Jongeren vroegtijdig helpen met hun mentale problemen, voorkomt heftiger problematiek op latere leeftijd. Klachten en stoornissen kunnen worden voorkomen als hulpverleners in actie komen bij of vóór de eerste signalen. De JGZ is onmisbaar voor deze vroegsignalering en ondersteuning, vertelt prof. dr. Marloes Kleinjan.

‘Het is lastig om harde uitspraken te doen over hoe het gaat met onze jeugd’, vertelt Marloes Kleinjan, hoogleraar Youth Mental Health Promotion aan de Universiteit Utrecht en programmahoofd Epidemiologie bij het Trimbos-instituut. ‘Er worden veel verschillende onderzoeken naar gedaan; sterke, overkoepelende conclusies trekken uit de versnipperde cijfers, is moeilijk.’ Toch komt er wel een bepaald beeld naar voren. ‘Vergelijk je de levenstevredenheid van Nederlandse jongeren met die van jongeren in andere landen, dan valt te concluderen dat het goed gaat met de jeugd in ons land. Tegelijkertijd laten onderzoeken zien dat vandaag de dag iets meer jongeren als psychisch ongezond worden geclassificeerd dan 10 jaar geleden. Bovendien merken professionals uit het onderwijs en de gezondheidszorg dat jongeren onder druk staan, met mogelijk mentale problemen tot gevolg.’ 

‘De JGZ heeft een sleutelrol in de preventie en vroegsignalering van mentale problemen; de helft van de psychologische problemen ontstaat vóór het 14e levensjaar.’

JGZ signaleert vroeg

De signalerende rol van professionals is ontzettend belangrijk, weet Kleinjan. ‘Voorkomen is beter dan genezen’, benadrukt ze. ‘De JGZ heeft een sleutelrol als het gaat om vroegsignalering en preventie van psychische problemen bij jongeren. Ongeveer 75% van de psychische problemen ontstaat voor het 24e levensjaar en 50% zelfs vóór het 14e levensjaar. JGZ-artsen en -verpleegkundigen spreken ieder kind en kunnen dus al vroeg merken dat een kind niet lekker in z’n vel zit of een moeilijke thuissituatie heeft. Dat begint al op het consultatiebureau en eindigt met de contactmomenten op de middelbare school. De JGZ-professional is erop getraind goed te luisteren naar de kinderen, de kleinste signalen op te pikken en ondersteuning te bieden of door te verwijzen.’

Een belangrijk aandachtspunt voor de JGZ is volgens Kleinjan de verbinding met de GGZ. ‘Dit zijn soms nog voor een groot deel verschillende werelden, terwijl het voor goede ondersteuning belangrijk is om van elkaar te weten wie wat doet en wat de achtergrond is van een cliënt.’   

Investeren in preventie en voorlichting

‘We steken veel energie en geld in de zorg voor jongeren met mentale problemen’, constateert Kleinjan. ‘Dat is natuurlijk heel goed. Maar ik vind het ook jammer om te zien dat de focus hier zo op ligt.’ Volgens Kleinjan kan veel ellende voorkomen worden door de aandacht te verschuiven naar voorkomen en voorlichten. ‘Laten we meer investeren in onderzoek naar hoe het gaat met onze jeugd, zodat we hen passende ondersteuning kunnen bieden. En laten we als professionals slim samenwerken om jongeren al te kunnen helpen vóórdat ze in diepe problemen komen. Met initiatieven zoals JouwGGD.nl en Rondom Jong bijvoorbeeld. Of een extra contactmoment en ondersteunende toolkit voor docenten om jongeren met psychische problemen te begeleiden bij het volhouden van hun studie, zoals in het project Naar inclusief voortgezet onderwijs.’
 

JGZ en jongeren

Gemiddeld scoort de Nederlandse jeugd hoog op levenstevredenheid en geluk. Toch is volgens het CBS de psychische ongezondheid van jongeren de afgelopen 10 jaar licht gestegen van 7% naar 8%. Ook zijn er eerste resultaten dat de ervaren stress en prestatiedruk bij jongeren toeneemt. De JGZ-professionals kijken naar de lichamelijke, psychische en sociale ontwikkeling van jongeren en hebben oog voor hun ontwikkelbehoeften. Zij vervullen daarmee een belangrijke rol in vroegsignalering van onder andere mentale problemen en kunnen jongeren daardoor zo snel mogelijk de aandacht en ondersteuning bieden die ze nodig hebben. Vanaf 2014 is er landelijk een extra contactmoment ingevoerd voor 15- en 16-jarigen. Op basis van het contactmoment krijgen jongeren advies op maat en/of worden ze doorverwezen naar hulp, betrouwbare websites en apps voor meer informatie. 
 

Rol van ZonMw

ZonMw investeert in onderzoek en ontwikkeling binnen de JGZ. Onder andere door het financieren van onderzoek naar de wijze waarop de JGZ het beste kan bijdragen aan de gezondheid van kinderen en jongeren op scholen, zoals onderzoek naar de inzet van de JGZ bij het terugdringen van ziekteverzuim en schooluitval. Een ander voorbeeld is een evaluatieonderzoek naar het extra contactmoment voor adolescenten. Ook de door ZonMw gefinancierde richtlijnen geven JGZ-professionals handvatten om mentale problemen vroegtijdig te signaleren en bij te dragen aan een veilige en gezonde ontwikkeling van jeugdigen.  Bekijk hier het projectenoverzicht Jongeren.

Samenwerking

ZonMw werkt voor de jeugdgezondheidszorg samen met talrijke organisaties, zoals het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid, het Nederlands Jeugdinstituut, beroepsverenigingen, brancheorganisaties, praktijkinstellingen, hogescholen, universiteiten en kennisinstituten zoals TNO en Trimbos instituut.

ZonMw-programma’s speciaal voor de JGZ

Er zijn 2 programma’s die zich specifiek op de JGZ richten. Het programma Richtlijnen Jeugdgezondheidszorg 2013-2018 (www.zonmw.nl/richtlijnenjgz) moet leiden tot verdere professionalisering en uniformering in de jeugdgezondheidszorg. Dit gebeurt door de ontwikkeling en herziening van richtlijnen, samenwerkingsrichtlijnen en producten die de invoering van richtlijnen ondersteunen. 

Het programma Versterking Uitvoeringspraktijk Jeugdgezondheidszorg 2015 – 2018 (www.zonmw.nl/versterkingjgz) richt zich op het verder onderbouwen en waar nodig doorontwikkelen van veelbelovende werkwijzen daar waar deze werkwijzen nog onvoldoende onderzocht zijn. Daarnaast richt het programma zich op innovatieve werkwijzen voor de JGZ die de positionering van de JGZ in het sociale domein betreffen. 

Decentralisatie jeugdhulp en de JGZ

Door de Jeugdwet (2015) zijn gemeenten bestuurlijk en financieel verantwoordelijk geworden voor alle jeugdhulp. JGZ viel al onder de verantwoordelijkheid van gemeenten, maar zij heeft dus te maken met een veranderd jeugddomein, omdat op diverse plekken in het land gewerkt wordt aan een verschuiving van taken en er gewerkt wordt vanuit wijkteams waarin meerdere beroepsgroepen vertegenwoordigd zijn. De veranderingen in het jeugddomein doen een beroep op het innovatieve vermogen van de JGZ. Samenwerking met andere partijen in het sociale domein is van belang. Met haar sociaal-medische expertise kan de JGZ bijdragen aan de transformatiedoelen, die onder andere zijn om eerder de juiste hulp op maat te bieden om dure gespecialiseerde hulp te verminderen, en te demedicaliseren en normaliseren door bijvoorbeeld het opvoedkundig klimaat te versterken in gezinnen, wijken, scholen en in voorzieningen als kinderopvang en peuterspeelzalen.

Tekst Leene Communicatie. Portret Martin de Bouter. Sfeerbeeld Studio Oostrum

Gerelateerde links

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website