Ouders en kinderen die naar Nederland gevlucht zijn, hebben meestal niet genoeg aan de standaardondersteuning van de Jeugdgezondheidszorg (JGZ). Bovendien heeft de JGZ deze doelgroep vaak niet goed of te laat in beeld. Binnen verschillende ZonMw-projecten wordt gezocht naar verbetermogelijkheden. Dr. Frouke Sondeijker en drs. Joke van Wieringen leiden 2 van die projecten.

‘Veel kinderen uit gevluchte gezinnen hebben een zorgachterstand en trauma’s door de situatie in hun thuisland’, weet Joke van Wieringen, adviseur/projectleider Gezondheid van kwetsbare kinderen bij Pharos. ‘Eenmaal in Nederland vinden ouders het lastig om hun weg te vinden in onze maatschappij en ons zorgsysteem.’ 

‘De JGZ heeft deze kwetsbare kinderen, die juist extra aandacht vragen, vaak niet goed in beeld’, vertelt Frouke Sondeijker, kinder- en jeugdpsycholoog en onderzoeker bij het Verwey-Jonker Instituut. ‘Hebben ze bij inschrijven bij een gemeente niet de leeftijd voor een standaardcontactmoment, dan kan het gebeuren dat de JGZ deze kinderen lange tijd niet ziet. Tegelijkertijd heeft de JGZ in de meeste gemeentes een strak takenpakket waarin weinig ruimte bestaat voor de extra aandacht die deze doelgroep nodig heeft om goed mee te kunnen doen in onze maatschappij.’  

JGZ, maar dan anders

Sondeijker analyseerde 3 JGZ-praktijken die financiering kregen van de gemeente voor betere ondersteuning. ‘In Tilburg zijn de jeugdverpleegkundige en jeugdarts actief in de schakelklas. GGD Midden-Nederland doet huisbezoeken bij alle statushouderskinderen tot 18 jaar. En in Almere gaat de JGZ op huisbezoek om vervolgens via het lokale team voor passende hulp te zorgen.’  

Van Wieringen onderzocht initiatieven waarbij andere organisaties in afstemming met de JGZ extra (opvoed)steun verzorgen. ‘In Amersfoort haalt een opvoedondersteuner van SOVEE, die de taal van het gezin spreekt, tijdens zes huisbezoeken de behoeftes van het gezin op. Hij of zij maakt de nieuwkomers wegwijs in voorzieningen voor kinderen. In Nijmegen organiseert Vluchtelingenwerk bijeenkomsten om opvoedkwesties te bespreken met nieuwkomersouders uit hetzelfde land, waarbij JGZ-professionals of het wijkteam zich komen voorstellen. En in Tilburg is er een-op-een begeleiding door Voorlichters Eigen Taal en Cultuur die uit dezelfde cultuur komen als de hulp vragende gezinnen.’ 
 

‘Het zou zó zonde zijn als alle kennis en ervaring onbenut blijft omdat deze innovatieve vormen van JGZ niet geborgd kunnen worden door een gebrek aan structurele financiering.’

Werkzame elementen

Zowel in het project van Van Wieringen als dat van Sondeijker zijn professionals, kinderen, ouders en betrokken partners zoals wijkteams bevraagd over de innovatieve vorm van hulp die ze krijgen of geven. Nagenoeg alle ondervraagden gaven aan positief te zijn, en de ouders bleken na de hulp beter hun weg te kunnen vinden in het zorg- en voorzieningensysteem. Wat zijn de werkzame elementen?

Sondeijker: ‘De taal spreken van het nieuwkomersgezin is belangrijk om hen goed te kunnen begeleiden. En professionals moeten de tijd krijgen om goede uitleg te geven en een vertrouwensband op te bouwen.’ ‘Ook is het belangrijk om outreachend te werken en snel na inschrijving in de gemeente contact te leggen’, roept Van Wieringen op. ‘Zorg voor persoonlijk contact en vermijd een teveel aan contactpersonen. Deel informatie in brokken, werk systeemgericht en zorg voor korte lijnen tussen de samenwerkingspartners. Kijk wat gezinnen écht nodig hebben en voorzie daarin, zonder krampachtig vast te houden aan protocollen.’ 

Doorzetten

Sondeijker benadrukt: ‘De professionals die bij deze projecten betrokken zijn, zijn extra opgeleid om deze hulp te kunnen bieden. Of ze zijn ervaringsdeskundigen. Het gaat echt om een specialistische, cultuursensitieve manier van werken.’ En juist daarom is het zo belangrijk om nu door te zetten, weet Sondeijker: ‘Het zou zó zonde zijn als alle kennis en ervaring onbenut blijft omdat deze innovatieve vormen van JGZ niet geborgd kunnen worden door een gebrek aan structurele financiering.’ 

Van Wieringen: ‘De urgentie om iets extra’s te doen, is hoog. Nog steeds komen er veel vluchtelingen naar Nederland, en het aantal gezinsherenigingen stijgt. We roepen gemeenten en JGZ op om te zoeken naar oplossingen om deze lijn te kunnen doorzetten. We willen dat álle kinderen in Nederland een gezonde start kunnen maken!’   
 

Zorg voor kinderen van asielzoekers en vluchtelingen

De JGZ is verantwoordelijk voor de preventieve zorg voor kinderen van asielzoekers en vluchtelingen. Ieder kind doorloopt diverse ontwikkelingsfasen naar de volwassenheid op het gebied van fijne en grove motoriek, groei, sociale vaardigheden, en spraak en taal. Risicofactoren en beschermende factoren beïnvloeden die ontwikkeling. Vluchtelingenkinderen hebben onder andere door hun vluchtverleden meer gezondheidsrisico’s dan kinderen van Nederlandse oorsprong. Zo is er bijvoorbeeld vaker sprake van psychosociale problemen en ongunstige voedingsgewoonten. De JGZ probeert deze kinderen zo snel mogelijk in beeld te hebben en zet in op preventie van gezondheidsproblemen. Hierdoor vervult zij een belangrijke rol in vroegsignalering van problemen, korte interventies en doorverwijzing. 
 

Rol van ZonMw

ZonMw investeert in onderzoek en ontwikkeling binnen de JGZ. Bijvoorbeeld door het financieren van onderzoek naar wat JGZ-professionals ondersteunt bij de zorg aan vluchtelingengezinnen. Zo wordt er momenteel onderzoek verricht naar het inzetten van CenteringParenting (CPa) binnen asielzoekerscentra (azc’s). Juist voor ouders in een azc lijkt CPa kansrijk, omdat het onder meer gericht is op sociale steun. Vluchtelingen ontbreekt het in een nieuw land vaak aan een sociaal netwerk. Door ontmoeting met andere ouders tijdens een groepsconsult kan hun sociale netwerk groeien. Een ander onderzoek richt zich op de ontwikkeling van een JGZ Toolbox waarmee de JGZ zo vroeg mogelijk kan signaleren of vluchtingenkinderen psychische problemen hebben en welke stappen ze kunnen ondernemen. Daarnaast lopen er diverse ZonMw-projecten gericht op het ondersteunen van de professional opdat zij optimale zorg kunnen bieden aan vluchtelingengezinnen. 
 

Samenwerking

ZonMw werkt voor de jeugdgezondheidszorg samen met talrijke organisaties, zoals het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid, het Nederlands Jeugdinstituut, beroepsverenigingen, brancheorganisaties, praktijkinstellingen, hogescholen, universiteiten en kennisinstituten zoals TNO en Trimbos instituut.

ZonMw-programma’s speciaal voor de JGZ

Er zijn 2 programma’s die zich specifiek op de JGZ richten. Het programma Richtlijnen Jeugdgezondheidszorg 2013-2018 (www.zonmw.nl/richtlijnenjgz) moet leiden tot verdere professionalisering en uniformering in de jeugdgezondheidszorg. Dit gebeurt door de ontwikkeling en herziening van richtlijnen, samenwerkingsrichtlijnen en producten die de invoering van richtlijnen ondersteunen. 

Het programma Versterking Uitvoeringspraktijk Jeugdgezondheidszorg 2015 – 2018 (www.zonmw.nl/versterkingjgz) richt zich op het verder onderbouwen en waar nodig doorontwikkelen van veelbelovende werkwijzen daar waar deze werkwijzen nog onvoldoende onderzocht zijn. Daarnaast richt het programma zich op innovatieve werkwijzen voor de JGZ die de positionering van de JGZ in het sociale domein betreffen. 

Tekst Leene Communicatie. Portret Martin de Bouter. Sfeerbeeld Studio Oostrum

Gerelateerde links

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website