Niet langer als ouder alleen een-op-een op gesprek bij het consultatiebureau, maar samen met andere ouders praten over ouderschap en het opvoeden van je kind. Dat is CenteringParenting, een methode die uit Amerika komt en inmiddels door steeds meer jgz-locaties wordt omarmd. Marlies Rijnders onderzoekt samen met Eline Vlasblom namens TNO de resultaten.

Sinds 2014 kunnen ouders bij steeds meer locaties voor jeugdgezondheidszorg (jgz) kiezen voor CenteringParenting (CPa). In plaats van de traditionele een-op-een contactmomenten bezoeken zij in het eerste jaar samen met andere ouders groepsbijeenkomsten van 2 uur, die worden begeleid door 2 professionals. ’Dat is een hele nieuwe manier van het verlenen van zorg’, meent Rijnders. ‘Het is nog minder top-down; in plaats van als professional het gesprek te bepalen, volg je de vragen van ouders. En je zorgt dat de kennis die ouders zelf al hebben, wordt gebruikt en gedeeld. De professionals veranderen zo van zender naar begeleider.’

portret marlies rijnders
‘De professionals veranderen zo van zender naar begeleider’

Veilig voelen

Een voorwaarde voor een succesvolle groep, waarin ouders open hun kennis en ervaringen uitwisselen, is dat die “veilig” moet voelen. ‘Dat is dan ook direct een belangrijke taak van de aanwezige zorgverleners’, beaamt Rijnders. ‘Ouders moeten het vertrouwen krijgen dat ze alles kunnen zeggen en vragen. De bedoeling is dat een groepsgevoel ontstaat. Daar is een deel van de activiteiten ook op gericht; het gaat niet alleen om kennisoverdracht.’ De groep blijft dan ook het hele eerste jaar bij elkaar. ‘We hopen dat de ouders elkaar daarna ook buiten de JGZ blijven zien. Community building is een belangrijk doel van CPa.’ De eigen kracht van ouders wordt hiermee vergroot, wat mooi aansluit bij de doelen van de Jeugdwet.

Voorlopige resultaten

Inmiddels heeft TNO een eerste evaluatie uitgevoerd onder 10 zorgverleners en 84 ouders die CPa hebben gevolgd. Die ging met name over de waardering, voor het meten van effecten was de onderzoeksgroep nog niet groot genoeg. De ouders zijn in het algemeen positief. Ze benoemen als voordeel dat zij hun ervaringen kunnen delen, veel informatie krijgen over gezond en veilig opgroeien en meer mensen leren kennen. Uit de analyse blijkt echter ook dat deze ouders zich minder competent voelen om op te voeden dan de controlegroep. Rijnders: ‘Dat is inderdaad een opvallend resultaat. We doen meer onderzoek om erachter te komen hoe dat komt. Het kan zijn dat ouders door erover te praten een realistischer beeld hebben van hun eigen ouderschap. Of ze geven minder “gewenste antwoorden” omdat ze in de groep al eerlijk zijn geweest.’ De verpleegkundigen en artsen zijn ook allemaal positief over CPa. Wel maken zij zich zorgen over de kosten. ‘Het klopt dat de eerste 2 jaar dat je CPa aanbiedt, duurder uitvallen. Maar als je 60 procent van de ouders in groepen ziet, wordt het waarschijnlijk goedkoper. Mét meer tevreden ouders.’

Aan de slag met CPa

Elke jgz-locatie kan besluiten om aan de slag te gaan met CPa. Ze krijgen dan een tweedaagse training en intervisie van de Stichting Centering Nederland. Rijnders ziet dat veel locaties moeite hebben om CPa op te zetten. ‘Professionals vinden het lastig om dit ingevoerd te krijgen. Je hebt sowieso een trekker nodig en commitment binnen de organisatie. Daarnaast zijn professionals gewend om voorlichting te geven, maar CPa vraagt er juist om dat minder te doen. Kennisoverdracht gebeurt hier veel meer vanuit de vraag van de klant. Dat is wennen. Maar gelukkig zijn er goede voorbeelden. In Amersfoort bijvoorbeeld loopt het als een tierelier. Zo ook in Oss. Het “probleem” zit ‘m ook niet in het model, maar in de randvoorwaarden voor implementatie.’ 

Belang van CPa

De komende jaren vervolgt Rijnders de ontwikkeling en uitrol van CPa, want ze is overtuigd van het belang ervan. En niet alleen voor “kwetsbare” ouders. Ze geeft het voorbeeld uit Amersfoort, waar een moeder tijdens de eerste bijeenkomst aangeeft dat het bij haar thuis allemaal niet zo lekker loopt: haar man kan er niet tegen dat hij 's nachts wakker wordt en slaapt al enige tijd in logeerkamer. De groep reageert begripvol. Een van de moeders zegt: “Jij woont toch vlak bij mij? Breng de kleine een avond bij mij, zodat jullie samen uit eten kunnen.” Rijnders: ‘Prachtig toch? Ik heb nog veel meer van zulke succesverhalen. Daarom hoop ik dat steeds meer jgz-locaties CPa gaan aanbieden.’

Ouderschap en opvoeding

Voor een optimale ontwikkeling en hechting van het kind is het welbevinden van de ouders een cruciale factor. Het welbevinden van de ouder gaat vooraf aan positieve aandacht voor het kind. Aandacht voor opvoeden is er volop, maar er is meer aandacht nodig voor ouderschap. Hierbij gaat het over hoe een vader of moeder zich als ouder voelt, de interactie tussen ouders en kind en tussen ouders onderling. Door ouders de ruimte te geven om in hun ouderschap te groeien en waar nodig hen hierin te ondersteunen, bevorderen we een positieve opvoeding. De JGZ draagt bij aan een krachtig ouderschap. Hierbij staat het perspectief van de ouder centraal. Lees ook het interview uit deze reeks met hoogleraar Hein Raat 'Kinderen hebben voordeel van ondersteuning ouderschap'.

Project CenteringParenting in het kort

Bij CenteringParenting (CPa) vervangen groepsbijeenkomsten de traditionele één-op-één contactmomenten bij de JGZ. Dat biedt ruimte en tijd om naast de fysieke gezondheid ook het psychosociaal welbevinden van kind en gezin te bespreken. JGZ-professionals ouders zijn enthousiast over de werkwijze. CPa blijkt kwetsbare ouders bereiken, zoals ouders met een niet-Nederlandse achtergrond en alleenstaanden. Er is vanuit het land veel interesse in de implementatie van CPa. De verwachting is dat CPa de eigen kracht van ouders versterkt. Dit nog lopende onderzoek hoopt dit aan te tonen door de verklarende kracht van kwalitatief onderzoek te combineren met de vergelijkende kracht van kwantitatief onderzoek.

Rol van ZonMw 

ZonMw investeert in onderzoek en ontwikkeling binnen de JGZ. We financieren de totstandkoming van interventies die de groei en ontwikkeling van kinderen veiligstellen. Om ouders te ondersteunen in hun ouderschap zijn verschillende vormen van begeleiding en opvoedondersteuning mogelijk. ZonMw zorgt ervoor dat verschillende vormen in het ondersteunen van het ouderschap onder de loep worden genomen om te kijken wat het meeste oplevert. Die bevindingen implementeren we, bijvoorbeeld door goede voorbeelden te verspreiden en door nieuwe inzichten in te brengen bij het ontwikkelen van richtlijnen voor de JGZ, zoals de richtlijn Relatie ouder/kind die in 2018 naar verwachting ontwikkeld wordt. Ook maakt ZonMw landelijke implementatie van richtlijnen mogelijk. Ga naar het projectenoverzicht 'Ouderschap en opvoeding'.

Samenwerking

ZonMw werkt voor de jeugdgezondheidszorg samen met talrijke organisaties, zoals het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid, het Nederlands Jeugdinstituut, beroepsverenigingen, brancheorganisaties, praktijkinstellingen, hogescholen, universiteiten en kennisinstituten zoals TNO en Trimbos instituut.

ZonMw-programma’s speciaal voor de JGZ

Er zijn 2 programma’s die zich specifiek op de JGZ richten. Het programma Richtlijnen Jeugdgezondheidszorg 2013-2018 (www.zonmw.nl/richtlijnenjgz) moet leiden tot verdere professionalisering en uniformering in de jeugdgezondheidszorg. Dit gebeurt door de ontwikkeling en herziening van richtlijnen, samenwerkingsrichtlijnen en producten die de invoering van richtlijnen ondersteunen. 

Het programma Versterking Uitvoeringspraktijk Jeugdgezondheidszorg 2015 – 2018 (www.zonmw.nl/versterkingjgz) richt zich op het verder onderbouwen en waar nodig doorontwikkelen van veelbelovende werkwijzen daar waar deze werkwijzen nog onvoldoende onderzocht zijn. Daarnaast richt het programma zich op innovatieve werkwijzen voor de JGZ die de positionering van de JGZ in het sociale domein betreffen. 

Tekst Leene Communicatie. Portret Sannaz Photography. Sfeerbeeld Studio Oostrum

Gerelateerde links

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website