In de Gooi en Vechtstreek bestaat sinds een aantal jaar het Consultatie en Adviesteam (CenA team). 'We denken mee vanuit onze expertise en nemen een deel van de vraagverheldering over', vertelt Ching Ching Tang, een van de jeugdartsen uit het team.

De transitie van de jeugdhulp in 2015 maakte dat gemeenten de verantwoordelijkheid kregen voor signalering en behandeling van mentale problemen bij haar jonge inwoners. De focus kwam te liggen op preventie, vroegtijdige ondersteuning en betere samenwerking tussen professionals. Die focus vertaalden gemeenten en regio’s op verschillende manieren naar de praktijk. Zo hebben 7 gemeenten in de Gooi en Vechtstreek een CenA team opgericht: een team van experts, bestaande uit jeugdartsen, een orthopedagoog en een GZ-psycholoog, dat huisartsen ondersteunt met consultatie en advies. 

Lichte hulp waar mogelijk, zwaardere hulp waar nodig

'Als ouders bij de huisarts komen voor psychosociale problemen van hun kind, heeft de huisarts niet altijd voldoende tijd of kennis om de meest passende zorg te indiceren', vertelt Tang. 'Het CenA team helpt de huisarts daarbij en kan bij leeftijdsgebonden of lichte klachten zelf adviezen geven of verwijzen naar vrij toegankelijke hulp zoals de JGZ. Dit laatste bijvoorbeeld bij omgaan met boosheid, angsten, slaapproblemen en opvoedproblemen. Bij vermoedens van psychiatrische stoornissen of ernstige gezinsproblemen wordt verwezen naar GGZ of Jeugdhulp.'

Het CenA team helpt om zo vroeg mogelijk te signaleren en laagdrempelig en passend te behandelen. Elk teamlid neemt zijn eigen specialisatie mee. De jeugdarts zijn sociaal-medische expertise en kennis over de ontwikkeling van het kind en de psycholoog en orthopedagoog hun kennis over psychosociale en psychiatrische problemen. 'Zo hebben wij een brede blik op mentale problemen bij jonge mensen', weet Mona Habibuw, die ook als jeugdarts in het team zit. 'Door het team in te schakelen, benutten huisartsen onze expertise.'

’Om goede zorg aan kinderen en jongeren te kunnen bieden, moet je oog hebben voor verschillende dimensies van een probleem.’

Sparren

Habibuw schetst: 'Een huisarts kreeg onlangs een meisje op spreekuur wiens ouders vermoedden dat zij ADD had. De huisarts legde ons deze casus voor met de vraag of diagnostiek nodig was. Uit contact met de school bleek dat het meisje al extra begeleiding kreeg en dat er verbetering was. Met de ouders hebben we de voor- en nadelen van diagnostiek besproken en we hebben geadviseerd om vooral in te blijven zetten op goede begeleiding vanuit school.' In dit geval was verdere actie dus niet nodig, zoals dit bij andere casussen soms wel het geval is. 'Onze teamleden kunnen op korte termijn zorg bieden', aldus Tang. 

'Soms sparren we direct met de huisarts, omdat we toevallig die dag op locatie werken', vertelt Tang. 'Maar we hebben ook veel contact op afstand.' Daarnaast ondersteunt het team de jeugdconsulenten van de gemeenten door eens in de 1 of 2 weken met hen casuïstiek te bespreken. 

Netwerkgeneeskunde

Het team was in eerste instantie in 2014 opgericht als pilot. Maar een evaluatie toonde grote meerwaarde aan en de geluiden uit de praktijk waren louter positief. Daarom bestaat inmiddels een vast team met eigen budget. 'We beantwoorden aan de vraag', merkt Tang. 'De huisartsen blijven ons inschakelen en geven aan dat ze het prettig vinden om te sparren.' Habibuw spreekt van een mooie manier van netwerkgeneeskunde: 'We willen huisartsen, gemeenten, JGZ en GGZ met elkaar verbinden. Om goede zorg aan kinderen en jongeren te kunnen bieden, moet je oog hebben voor verschillende dimensies van een probleem.'

Flexibel team

Een belangrijk kenmerk van het team vindt Tang dat het erg mobiel en flexibel werkt. 'We werken op locatie bij huisartsen en spreken op wisselende locaties af met ouders en zorgprofessionals.' Het team is daarnaast alert op tendensen. Habibuw: 'Zien we dat er veel sprake is van bepaalde problematiek, bijvoorbeeld van faalangst of suïcidale gedachten, dan gaan we hierover in gesprek met het veld. Het is belangrijk dat zorgprofessionals slim samenwerken, elkaars kennis en kunde blijven benutten en alert blijven op mogelijkheden om zorg voor jongeren met mentale problemen te verbeteren.'

JGZ en jongeren

Gemiddeld scoort de Nederlandse jeugd hoog op levenstevredenheid en geluk. Toch is volgens het CBS de psychische ongezondheid van jongeren de afgelopen 10 jaar licht gestegen van 7% naar 8%. Ook zijn er eerste resultaten dat de ervaren stress en prestatiedruk bij jongeren toeneemt. De JGZ-professionals kijken naar de lichamelijke, psychische en sociale ontwikkeling van jongeren en hebben oog voor hun ontwikkelbehoeften. Zij vervullen daarmee een belangrijke rol in vroegsignalering van onder andere mentale problemen en kunnen jongeren daardoor zo snel mogelijk de aandacht en ondersteuning bieden die ze nodig hebben. Vanaf 2014 is er landelijk een extra contactmoment ingevoerd voor 15- en 16-jarigen. Op basis van het contactmoment krijgen jongeren advies op maat en/of worden ze doorverwezen naar hulp, betrouwbare websites en apps voor meer informatie. 

Rol van ZonMw

ZonMw investeert in onderzoek en ontwikkeling binnen de JGZ. Onder andere door het financieren van onderzoek naar de wijze waarop de JGZ het beste kan bijdragen aan de gezondheid van kinderen en jongeren op scholen, zoals onderzoek naar de inzet van de JGZ bij het terugdringen van ziekteverzuim en schooluitval. Een ander voorbeeld is een evaluatieonderzoek naar het extra contactmoment voor adolescenten. Ook de door ZonMw gefinancierde richtlijnen geven JGZ-professionals handvatten om mentale problemen vroegtijdig te signaleren en bij te dragen aan een veilige en gezonde ontwikkeling van jeugdigen.  Bekijk hier het projectenoverzicht Jongeren.

Samenwerking

ZonMw werkt voor de jeugdgezondheidszorg samen met talrijke organisaties, zoals het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid, het Nederlands Jeugdinstituut, beroepsverenigingen, brancheorganisaties, praktijkinstellingen, hogescholen, universiteiten en kennisinstituten zoals TNO en Trimbos instituut.

ZonMw-programma’s speciaal voor de JGZ

Er zijn 2 programma’s die zich specifiek op de JGZ richten. Het programma Richtlijnen Jeugdgezondheidszorg 2013-2018 (www.zonmw.nl/richtlijnenjgz) moet leiden tot verdere professionalisering en uniformering in de jeugdgezondheidszorg. Dit gebeurt door de ontwikkeling en herziening van richtlijnen, samenwerkingsrichtlijnen en producten die de invoering van richtlijnen ondersteunen. 

Het programma Versterking Uitvoeringspraktijk Jeugdgezondheidszorg 2015 – 2018 (www.zonmw.nl/versterkingjgz) richt zich op het verder onderbouwen en waar nodig doorontwikkelen van veelbelovende werkwijzen daar waar deze werkwijzen nog onvoldoende onderzocht zijn. Daarnaast richt het programma zich op innovatieve werkwijzen voor de JGZ die de positionering van de JGZ in het sociale domein betreffen. 

Decentralisatie jeugdhulp en de JGZ

Door de Jeugdwet (2015) zijn gemeenten bestuurlijk en financieel verantwoordelijk geworden voor alle jeugdhulp. JGZ viel al onder de verantwoordelijkheid van gemeenten, maar zij heeft dus te maken met een veranderd jeugddomein, omdat op diverse plekken in het land gewerkt wordt aan een verschuiving van taken en er gewerkt wordt vanuit wijkteams waarin meerdere beroepsgroepen vertegenwoordigd zijn. De veranderingen in het jeugddomein doen een beroep op het innovatieve vermogen van de JGZ. Samenwerking met andere partijen in het sociale domein is van belang. Met haar sociaal-medische expertise kan de JGZ bijdragen aan de transformatiedoelen, die onder andere zijn om eerder de juiste hulp op maat te bieden om dure gespecialiseerde hulp te verminderen, en te demedicaliseren en normaliseren door bijvoorbeeld het opvoedkundig klimaat te versterken in gezinnen, wijken, scholen en in voorzieningen als kinderopvang en peuterspeelzalen.

Tekst Leene Communicatie. Portret Martin de Bouter. Sfeerbeeld Studio Oostrum

Gerelateerde links

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website