In de eerste fase van het programma Living Labs Sport en Bewegen zijn 15 lokale samenwerkingsverbanden – inclusief burgers – met elkaar in gesprek gegaan. Wat is vooral van waarde als het gaat om sport en bewegen? Het opbouwen van netwerken en het werken aan ‘vraagarticulatie’ stonden in 2020 centraal in het programma. Een procesevaluatie levert lessen op voor het vervolg.

Ontwikkelen van innovatieve oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen rond sport en bewegen, sámen met de burger. Dat is kort samengevat de inzet van het programma Living Labs Sport en Bewegen. In 2020 kregen vijftien gemeenten van ZonMw en Sportinnovator projectgeld om daarmee een start te maken. Mara van der Schaaf is living lab-regisseur Publieke Gezondheid bij De Haagse Hogeschool. Ze is enthousiast over de methodiek van een living lab, met name voor een thema als sport en bewegen. ‘De mensen in die wereld zijn naast denkers ook doeners. En ze zijn heel goed in het betrekken van de mensen om wie het gaat, in buurten, wijken of bijvoorbeeld op scholen. Een living lab is een mooie manier om een actiegerichte aanpak op een systematische manier om te zetten in echte resultaten, die ook kunnen beklijven.’

Actieve rol burgers
In de eerste fase van het programma ging het vooral om twee belangrijke stappen. De juiste stakeholders aan boord krijgen en gezamenlijk voor een uitdaging willen gaan. En vanaf het begin de eindgebruikers – wijkbewoners, scholieren, leerkrachten, cliënten of patiënten – meenemen in het proces. Hoe zien zij het probleem, wat vinden zij van waarde, en wat willen zij concreet bijdragen om dingen anders en beter te doen? Vooral de actieve rol van burgers is cruciaal. Van der Schaaf: ‘Een living lab is een experiment in een real-life setting, waarbij je heel goed aansluit bij wat er leeft én wat er kan in een gemeente. Het gaat erom dat je samen toewerkt naar activiteiten die kunnen plaatsvinden in wijken, gemeenschappen en organisaties waar mensen wonen, werken, sporten of bewegen. En die tegemoetkomen aan een gedeelde behoefte. Dat werkt alleen als je het samen met alle betrokkenen bedenkt.’

Enthousiaste studenten
Een kracht van het programma is de nauwe betrokkenheid van hogescholen en andere onderwijsorganisaties. Van der Schaaf: ‘Als je iets wilt realiseren wat ook op de langere termijn kan blijven voortbestaan, is het zinvol je aanpak goed doordacht op te zetten. Bij hogescholen barst het van de lectoraten rond diverse leefstijlthema’s. Daar is veel ervaring met het systematisch ontwikkelen van praktische aanpakken, die je intussen ook met praktijkgericht onderzoek monitort. En zeker als je ook nog samenwerkt met mbo-scholen, kun je bij je activiteiten ruim gebruik maken van enthousiaste jonge mensen. Die willen vanuit hun opleiding graag iets concreets doen op het gebied van sport- en beweegstimulering. En ze kunnen bijna als vanzelf heel goed contact maken met de mensen in buurten, wijken of bijvoorbeeld scholen, de aangewezen plekken waar een living lab gaat draaien.’

Plezier staat voorop
Van der Schaaf deed samen met Marloes Stammen van ZonMw een procesevaluatie van de eerste fase, in opdracht van het ministerie van VWS. Welke lessen zijn daaruit te halen over netwerkvorming en vraagarticulatie? Een van de conclusies, licht Van der Schaaf toe, is dat living labs met netwerkpartners en burgers de gezamenlijke ambitie goed in kaart hebben kunnen brengen. ‘Die ambitie heeft veel te maken met de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor gezondheid en welzijn van burgers. Het mooie van het thema sport en bewegen is dat het vooral leuk is. Bij leefstijlthema’s gaat het al snel over dingen die je maar beter niet meer kunt doen, of althans niet te veel. Niet meer roken, niet te veel drinken, minder snacken…  Met sport en bewegen kun je iets aanpakken wat vooral met plezier te maken heeft. Daarmee zijn mensen veel beter te motiveren.’

Gedeeld eigenaarschap
Uit de procesevaluatie komt naar voren dat een sterk gemeenschappelijk doel een duidelijke win-win voor alle betrokken partijen oplevert. Zorg voor gedeeld eigenaarschap binnen het living lab. Het lab is van iedereen, aldus Van der Schaaf. Onmisbaar is volgens haar ook de rol van een stevige lab-regisseur. Die moet verbinden en coachen, en zowel kunnen ondersteunen als faciliteren. En op het gebied van vraagarticulatie? Van der Schaaf: ‘Les 1 is deze: betrek burgers vanaf het begin. Alleen als je al in de netwerkfase echt met elkaar in gesprek gaat, kom je tot dat gedeelde eigenaarschap. En: ga niet meteen op zoek naar antwoorden en oplossingen, maar neem tijd om het probleem écht te leren begrijpen. Zo houd je alle mensen aan boord, om in de volgende fase ook weer samen aan die gemeenschappelijke uitdaging te gaan werken.’


In 2021 staat de verankering van de Living Labs Sport en Bewegen en het ontwikkelen van innovaties in de labs centraal. Twaalf labs uit de eerste fase pakken daarop door met een vervolgsubsidie. Zelf aan de slag, en nieuwsgierig naar de lessen uit de eerste fase van het programma Living Labs Sport en Bewegen?

Evaluatie Netwerkfase Living Labs Sport en Bewegen 2020

Enkele lessen uit de eerste fase Living Labs Sport en Bewegen

Over netwerkvorming en samenwerking
•    Bouw voort op bestaande netwerken, sluit aan op best practices.
•    Neem voldoende tijd om partijen te benaderen, ‘mee te nemen’ en verwachtingen te managen.
•    Sluit ieder af met een actiepunt voor elke deelnemer.

Over vraagarticulatie en burgerparticipatie
•    Wees zichtbaar en toon je inzet. Zo win je vertrouwen.
•    Spreek niet óver mensen, maar steeds mét ze.
•    Ontdek wat werkt door te doen, maar beloof niets wat je niet kunt waarmaken.

Over de rol van de lab-regisseur
•    Een lab-regisseur heeft meerdere competenties: verbinden, coachen, wendbaar zijn én creatief.
•    Zoek niet meteen naar antwoorden en oplossingen maar probeer een probleem écht te begrijpen.
•    Vind de balans tussen werken in de wijk en netwerkvorming op organisatieniveau.

Over de succesfactoren van een living lab-aanpak
•    Het geheel is meer dan de som der delen; gebundelde kennis en expertise geven meer slagkracht.
•    Een living lab is wendbaar en past zich snel aan wisselende omstandigheden aan.
•    Er is ruimte voor experiment. Dat moedigt het durven denken buiten kaders aan.

Bron: ‘Evaluatie Netwerkfase Living Labs Sport en Bewegen 2020’.

Tekst Marc van Bijsterveldt

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website