Mensen met gezondheidsproblemen blijven langer in de eigen woonomgeving. Ook als zij last hebben van psychiatrische aandoeningen of verward gedrag. De wijkverpleging krijgt daardoor steeds meer te maken met cliënten met psychiatrische problematiek. Tijdens de 5e Kennismarkt van het Nijmeegs Leerlandschap Wijkteam, deelden op 15 juni 2017 ruim honderd (wijk)verpleegkundigen, verzorgenden, studenten en docenten hun ervaringen. En ze lieten zich bijpraten door ervaringsdeskundigen.

Inhoud

Het Nijmeegs Leerlandschap Wijkteam is een van de regionale leernetwerken die subsidie krijgen vanuit het ZonMw-programma Zichtbare schakel. De leernetwerken – samenwerkingsverbanden tussen hbo-v-opleidingen en thuiszorgorganisaties – zijn eind 2015 gestart om de competenties van hbo-docenten, en beginnende en ervaren wijkverpleegkundigen te bevorderen. Inmiddels worden de leernetwerken uitgebreid met mbo-opleidingen en professionals met een mbo-opleiding. De uitwisseling binnen de leernetwerken geeft ook input voor het Actieprogramma lokale initiatieven voor mensen met verward gedrag. Daarin verkent ZonMw de mogelijkheden om de aandacht voor deze doelgroep binnen het onderwijs aan (nieuwe) professionals te vergroten.

Werken aan psychiatrische problemen: vooral de ervaring telt

Een psychotische cliënt die trots een groot mes laat zien. Of een depressieve vrouw die haar deur soms niet eens opendoet. Steeds vaker krijgt de wijkverpleging te maken met psychiatrische problematiek. Hoe pak je zoiets aan, met respect voor iemands zelfregie? Vooral de indrukwekkende verhalen van ervaringsdeskundigen bevatten belangrijke lessen, zo blijkt tijdens de plenaire openingssessie.

Vragen uit de praktijk

Decentralisatie en ambulantisering, 2 kernbegrippen achter een nieuwe trend in de wijkzorg: het toenemend aantal cliënten met een psychiatrische aandoening, verslavingsproblemen of verward gedrag. Ook zij blijven tegenwoordig zoveel mogelijk in hun eigen omgeving wonen en worden steeds vaker geholpen in de thuissituatie. Tijdens de 5e Kennismarkt van Nijmeegs Leerlandschap Wijkteam staan concrete vragen uit de praktijk centraal. Hoe ga je om met cliënten met psychiatrische problemen? Hoe bewaak je je grenzen als zorgverlener? En wat kun je doen met anderen in de wijk, zowel de professionals als mensen uit iemands persoonlijke netwerk?

Portret van twee vrouwen

Vrienden van vroeger

Dat psychische hulp thuis niet altijd eenvoudig is, illustreert sociaalpsychiatrisch verpleegkundige Henk-Willem Klaassen (Buurtzorg T). Met bijna 30 jaar ervaring heeft hij al heel wat meegemaakt. Zijn belangrijkste les: zet als het maar even kan iemands persoonlijke netwerk in als bondgenoot. Al is het bij wijze van spreken de groenteboer die nog wel eens een praatje maakt met je cliënt. Klaassen onderbouwt zijn pleidooi met gegevens uit onderzoek. Daaruit blijkt dat het betrekken van familie de behandeling verbetert. Omdat psychiatrische aandoeningen vaak tot sociaal isolement leiden, heb je als hulpverlener wel doorzettingsvermogen nodig. Mensen hebben soms al jaren geen contact meer met hun familie. Maar met 'hart, oren, begrip en een vleugje professionaliteit' kun je zelfs heel oude breuken herstellen, aldus Klaassen. En als het met de familie echt niet lukt, zijn er soms nog vrienden van vroeger die willen helpen.

'Ik vind het een uitdaging om contact te krijgen met mensen met moeilijk verstaanbaar gedrag. Ik probeer ook altijd iemands netwerk erbij te betrekken, hoe lastig dat soms ook is. Als hulpverlener ben je er maar heel even, iemands omgeving is er altijd. Het geeft ook meer zelfstandigheid als mensen niet afhankelijk worden van hulpverleners.' - Moira Waagen, ZZG zorggroep

Zelfstandig kunnen wonen 

Hoe belangrijk begrip is, wordt duidelijk uit de indrukwekkende bijdragen van twee ervaringsdeskundigen. Job Schellekens is vrijwilliger bij De Kentering, een Nijmeegse organisatie voor en door mensen met een psychiatrische aandoening. Na een aanvankelijk succesvolle studie liep hij vast in zijn eerste baan. 'Ik kon de verwachtingen niet aan. Ik had meer begeleiding nodig, maar daar durfde ik niet om te vragen. Ik kreeg hallucinaties en ook daar schaamde ik me voor. Totdat het knapte en ik moest worden opgenomen.' Inmiddels is Schellekens de schaamte allang voorbij. Het gaat goed met hem, maar zelfstandig wonen is niet altijd makkelijk. 'Ik had een nogal lawaaiige buurman en ik kreeg maar geen rust. Nu is hij weg en gaat het veel beter.'

'Diagnose op pootjes'

Volgens collega-vrijwilliger Saskia Dubbelt worden psychiatrische problemen maatschappelijk nog weinig geaccepteerd. 'Je krijgt in de wijk toch een stempel opgedrukt als je een beetje anders bent. Mensen moeten geduld hebben om met jou en jouw problemen te kunnen omgaan.' Daarbij kan de wijkverpleging volgens Dubbelt heel goed helpen, door vooral in te zetten op een goed steunnetwerk. 'Je wilt meedoen in de wijk, maar je bent gewoon gevoeliger. Dan is het ook lastiger om contact te maken.' Schellekens en Dubbelt hebben niet altijd goede ervaringen met hulpverleners. Vooral als die niet echt luisteren. Zoals Schellekens het noemt: 'Ik voelde me vaak vooral een diagnose op pootjes.' Dubbelt geeft tips: 'Zie de mens, vraag wat hij of zij nodig heeft. En neem vooral de tijd, want vertrouwen is een proces!'

Workshop: De zuster en de wijkagent

Iedereen kent ze wel, de dramatische foto's van een totaal vervuilde keuken, de vloer bezaaid met lege flessen. Of een stiekeme schuilplaats in een verloren hoekje van het park, een morsig tentje omgeven door afval. Voor Jan Jacobs en Wendy Broeren is het dagelijkse kost. In een workshop vertellen ze hoe je het vertrouwen wint van mensen met verward gedrag.

Wijkagent en mevrouw staan in kerk
Jan Jacobs en Wendy Broeren

Keurige baan

Niemand kiest voor een leven op straat, zegt Wendy Broeren, sociaalpsychiatrisch verpleegkundige bij GGD Gelderland Zuid. Ze helpt zo meteen het romantische beeld van een zelfverkozen zwerversbestaan uit de wereld. Al jaren werkt Broeren met mensen die het niet zelfstandig redden, die er vaak helemaal alleen voor staan en nooit een 'goed sluitend netwerk' hebben gehad. En die evengoed lang niet altijd compleet in de marge leven. Zoals een oudere dame, uitstekend verzorgd en met een keurige baan. Toch verwaarloost ze haar huis al jaren en maakt ook haar post niet open. Gevolg: een gigantische huurachterstand en een onvermijdelijke huisuitzetting. Broeren: 'Om te voorkomen dat zo iemand letterlijk op straat belandt, moet je durven improviseren. Bellen, praten, opvang regelen en vooral ook in contact blijven. Zodat ze bijvoorbeeld haar werk niet kwijtraakt.'

Vrouw en agent presenteren
Publiek in discussie

Gevaarlijk mes

Jan Jacobs is inmiddels 20 jaar wijkagent. Samen met Broeren zit hij in het Interventieteam Nijmegen, waarin GGD, verslavingszorg en ggz samenwerken. Ook Jacobs vindt improviseren belangrijk. Met een knipoog zegt hij dat hij vaak 'het hele privacy-reglement overtreedt' om te kunnen schakelen. 'Ik hoef geen diagnoses te weten of andere gevoelige informatie te delen. Maar ik moet wel mijn collega's van de GGD kunnen waarschuwen als er iemand een gevaarlijk mes in de keuken heeft liggen.' Bij het verhaal van de keurige dame heeft hij nog een extra boodschap: dit had kunnen worden voorkomen, als er eerder signalen waren dat het niet goed loopt. 'Mijn ervaring is: vervuilen begint bij verzamelen!'

'Ik heb sinds kort een cliënt met verschillende problemen, inclusief een heftige rouw over haar overleden man. Dan krijg je toch verschillende beelden bij elkaar. Alleen redt ze het nu niet. Ze is heel erg in paniek en erg onzeker. Maar ze wil wel graag thuis blijven wonen. Dan moet je echt samenwerken om dat voor elkaar te krijgen. En haar netwerk erbij inschakelen.' - Suzanne van Kempen, Buurtzorg Grave

Gebroken been

De wijkagent heeft een onmisbare rol in het interventieteam, maar zijn inbreng valt of staat wel met vertrouwen. Alleen als het echt moet, zet Jacobs zijn gezag als politieman in. Zijn credo is duidelijk: psychiatrische patiënten horen niet in een politiecel. Nu is dat vaak nog de enige oplossing als iemand zichzelf of anderen in gevaar brengt. 'Als je een been breekt op straat, word je met alle egards omgeven en per ambulance naar het ziekenhuis gereden. Maar als er in je hoofd iets 'breekt', dan moet je met de politie mee…' Veel liever zou Jacobs een neutrale 'time-out-ruimte' willen hebben, bij voorkeur niet op het politiebureau. Zodat mensen na een crisis niet in een cellenblok bij zinnen hoeven te komen, maar in een meer op hulpverlening ingerichte omgeving.

Vertrouwen winnen

Wat kun je als wijkteam nu leren van de ervaringen van een interventieteam? De belangrijkste les van Broeren: niet te hard van stapel lopen en ook niet meteen een oplossing willen vinden. 'Laat vooral dít je insteek zijn: ervoor zorgen dat je ook een tweede keer kunt binnenkomen. Dus niet meteen eisen stellen maar vooral vertrouwen winnen. Ik ga een eerste keer vaak alleen maar met mensen naar de supermarkt om een pakje shag voor ze te kopen. Dan kom je al met ze in gesprek.' Broeren en Jacobs noemen het 'de kunst van het verleiden'. Hun uitgangspunten bij de samenwerking: 'Wij houden van mensen en willen dat het goed met ze gaat. We dragen misschien elk een andere pet, maar onze neuzen staan wel steeds dezelfde kant op.'

Workshop: Omgaan met onbegrepen gedrag

Steeds meer mensen met psychiatrische problemen in de wijk, dat betekent ook steeds vaker 'moeilijke cliënten'. Welke ervaringen hebben wijkteams met deze groep? En hoe kun je er in je werk het beste mee omgaan? Twee HAN-studenten hbo-v deden er een afstudeeronderzoek naar. Een workshop over hun resultaten zorgt voor een levendige uitwisseling tussen collega's.

Hele dagen op bed

Volgens de officiële definitie is een 'moeilijke cliënt' moeilijk te behandelen, moeilijk in de omgang, of iemand in een moeilijke situatie. Als workshopbegeleiders Anna Bakker en Esther Hagens erom vragen, heeft iedereen in de zaal wel een praktijkvoorbeeld. Het varieert van de vrouw die hele dagen op bed ligt en de deur niet opendoet, tot de agressieve man die zich seksueel intimiderend gedraagt. Bakker en Hagens halen een andere wetenschappelijke term naar voren: de sick role, ofwel de verwachte rol van een patiënt of cliënt. Die moet zelf ook z'n best doen en zorgverleners op zijn minst vriendelijk bejegenen. En dat is nu precies wat die 'moeilijke cliënt' vaak niet goed kan.

Kunnen maar niet willen?

Het afstudeeronderzoek van beide hbo-v-studenten ging over 'bevorderende en belemmerende factoren in het verlenen van zorg aan cliënten met een somatische zorgvraag en achterliggende psychiatrische problematiek'. Die factoren staan in de literatuur, maar Bakker en Hagens hebben ze getoetst in gesprekken met verpleegkundigen en verzorgenden uit verschillende Buurtzorg-teams. In de workshop illustreren ze de belangrijkste factoren met citaten uit deze gesprekken. Bij de sick role hebben veel hulpverleners het gevoel dat moeilijke cliënten 'wel kunnen maar niet willen'. Het is frustrerend als het lijkt of iemand zijn best niet doet. Terwijl een psychiatrisch probleem juist de oorzaak kan zijn van dat 'niet willen'. Zoals Bakker het samenvat: 'Iemand lijkt niet te willen, maar kán hij of zij dat nog wel?'

'Je kunt veel uit de boeken leren, maar uiteindelijk telt bij psychiatrische aandoeningen toch vooral je praktijkervaring. Je ziet vaak dat mensen bij je binnenkomen met een lichamelijk probleem, maar al snel blijken ze ook psychische klachten te hebben gehad. Of dat ze die in hun situatie ontwikkelen. Het zou mooi zijn als we die praktijkervaring meer samen met de ggz kunnen opdoen.' - Annemarie Beunis, Buurtzorg Oss

Zelfredzaamheid afbakenen

Een belangrijke bevorderende factor is een goede multidisciplinaire samenwerking, met name met huisarts en ggz. De huisarts kan de wijkprofessional bijpraten over een diagnose en de behandeling die daarbij past. De ggz heeft een rol in de bijscholing rond psychiatrische problemen. Veel workshopdeelnemers hebben een moeizame relatie met de ggz. Als een cliënt al ggz-hulp krijgt, wordt deze vaak al weer erg snel afgebouwd. En van goede nazorg is ook amper sprake, klinkt het vanuit de zaal. Bakker constateert dat hier veel winst te behalen is. 'Eigen regie en zelfredzaamheid met ernstig psychiatrische aandoeningen is lastig. Je voelt je als zorgverlener toch verantwoordelijk en voor je het weet neem je weer te veel van iemand over. Wat kunnen mensen zelf? Dat zou je samen met de ggz moeten kunnen afbakenen.'

Leren van elkaar

Niet voor niets luidt een van de belangrijke aanbevelingen uit de studie van Bakker en Hagens: verbeter de samenwerking met de ggz. Zodat wijkverpleegkundigen en verzorgenden beter worden ondersteund met advies en coaching in het omgaan met 'moeilijke cliënten'. Een andere aanbeveling: meer scholing in de beroepspraktijk, om kennis over én begrip voor deze cliëntengroep te vergroten. In reactie daarop komt spontaan uit de zaal nog een aanbeveling: 'Laten we vooral ook elkaar blijven scholen, op bijeenkomsten als deze kennismarkt. Het is goed om zo met elkaar over onderzoek te praten. Daar leer je veel meer van dan via een artikel.' En bovendien, zo vult een andere aanwezige aan: 'Door ervaringen te delen ontdek je: ik ben niet de enige die hiermee worstelt!'

Twee vrouwen aan tafel
Meerdere vrouwen aan tafel

Meer informatie

ZonMw stimuleert gezondheidsonderzoek en zorginnovatie. ZonMw financiert gezondheidsonderzoek en stimuleert het gebruik van de ontwikkelde kennis - om daarmee de zorg en gezondheid te verbeteren. ZonMw heeft als hoofdopdrachtgevers het ministerie van VWS en NWO.

 

Colofon Tekst Marc van Bijsterveldt, Opmaak Lisanne van Hoogdalem, Fotograaf J. Vos en William Moore Fotografie

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website