Ruim honderd gemeenten maken momenteel gebruik van VoorZorg, een preventief zorgprogramma voor kwetsbare (aanstaande) moeders. De VoorZorg-verpleegkundigen begeleiden deze vrouwen op tal van vlakken vanaf de zwangerschap totdat het kind 2 jaar is. “Dankzij deze unieke, integrale aanpak kan VoorZorg als voorbeeld dienen om de JGZ en jeugdhulp naar een hoger plan te tillen.” Dat stellen Mariëtte Hoogsteder, coördinator Academische Werkplaats Jeugd en Gezondheid van Amsterdam UMC, en Silvia van den Heijkant, jeugdarts bij GGD Amsterdam en projectleider VoorZorg bij de Academische Werkplaats.

VoorZorg heeft als doel het voorkomen van kindermishandeling en het bevorderen van een betere gezondheid en ontwikkeling van kinderen vanaf de zwangerschap.
'VoorZorg richt zich op de meest kwetsbare moeders; vaak alleenstaand, laag opgeleid, jong en ongepland zwanger', vertelt Hoogsteder. 'De verpleegkundigen bouwen echt een band op met deze vrouwen, waardoor de preventieve zorg heel effectief is. Ze ondersteunen en begeleiden hen niet alleen bij gezondheidskwesties zoals borstvoeding en stoppen met roken, maar ook bij toeleiding naar school, werk en wonen. De aanpak van VoorZorg is dus bij uitstek integraal.' 
 

Cliënt centraal

Nadat onderzoek de effectiviteit van VoorZorg heeft vastgesteld, is het programma sinds 2015 landelijk beschikbaar. Volgens Hoogsteder en Van den Heijkant loopt de aanpak van VoorZorg voor op de doelstelling van de huidige Jeugdwet. Deze wet heeft als belangrijk uitgangspunt dat gemeenten werk maken van een preventieve en integrale zorgaanpak. Van den Heijkant: 'Hulp is vaak erg gefragmenteerd, maar de VoorZorg-verpleegkundige zoekt samen de cliënt de best passende oplossingen. De cliënt staat daadwerkelijk centraal. Deze integrale manier van werken zou bijvoorbeeld door een wijkteam ook goed gebruikt kunnen worden voor een bredere kwetsbare doelgroep.'
 

'Wij denken dat gemeenten voor de invulling van hun preventieve taken lessen kunnen halen uit de succesvolle aanpak van VoorZorg'

VoorZorg in het sociale domein 

Hoogsteder wijst erop dat dat veel gemeenten sinds de invoering van Jeugdwet bezig zijn geweest met organisatorische aspecten en het inkopen van zorg. 'Mede daarom was het interessant om te onderzoeken in hoeverre gemeenten die al sinds 2007 gebruikmaken van VoorZorg, profiteren van de inzichten en expertise uit het programma.' 

De leidende vraag voor het onderzoek 'VoorZorg in het sociale domein' was dan ook hoe de samenwerking verloopt tussen verpleegkundigen en anderen (professionals, organisaties, gemeenten) rond het gezin. Het onderzoek werd uitgevoerd door onderzoeker Ellen Reurslag en begeleid door Hoogsteder en Van den Heijkant. 'Uit het onderzoek blijkt dat preventie en hulpverlening nog grotendeels gescheiden werelden zijn', vertelt Van den Heijkant. 'De JGZ en alle vormen van jeugdhulp werken in de praktijk nog moeilijk samen, terwijl ze elkaar veel meer zouden kunnen versterken. We zagen dat de VoorZorg-verpleegkundigen hierop nog steeds een uitzondering vormen. Andere cliënten moeten voor elke hulpvraag ergens anders aankloppen in plaats van dat verschillende partijen samenwerken aan één casus.'

Waardevolle lessen

Hoogsteder vult aan: 'De reden waarom partijen elkaar niet goed kunnen vinden, verschilt per gemeente. Wat wel eenduidig naar voren komt, is dat gemeenten VoorZorg nog niet echt als voorbeeld zien om ook andere jeugdgezondheidsproblemen preventief en integraal aan te pakken. Dat is jammer, want wij denken dat gemeenten voor de invulling van hun preventieve taken lessen kunnen halen uit de succesvolle aanpak van VoorZorg.'

Na een paar jaar focussen op organisatie en inkoop is het nu tijd dat gemeenten en organisaties zich op de inhoud gaan richten, vinden Hoogsteder en Van den Heijkant. 'Het begint met de wil om risicogezinnen op te sporen en te ondersteunen', concludeert Van den Heijkant. 'Hier zouden gemeenten en organisaties in het sociaal domein vervolgens acties aan moeten verbinden, bijvoorbeeld door hulpverleners met elkaar in contact te brengen. Door intensievere samenwerking kan een bredere doelgroep profiteren van een integrale aanpak.' 
 

JGZ in het sociaal domein

Onder de term ‘sociaal domein’ worden alle inspanningen verstaan die gemeenten verrichten rond werk, participatie, zorg en jeugd. Binnen het sociaal domein ondersteunt JGZ gezinnen en kinderen zodat ze zo gezond en veilig mogelijk kunnen opgroeien. Ze versterkt de eigen kracht van de ouders en biedt laagdrempelige hulp en ondersteuning aan. Als kinderen en/of ouders dit nodig hebben, zoekt de JGZ naar de juiste hulp binnen het sociale domein of daarbuiten. Samenwerking met andere partijen in het sociale domein is hierbij cruciaal. 

Samenwerking

ZonMw werkt voor de jeugdgezondheidszorg samen met talrijke organisaties, zoals het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid, het Nederlands Jeugdinstituut, beroepsverenigingen, brancheorganisaties, praktijkinstellingen, hogescholen, universiteiten en kennisinstituten zoals TNO en Trimbos instituut.

ZonMw-programma’s speciaal voor de JGZ

Er zijn 2 programma’s die zich specifiek op de JGZ richten. Het programma Richtlijnen Jeugdgezondheidszorg 2013-2018 (www.zonmw.nl/richtlijnenjgz) moet leiden tot verdere professionalisering en uniformering in de jeugdgezondheidszorg. Dit gebeurt door de ontwikkeling en herziening van richtlijnen, samenwerkingsrichtlijnen en producten die de invoering van richtlijnen ondersteunen. 

Het programma Versterking Uitvoeringspraktijk Jeugdgezondheidszorg 2015 – 2018 (www.zonmw.nl/versterkingjgz) richt zich op het verder onderbouwen en waar nodig doorontwikkelen van veelbelovende werkwijzen daar waar deze werkwijzen nog onvoldoende onderzocht zijn. Daarnaast richt het programma zich op innovatieve werkwijzen voor de JGZ die de positionering van de JGZ in het sociale domein betreffen. 

Rol van ZonMw

ZonMw investeert in onderzoek en ontwikkeling binnen de JGZ. Bijvoorbeeld door het financieren van onderzoek naar manieren om samenwerking binnen het sociaal domein te bevorderen. Zo wordt er momenteel onderzoek verricht naar de inzet van de specialistisch ondersteuner Jeugd in de JGZ zodat jeugdigen met psychosociale problematiek sneller en op integrale wijze zorg kunnen ontvangen. Een ander onderzoek richt zich op de samenwerking tussen kindergeneeskunde en de JGZ. Kinderartsen signaleren op de polikliniek vaak psychosociale problemen bij kinderen die voor iets anders komen.  Zij missen de juiste kennis en vaardigheden om deze kinderen hierbij goed te kunnen helpen. De JGZ en jeugdhulp heeft deze kennis wel. Het Amphia ziekenhuis in Breda zet jeugdverpleegkundigen in op de polikliniek kindergeneeskunde en onderzoekt of met deze werkwijze sneller passende hulp kan worden geboden. Voor meer onderzoeken binnen het sociaal domein, kijk op projecten op het thema Sociaal Domein.

Decentralisatie jeugdhulp en de JGZ

Door de Jeugdwet (2015) zijn gemeenten bestuurlijk en financieel verantwoordelijk geworden voor alle jeugdhulp. JGZ viel al onder de verantwoordelijkheid van gemeenten, maar zij heeft dus te maken met een veranderd jeugddomein, omdat op diverse plekken in het land gewerkt wordt aan een verschuiving van taken en er gewerkt wordt vanuit wijkteams waarin meerdere beroepsgroepen vertegenwoordigd zijn. De veranderingen in het jeugddomein doen een beroep op het innovatieve vermogen van de JGZ. Samenwerking met andere partijen in het sociale domein is van belang. Met haar sociaal-medische expertise kan de JGZ bijdragen aan de transformatiedoelen, die onder andere zijn om eerder de juiste hulp op maat te bieden om dure gespecialiseerde hulp te verminderen, en te demedicaliseren en normaliseren door bijvoorbeeld het opvoedkundig klimaat te versterken in gezinnen, wijken, scholen en in voorzieningen als kinderopvang en peuterspeelzalen.

Tekst Leene Communicatie. Portret Sannaz Moghaddam. Sfeerbeeld Studio Oostrum

Gerelateerde links

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website