Kinderen die met hun ouders naar Nederland zijn gevlucht, krijgen niet altijd de zorg die ze nodig hebben. Veel ouders hebben een zeer beperkt netwerk, weten niet bij welke zorginstellingen ze terecht kunnen en vinden het lastig om hulp te vragen bij de zorg voor hun kinderen. De JGZ biedt onmisbare psychosociale ondersteuning.

‘Als JGZ-professional moet je je heel goed realiseren dat gevluchte kinderen en hun ouders kwetsbaar zijn.’
portret Ingrid Brokx

Zorg voor kinderen van asielzoekers en vluchtelingen

De JGZ is verantwoordelijk voor de preventieve zorg voor kinderen van asielzoekers en vluchtelingen. Ieder kind doorloopt diverse ontwikkelingsfasen naar de volwassenheid op het gebied van fijne en grove motoriek, groei, sociale vaardigheden, en spraak en taal. Risicofactoren en beschermende factoren beïnvloeden die ontwikkeling. Vluchtelingenkinderen hebben onder andere door hun vluchtverleden meer gezondheidsrisico’s dan kinderen van Nederlandse oorsprong. Zo is er bijvoorbeeld vaker sprake van psychosociale problemen en ongunstige voedingsgewoonten. De JGZ probeert deze kinderen zo snel mogelijk in beeld te hebben en zet in op preventie van gezondheidsproblemen. Hierdoor vervult zij een belangrijke rol in vroegsignalering van problemen, korte interventies en doorverwijzing. 
 

Samenwerking

ZonMw werkt voor de jeugdgezondheidszorg samen met talrijke organisaties, zoals het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid, het Nederlands Jeugdinstituut, beroepsverenigingen, brancheorganisaties, praktijkinstellingen, hogescholen, universiteiten en kennisinstituten zoals TNO en Trimbos instituut.

ZonMw-programma’s speciaal voor de JGZ

Er zijn 2 programma’s die zich specifiek op de JGZ richten. Het programma Richtlijnen Jeugdgezondheidszorg 2013-2018 (www.zonmw.nl/richtlijnenjgz) moet leiden tot verdere professionalisering en uniformering in de jeugdgezondheidszorg. Dit gebeurt door de ontwikkeling en herziening van richtlijnen, samenwerkingsrichtlijnen en producten die de invoering van richtlijnen ondersteunen. 

Het programma Versterking Uitvoeringspraktijk Jeugdgezondheidszorg 2015 – 2018 (www.zonmw.nl/versterkingjgz) richt zich op het verder onderbouwen en waar nodig doorontwikkelen van veelbelovende werkwijzen daar waar deze werkwijzen nog onvoldoende onderzocht zijn. Daarnaast richt het programma zich op innovatieve werkwijzen voor de JGZ die de positionering van de JGZ in het sociale domein betreffen. 

Rol van ZonMw

ZonMw investeert in onderzoek en ontwikkeling binnen de JGZ. Bijvoorbeeld door het financieren van onderzoek naar wat JGZ-professionals ondersteunt bij de zorg aan vluchtelingengezinnen. Zo wordt er momenteel onderzoek verricht naar het inzetten van CenteringParenting (CPa) binnen asielzoekerscentra (azc’s). Juist voor ouders in een azc lijkt CPa kansrijk, omdat het onder meer gericht is op sociale steun. Vluchtelingen ontbreekt het in een nieuw land vaak aan een sociaal netwerk. Door ontmoeting met andere ouders tijdens een groepsconsult kan hun sociale netwerk groeien. Een ander onderzoek richt zich op de ontwikkeling van een JGZ Toolbox waarmee de JGZ zo vroeg mogelijk kan signaleren of vluchtingenkinderen psychische problemen hebben en welke stappen ze kunnen ondernemen. Daarnaast lopen er diverse ZonMw-projecten gericht op het ondersteunen van de professional opdat zij optimale zorg kunnen bieden aan vluchtelingengezinnen. 
 

‘Verhuizen vluchtelingen van het asielzoekerscentrum naar een huis, dan is dat natuurlijk heel fijn. Maar het betekent ook dat het echte leven gaat beginnen. En dat niet langer alle loketten en hulpverleners in één gebouw rondlopen.’ Aan het woord is verpleegkundig specialist Ingrid Brokx. Ze werkt al jaren voor de JGZ voor 0 tot 4-jarigen in Almere, in een wijk met een grote diversiteit aan culturen. Een aantal jaar heeft ze haar werk gecombineerd met werk in het asielzoekerscentrum in Almere. 

Veel contact tussen gezin en JGZ

‘Als JGZ krijgen we een melding voor ieder kind dat nieuw ingeschreven wordt in onze gemeente’, vertelt Brokx. ‘Zie ik een buitenlandse naam staan, dan ga ik altijd even snel langs bij het gezin om kennis te maken. Vaak kan ik dan al helpen door te vertellen waar huisarts, apotheek en buurthuis te vinden zijn. En dat je in Nederland na 17.00 uur de spoedeisende hulp moet bellen.’

De hulp van de JGZ gaat verder dan het verstrekken van praktische informatie: ‘Als JGZ-professional moet je je heel goed realiseren dat gevluchte kinderen en hun ouders kwetsbaar zijn. Ze hebben veel meegemaakt en alles is nieuw voor ze. Ik nodig deze gezinnen vaker uit op het consultatiebureau en ga zo nodig extra bij hen langs. Zo hoop ik een vertrouwensband op te bouwen, waardoor ze met me durven te praten over waar ze tegenaanlopen.’ 

Cultuursensitief werken is erg belangrijk volgens Brokx. ‘Aan een Eritrese vrouw hoef je niet te vragen hoe ze het vindt om moeder te zijn. Voor haar is dat vanzelfsprekend: je bent een vrouw en dus word je moeder. Ze heeft er veel meer aan als je haar helpt vriendschappen te sluiten met andere ouders. Ook probeer ik zo direct en helder mogelijk te communiceren. Ik vraag of het goed gaat met haar, niet of ze tevreden is. Ook vraag ik regelmatig naar haar familie; ik weet dat ze familiecontacten vaak mist. Én ik benoem vooral ook wat er goed gaat met het kind en geef haar complimenten over haar ouderschap. Daar geniet ze zichtbaar van.’ 
 

Samenwerking met partners

Brokx houdt de lijntjes kort met onder andere peuteractiviteiten en peuterspeelzalen. Dit om de families zo goed mogelijk te laten integreren. Daarnaast werkt ze samen met wijkteams: ‘Dat helpt om de gezinnen snel de hulp te kunnen bieden die ze nodig hebben.’ Ook contact met de huisarts en de praktijkondersteuner voor geestelijke gezondheidszorg is cruciaal, voor goede controles en doorverwijzing naar specialisten, maar ook om ervoor te zorgen dat alle zorgverleners weten wat er speelt binnen een gezin. 

Meer contact, tolken op maat en groepsconsulten

Wat de JGZ kan doen om ouders en kinderen nog beter te helpen? ‘Psychische klachten – van zowel ouders als kinderen – worden nu soms nog niet gezien. Dat geldt ook voor ouderschapsonzekerheid. Jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen moeten deze gezinnen vaker zien en bij enig signaal eropaf gaan. Zo leren ze de gezinnen kennen en krijgen ze een goed beeld van hoe het écht gaat. Ook zouden er meer tolken met medische, psychosociale en pedagogische kennis moeten komen. Wiens inzet niet wordt belemmerd door bijvoorbeeld slechte bekostiging.’ 

CenteringParenting, waarmee verschillende JGZ-organisaties experimenteren, is volgens Brokx een veelbelovende methode. ‘Je zet ouders uit vluchtelinggezinnen bij elkaar voor een groepsconsult. De ouders begrijpen elkaar en kunnen op een laagdrempelige manier hun uitdagingen bespreken onder begeleiding van een professional. Plus: de ouders bouwen meteen een netwerk op. Ik hoop dat we uiteindelijk geïntegreerde groepen van CenteringParenting kunnen opzetten.’

Tekst Leene Communicatie. Portret Martin de Bouter. Sfeerbeeld Studio Oostrum

Gerelateerde links

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website