Via de ‘Raad van 15’, een klankbordgroep van wethouders, betrekt het ZonMw-programma Gewoon Bijzonder gemeenten bij het programma en de projecten. De samenwerking zorgt ervoor dat gemeenten hun gehandicaptenbeleid beter vorm kunnen geven en uitvoeren. Met als doel dat inwoners met een beperking beter kunnen deelnemen aan de samenleving.

Klankbordgroep

Met de transitie in de zorg hebben gemeenten meer verantwoordelijkheden gekregen voor mensen met een beperking. Daarnaast doet het ‘VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap’ een beroep op gemeenten om maatschappelijke participatie van mensen met een beperking zo veel mogelijk te bevorderen. Met het VN-verdrag wordt gewerkt aan de inclusieve samenleving. Dat betekent dat niet per se aanpassingen voor mensen met een beperking nodig zijn, maar algemene aanpassingen, waardoor iedereen aan het maatschappelijke leven kan deelnemen. 

Gewoon Bijzonder heeft daarom een klankbordgroep ingericht van wethouders uit de kleinere Nederlandse gemeenten (tot 70.000 inwoners). Deze groep bestuurders kreeg de titel ‘Raad van 15’. De raad bevordert aansluiting van gemeenten bij het programma Gewoon Bijzonder om zo wensen en ideeën van gemeenten mee te kunnen nemen in het programma. Ook de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is nauw betrokken. 

Kennisvragen 

Het programma Gewoon Bijzonder wil bijeenkomsten met de Raad van 15 gebruiken om na te gaan welke kennisvragen gemeenten hebben over aspecten van zorgverlening aan en begeleiding van mensen met een verstandelijke beperking of niet-aangeboren hersenletsel. Verder wil Gewoon Bijzonder ideeën en plannen toetsen bij gemeenten, om zo het programma verder inhoudelijk vorm te geven. Ten slotte wil Gewoon Bijzonder gemeenten een platform bieden om met elkaar ervaringen uit te wisselen als het gaat om het vormgeven van hun gehandicaptenbeleid. 

Raad van 15 betrokken bij formulering subsidieoproepen

In 2017 is vanuit Gewoon Bijzonder, in samenspraak met de Raad van 15, een subsidieronde opengesteld om gemeenten te ondersteunen om samen met een universiteit of hogeschool kortdurend, praktijkgericht onderzoek te doen dat aansluit bij de gemeentelijke verantwoordelijkheid en praktijk. Het gaat om onderzoek dat bijdraagt aan betere herkenning van jongeren en jongvolwassenen met een licht verstandelijke beperking (LVB). Ook de zorg en ondersteuning voor deze groep staat centraal. 

Het landelijk en lokaal beleid in het sociaal domein gaan uit van eigen regie. Bij LVB’ers is het niet afdoende om uit te gaan van de eigen regie. Mensen die werkzaam zijn in het sociaal domein moeten zich ervan bewust worden dat ze te maken kunnen hebben met een LVB’er, zodat zij de zorg en ondersteuning, voorzieningen en regelingen krijgen die ze nodig hebben. Uiteindelijk streven is om LVB’ers, net zoals alle andere burgers, zoveel mogelijk te laten participeren in onze samenleving.

Lees meer over de subsidieronde praktijkgericht onderzoek voor gemeenten.

Samenwerking met ministerie van Justitie en Veiligheid

Ook is in 2017, na overleg met de Raad van 15 en in samenwerking met het ministerie van Justitie en Veiligheid, en het ZonMw Actieprogramma voor personen met verward gedrag, een subsidieronde opengesteld om gemeenten te ondersteunen bij het werken aan oplossingen rond problemen met LVB'ers. Deze groep, die soms ook verward gedrag vertoont, komt relatief vaak met justitie in aanraking. 

Lees meer hierover in het interview met Hasan Göleli van het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Innovatie door gedegen onderzoek is nodig

Gemeenten zijn over het algemeen niet snel geneigd om een onderzoekpartner te betrekken bij het beantwoorden van hun vragen, omdat het niet zo ‘wetenschappelijk’ hoeft. Ze geven aan meer te hebben aan ‘toegepaste’ kennis, zoals ervaringskennis en best practices. Wel zijn gemeenten het over eens dat innovatie nodig is en dat dit gepaard gaat met meer gedegen onderzoek. 

Tips voor gemeenten die onderzoek gaan doen

  • Zorg dat je mensen met een beperking al bij de start bij de onderzoeksactiviteiten betrekt. 
  • Betrek zo snel mogelijk alle partijen die gebruik gaan maken van de opbrengsten bij de uitvoering van het onderzoek. Zo creëer je draagvlak.
  • Maak gebruik van onderzoeksinstellingen die een nauwe band met onderwijs hebben. Dan worden de resultaten gebruikt in opleidingen.
  • Deel na afloop de onderzoeksresultaten met andere gemeenten en blijf onderzoek agenderen.

Gerelateerd

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website