Dat netwerkzorg juist voor kwetsbare ouderen belangrijk is, daarover is intussen iedereen het eens. De vraag is: hoe krijg je het van de grond? Tijdens een ZonMw-conferentie over dit thema worden voorbeelden uitgewisseld en lessen getrokken. Weg met de verborgen agenda’s: ‘Uiteindelijk gaat het om vertrouwen.’

Inhoud

Bestaande patronen doorbreken

Een betere afstemming tussen zorgverleners, dat is de insteek van deze eerste ZonMw-conferentie over netwerkzorg voor kwetsbare ouderen. Een thema waar toenemende belangstelling voor is.

‘We waren vooraf onzeker: leeft het al genoeg, lopen we niet teveel vooruit?’, vertelt dagvoorzitter Radjesh Manna, directeur programma’s ZonMw. ‘Daarom doet het me deugd dat de opkomst zo goed is.’ Uit een korte inventarisatie blijkt dat er vandaag professionals uit alle sectoren aanwezig zijn: onderzoekers, beleidsmedewerkers, gemeentebestuurders, zorgverzekeraars en zorgorganisaties. Ook mantelzorgers en ouderenvertegenwoordigers steken hun hand op. Het fenomeen netwerkzorg bestaat al langer, maar krijgt pas sinds kort de aandacht die het verdient, aldus Manna. Hoe maak je een succes van zorgnetwerken, is de vraag waar het vandaag over gaat. ‘Hoe kun je bestaande patronen en systemen doorbreken, zodat zorg meer naar de eigen leefomgeving van mensen gebracht wordt?’ 

‘Als gemeenten en zorgverzekeraars al een paar jaar nodig hebben om elkaar te vinden, hoe kunnen zij dan een brug slaan met de werkvloer?’

‘Ik heb het zorgnetwerk als los zand ervaren’

Minke Nieuwboer, Pieter de Boer, Jef Nijssen en Jo Robeerst

Tijdens een interview door Minke Nieuwboer met mantelzorgers Pieter de Boer en Jef Nijssen komt het perspectief van kwetsbare ouderen aan bod. Hoe ervaren mantelzorgers de zorg waarmee ze in aanraking zijn gekomen? ‘De zorg wordt nog te weinig op elkaar afgestemd.’ 

Meer dan 10 jaar lang verzorgde Pieter de Boer zijn jong dementerende vrouw. ‘We werden heel snel de zorgwereld ingezogen’, vertelt hij. ‘Wel driemaal per week moesten we naar een ziekenhuis of specialist voor een onderzoek. Op een gegeven moment heb ik gezegd: we stoppen ermee.’ Hij leerde dat alles begint met een goede omgang met dementie. ‘Daarna heb ik 10 jaar lang met veel plezier voor mijn vrouw kunnen zorgen.’ 

‘We kwamen er als zorgverleners achter dat we dezelfde problemen hadden’

Marcel Olde Rikkert, Tamara van de Griendt en Karin Koers

Binnen het project DementieNet werden de afgelopen 5 jaar 30 lokale zorgnetwerken opgezet. Belangrijkste advies van 2 netwerktrekkers uit Enschede-Glanerburg: ‘Kijk eerst wie er allemaal bij een cliënt betrokken is, en werk vanuit daar verder.’

DementieNet is een door het Radboudumc ontwikkeld project, waarmee verspreid over het land inmiddels 30 lokale zorgnetwerken zijn opgezet. Initiatiefnemer en hoogleraar geriatrie Marcel Olde Rikkert somt de positieve effecten op. ‘Door het verbinden van zorg ga je fragmentatie tegen en krijg je meer grip. De kwaliteit van leven en het werkplezier stijgen, terwijl de dubbele zorg en het aantal crises dalen.’ 

‘Als je het goed doet, is de burger de winnaar’

Mijke Buijs, Elise Hol, Ilse Duursma en Algreet Tamminga

In het project Menzis-GGD-Samen14 werken zorgverzekeraar Menzis en 14 Twentse gemeenten samen aan de verbetering van de zorg. Dat leverde projecten op waarbij de schotten tussen de financieringsvormen tijdelijk wegvallen, zodat het niet uitmaakt in welk domeinen zorg geleverd wordt. ‘Vertrouwen is het belangrijkst.’    

Mijke Buijs, strategisch programmamanager CZ, interviewt de deelnemers van het netwerk Samen14: ‘Een cliënt heeft geen boodschap aan de vraag uit welk potje zorg komt’, vertelt regiosecretaris Elise Hol. 

Ondersteuning voor lokale initiatieven

Yvette de Jong en Sandra Looren de Jong

Het ministerie van VWS financiert een aantal programma’s die netwerkzorg direct of indirect stimuleren, zoals de programma’s Langer thuis, Langdurige zorg en ondersteuning en De juiste zorg op de juiste plek. ‘Als ministerie van VWS willen we het veld graag stimuleren om dit soort netwerken van de grond te krijgen’, vertelt beleidsmedewerker Yvette de Jong. ‘Het belangrijkste doel van dit programma is dat ouderen met een goede kwaliteit van leven thuis kunnen wonen. Daarvoor is het nodig dat zorg, mantelzorg en wonen goed op elkaar zijn afgestemd. Dat klinkt logisch, maar dat is het vanuit het systeem helaas niet.’ 

‘Als zorgverleners kwamen we erachter dat we allemaal hetzelfde probleem hadden’

Gesprekstafels

Tafel 1, lokale netwerkzorg en leiderschapstraining, Minke Nieuwboer

‘Zorg dat ook ouderen een stem hebben’

‘Lokaal organiseren komt alleen van de grond als professionals hun leidende rol pakken. We kunnen verpleegkundigen, praktijkondersteuners en casemanagers vragen als trekkers, maar zij hebben wel coaching en training nodig om daarvoor toegerust te zijn. De groep was nieuwsgierig naar onze ervaringen. De discussie ging over de vraag: wie zou eigenlijk verantwoordelijk moeten zijn voor de ondersteuning van de netwerken? Daarbij werd gedacht aan organisaties voor wijkverpleging of huisartsenorganisaties. Iedereen in de groep vond dat het belangrijk is om professionals te helpen om een leidende rol te nemen in lokale netwerken.  

Daarnaast hebben onze ervaringen met DementieNet ingebracht over het borgen van lokale netwerken. Eén van onze aanbevelingen was: zorg dat ook ouderen een stem hebben. In de groep werd erop gewezen dat het daarbij wel om ouderen moet gaan die goed over hun ervaringen kunnen vertellen en affiniteit met het onderwerp hebben. Onze ervaring is dat door participatie van ouderen andere onderwerpen naar voren komen, zoals meer aandacht voor welzijnsaspecten. In een van de netwerken is bijvoorbeeld een lijst opgesteld met activiteiten die goed toegankelijk zijn voor mensen met dementie. Zorgprofessionals kennen de dagbesteding wel, maar er is meer.’

Tafel 2, kwaliteitsaspecten van netwerkzorg, Marieke Perry 

‘Misschien moet je voor iedere patiënt vooraf een uitkomstmaat bepalen’

‘Hoe overtuig je professionals van het nut van kwaliteitmeting? Blijf zo dicht mogelijk bij de praktijk, want als het doel abstract is, krijgt het geen prioriteit. De volgende vraag was hoe je de relevantie van je project aantoont. De indicatoren die we hebben, gaan over het proces. Maar meerwaarde aantonen op het niveau van de patiënt is ingewikkeld. Uitkomsten zoals kwaliteit van leven worden ook vaak beïnvloed doordat er een progressieve aandoening in het spel is, wat interpretatie lastig maakt. 

Een huisarts vertelde dat zij de netwerkzorg voor een bepaalde cliënt goed op orde heeft, met een zorgplan, een multidisciplinair overleg, advance care planning en een indicatie. Bij een crisis kan die cliënt zó in een verpleeghuis terecht. De vraag is hoe je dat in iets meetbaars vertaalt. Het moment van een crisisopname is geen goede indicator; die kan zich later voordoen, maar omdat de patiënt beter in beeld is, ook eerder. Je zou kunnen kijken of er kort voor de crisisopname contact geweest is met de huisarts, als teken van goede integrale zorg. Misschien moet je voor iedere patiënt vooraf zijn persoonlijke uitkomstmaat bepalen. Ook niet eenvoudig, maar het idee dat je bij zorg op maat ook op de uitkomsten op maat gaat meten, vind ik goed.’

Tafel 3, ambassadeurs voor het verbinden van zorg, welzijn en informele zorg, Marcel Olde Rikkert

‘Ga uit van de werkvloer’

‘We hebben het gehad over de complexiteit van zorg en ondersteuning bij kwetsbare ouderen, en hoe je dan toch mantelzorgers, zorgverleners en andere partners binnen een netwerk aan elkaar verbindt. En ook: hoe kunnen we kennis van die complexiteit benutten om netwerken beter te faciliteren? Bij netwerkzorg zijn veel mensen betrokken met onduidelijke verbintenissen en spelregels, die steeds veranderen. Maar ook bij de individuele cliënt kan er ongemerkt veel veranderen. Zo bespraken we een cliënt die ineens, nadat diens partner was overleden, in een actieve oudere veranderde. De zorg is geen lineair, voorspelbaar proces dat je kunt sturen. 

Ook praatten we over een aantal do’s en dont’s bij het opbouwen van een netwerk: je moet klein en lokaal beginnen, meegaan met de trends in de zorg en vooral niet top-down zijn. Ga uit van de werkvloer. In de huisartsenwereld wordt landelijk bijvoorbeeld terughoudend gedaan tegenover projecten rondom zorgnetwerken, om huisartsen niet te overvragen. Toch is in Eindhoven De Ondernemende Huisarts opgezet, met intussen 50 netwerken. Conclusie: je kunt beter kijken hoe kun je netwerken kunt faciliteren. Bijvoorbeeld met een instrumentarium om kennis te delen.’ 

Tafel 4, samenwerking tussen gemeenten, zorgverzekeraars en zorgaanbieders, Elise Hol en Mijke Buijs

‘Als de een aan een knop draait, voelt de ander dat’

Elise Hol: ‘We hebben goede voorbeelden van integrale en regionale samenwerking gedeeld. Mijke Buijs van CZ vertelde over zorgpadoptimalisatie. Vanuit het project Menzis-GGD-Samen14 hadden we het onder andere over observatiebedden in de acute zorg. Vooral in plattelandsgemeenten komt het voor dat ouderen zorg mijden, waardoor ze soms acuut moeten worden opgenomen. Vervolgens komen ze in een bed terecht met een verkeerde indicatie. In Twente willen we dat oplossen door ouderen op te nemen zonder stempel. Pas later wordt er gekeken uit welk potje de zorg komt. We hebben het ook gehad over de belangen van de verschillende partijen. We waren het erover eens dat er eerst vertrouwen moet zijn, en dat je daaraan jaren moet werken. Je hebt allebei belang bij samenwerking, want als de een aan een knop draait, voelt de ander dat’, aldus Hol.

‘Bestuurlijk commitment is nodig, maar ook de bereidheid over de grenzen van het eigen domein te kijken en met elkaar pragmatische oplossingen te vinden: dus op verschillende niveaus te interveniëren. Dat is ook het geval bij zorgpadoptimalisatie bij dementie. De clou is dit zorgpad vanuit het perspectief van de oudere en zijn naaste vorm te geven en daarbij op micro- meso- en macroniveau afspraken te maken, te evalueren en te verbeteren.’ vult Mijke Buijs aan.

Tafel 5, ondersteuning voor lokale initiatieven door ZonMw, Marjolein Scholten en Cule Cucic 

‘De groep was heel gemêleerd’

Marjolein Scholten: ‘We hebben verteld wat vanuit ZonMw de subsidiemogelijkheden en -voorwaarden zijn voor netwerkzorg. Dat zijn de programma’s Langdurige zorg en ondersteuning, De juiste zorg op de juiste plek en Memorabel. Vanuit dat laatste zijn er in de toekomst mogelijk weer nieuwe subsidiemogelijkheden. Ruwweg zijn er 2 groepen aanvragers: eentje die ziet: hé, er is een oproep en daar kan ik wel wat mee, laat ik een poging wagen. Of het is een initiatiefnemer die al heel lang met een project bezig is, maar die te weinig tijd of geld heeft om het van de grond te krijgen. Die tweede categorie hebben we het liefst, want dan weet je dat er goed over de inhoud is nagedacht. 

De groep was gemêleerd, met zorgprofessionals, gemeentebestuurders, beginnende en ervaren beleidsmedewerkers en jonge onderzoekers. Het leukst vond ik een mevrouw op leeftijd van de ouderenvereniging die niet bij een organisatie hoorde, maar die het liefst zelf met een groepje ouderen aan de slag wilde. Dat kan, als ze een aanvraag doet als deel van een breder netwerk. Dit soort bijeenkomsten zijn goed omdat je graag wil dat iedereen die voor deze subsidies in aanmerking komt, ervan weet. En om feedback te krijgen uit het veld.’

Subsidies

ZonMw-programma Juiste zorg op de juiste plek 

Voor (startende) samenwerkingsverbanden die integrale zorg regionaal willen organiseren:

ZonMw-programma Langdurige zorg en ondersteuning

Wat is er nodig om de kwaliteit van leven te verbeteren van mensen die langdurig afhankelijk zijn van zorg en ondersteuning? Doelstellingen zijn het ontwikkelen en verspreiden van wetenschappelijke kennis in de langdurige zorg en het faciliteren van lerende netwerken integrale zorg en ondersteuning rondom thuiswonende ouderen.

ZonMw-programma Memorabel 

Het onderzoeks- en innovatieprogramma Memorabel heeft als doel om de kwaliteit van leven van mensen met dementie te verbeteren. Thema’s: oorsprong dementie, diagnostiek, behandeling & preventie en doelmatige zorg en ondersteuning.

Lees meer over netwerkzorg

ZonMw stimuleert gezondheidsonderzoek en zorginnovatie. ZonMw financiert gezondheidsonderzoek en stimuleert het gebruik van de ontwikkelde kennis - om daarmee de zorg en gezondheid te verbeteren. ZonMw heeft als hoofdopdrachtgevers het ministerie van VWS en NWO.

Colofon Tekst Annette Wiesman, Fotografie Sannaz Photography

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website