Ouderen hebben steeds vaker inspraak bij projecten, ontwikkelingen en onderzoek dat over henzelf gaat. Dat is deels te danken aan het harde werk van de Raad van Ouderen, die in oktober een jaar bestaat. We blikken terug en kijken vooruit met Gonny de Vries-Kerckhaert, lid van het eerste uur, en Carlijn van Aalst, coördinator van de raad.

Het Nationaal Programma Ouderenzorg (NPO) vormde de basis voor de Raad van Ouderen. ZonMw startte in 2008 met dit programma om de zorg en ondersteuning voor kwetsbare ouderen te verbeteren. Eén van de belangrijkste inzichten van het NPO? De inbreng van ouderen zelf is cruciaal bij het verbeteren van de ouderenzorg. Dat bleek ook uit een tussentijdse analyse van het programma: er moest meer aandacht komen voor het welzijn en de stem van ouderen zelf. Zij kregen daarom een centrale plek in de regionale ouderennetwerken. Ook was er een landelijke ouderenafvaardiging.

'De inbreng van ouderen zelf is cruciaal bij het verbeteren van de ouderenzorg.'

Uiteindelijk hebben duizenden ouderen in acht regionale netwerken in Nederland meegedacht, meegepraat en meebeslist over ouderenzorgprojecten. Met als resultaat dat het aanbod van zorg en ondersteuning beter aansluit bij de wensen en behoeften. Ook de inhoudelijke focus van het NPO veranderde dankzij de inbreng van ouderen. Waar het in de beginjaren vooral over zorg ging, kwamen daar langzaam maar zeker ook domeinen als welzijn, wonen en samenleven bij. Kortom: alles wat belangrijk is om een goed leven te leiden als je ouder wordt.

Gevraagd en ongevraagd advies

Toen het NPO in 2016 stopte, ging BeterOud door met de beweging die in gang was gezet. ‘BeterOud is een consortium dat samen met ouderen, zorgprofessionals, zorgorganisaties en onderwijsinstellingen zichtbaar maakt wat we weten en op zoek gaat naar nieuwe oplossingen op het gebied van wonen, welzijn en zorg’, vertelt Carlijn van Aalst, coördinator van de Raad van Ouderen. ‘We merkten dat er behoefte was om de landelijke ouderenparticipatie, zoals deze vorm had gekregen in het NPO, voort te zetten. Ook bij de ouderen zelf was er veel energie om te blijven meedenken, meepraten en meebeslissen.’

twee vrouwen kijken elkaar aan terwijl ze aan tafel zitten
Carlijn van Aalst (links) en Gonny de Vries (rechts)

Twee jaar later diende zich een mooie kans aan. Een landelijk ouderenplatform paste namelijk perfect bij de doelstellingen van het Pact van de Ouderenzorg, dat in 2018 werd gesloten door Hugo de Jonge, minister van VWS. Het pact is een samenwerkingsverband waarin iedereen die voor en met ouderen werkt de krachten bundelt om eenzaamheid bij ouderen te signaleren en te doorbreken, goede zorg en ondersteuning thuis te organiseren en de kwaliteit van de verpleeghuiszorg te verbeteren. Het komt voort uit het manifest ‘Waardig Ouder Worden’, waarin staat:

“Wij geloven in een samenleving waarin ouderen zich gezien en gewaardeerd voelen. Een samenleving waarin zij goede zorg en liefdevolle aandacht krijgen, gewaardeerd worden om wie ze zijn en waarin zij kunnen blijven meedoen.”

Vooral dat laatste is een belangrijk uitgangspunt van zowel het pact als het ouderenplatform: niet praten over ouderen zonder ouderen. In oktober 2018 is het landelijke ouderenplatform, omgedoopt tot de Raad van Ouderen, officieel geïnstalleerd door minister De Jonge. De raad bestaat uit twintig ouderen uit alle geledingen van de maatschappij en geeft gevraagd én ongevraagd advies aan de minister.

Doorgeefluik

‘Wij praten niet voor onszelf, maar zijn een doorgeefluik voor heel veel ouderen in Nederland’, zegt Gonny de Vries (1937), oud-verpleegkundige en één van de vrijwillige leden van de Raad van Ouderen. Gonny weet waar ze het over heeft, omdat ze al sinds de start van het NPO in 2008 actief is in de ouderenparticipatie. En dat niet alleen: ze is buurtambassadeur, lid van verschillende ouderenpanels, ouderenplatforms en klankbordgroepen, bestuurslid en vrijwilliger bij de Zonnebloem en lid van verschillende commissies voor welzijn en zorg in West-Friesland.

In die hoedanigheid heeft ze dagelijks contact met heel veel ouderen in haar eigen regio. En dat geldt ook voor alle andere leden. ‘Ik ben al mijn hele leven bevlogen om de mensen die het minder hebben ondersteuning te geven. Als kind deed ik al boodschappen voor ouderen in de buurt’, zegt Gonny. ‘Ik vind het belangrijk om op te komen voor de belangen van kwetsbare ouderen die tussen wal en schip dreigen te vallen, maar dat zelf niet kunnen of durven aangeven.’ Carlijn vult aan: ‘Alle leden van de raad kunnen ervaringen van andere ouderen goed verwoorden en ook overzien wat het betekent om voor anderen te spreken. Bovendien weten zij dankzij hun contact met de enorme achterban heel goed wat er speelt.’

Dé oudere bestaat niet

De Raad van Ouderen adviseert alleen over thema’s die er écht toe doen in het leven van ouderen. ‘Denk bijvoorbeeld aan langer thuis blijven wonen, je veilig voelen met de enorme opkomst van ICT en je weg vinden in de wirwar van regels waar we soms mee te maken hebben’, legt Gonny uit. ‘Omdat dit voor iedereen anders is, gaan we met individuele ouderen in gesprek over wat zij nodig hebben om een goed leven te kunnen leiden. De oudere bestaat namelijk niet.’ Deze persoonlijke gesprekken, in combinatie met signalen uit de samenleving en allerlei (eigen) onderzoeken, vormen de basis voor de adviezen. Het eerste advies was input voor een campagne van het ministerie van VWS om de beeldvorming over ouder worden te verbeteren.

'De kracht van de raad is juist om aan het ministerie te laten zien dat sommige dingen anders worden ervaren door ouderen.’

Daarna volgde op verzoek van het ministerie een advies over keuze-informatie voor het verpleeghuis. Maar uit onderzoek van de raad zelf bleek dat bijna niemand ervaart te kunnen kiezen; ouderen moeten over het algemeen genoegen nemen met wat er beschikbaar is. Een andere keuze is er vaak ook niet. ‘Hoewel we wel advies gaven over de oorspronkelijke vraag, konden we deze signalen van onze achterban natuurlijk niet negeren. De kracht van de raad is juist om aan het ministerie te laten zien dat sommige dingen anders worden ervaren door ouderen’, legt Carlijn uit. Gonny voegt er nog aan toe dat dit vaak een eye-opener is. En het uiteindelijke advies over keuze-informatie voor het verpleeghuis? De raad pleit voor één landelijke website met goed gestructureerde informatie over de kwaliteit en kenmerken van alle verpleeghuizen in Nederland. En vooral zachte kenmerken, zoals je thuis kunnen voelen, zijn de elementen die er toe doen bij de ervaring van een verpleeghuis. Voor je een keuze maakt, moet je daarom een bezoek kunnen brengen aan een huis en kennis kunnen maken met elkaar.

Eenzaamheid en zingeving

Het meest recente advies gaf de raad over voorbereiden op ouder worden. Het advies in een notendop: de Raad van Ouderen vindt dat nadenken over wat we later willen onderdeel moet zijn van onze sociaal-culturele omgeving. Om dat te kunnen bereiken, is een brede maatschappelijk beweging nodig waarin niet alleen belangrijke rol is weggelegd voor ouderen zelf, maar ook voor overheden, maatschappelijke organisatie en private partijen. Ook is er een advies in de maak over eenzaamheid en zingeving. Een belangrijk thema, omdat bijna de helft van de ouderen zich eenzaam voelt. De raad brengt het advies in november uit, maar houdt de inhoud liever nog even voor zich.

Een klein tipje van de sluier dan? ‘Ik legde als buurtambassadeur honderdtachtig huisbezoeken af, waarin ik met ouderen sprak over wat ze in hun dagelijkse leven missen’, vertelt Gonny. ‘Ik heb veel schrijnende dingen gezien en gehoord. Veel ouderen missen zingeving in hun leven. “Ik zit hier maar, wat heb ik nog aan mijn leven?”, vragen sommige ouderen zich hardop af. Ik weet uit eigen ervaring dat je een buffer tegen eenzaamheid kunt opbouwen door maatschappelijk en sociaal actief te blijven’, aldus Gonny. ‘Ik vraag dan ook aan iedereen waarvoor zij graag hun bed uitkomen. Alleen al nadenken en praten over waar je blij van wordt doet veel mensen goed.’

Anders denken

De raad heeft de komende tijd dus genoeg te doen. Carlijn: ‘Het Pact van de Ouderenzorg loopt nog tot en met 2021, maar ik kan nu al wel zeggen dat we een club zijn met grote ambities. Bovendien is er een grote noodzaak en een sterke wil om de stem van ouderen een meer structurele plek te geven. Dat vraagt om meer capaciteit en daarover blijf ik graag in gesprek met het ministerie. Onze positie in het enorme krachtenveld van de ouderenzorg is nog niet vanzelfsprekend, maar de kleine stapjes die we zetten zijn erg hoopgevend. Vooral gezien de beperkte middelen die we tot onze beschikking hebben. We doen het voor mijn gevoel op de achterkant van een bierviltje.’

'Het is zó logisch dat het eigenlijk overal normaal zou moeten zijn.’

Gonny vindt dat overheden en instanties al goed op weg zijn met de omslag in het denken over ouder worden. Maar het kan natuurlijk altijd beter. ‘Het ministerie wil geen beleid maken zonder de inspraak van ouderen. Door te putten uit wat wij en onze achterban meemaken in ons eigen leven, komen wij met invalshoeken en ideeën waar zij zelf nooit opgekomen zouden zijn. Dat maakt dat het uiteindelijke beleid beter aansluit op wat er voor ouderen écht toe doet. Het is zó logisch dat het eigenlijk overal normaal zou moeten zijn’, aldus Gonny.

© ZonMw 2019

Tekst D-Taled, Dieuwke de Boer
Fotografie Sannaz Photography

Meer informatie

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website