Heeft een kind problemen met de gezondheid of ontwikkeling, dan hebben altijd meerdere vakmensen uit het sociaal domein een rol. De school, woningcorporatie of opvoedondersteuning bijvoorbeeld. ‘Het is onontkoombaar dat de JGZ samenwerkt met andere zorgprofessionals’, vindt dr. Frank van Leerdam.

Ken je collega’s

Wat is nodig voor goede samenwerking? ‘Je moet vooral je collega’s en netwerkpartners kennen. Dat wil zeggen: elkaars naam en telefoonnummer weten, maar ook van elkaar weten hoe je werkt, wie welke rol inneemt en wat je van elkaar kunt verwachten.’ Van Leerdam illustreert dit met een voorbeeld: ‘Wanneer een moeder naar het wijkteam komt voor een opvoedcursus vanwege haar onhandelbare zoontje, dan kan het wijkteam direct een cursus aanbieden. Maar misschien is de oorzaak van het onhandelbare gedrag wel een oorontsteking. Weten de wijkteamleden niet dat de JGZ kan helpen met het zoeken naar lichamelijke oorzaken, dan komen ze niet achter zo’n oorzaak. Het kind krijgt dan geen passende zorg.’  

‘We moeten ons afvragen: wat heeft dit kind nodig, wat kan ik vanuit mijn organisatie bieden en wie moet ik bij deze casus betrekken?’

Van Leerdam noemt het programma VoorZorg als mooi voorbeeld van samenwerking in het sociaal domein: ‘Binnen dit programma voeren verpleegkundigen huisbezoeken uit bij kwetsbare vrouwen vanaf de zwangerschap van hun eerste kind. Daarbij richten ze zich niet alleen op de medische aandachtspunten; ze hebben ook aandacht voor onder andere huisvesting, financiën en relaties. Een divers netwerk rondom de moeder en haar kind komt in actie – dát is samenwerken!’

JGZ in het sociaal domein

Onder de term ‘sociaal domein’ worden alle inspanningen verstaan die gemeenten verrichten rond werk, participatie, zorg en jeugd. Binnen het sociaal domein ondersteunt JGZ gezinnen en kinderen zodat ze zo gezond en veilig mogelijk kunnen opgroeien. Ze versterkt de eigen kracht van de ouders en biedt laagdrempelige hulp en ondersteuning aan. Als kinderen en/of ouders dit nodig hebben, zoekt de JGZ naar de juiste hulp binnen het sociale domein of daarbuiten. Samenwerking met andere partijen in het sociale domein is hierbij cruciaal. 

 

Samenwerking

ZonMw werkt voor de jeugdgezondheidszorg samen met talrijke organisaties, zoals het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid, het Nederlands Jeugdinstituut, beroepsverenigingen, brancheorganisaties, praktijkinstellingen, hogescholen, universiteiten en kennisinstituten zoals TNO en Trimbos instituut.

ZonMw-programma’s speciaal voor de JGZ

Er zijn 2 programma’s die zich specifiek op de JGZ richten. Het programma Richtlijnen Jeugdgezondheidszorg 2013-2018 (www.zonmw.nl/richtlijnenjgz) moet leiden tot verdere professionalisering en uniformering in de jeugdgezondheidszorg. Dit gebeurt door de ontwikkeling en herziening van richtlijnen, samenwerkingsrichtlijnen en producten die de invoering van richtlijnen ondersteunen. 

Het programma Versterking Uitvoeringspraktijk Jeugdgezondheidszorg 2015 – 2018 (www.zonmw.nl/versterkingjgz) richt zich op het verder onderbouwen en waar nodig doorontwikkelen van veelbelovende werkwijzen daar waar deze werkwijzen nog onvoldoende onderzocht zijn. Daarnaast richt het programma zich op innovatieve werkwijzen voor de JGZ die de positionering van de JGZ in het sociale domein betreffen. 

Rol van ZonMw

ZonMw investeert in onderzoek en ontwikkeling binnen de JGZ. Bijvoorbeeld door het financieren van onderzoek naar manieren om samenwerking binnen het sociaal domein te bevorderen. Zo wordt er momenteel onderzoek verricht naar de inzet van de specialistisch ondersteuner Jeugd in de JGZ zodat jeugdigen met psychosociale problematiek sneller en op integrale wijze zorg kunnen ontvangen. Een ander onderzoek richt zich op de samenwerking tussen kindergeneeskunde en de JGZ. Kinderartsen signaleren op de polikliniek vaak psychosociale problemen bij kinderen die voor iets anders komen.  Zij missen de juiste kennis en vaardigheden om deze kinderen hierbij goed te kunnen helpen. De JGZ en jeugdhulp heeft deze kennis wel. Het Amphia ziekenhuis in Breda zet jeugdverpleegkundigen in op de polikliniek kindergeneeskunde en onderzoekt of met deze werkwijze sneller passende hulp kan worden geboden. Voor meer onderzoeken binnen het sociaal domein, kijk op projecten op het thema Sociaal Domein.

Decentralisatie jeugdhulp en de JGZ

Door de Jeugdwet (2015) zijn gemeenten bestuurlijk en financieel verantwoordelijk geworden voor alle jeugdhulp. JGZ viel al onder de verantwoordelijkheid van gemeenten, maar zij heeft dus te maken met een veranderd jeugddomein, omdat op diverse plekken in het land gewerkt wordt aan een verschuiving van taken en er gewerkt wordt vanuit wijkteams waarin meerdere beroepsgroepen vertegenwoordigd zijn. De veranderingen in het jeugddomein doen een beroep op het innovatieve vermogen van de JGZ. Samenwerking met andere partijen in het sociale domein is van belang. Met haar sociaal-medische expertise kan de JGZ bijdragen aan de transformatiedoelen, die onder andere zijn om eerder de juiste hulp op maat te bieden om dure gespecialiseerde hulp te verminderen, en te demedicaliseren en normaliseren door bijvoorbeeld het opvoedkundig klimaat te versterken in gezinnen, wijken, scholen en in voorzieningen als kinderopvang en peuterspeelzalen.

‘Om het kind écht centraal te kunnen stellen en daaromheen passende zorg te organiseren, is het cruciaal dat de JGZ samenwerkt binnen het sociaal domein’, vertelt voormalig jeugdarts Van Leerdam. Hij is sinds 2009 specialistisch inspecteur bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. ‘De invoering van de Jeugdwet in 2015 en de decentralisatie van de jeugdhulp naar gemeenten maakten samenwerken nog belangrijker. Deze ontwikkelingen vereisen afstemming tussen de zorgverleners op meer lokaal niveau.’ Goede samenwerking werkt daarin bevorderend, weet van Leerdam. ‘Zorg voor kinderen is niet een kwestie van je eigen hokjes afvinken. We moeten ons afvragen: wat heeft dit kind nodig, wat kan ik vanuit mijn organisatie bieden en wie moet ik bij deze casus betrekken?’

JGZ als belangrijke speler

Met haar sociaal-medische expertise is de JGZ een belangrijke speler in het sociaal domein. Van Leerdam heeft meerdere adviezen voor de JGZ om een sterkere positie in te nemen. ‘Maak afspraken met de gemeente over je rol in het sociaal domein. Spreek af welke overleggen je vanuit je rol moet bijwonen en versterk zo je positie. Laat ook aan je partners in het domein zien wie je bent, wat je doet en waar je te vinden bent. Bijvoorbeeld via de lokale media of door multidisciplinaire casusbesprekingen te organiseren. En wees bereikbaar op meerdere kanalen.’

De samenwerking tussen de JGZ en het sociale domein kan nog verstevigd worden, maar veel gaat al goed. ‘Ik ken JGZ-artsen die veel tijd steken in deskundig en professioneel informatie leveren en vragen aan hun collega’s in het medische en sociale veld. Zij weten aan wie ze welke informatie kunnen vragen en wat die collega van hen nodig heeft om aan het verzoek te voldoen. Dit versoepelt de uitwisseling.’ Ook over het hoge bereik en de laagdrempeligheid van de JGZ is Van Leerdam te spreken. ‘En steeds meer JGZ-professionals voelen dat ze een intermediaire rol kunnen spelen en pakken die rol. Dit komt de preventieve zorg ten goede.’ 

Tekst Leene Communicatie. Portret Martin de Bouter. Sfeerbeeld Studio Oostrum

Gerelateerde links

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website