaat en/of verder onderzoek?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het onderzoeksteam wil de oudercomponent doorontwikkelen waarbij het op zoek gaat naar aanvullende activiteiten en/of materialen die aansluiten bij de behoeftes van gezinnen. Daarnaast gaan ze bekijken hoe ze ouders van jonge kinderen nog beter kunnen bereiken.

Interventie-eigenaar Ecsplore werkt aan de uitrol van SuperFIT in een aantal andere gemeenten en er staan nog nieuwe gemeenten op de planning.

Er wordt gewerkt SuperFIT interventie in Loketgezondleven.nl van RIVM als erkende interventie.

Welke concrete producten heeft het project (tot nu toe) opgeleverd?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Websites

  • Projectwebsite ZonMw: Healthy families in a healthy system
  • Website SuperFIT
    Op deze website zullen ook een tweetal animaties worden gepubliceerd die momenteel in ontwikkeling zijn. Deze dienen als een eerste kennismaking met SuperFIT.
  • Website AWPG

In de media

Publicaties

  • Van de Kolk, I., Goossens, A. J., Gerards, S. M., Kremers, S. P., Manders, R. M., & Gubbels, J. S. (2018). Healthy nutrition and physical activity in childcare: Views from childcare managers, childcare workers and parents on influential factors. International journal of environmental research and public health, 15(12), 2909.
  • Van de Kolk, I., Gerards, S. M., Harms, L. S., Kremers, S. P., van Dinther-Erkens, A., Snellings, M., & Gubbels, J. S. (2020). Study Protocol for the Evaluation of “SuperFIT”, a Multicomponent Nutrition and Physical Activity Intervention Approach for Preschools and Families. International journal of environmental research and public health, 17(2), 603.
  • Van de Kolk, I., Gerards, S. M., Harms, L. S., Kremers, S. P., & Gubbels, J. S. (2019). The Effects of a Comprehensive, Integrated Obesity Prevention Intervention Approach (SuperFIT) on Children’s Physical Activity, Sedentary Behavior, and BMI Z-Score. International Journal of Environmental Research and Public Health, 16(24), 5016.
  • Van de Kolk, I., Harms, J., Gubbels, J., Gerards, S., Kremers, S. & Van Dinther-Erkens A. (in press). Het zit in de kleine dingen: het SuperFIT-programma voor meer beweging en gezonde voeding. Kiddo. Hét vakblad voor pedagogisch professionals.

SUCCESS: burgerparticipatie-initiatieven in zes regio’s vergeleken

Hoe kun je inwoners succesvol betrekken bij initiatieven om (positieve) gezondheid in hun wijk of regio te verbeteren en gezondheidsverschillen te verkleinen? Doel is meer kennis en praktische handvatten voor beleid.

Om de zorg betaalbaar te houden, is het belangrijk om de gezondheid van de bevolking te verbeteren en de gezondheidsverschillen tussen mensen met een hoge en lage opleiding te verkleinen. Voor succes is de betrokkenheid en input van inwoners zelf essentieel. Maar hoe kun je inwoners het beste betrekken?

Project SUCCESS (StUdying Conditions, output, and impact of Community engagement Strategies in Six Dutch regions) wil meer inzicht in hoe je inwoners succesvol kunt betrekken bij het plannen en implementeren van zorgbeleid, zorgverlening en het verbeteren van de (positieve) gezondheid in hun eigen wijk of regio. Ook wil het de zes betrokken regio’s praktische handvatten bieden voor succesvolle inwonerparticipatie.

Welke partijen werkten samen?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In dit project werken RIVM en regiopartners, zoals gemeenten, inwonerinitiatieven, zorgcoöperaties, inwonervertegenwoordigers, kennisinstituten, en GGD’en samen. Aan het begin van het project is een Platform met vertegenwoordigers van de zes betrokken regio’s opgericht om betrokken inwoners en professionals aan elkaar te verbinden, informatiebehoeften op te halen en om tussentijdse resultaten terug te koppelen en te checken.

Ieder jaar is het project aangesloten bij de (nieuwe) vragen en informatiebehoeften van de betrokken regiopartners. Door middel van telefonische overleggen, platformbijeenkomsten, workshops en verslagen zijn tussentijdse resultaten teruggekoppeld. Op deze manier is geprobeerd de partners te ondersteunen in de doorontwikkeling van de inwonerparticipatie-projecten en -initiatieven.

Tips

  • Zorg ervoor dat het onderzoek aansluit op de (informatie)behoeften en belangen van zowel inwoners als professionals.
  • Neem de tijd om banden en vertrouwen met inwoners en professionals op te bouwen.
  • Richt vanaf het begin een platform met inwoners en professionals op zodat alle partners perspectieven, ideeën en ervaringen kunnen uitwisselen.
  • Benut de realist evaluation-methode om de complexiteit van initiatieven/inwonerparticipatie te doorgronden.
  • Wees flexibel en pas het onderzoek aan bij ontwikkelingen in het veld en veranderende contextuele factoren.
  • Koppel resultaten cyclisch terug, zodat inwoners en professionals aan de slag kunnen met de nieuwste gegevens.
  • Gebruik innovatieve en interactieve manieren om resultaten op te halen en terug te koppelen.
Wat was de aanpak van het onderzoek?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het project is gebaseerd op een participatieve actiegerichte aanpak om er voor te zorgen dat het aansluit op de behoeften van regiopartners zelf. Daarnaast wordt de realist evaluation-methode gebruikt om inzicht te verkrijgen in wat werkt voor wie, wanneer, hoe en waarom. Hierdoor kan er een diepere analyse plaatsvinden en inzichten verkregen worden in waarom inwoners en professionals wel, of niet, betrokken willen zijn in inwonerparticipatie-projecten.

  • In 2017-18 is er eerst een internationaal literatuuronderzoek gedaan om te inventariseren wat succesvolle manieren zijn om inwoners te betrekken (De Weger et al 2018).
  • Daarna zijn in 2018-2019 de eerste focusgroepen en interviews gehouden met zowel inwoners als professionals in de zes regio’s om in kaart te brengen hoe inwonerparticipatie was opgericht en ontwikkeld in de zes regio’s (De Weger et al 2020).
  • In 2019-2020 zijn interviews gehouden met inwoners van een van de betrokken gemeenten om te inventariseren hoe inwoners betrokken willen zijn bij het ontwikkelen van (gemeentelijk) integraalgezondheidsbeleid (wetenschappelijk artikel wordt mei 2020 ingediend).

Vervolgstappen

SUCCESS sluit zich aan bij de (informatie)behoeften van de betrokken regio’s. Op dit moment richt het project zich op de vraag hoe moeilijk bereikbare groepen, zoals mensen met (langdurige) werkeloosheid en/of schulden, succesvol ondersteund en meegenomen kunnen worden in inwonerparticipatie-projecten en -initiatieven. Daarvoor wil het onderzoeksteam mensen uit de doelgroep en de professionals en inwonerinitiatieven die hen direct ondersteunen interviewen.

Daarnaast houdt het team momenteel een tweede dataverzameling-ronde waarin regiopartners, zoals beleidsmedewerkers, inwoners, GGD’en, zorgcoöperaties, zorginstellingen) worden geïnterviewd om in kaart te brengen hoe inwonerparticipatie-projecten en -initiatieven de afgelopen drie jaar ontwikkeld zijn en of de ambities en verwachtingen zijn aangepast. Vanwege de coronacrisis vinden de interviews via video meetings plaats en kunnen inwonerparticipatie-activiteiten helaas niet geobserveerd worden.

Hoe zorg je dat je de juiste mensen bereikt en betrekt?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De doelgroep bestaat uit gemeenten (bijvoorbeeld beleidsmedewerkers, wethouders), zorginstellingen (zorgverleners en ondersteuners), inwoners en inwonervertegenwoordigers.

Het betrekken van de doelgroep ging over het algemeen goed doordat de projectaanpak flexibel was en zoveel mogelijk is aangehaakt op de informatiebehoeften van de doelgroep zelf. Ook heeft het team tussentijdse resultaten op interactieve manier teruggekoppeld om regiopartners te ondersteunen in het (door)ontwikkelen van hun projecten.

Daarnaast gebruikte het team het Platform met vertegenwoordigers van de zes betrokken regio’s om informatiebehoeften op te halen en resultaten terug te koppelen en te checken. Het Platform is ook benut voor de werving van onderzoekparticipanten.

De enige doelgroep die het team nog steeds hoopt te betrekken zijn de moeilijk bereikbare inwoners, met name mensen met een afstand op de arbeidsmarkt en/of schulden. Omdat de regiopartners en de Platform-leden zelf nog geen duidelijke ingangen bij deze doelgroep hadden, duurde het langer om deze mensen te betrekken. Daarnaast heeft de coronacrisis het moeilijker gemaakt om mensen face-to-face te werven.

Wat zijn de belangrijkste resultaten (tot nu toe)?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Aan de hand van een internationaal literatuuronderzoek zijn leidende principes ontwikkeld voor het succesvol vormgeven van inwonerparticipatie-projecten (De Weger et al 2018):

  • Bevorder en pas ondersteunend leiderschap toe.
  • Creëer een veilige omgeving en een vertrouwde sfeer voor inwoners.
  • Betrek inwoners zo vroeg mogelijk.
  • Wees bereid om controle te delen met inwoners.
  • Houd rekening met en adresseer ervaringen van scheve machtsverhoudingen tussen inwoners en professionals.
  • Investeer in inwoners die zich niet krachtig genoeg voelen om te participeren.
  • Realiseer zichtbare ‘quick wins’.
  • Houd rekening met motivaties van inwoners en organisaties in het participeren.

Daarna zijn door middel van interviews en observaties inzichten opgedaan in hoe inwonerparticipatie en de leidende principes in de zes regio’s in de praktijk zijn ontwikkeld (De Weger et al 2020):

  • Inwoners en professionals definiëren en ervaren ‘burgerparticipatie’ anders. Voor inwoners is burgerparticipatie geen afgeleide van de overheid, maar een beweging van inwoners zelf. Voor professionals houdt ‘burgerparticipatie’ in dat inwoners en professionals met elkaar in gesprek gaan over wat er nodig is in een wijk/regio.
  • Zowel inwoners als professionals zijn op zoek naar succesvolle manieren om (moeilijk bereikbare) inwoners meer controle te geven over de inrichting van beleid, zorg, en de leefomgeving.
  • Om een cultuuromslag bij organisaties te bewerkstelligen (en om scheve machtsverhoudingen tussen inwoners en professionals te adresseren), hebben professionals training en ondersteuning nodig.
  • Inwoners en professionals zijn op zoek naar een nieuwe visie en nieuwe rollen die beter passen bij een ‘participatie samenleving’.
Doorkijkje: beoogd resultaat en/of verder onderzoek
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Behalve de gepubliceerde wetenschappelijke artikelen: De Weger et al 2018; De Weger et al 2020, zijn er al twee papers ingediend. Een van de papers omschrijft hoe inwoners betrokken willen zijn bij het ontwikkelen van integraal gezondheidsbeleid en de andere paper is een debate paper over de realist evaluation-methode.

Het team heeft de intentie nog twee wetenschappelijke papers te publiceren.
Voor de eerste paper is het team momenteel bezig met het interviewen van alle regiopartners om inzicht te krijgen in hoe de projecten de afgelopen drie jaar zijn ontwikkeld en hoe ambities en verwachtingen rondom inwonerparticipatie zijn aangepast. Deze resultaten worden verwerkt in een wetenschappelijk artikel.

Voor de tweede paper is het plan om interviews te houden met inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt en/of schulden en met professionals die hen direct ondersteunen bieden. Daarmee wil het team inzicht krijgen in hoe moeilijk bereikbare inwoners ondersteund, bereikt en betrokken willen zijn.

Welke concrete producten heeft het project (tot nu toe) opgeleverd?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Projectgerelateerd

Publicaties

Conference abstracts

Presentaties en verslagen voor regiopartners

  • Startbijeenkomst presentatie 2018
  • Platformbijeenkomst 2019
  • Diverse verslagen voor regiopartners
  • Workshop presentaties voor regiopartners

Programma Wonen en leven in een gezonde wijk en omgeving

De projecten op deze pagina komen uit het programma ‘Wonen en leven in een gezonde wijk en omgeving’.

Een structurele, integrale wijk- of gebiedsgerichte aanpak is een uitstekend startpunt om de gezondheid van mensen te verbeteren. De gezondheid van burgers wordt immers beïnvloed door veel factoren waarop binnen allerlei lokale sectoren beleid wordt ontwikkeld. Andersom beïnvloedt de gezondheid van burgers (en dus ook het gezondheidsbeleid) het succes van beleid op allerlei andere terreinen, zoals arbeid, onderwijs, participatie en financiën.

Naast de (tussentijdse) resultaten op het gebied van ‘Wonen en leven in een gezonde wijk en omgeving’, lees je in deze publicatie ook over de sociaal economische gezondheidsverschillen, preventief gemeentebeleid en leefomgeving en gezondheid.

Preventieonderzoek naar gezonde wijk en omgeving

Preventieonderzoek zorgt voor kennis over de gezonde wijk en omgeving. En dat deze zijn weg vindt in de praktijk, zodat alle burgers er wat aan hebben. Dit doen we samen met onderzoekers, beleidsmakers, onderwijsinstellingen, gemeenten en professionals en met burgers zelf.

Meer weten?

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website