Wat zijn de effecten van de inrichting van de leefomgeving op gezondheid, duurzaam (on)gezond gedrag, en deelname aan de samenleving? Daarover is nog maar weinig bekend. Om daar verandering in te brengen, doen zeven consortia onderzoek naar de gezonde leefomgeving.

Groen in de wijk lijkt een positieve invloed op gezondheid te hebben. Maar hoe werkt dat precies? En wat voor soort groen is dan nodig? En hoe kun je de leefomgeving zo inrichten dat mensen meer bewegen en ze makkelijker kunnen meedoen in de samenleving? In Maak Ruimte voor Gezondheid gaan professionals uit praktijk, beleid en wetenschap uit verschillende vakgebieden samen op zoek naar antwoorden.

In de eerste fase, die eind 2019 werd afgerond, maakten de consortia een kennisagenda waarin ze beschreven welk lokaal/regionaal probleem ze willen aanpakken en op welke daaruit voortvloeiende vragen ze antwoorden willen hebben. Uit deze kennisagenda zijn een aantal vragen geselecteerd die ze gaan beantwoorden in fase 2 van hun project. Om de leercurve zo steil mogelijk te maken, delen de netwerken hun ervaring ook onderling in een leernetwerk.

De projecten

Participatie in het groen van Arnhem en Nijmegen: Samen werken aan groen voor gezondheid (PARTIGAN)

Groen in de wijk kan bijdragen aan het terugdringen van gezondheidsachterstanden. Hoe vergroen je de woonomgeving van kwetsbare burgers zodanig dat zij daar het meeste baat bij hebben?

Mensen met een groene woonomgeving zijn gezonder en leven gemiddeld langer. Vooral bewoners van armere buurten hebben baat bij groen. Zeker als ze er actief bij betrokken zijn en er gebruik van maken. Maar juist in die buurten is minder groen aanwezig en/of is dit van slechtere kwaliteit. Nijmegen en Arnhem willen daar verandering in brengen.

PARTIGAN onderzoekt samen met bewoners hoe hun omgeving groener kan worden ingericht en hoe je het gebruik ervan kunt stimuleren. Ook wil het team meer inzicht krijgen in het effect van groen op het welzijn en de gezondheid van de bewoners.

Welke partijen werken samen?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het PARTIGAN-consortium bestaat uit Wageningen University & Research, Vrije Universiteit Amsterdam - Psychologie, Radboud Universiteit - Geesteswetenschappen, Pharos, Gemeente Arnhem, Gemeente Nijmegen, Staatsbosbeheer, IVN - Instituut voor Natuureducatie en Duurzaamheid, Bindkracht10, Groen Arnhem, Provincie Gelderland, GGD Gelderland-Zuid, Opbouwwerk Nijmegen.

Coördinatie en regie is in handen van een kernteam dat bestaat uit vier onderzoekers van WUR. De partners werken op verschillende onderdelen samen. De onderzoekers krijgen bijvoorbeeld hulp van Pharos bij het aanpassen van een vragenlijst voor de doelgroep, en van de GGD of gemeente om de vragen in lijn te brengen met bestaande monitors. GroenArnhem en het IVN steunen juist weer bij de netwerk- en communicatietaken, en beide gemeenten selecteren samen met het kernteam de onderzoekslocaties. Tijdens consortiumbijeenkomsten stemmen de partners samen de activiteiten af.

Het consortium deelt kennis in een lerend netwerk waarin ook de groen-, gezondheids- en maatschappelijke partners deelnemen.

Lesson Learned

  • Voorkom dat commitment partners wegebt met een goed rol- en taakverdeling. In een consortium met veel partners die qua inzet een bescheiden bijdrage leveren, is het belangrijk is om zo snel mogelijk tot een goede rol- en taakverdeling te komen, bij voorkeur geconcentreerd in de tijd. Anders blijft hun inzet beperkt tot deelname aan bijeenkomsten en ebt hun commitment weg.
  • Wees helder over bestemming ZonMw-financiering. Het is belangrijk dat alle consortiumpartners vanaf het begin duidelijk voor ogen hebben dat de middelen vanuit het ZonMW-project bestemd zijn voor onderzoeksactiviteiten, en bijvoorbeeld niet voor het uitvoeren van interventies (zoals fysieke ingrepen) zelf. Dit om te voorkomen dat partners uit de praktijk met verkeerde verwachtingen aan het project gaan deelnemen.
  • Soms moet je gewoon een stap zetten. Met zoveel betrokkenen kun je niet alles voortdurend afstemmen.
Wat is de aanpak van het onderzoek/project?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het project bestaat uit twee fasen.

In de eerste fase heeft het onderzoeksteam een regionale kennisagenda opgesteld die aansluit bij de kennisbehoefte van de gemeenten Arnhem en Nijmegen. Dit deden ze door middel van een literatuurstudie en bijeenkomsten met sleutelfiguren, initiatiefnemers, betrokken bewoners en wijkregisseurs. Ook hield het team interviews en gesprekken met inwoners met lage SES en projectleiders van groene initiatieven en welzijnswerk.

De tweede fase bestaat uit een aantal deelonderzoeken

  1. Casestudie: participatie bij en gebruik van groen in Nijmegen. Wat maakt dat mensen graag gebruik maken van openbaar groen? PARTIGAN onderzocht in 2019 het gebruik van vijf kleine parkjes in de gemeente Nijmegen die met verschillende vormen van bewonersparticipatie waren aangelegd. De onderzoekers keken daarbij naar de ervaringen van bewoners, het participatieproces, de waargenomen kwaliteit en het huidige gebruik.
    De gebruikte methoden waren diepte-interviews, foto-interviews en observaties.
  2. Analyse bestaande burgerinitiatieven. Het team haalt kennis en ervaring op van bestaande lokale burgerinitiatieven die bezig zijn met groen in de wijk. Hoe betrekken ze inwoners, wat is hun interactie met de gemeente en wat is bepalend voor succes? En vooral: Wat is de betekenis voor deelnemers, o.a. qua gezondheid?
    De gebruikte methoden zijn interviews met initiatiefnemers en deelnemers, in combinatie met een uitgebreide vragenlijst onder deelnemers.
  3. Herinrichting en vergroenen van wijken. Zowel in Arnhem als in Nijmegen is de gemeente bezig met het vergroenen en herinrichten van kwetsbare wijken. De inzichten uit de eerste deelstudies worden hierin meegenomen en de effecten gemonitord. De gebruikte methoden: voor- en nameting van gebruik en waardering van het groen onder inwoners in combinatie met monitoring en evaluatie van het participatieproces.
  4. Uitwisseling kennis. Binnen het programma Maak Ruimte voor Gezondheid doen meerdere consortia onderzoek naar het effect van vergroening, groene burgerinitiatieven en het (stimuleren van) gebruik van groen. De consortia gaan de resultaten en inzichten delen.
  5. Kennis delen en implementatie. Om te zorgen dat de kennis gebruikt en doorontwikkeld wordt, wordt een leernetwerk van groene burgerinitiatieven in kwetsbare buurten opgericht. Deze hebben jaarlijks contact met de betrokken gemeenten en relevante lokale partijen. Ook welzijnsmedewerkers krijgen een training hoe ze groen in hun werk kunnen integreren.
    Verder wordt de kennis gedeeld via wetenschappelijke publicaties, een netwerk-nieuwsbrief en provinciale en nationale netwerken. Ook krijgen de gemeenten steun bij de integratie van de resultaten in hun Omgevingsvisie.
Hoe zorg je dat je de juiste mensen betrekt en bereikt
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Doelgroep van dit project zijn bewoners met een lage sociaaleconomische status, actieve bewoners en groene burgerinitiatieven. De doelgroep is voornamelijk bereikt via al bestaande en net gestarte groene burgerinitiatieven (met deelnemers uit de doelgroep) en het welzijnswerk.

Lessons learned

  • Participatie moet goed aansluiten bij de wensen en behoeften van de doelgroep. Mensen raken bijvoorbeeld betrokken omdat ze iets nieuws willen leren of mensen willen ontmoeten.
  • Wees duidelijk over rol participatie. Wees bij burgerparticipatie vanaf het begin duidelijk waarover de participatie wel, maar ook waarover participatie niet (meer) kan gaan.
Wat zijn de resultaten tot nu toe?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het project heeft tot nu toe een kennisagenda opgeleverd met daarin een conceptueel model rond gebruik van groen en gezondheidseffecten ervan.

Ook is het plan om het netwerk rond groeninitiatieven in Arnhem en Nijmegen te versterken met consortium Space2Move dat ook onderzoek doet in Arnhem en Nijmegen.

De belangrijkste conclusie uit de afgeronde casestudie: burgerparticipatie bij de inrichting van groen heeft een positieve invloed op het gebruik en de waardering ervan en bevordert het gevoel van eigenaarschap. Participatie leidt echter niet automatisch tot toegenomen sociale gezondheid zoals ontmoeting en buurtcohesie

Uit dit onderzoek naar het gebruik van de vijf parkjes blijkt ook dat de kwaliteit van groen niet altijd hoeft te leiden tot actief gebruik. Parkjes worden ook gewaardeerd om hun aanzicht en natuurfunctie.

En bepaald gebruik kan zorgen voor een hogere of lagere waargenomen kwaliteit van het parkje: een parkje wordt bijvoorbeeld beter gewaardeerd als er veel mensen doorheen lopen.
(Bij Concrete producten vind je de samenvatting van de resultaten).

Opvallend tijdens coronacrisis

Uit de gesprekken die met groene initiatieven zijn gevoerd tijdens de Covid-19-crisis, blijkt dat groene initiatieven ten eerste bovengemiddeld in staat zijn om hun activiteiten voort te zetten en dus de doelgroep te bereiken, en ten tweede aandacht krijgen uit een nieuwe hoek: mensen die juist nu op zoek gaan naar lokaal en gezond voedsel.

Lessons learned

  • Sluit aan bij de dynamiek van burgerinitiatieven. Soms stoppen activiteiten, zoals gedurende de coronacrisis. Soms starten er nieuwe activiteiten. Soms veranderen ambities. Met de monitoring moet je daarin meebewegen.
  • Wees helder over opbrengst deelname. Het is belangrijk samen met de initiatieven helder te hebben wat deelname aan het onderzoek hen oplevert.
Wat zijn de beoogde resultaten?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Beoogd resultaat is inzicht krijgen in hoe je wijken zo kunt vergroenen en nieuwe groengebieden in de leefomgeving zo kunt aanleggen dat dit het gebruik van groen bevordert en daarmee gezondheidsachterstanden terugdringt. Hierbij staat de actieve rol van bewoners centraal: bij afronding van het project is er kennis over wat bewoners motiveert om met of in het groen bezig te gaan, en wat dit betekent voor hun gezondheid.

Het kompas van GEzonde sLimme wIJKen (GELIJK): een framework voor de ontwikkeling van een nieuwe gezonde en inclusieve wijk

In de regio Eindhoven (SRE) ontwikkelt consortium GELIJK ontwerpprincipes voor een slimme leefomgeving waarin iedereen kan meedoen. Met als beoogd resultaat: een ‘gezonde wijk van de toekomst’.

Hoe bouw je een nieuwe wijk die zowel inclusief als slim is? Een wijk waarin wordt geïnvesteerd in de bewoners, de gemeenschap, de gebouwen en de voorzieningen, zodat er meer sociale cohesie is, minder eenzaamheid is en iedereen mee kan doen, ook de meest kwetsbare bewoners?

Consortium GELIJK wil de ontwerpprincipes voor zo’n sociaal gezonde wijk in co-creatie met bewoners ontwikkelen en gebruikt daarvoor een nieuw te bouwen slimme wijk in regio Eindhoven als living lab. Naast ruimtelijke richtlijnen en praktische oplossingen, wil GELIJK ook handvatten opstellen voor integrale samenwerking rondom het maken van een ontwerp.

Welke partijen werken samen?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het consortium GELIJK bestaat uit TU Eindhoven (penvoerder), Tranzo Tilburg University, Stichting Brainport Smart District, Gemeente Helmond, GGD Brabant Zuidoost, Coöperatie Slimmer Leven 2020, Peel Duurzaam Gezond en InnoSportLab Sport & Beweeg, en een lokale woningcorporatie en zorgorganisatie in regio Eindhoven.

Tips

  • Voor een succesvol project op dit schaalniveau (wijk) is de aanwezigheid van cross-over disciplines een absolute randvoorwaarde. Zo zijn in het consortium GELIJK de domeinen ruimte, technologie, zorg, preventie en beleid vertegenwoordigd.
  • Tijdens het maken van ‘ruimte voor gezondheid’ is er voortdurend oog voor de context waarin het ontwerpen en ontwikkelen van een wijk plaatsvindt. Veranderingen in het breed georiënteerde consortium en de omstandigheden leiden tot verscherping van de vraagstelling.
  • Bij een nieuw te ontwerpen en te bouwen wijk zijn er allerlei factoren die tot vertraging kunnen leiden. Dit ligt buiten de invloedssfeer van GELIJK. Aanvankelijk zou Brandevoort II (Brainport Smart District) de casus zijn binnen het ZonMw-project. Door vertraging in de bouw is gekozen voor een andere casus: de Malvalaan in Aalst-Waalre. Dit was mede mogelijk door de lenigheid van het consortium.
Wat is de aanpak van het onderzoek/project?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het Empathisch Ontwerp Framework vormt de basis voor het ontwikkelen van ontwerpprincipes voor een nieuwe wijk waarin ruimtelijke, sociale en technologische aspecten geïntegreerd worden. Met bestaande locaties als ‘living lab’ richt GELIJK zich op het ontwerpen van een ‘slimme’ wijk waarin technologische ontwikkelingen een belangrijke rol spelen, en waarin vooral ook de leefbaarheid van de ‘normale’ woonomgeving cruciaal is en geborgd moet zijn. Daarom worden de toekomstige bewoners, met name de kwetsbare groepen, nauw bij het project betrokken. Met het Empathisch framework wordt het ontwerpproces vanuit het perspectief van de gebruikers opgesteld, zodat de wijk wezenlijk aansluit bij hun behoeften.

Het framework kent vier fasen: Verkennen, Vertalen, Verwerken en Valideren, die ten grondslag liggen aan het opstellen van de vier kennisvragen binnen GELIJK.

De verkenningsfase (2018-2019) was gericht op het exploreren van het probleemveld met als centrale vraag: ‘Wat is een gezonde slimme wijk?’. Daaruit kwam met name naar voren dat het sociale aspect van gezondheid van essentieel belang is, vooral voor kwetsbare doelgroepen in de wijk. Vervolgens is er een studie gedaan naar passende woningtypologieën, voorzieningen en ontmoetingsplekken die in deze sociaal gezonde nieuw te bouwen wijk gerealiseerd moeten worden. Om tot een door alle partijen gedragen kennisagenda te komen, is op basis van de ruimtelijke context en de behoeften en opgestelde prioriteiten van de stakeholders een ‘kennisagenda’ opgesteld: ‘Het Kompas van gezonde slimme wijken. Een framework voor de ontwikkeling van een nieuwe gezonde en inclusieve wijk’.

In de tweede fase van het project (2019-2021) staat het vertalen en verwerken van de kennisvragen in de kennisagenda centraal en wordt gewerkt aan het meetbaar maken van de indicatoren waarmee een sociaal gezonde wijk gerealiseerd kan worden. Afhankelijk van de onderzoeksfase worden er naast de gebruikelijke methoden, zoals interviews en best practices, ook creatieve (bijvoorbeeld photovoice en Lego serious play), collaboratieve (zoals Asset-Based Community) en digitale (Digtal Twin, VR) methoden toegepast.

Collaborative Innovation Research zorgt ervoor dat alle stakeholders integraal worden betrokken bij het proces van de nieuwe wijk. Hierbij is gebruik gemaakt van de Evidence Informed Methode waarin kennis en expertise van stakeholders uit praktijk, beleid en wetenschap bij elkaar zijn gebracht.

Tips voor ‘gebruikersgericht’ ontwerpen

  • Definieer veelomvattende begrippen (zoals sociale cohesie en gezonde leefomgeving) zodanig dat deze beter aansluiten bij de leefwereld van de bewoners.
  • Zorg voor draagvlak bij de eindgebruiker voordat je begint met ontwerpen. Gebruik de behoeften van de eindgebruiker als uitgangspunt voor het ontwerp.
  • Om te komen tot een mensgericht ontwerp is het van belang de eindgebruiker door en door te kennen. Dit kun je doen door bijvoorbeeld het gedrag van de eindgebruiker in de leefomgeving te observeren en samen met de gebruiker verschillende ontwerpscenario’s te doorlopen.
  • Bij het ontwerpen van een inclusieve wijk moet de ontwerper in de schoenen van gebruiker staan en de wijk vanuit het perspectief van de eindgebruiker zien en ontwerpen.
  • Bij het ontwerpen voor de kwetsbare eindgebruiker is het belangrijk diens dagelijkse patronen – in de vorm van bijvoorbeeld een tijdlijn – centraal te zetten en van daaruit een ontwerp op te bouwen.
  • Om sociale interactie te bevorderen in de leefomgeving moet er letterlijk ‘ruimte’ zijn waar mensen elkaar tegen kunnen komen.
Hoe zorg je dat je de juiste mensen betrekt en bereikt
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Binnen het empathisch ontwerpen ligt de focus op het begrijpen van de eindgebruiker – het in de schoenen staan van de eindgebruiker – en op basis daarvan het ontwerp van de wijk maken. Ook de kwetsbare bewoners moeten zich thuisvoelen in de nieuwe slimme wijk waarin veel technische innovaties worden verwerkt. Het project focust zich daarom op mensen met een lage sociaaleconomische status. Deze doelgroep werd benaderd via de betrokken woningcorporaties.

Lessons learned

  • Het betrekken van een nieuwe en anonieme kwetsbare eindgebruiker bij het ontwerpen van een nieuwe slimme wijk is een complexe aangelegenheid, maar wèl mogelijk. (Bij ‘Aanpak’ staat omschreven hoe GELIJK de bewoner bij het ontwerpproces betrekt.)
  • De klassieke onderzoeksmethoden zoals survey zijn niet altijd effectief. Gebruik van creatieve, collaboratieve en digitale methoden lijkt de communicatie met de eindgebruiker laagdrempeliger te maken.
  • Maak gebruik van bestaande initiatieven en relaties om bewoners te betrekken.
  • Ga naar plekken waar de doelgroep al op regelmatige basis komt, zoals buurthuizen, de hal van een appartementengebouw of wandelclubjes.
Wat zijn de resultaten tot nu toe?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het project heeft tot nu toe een kennisagenda opgeleverd voor het ontwikkelen van een nieuwe slimme wijk, die sociaal gezond is. Deze kennisvragen zijn vertaald naar een tool om in de praktijk toe te passen. Het gaat om een aantal draaibare schijven. Door te draaien aan een schijf worden de definities van een nieuwe, slimme, sociale en inclusieve wijk, de geleerde lessen uit goede praktijkvoorbeelden én de kennisvragen zichtbaar.

Ook is er een overzicht van mogelijke ruimtelijke interventies opgesteld om ontmoeten en inclusie in de woonomgeving te verhogen.

Daarnaast wordt in een PhD-onderzoek (TU/e) gewerkt aan het ontwikkelen van een ‘Digital Twin’ van de te realiseren wijk. Dit is een onderdeel van een co-creatie tool met als doel om samen met bewoners tot een ontwerp te komen.  Via deze methode kunnen bewoners zich in een 3D-omgeving een beeld vormen van de nieuwe technologie in hun toekomstige wijk en daarop reageren.  

Ten slotte wordt er in Graduation studio’s door masterstudenten van Bouwkunde (TU/e) gewerkt aan praktische design solutions als vertaling van bovengenoemde indicatoren. Deze ontwerpoplossingen kunnen als uitgangspunt dienen voor de architect om deze wijk te ontwerpen.

Wat zijn de beoogde resultaten?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Beoogde resultaten zijn een set ruimtelijke ontwerprichtlijnen en praktische oplossingen voor woonvormen, voorzieningen en ontmoetingsplekken in een sociaal gezonde wijk waarin slimme technologie een prominente rol speelt.

Ook wordt een eerste set van handvatten voor het stimuleren van integrale samenwerking tussen de betrokken partijen opgesteld.

GELIJK wil hiermee een Kompas opleveren met ontwerp- en realisatierichtlijnen voor een nieuwe slimme wijk waarin mensen met lage sociaaleconomische status zich thuis voelen.

Welke concrete producten heeft het project tot nu toe opgeleverd?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Projectgerelateerd

In de media

Publicaties

  • Mohammadi, M. (2019) ‘Een slimme woonwijk voor gezonder leven’. Geron, jaar 2019, Volume:21, Editie: 3.
  • Najafi, P., Mohammadi, M., Le Blanc, P. (2020) Social and Spatial predictors of healthy neighbourhoods: Effects of homogeneous communities on active and healthy ageing, Journal of Environmental Research and Public Health (under review)

Overig

RuimteGIDS: Ruimte maken voor gezondheid in de stad

Hoe ondersteun je gemeenten en GGD’en om gezondheid mee te nemen in het ruimtelijk beleid en de omgevingsvisie, zodat er meer ruimte is voor sociaal contact, bewegen en participatie?

Met de komst van de Omgevingswet krijgen gemeenten meer verantwoordelijkheid om te zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving. Dit roept verschillende vragen op. Hoe werken de relevante disciplines en organisatie daarin samen? En hoe moet je de omgeving inrichten om gezondheidsgedrag, meedoen in de samenleving en gezondheid te bevorderen?  

Het Zuid-Limburgse consortium Ruimte maken voor Gezondheid In De Stad (RuimteGIDS) wil kennis genereren over het creëren en behouden van een (positief) gezonde leefomgeving. Het gaat daarvoor meedraaien in vier ruimtelijke planningsprojecten in Maastricht en Kerkrade. De nadruk ligt op participatie van de burger en de samenwerking tussen betrokken partijen.

Welke partijen werken samen?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Consortium RuimteGIDS bestaat uit een kernteam van de Academische Werkplaats Publieke Gezondheid Limburg, Universiteit Maastricht – Gezondheidsbevordering, Universiteit Maastricht – ICIS, Zuyd Hogeschool, GGD Zuid-Limburg, Gemeente Maastricht en Gemeente Kerkrade, aangevuld met lokale partners: Projectbureau A2 Maastricht, gemeenten Maastricht en Kerkrade, provincie Limburg, wooncorporaties, IBA Parkstad, advies- ontwerp- en onderzoeksbureaus en Stadsnatuur Maastricht.

In de consortiumstructuur opereert het kernteam als motor door het uitvoerende werk te doen, de stuurgroep actief te betrekken en te informeren over de voortgang. Het kernteam is ook een bruggenbouwer tussen de verschillende partijen en zorgt voor uitwisseling van kennis en ervaring. De stuurgroep levert een actieve bijdrage op belangrijke momenten om draagvlak te waarborgen.

Lessons learned: leer elkaars taal spreken: letterlijk en figuurlijk

Elkaars taal leren spreken kost tijd, maar het is waardevol die extra inspanning te leveren om elkaars terminologie te leren kennen, zodat je elkaar sneller en beter begrijpt. Ook in figuurlijke zin. Als bouwbedrijven, ontwerpers, woningcorporaties, gemeente en bewoners samen overleggen over een ruimtelijk ontwerp wordt duidelijk dat alle partijen in feite (grotendeels) dezelfde doelen hebben, maar andere barrières en mogelijkheden zien om die doelen te bereiken. Die barrières en mogelijkheden met elkaar delen, kan niet alleen leiden tot meer instemming en begrip, maar ook tot een mooier ontwerp.

Wat is de aanpak van het onderzoek/project?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het project bestaat uit twee fasen. In de eerste fase is een Kennisagenda opgesteld met als hoofdvraag: Hoe ondersteun je gemeenten en GGD’en om gezondheid mee te nemen in het ruimtelijk beleid en de omgevingsvisie. De projecten richten zich daarbij vooral op het faciliteren van sociaal contact, het creëren van mogelijkheden voor lichaamsbeweging en het stimuleren van participatie.

Om de kennisagenda op te stellen zijn verschillende methodieken gebruikt, zoals velddagen met partners, in gesprek gaan met professionals via ‘veldhospitaals’, een antropologische blik op de buurt en het gedrag van de inwoners bestuderen, door als onderzoeker drie maanden in de wijk te gaan wonen.

Het consortium is als kennispartner betrokken bij vier projecten: twee participatief ingestoken projecten in Kerkrade en twee projecten in Maastricht: de Groene loper en de Blauwe loper. Voor fase 2 wordt rond elk project een leergemeenschap met universiteit, hogeschool, GGD, gemeente, bewoners en andere betrokken partijen gevormd. De afgelopen maanden heeft het consortium veel tijd besteed aan een stakeholderanalyse, zodat de juiste mensen aan tafel zitten en er een gedragen, gezamenlijke leeragenda is. Bewoners worden nauw betrokken bij de planvorming onder meer door het maken van een participatief ontwerp volgens de methodiek van participatief actie-onderzoek. RuimteGIDS monitort de effectiviteit van deze aanpak en meet na realisatie van de ingrepen wat de gezondheidseffecten zijn.

Tips

Het team heeft kennisvragen opgehaald uit alle relevante Zuid-Limburgse sectoren uit de praktijk. Daardoor is niet alleen een nog breder gedragen kennisagenda ontstaan, maar hiermee werden meteen relevante en mogelijke nieuwe partners geïdentificeerd en op de hoogte gebracht. Dat maakte ook enkele synergiën zichtbaar voor toekomstige samenwerking.

Hoe zorg je dat je de juiste mensen betrekt en bereikt
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Doelgroep van dit project zijn betrokken bewoners en professionals.

Voor het vinden van professionals schakelde het team het bestaande netwerk van onder andere GGD en gemeente in om de juiste personen te bereiken en te stimuleren. Voor inwoners bezochten de onderzoekers bijeenkomsten van inwonersgroepen. Zowel bij professionals als bij inwoners werd ook de sneeuwbalmethode gebruikt: de contactpersoon vragen naar mogelijk andere geïnteresseerden.

Lessons learned

  • Voorkom overbevraging van – met name – bewoners. In bepaalde buurten, steden, gebieden bestond het gevaar dat er te veel van bewoners werd gevraagd. Sluit in deze gebieden waar mogelijk bij andere initiatieven aan en stem met elkaar af, bijvoorbeeld via een focusgroep of door de ingewonnen informatie te delen.
  • Doe aan verwachtingsmanagement. Wees richting stakeholders duidelijk over wat deelname inhoudt en wat deze oplevert. Voorkom teleurstelling met alle gevolgen van dien.
Wat zijn de resultaten tot nu toe?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het project heeft een Kennisagenda opgeleverd (zie ‘Concrete Resultaten’).

Verschillende partijen zijn zeer gemotiveerd om gezondheid als thema mee te nemen in de ruimtelijke planning. Ook raken veel bestaande stedelijke interventies, programma’s en plannen het onderwerp gezondheid. Dat biedt ruimte voor waardevolle synergieën (bijvoorbeeld meerwaarde in samenwerking) en 'meekoppelkansen' (bijvoorbeeld initiatieven op gebied van duurzaamheid koppelen aan gezondheid). In Maastricht wordt bijvoorbeeld al jaren veel aandacht geschonken aan duurzame vormen van mobiliteit, met voorrang voor wandelaars en fietsers. De betrokken partijen zijn zich er niet altijd evenveel van bewust dat de ingrepen op het gebied van duurzame mobiliteit ook een bijdrage kunnen leveren aan de gezondheid van inwoners in een bepaald gebied. Soms is daarvoor alleen nodig dat partijen (bv. marktpartijen, woningcorporaties, gemeente) zich meer verenigingen in het vormgeven van de leefomgeving, bijvoorbeeld via een betere planning van de infrastructuur (wandel- en  fietspaden).

Wat zijn de beoogde resultaten?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De transdisciplinaire en actiegerichte onderzoeksbenadering is erop gericht om voor gemeenten en professionals bruikbare en toepasbare kennis te genereren en verspreiden. De ambitie is een interactieve Ruimtegids op te leveren: een digitale gids met concrete ontwerpprincipes en geleerde lessen over samenwerking bij ruimtelijk (her)ontwerp.

IGLO Utrecht: Naar een omgevingsstrategie voor het verkleinen van gezondheidsverschillen in Utrecht: een systeembenadering

Utrecht gaat flink bijbouwen in de stad. Hoe kun je met ingrepen in de fysieke en sociale omgeving sociaaleconomische gezondheidsverschillen tussen wijken verkleinen? En hoe evalueer je dat?

In Utrecht bestaan forse gezondheidsverschillen tussen wijken. De komende jaren zal het aantal inwoners flink toenemen en zijn er dus meer woningen nodig. Deze “inbreiding” vindt vooral plaats in de wijken waar de gezondheid gemiddeld slechter is. De gemeente wil weten welke maatregelen in de leefomgeving bijdragen aan de bevordering van de gezondheid van kwetsbare inwoners en de sociale cohesie in de buurt.

Consortium IGLO Utrecht wil de gezondheidseffecten van veranderingen in de leefomgeving onderzoeken en daarnaast kennis en ervaring opdoen over hoe dit op een innovatieve manier kan worden onderzocht, bijvoorbeeld door gebruik te maken van systeemmodellen en data cubes. IGLO Utrecht vertaalt samen met beleidsmakers, uitvoerende partners en bewoners deze onderzoeksresultaten naar handvatten voor beleid en praktijk.

Welke partijen werken samen?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het kernteam van IGLO Utrecht bestaat uit de Universiteit Utrecht, het UMCU en de gemeente Utrecht, aangevuld met relevante partners als Stichting Utrechtse Woningcorporaties, RIVM, Hogeschool Utrecht, Leidsche Rijn Julius Gezondheidscentra, architectenbureau PosadMaxwan en Staatbosbeheer.

In fase 2 worden de gezondheidseffecten geëvalueerd van concrete ingrepen in de leefomgeving die door partners uit het consortium worden uitgevoerd in Overvecht, Utrecht. Hiervoor heeft het kernteam, naast het regelmatige overleg met het hele consortium op strategisch managementniveau, nu ook veel vaker en intensiever contact met hun collega’s die werken aan de uitvoering in de wijk Overvecht.

Lessons learned

  • Kom als kernteam regelmatig bij elkaar, minimaal 1 keer per maand.
  • Zorg voor een gelijkwaardig gesprek tussen wetenschap en de praktijk (gemeente)
  • Overvraag het ‘brede’ consortium niet: betrek de overige partners niet te vaak. (Bij IGLO vindt intensieve samenwerking plaats op uitvoeringsniveau om zo de onderzoeksactiviteiten zo veel mogelijk te integreren in de uitvoering van de ingrepen.)
Wat is de aanpak van het onderzoek/project?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het project bestaat uit twee fasen.

In fase 1 is een kennisagenda opgesteld op basis van de kennisbehoefte van de consortiumleden in combinatie met een wetenschappelijk overzicht van kennishiaten op het terrein van gezondheidseffecten van (ingrepen in) de leefomgeving. De kennisagenda heeft als hoofdvraag: “welke maatregelen in de leefomgeving die worden genomen in de context van inbreiding, dragen bij aan de bevordering van de gezondheid van kwetsbare bewoners?”

Ook heeft het consortium criteria opgesteld voor wat moet worden verstaan onder ‘potentieel kansrijke interventies’, en is er een overzicht gemaakt van casussen die de komende jaren in Utrecht uitgevoerd gaan worden. In gezamenlijk overleg zijn er vier concrete gebiedsontwikkelingen geselecteerd, die in fase 2 zullen worden bestudeerd.

In fase 2 gaat het team bestuderen of veranderingen in de gebouwde en sociale omgeving leiden tot kleinere verschillen in gezondheid tussen wijken, door:
a) beter te begrijpen hoe deze veranderingen met elkaar samenhangen en leiden tot gezondheidsverschillen,
b) te experimenteren hoe de (beleving van de) omgeving gedetailleerd te meten, en
c) te inventariseren wat kansrijke mogelijkheden zijn de omgeving te veranderen.
 
Deze doelen komen stuk voor stuk aan bod tijdens de vier evaluatiestudies van de gezondheidseffecten van concrete ingrepen in de leefomgeving in Overvecht, te weten:

  1. Sociaal renoveren
  2. Groene lint
  3. Sloop- en nieuwbouw van een 10-hoog flatgebouw
  4. Toegankelijkheid en gebruik van Gagelbos en Noorderpark

Om te zorgen dat de onderzoeksresultaten praktisch toepasbaar zijn en aansluiten bij de kennisbehoefte van relevante stakeholders, zoals inwoners, professionals en beleidsmakers, worden deze groepen nauw betrokken bij het interpreteren van de resultaten van het onderzoek en de vertaling hiervan in praktische handvatten voor aanpassingen in de leefomgeving die de gezondheid van kwetsbare inwoners ten goede komen.

Hoe zorg je dat je de juiste mensen betrekt en bereikt
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Doelgroep van dit project zijn de bij de ingrepen betrokken (kwetsbare) bewoners.

In fase 2 bestudeert het consortium hoe de gezondheid van inwoners van Overvecht verandert door de onder Aanpak genoemde vier ingrepen in hun leefomgeving, met speciale aandacht voor de gezondheid van kwetsbare inwoners.
 
De uitvoering van de ingrepen verloopt gefaseerd. Voorjaar 2020 stond met name in het teken van het opzetten en starten met de evaluatie van de gezondheidseffecten van ‘sociaal renoveren’. De bewoners van de te renoveren 10-hoog flat hebben veel problemen, zoals betalingsachterstanden, beperkte (taal)vaardigheden, gedragsproblemen, etc. Het consortium werkt voor het onderzoek onder de bewoners samen met de betrokken woningcorporatie, sociaal makelaars, de gemeentelijke dienst Werk & Inkomen en de klankbordgroep van bewoners. Zij informeren de onderzoekers nu over de mogelijkheden en belemmeringen van de bewoners en adviseren over de beste manier om hen te interviewen.

Vanwege de coronamaatregelen zijn de plannen voor persoonlijke huisbezoeken en persoonlijke gesprekken vervangen voor telefonische interviews waarvoor goed getrainde interviewers zijn ingezet met veel ervaring in het voeren van gesprekken met bewoners in vergelijkbare achterstandssituaties (veelal ook woonachtig in Overvecht)

Lesson learned: aansluiten bij contactmomenten professionals

Bewoners die anders moeilijk te benaderen zijn, kon iGLO bereiken door aan te sluiten bij de bestaande contacten van professionals die in de wijk werken en ‘mee te lopen’ in de contactmomenten die zij al gepland hebben. Zo zouden de onderzoekers samen met de sociaal makelaars alle bewoners bezoeken en interviewen van een flatgebouw waarin IGLO het sociaal renoveren traject onderzoekt. Vanwege de coronacrisis werden deze plannen herzien en kunnen onderzoekers aanhaken bij een telefoongesprek dat namens de woningcorporatie wordt gevoerd met alle bewoners van dit flatgebouw.

Wat zijn de resultaten tot nu toe?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het project heeft tot nu toe een kennisagenda opgeleverd. (zie ‘Concrete Resultaten’). Het onderzoek is nog in de beginfase.

Wat zijn de beoogde resultaten?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt
  1. Integratie van bewijs: het samenbrengen van alle informatie en ervaring en kennis opgedaan in de evaluatie van de vier omgevingsinterventies. Het consortium wil leren hoe systeemmodellen en de verzamelde data samen gebruikt kunnen worden om de impact van omgevingsingrepen in achterstandswijken te evalueren. Ook wil het consortium kennis opdoen over welke omgevingsinterventies werken om de gezondheid van kwetsbare inwoners te verbeteren en welke niet of in minder mate. Dit alles geeft antwoord op de kennisagenda die het IGLO Utrecht consortium in fase 1 heeft opgesteld.
  2. Interpretatie en toepassing van de onderzoeksresultaten door het vertalen van wetenschappelijke kennis naar handvatten voor praktische implementatie. Het is belangrijk dat de gegenereerde kennis wordt ontwikkeld in lijn met de behoeften van betrokken stakeholders. Het consortium maakt daarvoor gebruik van de contacten van de diverse consortiumpartners in verschillende netwerken in de buurt, zoals beleidsmakers, uitvoerende partners en bewoners die betrokken zijn bij de bestudeerde interventies. Zij worden gedurende het hele proces betrokken om zo continu de toepasbaarheid van de resultaten te controleren en het evaluatieonderzoek waar nodig aan te passen. Hun kennisbehoefte was de basis voor de kennisvragen in de kennisagenda (fase 1). Deze stakeholders zullen in fase 2 worden betrokken bij het interpreteren en verspreiden van de resultaten. Hierbij wordt zo veel mogelijk aangesloten bij al bestaande groepen en overleggen, zoals klankbordgroepen van bewoners van bepaalde flats en de coalities die worden gevormd rondom de wijkenaanpak Samen voor Overvecht om te voorkomen dat zowel bewoners als professionals te veel worden gevraagd.
Welke concrete producten heeft het project tot nu toe opgeleverd?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Projectgerelateerd

Urban Design for Improving Health in Groningen (UDIHiG)

Wat is de invloed van de woonomgeving op de gezondheid van bewoners in naoorlogse wederopbouwwijken. En met welke stedenbouwkundige ingrepen kun je een gezondere leefstijl – en dus betere gezondheid - stimuleren?

De gezondheid van bewoners van naoorlogse wederopbouwwijken, zoals de Groningse wijk Paddepoel, is gemiddeld slechter dan van bewoners van woonwijken uit andere perioden. De stedenbouwkundige opzet van deze wijken speelt hierin een rol. Kun je met stedenbouwkundige interventies dit soort wijken gezonder maken? En zo ook een brug slaan tussen public health en stedenbouwkundig ontwerp?

Consortium UDIHiG onderzoekt hoe architectonisch-stedenbouwkundige interventies een gezondere leefstijl stimuleren en daarmee de gezondheid bevorderen. De bewoners spelen hierbij een belangrijke rol: zij kennen de wijk en weten welke interventies voor hen kunnen werken. UDIHiG gebruikt virtual reality zodat de bewoners de ontworpen interventies kunnen ervaren en evalueren, zonder dat deze interventies direct gerealiseerd hoeven te worden.

Welke partijen werken samen?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Binnen het consortium bestaat het kernteam uit de Rijksuniversiteit Groningen (waar het Kenniscentrum Architectuur, Stedenbouw en Gezondheid is ondergebracht, dat wordt gedragen door de Faculteit der Letteren, de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen en het UMCG), UMC Groningen, gemeente Groningen (waaronder Atelier Stadsbouwmeester), Wijkraad Paddepoel, TU Delft en GGD Groningen. Andere partners in het consortium zijn o.a. WIJS en Platform GRAS.

De kernpartners van het consortium komen maandelijks samen. Hieraan voorafgaand komt een coördinatieteam samen, dat het gehele proces bewaakt. Daarnaast is één teamlid verantwoordelijk voor de coördinatie van alle lopende activiteiten. Deze worden vaak over kleinere teams verdeeld, waarbij de teams bestaan uit teamleden met daarvoor specifiek nodige expertise. Organisaties in de buitenste schil worden bij het project betrokken op momenten dat dit nodig is.

Lessons learned

  • Zorg voor een goede samenwerking waarin je op vaste momenten en frequent met elkaar afspreekt, zo houd je iedereen betrokken bij het project, houd je grip op het proces en weet iedereen waar hij of zij aan toe is.
  • Maak gebruik van ieders expertise en vertrouw daarop. Maak per werkpakket (deelonderzoek) of onderdeel daarvan bijvoorbeeld een apart team van een aantal projectleden die op dat vlak de meeste kennis hebben en geef hen dan alle verantwoordelijkheid.
  • Zorg voor een sfeer waar iedereen zowel goede als minder goede dingen kan benoemen.
  • Zorg voor iemand die overzicht houdt van alle activiteiten en processen.
Wat is de aanpak van het onderzoek/project?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het project bestaat uit twee fasen.

In de eerste fase is gekeken naar beschikbare kennis en lacunes. Er is weliswaar al veel kennis over de invloed van de fysieke omgeving op gezondheid, maar de praktische vertaling naar interventies ontbrak: de kennis van de ontwerpende disciplines over het creëren van een gezonde leefomgeving wordt nog niet ingezet. Ook is het toetsen van interventies lastig, omdat ingrepen niet zo eenvoudig uit te voeren zijn.

In een pilot testte het project een werkwijze waarmee beide lacunes konden worden ingevuld. Het consortium koos daarvoor een overzichtelijk vraagstuk: ‘Hoe vergroten we de bereikbaarheid van het winkelcentrum, zodat deze aantrekkelijker wordt voor oudere buurtbewoners om ernaar toe te lopen of te fietsen?’ In de pilot bracht het Atelier van de Stadsbouwmeester Groningen de kennis van de ontwerpers in. Ook werden de bewoners van Paddepoel betrokken bij oplossingen en konden zij mogelijke interventies toetsen en evalueren. Om dit mogelijk te maken werden stedenbouwkundige ingrepen met behulp van virtual reality-brillen getoond aan de bewoners. Zo konden zij op een heel interactieve manier feedback geven op de ontworpen interventies.

Na deze testfase heeft het consortium het project opgeschaald tot de hele wijk. Het project is niet langer alleen gericht op ouderen, maar op oplossingen voor alle leeftijden. Op de nieuwe locaties in de wijk wordt niet alleen het thema gezond bewegen onderzocht, maar ook andere thema’s gerelateerd aan gezond gedrag, zoals sociale ontmoetingen en het bezoeken van groen.

Bewoners, wijkexperts en stedenbouwkundigen denken mee over geschikte locaties in de hele wijk voor deze tweede fase. Net als in de pilot zullen stedenbouwkundige ingrepen voor deze locaties met behulp van virtual reality-brillen aan de bewoners getoond.

Tip: doe een pilot

Als het mogelijk is om een pilot te doen dan is dit zeker aan te raden. Bij UDIHiG zorgde dat ervoor dat het team met veel ervaring aan de tweede fase kon beginnen. De samenwerking met bewoners kost bijvoorbeeld veel tijd, waardoor het waardevol was om van te voren al te weten wat wel en niet werkt. Zeker omdat het team de relatief nieuwe virtual reality-techniek voor het onderzoek inzet.

Hoe zorg je dat je de juiste mensen betrekt en bereikt
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Doelgroep van dit project zijn de buurtbewoners.

In UDIHiG zit de voorzitter van de wijkraad van Paddepoel in het kernteam. Hij weet wat voor mensen er in de wijk wonen en hoe die het best kunnen worden benaderd. Daarnaast is het soms nodig om andere bewoners bij het onderzoek te betrekken.

Daarvoor gebruikte het team de volgende methodes:

  • Flyers door brievenbussen.
  • Studenten wijkbewoners laten benaderen op openbare plekken in de wijk.
  • Wijkbewoners benaderen via bestaande netwerken in de wijk of via personen die bij de bewoners al bekend waren.

Hierbij is in de eerste fase op ouderen gefocust. Studenten en organisaties hebben dit als opdracht meegekregen en bij het flyeren zijn woningen gekozen waarvan het bekend is dat er veel ouderen wonen.

Lessons learned: bewoners via via betrekken werkt het best

Het bleek niet makkelijk om bewoners bij het project te betrekken. Het flyeren heeft zo goed als niets opgeleverd en ook waren ouderen niet door studenten te overtuigen. Wat wel goed werkte, was het benaderen van bewoners via netwerken of personen in de wijk die zij al kenden. Dit komt waarschijnlijk omdat dit, zeker op ouderen, betrouwbaarder overkomt. Ook de betrokkenheid van de wijkraad is cruciaal.

Wat zijn de resultaten tot nu toe?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het project heeft een Kennisagenda opgeleverd. (zie ‘Concrete Resultaten’)

In de pilotfase heeft het onderzoek ontwerpvarianten opgeleverd voor het gebied rondom het wijkwinkelcentrum (Winkelcentrum Paddepoel). Deze ontwerpen zijn tot stand gekomen met o.a. de inbreng van de betrokken bewoners, en besproken met de wijkwethouder. De resultaten zijn gepresenteerd aan de wijk tijdens een bijeenkomst in woonzorgcentrum Bernlef, midden in de wijk.

Ook is er een Summer School georganiseerd bij de RUG (Urban Strategies for Health Promotion), waar het thema van het project centraal stond en waar het project ook een prominente rol had.

De pilot was ook een experiment voor hoe je VR in kunt zetten om bewoners inbreng te laten leveren op ontwerpvraagstukken. Op dit gebied is nu al de nodige kennis en ervaring opgedaan.

Wat zijn de beoogde resultaten?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De beoogde resultaten zijn:

  • Meer kennis krijgen over welke stedenbouwkundige ingrepen in Paddepoel een positieve of een negatieve invloed op de leefstijlen en gezondheid van de bewoners hebben.
  • Meer kennis krijgen over hoe de VR-methodiek kan worden gebruikt om bewonersparticipatie te versterken bij stedenbouwkundige vraagstukken.
  • Alle bevindingen vertalen in een analyse- en interventiemodel dat ook in gelijksoortige wijken in Groningen, Nederland of het buitenland kan worden gebruikt.

Ruimte voor Bewegen in de Regio (Space2Move)

Bewegen is gezond, niet bewegen is ongezond. Hoe moet je de fysieke ruimte inrichten om mensen die normaal weinig bewegen, toch te stimuleren om dagelijks meer in actie te komen?

Mensen die niet genoeg bewegen verkorten hun levensverwachting en hebben een grotere kans op chronische ziekten. Helaas zijn deze mensen met bewegingsarmoede moeilijk te verleiden om te gaan sporten. Kunnen maatregelen in het fysieke domein, zoals meer groen of een mooi fietspad, mensen aanzetten tot meer en actiever bewegen? En heeft dat een positief effect op de gezondheid?

Space2Move (Arnhem/Nijmegen) gebruikt bestaande projecten, zoals de vergroening van een wijk of de aanleg van een fietspad, om te onderzoeken of dit mensen die weinig bewegen, kan verleiden in beweging te komen. Ook wil het project nagaan of bewegingsarmoede überhaupt wel een relatie heeft met de fysieke omgeving.

Welke partijen werken samen?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Binnen het consortium bestaat het kernteam uit de Radboud Universiteit, Radboud UMC en Bureau Uum. De overige partners zijn GGD Gelderland-Zuid, Gemeente Nijmegen, Provincie Gelderland, Gemeente Arnhem, Health Valley Netherlands, The Economic Board, Staatsbosbeheer, Woningbouwcorporaties Vivare & Talis, ESRI Nederland en BPD gebiedsontwikkeling.

Het onderzoek in het project Space2Move sluit aan bij bestaande initiatieven of vragen die leven bij de maatschappelijke partners, zoals de woningcorporaties en lokale overheden. Omdat Space2Move effecten van ingrepen in de fysieke omgeving wil onderzoeken was het belangrijk regionale projecten te vinden waarbij het mogelijk was om vooraf onderzoek te doen naar het huidige bewegingspatroon en achteraf de effecten van ruimtelijke ingrepen op het bewegingspatroon te meten.

Lesson learned: goede communicatie

De timing van de interventies is cruciaal voor het onderzoek. Het is daarom belangrijk om goed met de maatschappelijk partners door te spreken welke planning zij voor ogen hebben en of er onvoorziene omstandigheden zijn waar geen controle op is. Blijf daarbij resultaten met elkaar delen en met elkaar communiceren over nieuwe of gewijzigde plannen. Gelukkig duurt het onderzoekproject een aantal jaren waardoor er ruimte is om mee te bewegen met veranderende omstandigheden.

Wat is de aanpak van het onderzoek/project?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Samen met de stakeholders selecteert het consortium bestaande projecten om te onderzoeken welke effecten ze hebben op beweeggedrag. Dit zijn onder meer de renovatie van de achterstandswijken Kolping en Meijhorst en de aanleg van een nieuwe fietsstraat.

Om te beoordelen welke ingrepen tot meer dagelijks bewegen leiden, hanteert het onderzoeksteam een tweeledige onderzoeksstrategie.

  1. Koppeling kwantitatieve omgevingskenmerken aan gezondheidskenmerken via GIS om zo op hoger schaalniveau inzicht te krijgen in de relatie tussen omgeving en gezondheid.
  2. Kwalitatief onderzoek via interviews, vragenlijsten en ruimtelijk ontwerp om in de praktijk een dieper inzicht te krijgen in de relatie tussen specifieke doelgroepen met bewegingsarmoede en hun perceptie van een omgeving die aanzet tot bewegen.

Lesson learned

Het is handig om verschillende onderzoeksstrategieën te hanteren, zeker in tijden dat bepaalde onderzoeken minder goed werken vanwege bijvoorbeeld coronamaatregelen.

Hoe zorg je dat je de juiste mensen betrekt en bereikt
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Doelgroep van dit project zijn bewoners met bewegingsarmoede.

Het bereiken en vinden van de doelgroep met bewegingsarmoede vraagt om een voortdurende inspanning en verschillende strategieën. De onderzoekers zijn de wijk in gegaan voor een huis-aan-huisonderzoek. Ook proberen ze via grote werkgevers in de regio een beeld te krijgen van de doelgroep. Doel van deze aanpak is breed onderzoeken welke mensen bewegingsarmoede hebben, zonder vooraf uit te gaan van bestaande doelgroepindelingen, zoals lage SES of hoge SES.

Tip

Blijf met een open blik kijken naar je doelgroep. Bepaal niet a priori wie er binnen de doelgroep valt, maar blijf je doelgroep constant open bekijken.

Wat zijn de resultaten tot nu toe?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het project heeft een Kennisagenda opgeleverd. (zie ‘Concrete Resultaten’)

Er zijn ook enkele onderzoeksresultaten. Uit bestaand onderzoek blijkt vaak dat ‘groen’ uitnodigt tot meer bewegen. Maar wat is groen? Uit pilotinterviews blijkt dat respondenten met bewegingsarmoede vooral ‘bos’ zien als het type groen dat tot bewegen uitnodigt.

Daarnaast is door Space2Move een pilotstudie uitgevoerd als onderdeel van de Nijmegen Excercise Study (NES) naar de gevolgen van de corona-maatregelen voor bewegen. In deze studie is onderscheid gemaakt tussen drie groepen: werkloos, gewoon kunnen werken, en thuiswerken. Daaruit blijkt dat alle groepen minder zijn gaan bewegen. Met name bij de groep die thuiswerkt, daalt het bewegingspatroon substantieel. Dat heeft vooral te maken met woon-werk verkeer, wat de focus van het project op dagelijks bewegen bevestigt.

Wat zijn de beoogde resultaten?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het doel van dit onderzoek is om te komen tot interventies die aantoonbaar werken in het stimuleren van beweeggedrag. Daartoe ontwikkelt Space2Move een toolkit voor ruimtelijke interventies waarmee partners hun omgeving beweegvriendelijker kunnen inrichten.

GO! Noord Nederland, samen werken aan een gezondere leefomgeving in kleine kernen in Noord-Nederland

Hoe kun je bewoners en beleidsmakers in plattelandsgemeenten in Noord-Nederland ondersteunen bij het ontwikkelen en toepassen van kennis en vaardigheden om een gezonde leefomgeving te versterken met de GO! methode?

Plattelandskernen hebben andere kansen en uitdagingen dan stedelijke gebieden op het gebied van gezonde leefomgeving, zeker in het noorden waar dorpen sneller krimpen en vergrijzen dan in de Randstad. Het decentralisatiebeleid legt taken en verantwoordelijkheden rond een gezonde leefomgeving vanuit de omgevingswet bij gemeenten. Kleinere gemeenten hebben maar beperkte kennis en capaciteit om dit te realiseren.

Consortium GO! Noord Nederland wil plattelandsgemeenschappen helpen de leefbaarheid te bevorderen met de GO! methode. Eenmaal ingeregeld maakt GO! in één oogopslag zichtbaar hoe het met de leefbaarheid van de kern of wijk gesteld is en wat de aanbevolen maatregelen zijn. Daarna kunnen de gemeenschappen GO! zelf gebruiken om de leefbaarheid te monitoren en verder te verbeteren.

Welke partijen werken samen?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Consortium Go! Noord Nederland bestaat uit een samenwerking tussen RIVM, Hogescholen (Hanzehogeschool, NHL Stenden Leeuwarden, Hogeschool Windesheim), GGD’en (Groningen, Friesland, Drenthe), Veiligheidsregio Groningen, aangevuld met 5 gemeenten in Groningen, Friesland en Drenthe, waarbinnen in totaal 10 kleine kernen deelnemen.

Het consortium GO! Noord Nederland beoogt praktijk, beleid en onderzoek te verbinden op regionaal niveau, zodat beschikbare kennis en methoden beter worden benut voor het versterken van de gezonde leefomgeving in plattelandskernen.

Elkaars taal en belangen leren begrijpen is belangrijk binnen de samenwerking. GO! Noord Nederland heeft daarom veel tijd besteed aan het elkaar leren kennen door maandelijkse consortiumvergaderingen op locatie, bezoeken aan dorpen en gemeenten, en intensief contact tussen de verschillende deelnemende partners. GO! Noord Nederland wil ook de rolverdeling en doelstellingen doorlopend bespreekbaar houden, aangezien elke fase andere eisen stelt aan de samenwerking en deze in de loop van het project ook doorontwikkelt. Op die manier kan er flexibel worden geschakeld. Op aanvraag van een gemeente is er bijvoorbeeld een extra tussenstap ingevoegd aan de methodestappen om de beleidsmedewerkers goed aangehaakt te houden bij het proces.

Wat is de aanpak van het onderzoek/project?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De GO! Methode is een methode die de meest prangende en kansrijke thema’s op het gebied van gezonde leefomgeving destilleert door kwalitatieve bewonerskennis te spiegelen met kwantitatieve data.

GO! Noord Nederland werkt met een cyclische aanpak in zes stappen op basis van ‘rapid assessment’. Deze GO! methode wordt in tien dorpen in verschillende gemeenten van de drie noordelijke provincies doorlopen om het ontstane model voor plattelandsgemeenschappen te valideren.

Stap 1: regionale kennisagenda maken. Op basis van gegevens van o.a. de GGD’en, provincies en gemeenten is een regionale kennisagenda samengesteld met daarin de belangrijkste thema’s en maatschappelijke ontwikkelingen op gebied van gezondheid en leefomgeving in de plattelandsgemeenten van de noordelijke provincies.

Stap 2: opstellen van dorpsprofielen. Vanuit de kennisagenda worden dorpsprofielen samengesteld op basis van beschikbare data op een zo laag mogelijk schaalniveau op alle domeinen van de gezonde leefomgeving: gezonde natuurlijke omgeving, gezonde gebouwde omgeving, gezonde voorzieningen, gezond contact. Samen met de algemene gegevens over de bevolking en gezondheid ontstaat zo een dataroos die in één oogopslag hoe een dorp op een aantal basisindicatoren van de gezonde leefomgeving scoort in vergelijking met zijn omgeving.

Stap 3: de kern van de GO! methode: rapid assessment. In gesprek met kleine, maar afgewogen groepen bewoners (o.a. ouderen, jongeren, ondernemers, alleenstaanden, gezinnen, huisarts) over lokale plekken en routes in het dorp die belangrijk zijn. Op deze uitkomsten wordt samen met deze groep stakeholders een verdiepingsslag gemaakt aan de hand van de data uit de dorpsprofielen. Zo ontstaat in één bijeenkomst een overzicht van thema’s die kansrijk en relevant zijn om de gezonde leefomgeving te versterken.

Stap 4: maken van integrale maatregelsets. Experts maken integrale maatregelsets voor de kansrijke en relevante thema’s op basis van effectiviteit van de maatregelen en synergie tussen de verschillende domeinen van gezonde leefomgeving (op basis van o.a. database gids gezond leven / loket gezond leven). Hierdoor ontstaan meerdere handelingsperspectieven voor een gemeente om de gezonde leefomgeving te versterken op die thema’s waar draagvlak voor is.

Stap 5: keuze en implementatie. De keuze en implementatie van één van de maatregelsets door de gemeente in samenspraak met de bewoners.

Stap 6: effectmeting. Het meten van het effect van de ingevoerde maatregelen op gezondheid via monitoring en evaluatie: bevorderen de maatregelen de gezondheid, voor wie en op welke termijn?

Op basis van de uitkomsten uit stap 6 kan een volgende logische stap worden bepaald om de leefomgeving in het dorp gezonder te maken (cyclisch proces).

Lessons learned:

  • Lokale identiteit is een belangrijke factor in plattelandsgemeenschappen en biedt daardoor ook kansen in het versterken van de gezonde leefomgeving. Bij het opmaken van de dorpsprofielen is het daarom van belang niet uitsluitend statistische gegevens op een zo laag mogelijk schaalniveau op alle domeinen van de gezonde leefomgeving (+ demografie/inkomen) te verzamelen. Maar ook een aanvullende inventarisatie te maken van dorpsvoorzieningen, lokale maatschappelijke organisaties/vrijwilligersinitiatieven, (digitale) dorpsberichten/platforms, cultuurhistorische elementen, samenstelling geloofsgemeenschappen en bouwhistorie in het dorp. Dat is essentieel om in gesprek met bewoners goed te kunnen horen en interpreteren wat er wordt gezegd.
  • Platteland vraagt soms eigen operationalisatie van indicatoren. Afstanden tot voorzieningen/contacten op het platteland kennen geen geleidende schaal: een huisarts/winkel/sociaal netwerk is óf in het dorp zelf (dichtbij) óf in een andere kern/stad (ver weg). Hierdoor zijn indicatoren als mobiliteit en passend woningaanbod op het platteland relevanter en moeten ze anders worden geoperationaliseerd.
  • In de gezonde leefomgeving van kleine kernen op het platteland spelen dorpsbelangen en geloofsgemeenschappen een belangrijke rol, waarbij de laatste vooral gericht zijn op de eigen doelgroep.
  • Bestaande maatregelendatabases sterk gericht op steden. De bestaande maatregelendatabases met effectief bewezen maatregelen om de leefomgeving gezonder in te richten zijn sterk stedelijk gericht en veel minder toegesneden op de specifieke kansen/bedreigingen in een plattelandscontext (o.a. sociale samenhang en mobiliteit).
  • Bij integraal werken in de leefomgeving vraagt de samenwerking met de gemeente extra aandacht. Gemeenten zijn nog grotendeels sectoraal georganiseerd en gefinancierd. En het cyclisch werken in kleine logische stappen in plaats van met meerjarenplannen vraagt een andere denk- en werkwijze van ambtenaren op beleids- en uitvoeringsniveau. Een regionaal netwerk met GGD als gesprekspartner van gemeenten op het gebied van gezonde leefomgeving en een stevige link naar hogescholen en de veiligheidsregio’s is hierbij van groot belang.
  • Inbreng studenten werkt verrijkend. Vanuit de hogescholen werken studenten aan opdrachten om verschillende onderdelen van de GO! methode verder te ontwikkelen. Dat verrijkt niet alleen de inhoud, maar draagt ook bij aan het versterken van het regionale netwerk tussen praktijk, beleid en onderzoek.
Hoe zorg je dat je de juiste mensen betrekt en bereikt
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De GO! methode heeft geen vaste doelgroep, maar versterkt de gezonde leefomgeving daar waar de meest relevante kansen/bedreigingen zitten. Doordat de bewonersgesprekken de kern van de methode vormen en de samenstelling van de bewoners/stakeholdersgroep zorgvuldig wordt voorbereid, is het draagvlak voor de gekozen thema’s groot. Waar het ene dorp zich meer richt op maatregelen voor jongeren, focust het andere dorp meer op ouderen of kwetsbare doelgroepen met een laag inkomen.

Samenstelling van de stakeholdersgroep moet aan strenge randvoorwaarden voldoen aangezien de GO! methode is gebaseerd op ‘rapid assessment’, waarbij in één bijeenkomst met een ca. 12 stakeholders kansrijke en relevante thema’s worden bepaald. De groep hoeft niet 100% representatief te zijn, maar belangrijke doelgroepen en stakeholders moeten vertegenwoordigd zijn zodat een evenwichtig beeld kan ontstaan: ouderen/ jongeren, alleenstaanden/gezinnen, vrijwilligers/mantelzorgers, hoge/lage SES, man/vrouw, oorspronkelijke/nieuwkomers, verschillende culturele/kerkgenootschappen, tenminste één ondernemer, één persoon werkzaam in de lokale zorg/welzijn, één persoon werkzaam in het lokale onderwijs/kinderopvang en niet meer dan twee personen uit het dorpsbelang.

Als blijkt dat doelgroepen ondervertegenwoordigd zijn, is het van belang gerichte aanvullende sessies te organiseren, zoals GO! in een aantal dorpen met jongeren heeft gedaan. De stakeholders worden benaderd via dorpscontacten van de gemeente, waaronder via de lokale dorpsbelangen. Bewoners worden persoonlijk benaderd aan de hand van een lijst met tien punten waarom het voor bewoners interessant is om mee te doen aan de GO! methode.

Lessons learned

  • Omzeil ‘participatiemoeheid’ met persoonlijke benadering
    Bewoners worden overspoeld met vragen vanuit de gemeente en zijn vaak ‘participatie-moe’, Maar dit speelt minder als zij direct persoonlijk worden benaderd door een dorpsgenoot. In dit ‘warme’ contact kan ook meteen worden aangegeven waarom juist zij benaderd worden (welke doelgroepen zij kunnen vertegenwoordigen), wat het doel van de bijeenkomst is en dat de uitkomsten concreet zullen worden omgezet door de gemeente in een keuze voor invoering van één maatregelenset. Het bleek in GO! Noord Nederland van belang om met de ‘wervende’ dorpscontacten een voorgesprek te houden. Enerzijds om een duidelijk beeld te schetsen van de GO! methode en anderzijds om hen het vertrouwen te geven dat als zij hun naam aan dit project verbinden het ook daadwerkelijk iets oplevert voor het dorp.
  • Juiste tijdstip, juiste locatie, ruim aantal. Het is van belang om bewonersbijeenkomsten altijd te plannen op locatie, face-to-face en op een tijdstip dat iedereen kan (o.a. altijd in de avonduren om werkenden de mogelijkheid te geven aan te sluiten, maar niet te vroeg voor gezinnen met kinderen). Bovendien is het van belang in totaal ca. 15 mensen uit te nodigen, omdat er altijd een aantal afvallen.
  • Analyseer achteraf of aanvullende sessie nodig is. Er is altijd een analyse achteraf nodig om te bepalen of er nog een aanvullende sessie met een specifieke doelgroep gewenst is naar aanleiding van de genoemde thema’s en samenstelling van de groep. GO! heeft bijvoorbeeld in twee dorpen nog een aanvullende sessie met jongeren georganiseerd.
  • Zorg voor een juiste verhouding tussen deelnemers en begeleidende/toehorende professionals. Het is belangrijk dat bewoners in de overgrote meerderheid zijn en de ruimte voelen in de bijeenkomst in alle vrijheid hun zegje te kunnen doen. Met een groot consortium als GO! Noord Nederland, met betrokken partners die graag ook deze belangrijke stap in het proces willen meedoen, is het daarom zaak een planning te maken met wie bij welke bijeenkomst kan zijn.
  • Beperk het aantal aanwezige gemeenteambtenaren tot het minimum. Een afspraak om de uitkomsten na de bewonersbijeenkomst op korte termijn met (de brede groep) betrokken gemeenteambtenaren te bespreken blijkt een prima alternatief voor directe deelname. Bovendien levert dit de kans op om de vertaling van de uitkomsten van de GO! methode in het gemeenteproces goed te blijven afstemmen.
  • Wees concreet over wat er met de uitkomsten wordt gedaan. Zorg dat het duidelijk en zichtbaar is dat de gemeente serieus aan de slag wil met de gezonde leefomgeving via de GO! methode. Naast toelichting vanuit de beleidsambtenaren, kunnen wethouders hierin ook een belangrijke rol spelen. De GO! methode sluit daarin zoveel mogelijk aan bij de gemeentelijke dynamiek (maatwerk).
  • Notuleer (en leer ook van) de groepsdynamiek. Naast notulen met de samenvatting van de inhoudelijke discussie, wordt er van elke bijeenkomst ook een observatieverslag van de groepsdynamiek gemaakt om het leerproces van de GO! methode in deze plattelandsgemeenschappen vast te leggen. (Opbrengst zijn onder meer de bovenstaande lessons learned).
Wat zijn de resultaten tot nu toe?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt
  • De regionale samenwerking tussen gemeenten, hogescholen, GGD’en en veiligheidsregio is versterkt op het thema gezonde leefomgeving. Een paar voorbeelden: GGD’en vervullen een spilfunctie richting gemeenten, drie hogescholen werken samen aan een curriculum voor onderzoeksopdrachten in het kader van de gezonde leefomgeving in het GO! Noord Nederland-project, op het gebied van data is contact gelegd met Data Fryslân en Geon/Gegevensknooppunt Groningen, en de Veiligheidsregio Groningen doet actief mee in het consortium.
  • De indicatorenset voor de dataroos van stedelijke gezonde leefomgeving van GO! Utrecht is doorontwikkeld naar de plattelandscontext, waarin o.a. identiteit, mobiliteit en sociale samenhang een andere rol spelen en waarin onderwerpen als voedselaanbod en klimaatverandering zijn toegevoegd. De indeling in verschillende domeinen van gezonde leefomgeving is op basis hiervan aangepast naar gezonde natuur/milieu, gezond gebouw/inrichting, gezonde voorzieningen, gezond contact.
  • Voor drie dorpen in de gemeente Westerkwartier (GR) zijn kansrijke en relevante thema’s per dorp uitgewerkt (door onvoldoende samenstelling van de stakeholdersgroep is besloten één dorp uit het onderzoek te halen). Bij elk thema in deze drie dorpen hebben experts maatregelensets geformuleerd (stap 3) van effectieve maatregelen die goed scoren op synergie tussen verschillende domeinen van gezonde leefomgeving. Deze maatregelsets worden voor de zomer (2020) aan de betrokken bewoners voorgelegd voor reflectie alvorens de gemeente een keuze maakt welke set als eerste zal worden uitgevoerd (en vervolgens gemonitord).
  • Voor de overige dorpen in Fryslân zijn de dorpsprofielen zo goed als gereed (stap 2), zodat na de zomer de bewonersbijeenkomsten kunnen worden gepland.
  • Update van de maatregelendatabase voor bewezen effectieve maatregelen om de leefomgeving gezonder te maken, met de constatering dat dit overzicht sterk gericht blijkt op de stedelijke context. Een aanvulling van maatregelen die beter passen bij de kansen en bedreigingen van de plattelandscontext is van belang.
  • Versterken blik binnen gemeente op integrale vraagstuk gezonde leefomgeving en op mogelijke databronnen op lokaal schaalniveau om een de analyse te verdiepen (betrokkenheid brede groep ambtenaren uit verschillende sectoren).
Wat zijn de beoogde resultaten?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De GO!-methode is een bestaande methode die ontwikkeld was voor stedelijke gebieden en nu toepasbaar wordt gemaakt voor kleine kernen op het platteland. Op basis van de inzichten in de tien kernen in de drie noordelijke provincies zal een GO! handboek worden gemaakt. Hierin zijn alle stappen van het proces en de benodigde netwerken en vaardigheden uitgewerkt, zodat gemeenten hiermee zelf aan de slag kunnen gaan. De statistische bronnen op laag schaalniveau die bij de indicatorenset in de dataroos horen, worden op toegankelijke wijze ontsloten (wellicht in een dashbord), evenals de maatregelendatabase.

Welke concrete producten heeft het project tot nu toe opgeleverd?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Projectgerelateerd

Programma Maak ruimte voor gezondheid

Wat zijn de effecten van de inrichting van de leefomgeving op gezondheid, duurzaam (on)gezond gedrag en deelname aan de samenleving? Zes consortia van partijen uit beleid, praktijk en uitvoering uit verschillende vakgebieden onderzoeken het in het programma Maak ruimte voor gezondheid.

Hoe stimuleer je het gebruik van erkende interventies en hoe bevorder je een brede lerende aanpak in gemeentelijke preventieprojecten? 6 lokale consortia zorgen voor kennis en inzicht voor preventief gemeentebeleid.

Naast de (tussentijdse) resultaten op het gebied van de inrichting van de leefomgeving, leest u in deze publicatie ook over preventief gemeentebeleid, ‘Wonen en leven in een gezonde wijk en omgeving’, sociaal economische gezondheidsverschillen, en leefomgeving en gezondheid.

Preventieonderzoek naar gezonde wijk en omgeving

Preventieonderzoek zorgt voor kennis over de gezonde wijk en omgeving. En dat deze zijn weg vindt in de praktijk, zodat alle burgers er wat aan hebben. Dit doen we samen met onderzoekers, beleidsmakers, onderwijsinstellingen, gemeenten en professionals en met burgers zelf.

Subsidieoproep ‘Gemeenten Samen Gezond’ nu open

Houdt u zich bezig met gezondheidsbevordering in een gemeente? Met de subsidieronde ‘Gemeenten Samen Gezond’ stimuleren we implementatietrajecten die beleid en uitvoering in de gemeenten versterken, gecombineerd met actieonderzoek. Dit gebeurt op basis van de behaalde kennisopbrengsten, waarover u leest in deze digitale publicatie. Deze (kennis)opbrengsten dienen als input en ter inspiratie voor de nu opengestelde subsidieoproep. Bekijk de publicatie om te zien hoe u gebruik kunt maken van de opbrengsten en waar u op kunt aansluiten.

Meer weten?

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website