Hoe kun je mooie onderzoeksresultaten succesvol implementeren, hechte samenwerkingsverbanden smeden en zo een duurzame bijdrage leveren aan preventie? Tijdens de ZonMw werkconferentie ‘Samen aan de slag in wijk, school en zorg’ deden deelnemers nieuwe inspiratie op en deelden ze hun ervaringen, en dat smaakt naar meer.

In een volle zaal van Seats2Meet Utrecht heette dagvoorzitter Marc Roosenboom van ‘Alles is gezondheid…’ iedereen van harte welkom. Uitgenodigd waren projectleiders, onderzoekers, partners uit beleid en praktijk van lopende onderzoeksprojecten uit het 5e Preventieprogramma van ZonMw, afkomstig uit de domeinen Zorg, Wijk, School en Preventie. Ook enkele commissieleden en waarnemers van VWS waren aanwezig.

In de dagelijkse praktijk blijken er veel overeenkomsten te zijn in wat goed gaat en wat lastig is. Implementatie van interventies en programma’s vraagt bijvoorbeeld veel aandacht: het veld van publieke gezondheid is complex, de scheiding tussen domeinen kunstmatig en samenwerking blijft hard werken. Tijdens de werkconferentie werden ze getrakteerd op een afwisselend programma met presentaties en workshops voor nieuwe inspiratie en onderlinge uitwisseling. Ook werden aanknopingspunten voor onderlinge samenwerking tussen projecten en domeinen verkend.

Inhoud

Nationaal Preventieakkoord als stip op de horizon

Officieel is het Nationaal Preventieakkoord deze dag nog niet gepubliceerd, maar de kranten staan er al maanden vol van. Anja Zantinge, coördinator preventie VWS, werkte eraan mee. In een presentatie vertelt ze over de totstandkoming en de speerpunten.

In het akkoord draait het om drie thema’s: terugdringen van overgewicht, een rookvrije generatie en het aanpakken van problematisch alcoholgebruik. Drie thematafels werkten deze thema’s uit in een deelakkoord met de ambities tot 2040, kortetermijndoelstellingen en de daarvoor benodigde maatregelen. En er is een verbindingstafel onder leiding van de staatssecretaris. De drie deelakkoorden plus een verbindend intro van de staatsecretaris vormen het Nationaal Preventieakkoord.

Anja Zantinge, coördinator preventie VWS: “Het Nationaal Preventieakkoord is een stip op de horizon en wil een beweging in gang zetten.”
Lees verder
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Maak gebruik van akkoord

“Het Nationaal Preventieakkoord bouwt voort op bestaande programma’s”, vertelt Zantinge. “Want aandacht voor preventie is niet nieuw en er lopen al veel succesvolle programma’s. Het akkoord haakt hierop in met extra geld en ambitieuzere doelstellingen.” Anja Zantinge nodigt iedereen in de zaal uit om vooral gebruik te maken van het Nationaal Preventieakkoord en de afspraken die er in staan.

Evalueren en aanpassen

“Het Nationaal Preventieakkoord is een stip op de horizon en wil een beweging in gang zetten”, stelt Zantinge. De thematafels zullen de voortgang monitoren in samenwerking met het RIVM en andere kennisinstituten. “Werken de maatregelen niet zoals bedoeld, dan worden ze aangescherpt of vervangen.” Ook wordt een agenda voor de toekomst vastgesteld, met meer thema’s, onderzoek naar de mogelijkheden van nieuwe technologie en aandacht voor lokale doorvertaling.

Vervolg Preventieprogramma van start

Het belang van preventie weerspiegelt zich ook in het doorlopende Preventieprogramma van ZonMw. In januari 2019 gaat alweer het 6e programma van start: ‘Integraal en met kennis aan de slag’. Programmacoördinator Preventie Karin van Gorp en implementatiemedewerker Fleur Boulogne lichten een tip van de sluier op.

In het vervolg van het preventieprogramma is ruim € 38 miljoen beschikbaar voor de periode 2019-2022. Het programma kent vier onderdelen: kennisbenutting en implementatie, effectiviteitsonderzoek, innovatie en vroege opsporing. Het programma start in 2019 met subsidiemogelijkheden voor effectiviteitsonderzoek. Karin van Gorp vat de kern van het programma krachtig samen: “De resultaten moeten relevant zijn voor de praktijk en ook daadwerkelijk in de praktijk worden geïmplementeerd. Landelijk en lokaal. En nadrukkelijk met alle betrokken partijen samen.”

Clusterhoofd ZonMw Karin van Gorp: “De resultaten moeten relevant zijn voor de praktijk en ook daadwerkelijk in de praktijk worden geïmplementeerd.”
Lees verder
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Extra impuls

Omdat het tijdens de werkconferentie vooral om implementatie draait, wijst Van Gorp ook op de programmalijn Kennisbenutting en implementatie. Deze lijn richt zich expliciet op het gebruik van bestaande kennis en effectieve aanpakken. De onderzoeksresultaten uit het 5e programma kunnen in deze programmalijn dus een extra impuls krijgen. Lees hier de volledige omschrijving van het programma.

VIMP-ronde

Om implementatie van kennis en interventies nog eens extra te stimuleren start midden volgend jaar ook een projectoverstijgende Verspreidings- en ImplementatieImpuls (VIMP)-ronde. ZonMw wil implementatie bevorderen door bestaande projecten te laten samenwerken in een integrale aanpak. Een belangrijke voorwaarde voor toekenning van budgetten is dat de samenwerking ook echt een meerwaarde heeft voor de mensen in de praktijk, stelt Fleur Boulogne.

 

Kant-en-klare toolkits voor integraal samenwerken

Preventie raakt vele domeinen. ZonMw hamert daarom op brede samenwerking en een integrale aanpak. Bij het RIVM liggen al veel effectieve toolkits, modellen en aanpakken op de plank. Klaar voor gebruik.

Adviseur Integraal gezondheidsbeleid van het RIVM Ilse Storm wijst op Loketgezondleven.nl waar onder meer aanpakken staan voor de Gezonde Gemeente, de Gezonde Wijkaanpak en de Gezonde School. Ze nodigt de aanwezigen uit om nieuwe kennis uit preventieonderzoek ook via het RIVM te delen, zodat zoveel mogelijk partijen hiervan kunnen profiteren en geen dubbel werk wordt verricht.

Ilse Storm, Adviseur Integraal gezondheidsbeleid: “Beschouw samenwerking als een continu verbeterproces.”
Lees verder
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Integrale aanpak

Een integrale aanpak is zinvol als we een gemeenschappelijk doel hebben, zoals gezondheidsbevordering in achterstandswijken. Eerste stap is een samenhangend beleid formuleren waarbij interventies uit verschillende domeinen op elkaar zijn afgestemd en elkaar kunnen versterken. Inspiratie voor interventies en aanpakken zijn te vinden in de Toolkit Preventie en de Interventiedatabase Gezond en Actief Leven.

Kansen

Wat zijn de geheimen en kansen van integrale samenwerking? Storm: “Voorkom losse initiatieven; streef naar integraal samenwerken rond lokale en regionale thema’s. Bespaar tijd en energie en benut bestaande kennis en tools. Haak indien mogelijk aan bij bestaande (landelijke) initiatieven. Werk ook aan een steeds betere samenwerking tussen alle betrokken partijen. En beschouw de samenwerking als een continu verbeterproces (plan-do-check-act-cyclus), waarin alle partijen (van elkaar) kunnen blijven leren.”

Gouden tips

In subgroepen delen de bezoekers hun eigen ervaring in samenwerking. Hebben ze een gouden tip? Veel genoemd werden de volgende 5 punten:

  • betrek alle partijen zo vroeg mogelijk bij je project
  • betrek mensen uit beleid, onderzoek en praktijk
  • accepteer dat de samenwerking continue investering vraagt
  • zorg dat het project iets oplevert voor alle betrokkenen
  • waardeer elkaar

Zo krijg je grip op implementatie in complexe systemen

Het belang van goede implementatie is lange tijd onderschat. Het verspreiden van nieuwe kennis of innovaties via artikelen of op bijeenkomsten moest voldoende zijn. Maar de dagelijkse praktijk bewijst het tegendeel. Maria Jansen, programmaleider Academische Werkplaats Publieke Gezondheid, biedt kennis en handvatten waarmee implementatie wél succesvol wordt.

De traditionele aanpak van onderzoek volstaat eigenlijk niet meer, stelt Maria Jansen. Zeker niet voor de complexe problemen in de publieke gezondheid, zoals problematisch alcoholmisbruik of overgewicht. Kenmerkend voor dit soort wicked problems is dat verschillende groepen in de samenleving een – vaak fundamenteel andere - eigen kijk hebben op deze problemen, en op de aanpak en oplossing. Dat betekent dat er weerstand is tegen verandering, waardoor implementatie van innovaties ingewikkeld wordt.

Maria Jansen, programmaleider Academische Werkplaats Publieke Gezondheid: “Hóe je iets wilt veranderen is daardoor net zo belangrijk als wát je wil veranderen.”
Lees verder
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Sociaalecologisch systeem

Ook kenmerkend is dat niet één persoon of groep de macht heeft om het probleem op te lossen, maar dat alle betrokken partijen samen over de aanpak beslissen. Een kind met overgewicht maakt onderdeel uit van een uitgebreid sociaalecologisch systeem en staat daarin bloot aan de invloeden van onder meer ouders, vrienden, school, sportclub, de buurt, de hele samenleving. Die hebben ook nog eens onderling interactie. Dat maakt implementatie op individueel niveau lastig. Hoe krijg je daar grip op? En ook belangrijk: kiezen partijen in hun aanpak voor een downstream beleid: het individuele kind, of upstream: veranderingen op maatschappelijk niveau?

Aandacht voor implementatie

“We opereren niet in een laboratorium, maar in het werkelijke leven. Hóe je iets wilt veranderen is daardoor net zo belangrijk als wát je wil veranderen”, stelt Jansen. Onderzoek hoe het proces van implementatie verloopt. “Welke interacties in het sociaalecologische model treden er op? Wie beïnvloedt wie? Welke belemmeringen zijn er? En hoe wil je zelf dat processen verlopen en klopt dat ook in de praktijk? Dat betekent dat je processen continu moet monitoren: kwantitatief (tellen) en kwalitatief (vertellen).” Voor implementatie(onderzoek) zijn verschillende instrumenten ontwikkeld,  het MIDI - instrument van TNO is daar een van. Deze instrumenten helpen om grip te krijgen op het implementatieproces.

Context in kaart

Daarnaast moet de context in kaart worden gebracht. Jansen noemt het belang van zachte en harde demografische kenmerken van de doelgroep verzamelen. Ook alle betrokken organisaties moeten worden geïnventariseerd: wat is hun veranderbereidheid? En welke systemen zijn betrokken, bijvoorbeeld onderwijs. Tot slot is het belangrijk om sociale netwerken te onderzoeken en de sleutelfiguren te identificeren.

Game changers

De grootste kansen voor effectieve veranderingen met relatief weinig moeite ziet Jansen op systeemniveau. “Systemen zijn gericht op het handhaven van een status quo. Zonder verandering van het systeem kunnen innovaties onvoldoende geborgd worden. Maar met disruptieve elementen, kunnen we het systeem uit balans brengen. De systeemtheorie leert dat het systeem vervolgens zo snel mogelijk terug wil naar een evenwicht. Dat kan door het nieuwe weg te gooien, maar ook door het nieuwe te omarmen. Die disruptieve elementen, die game changers, ontdekken is de uitdaging.”

Delen

Wat kunnen die game changers zijn? De deelnemers gingen in groepen aan de slag om ideeën uit te wisselen. Zou implementatie van een gezonde leefstijl in de wijk bijvoorbeeld makkelijker gaan als je andere stakeholders betrekt, zoals supermarkten. En waarom zou je leerlingen niet zelf maatregelen laten bedenken voor gezonder eten en meer bewegen, in plaats van die maatregelen op te leggen?

Ruimte voor uitwisseling

In de middag kwamen de deelnemers per onderwerp samen. Ieder gaf een korte presentatie over het lopende onderzoek en er was ruimte voor uitwisseling en discussie. Een korte impressie.

Gezonde wijk

Caroline Schlinkert, Universiteit Utrecht

“Ik zag dat veel projecten met dezelfde problemen worstelen. Er is veel animo en motivatie om dingen te doen, maar het lukt niet altijd. Bij bewoners staat gezondheid bijvoorbeeld niet altijd op nummer één. Ze hebben andere problemen, die hun aandacht opeisen, zoals geldproblemen.”

“In de discussie kwam naar voren dat veel projecten hun oorspronkelijke plan niet kunnen uitvoeren, doordat de praktijk anders is dan de onderzoeksopzet. Vanuit het Preventieprogramma is niet altijd  ruimte om iets aan de opzet te veranderen. Dan  moeten we improviseren. Dat is lastig.”

Preventie in de Zorg

Teuni Rooijackers, Maastricht University

“Het mooie aan deze werkconferentie is dat er bewust is stilgestaan bij de implementatie van projecten en hoe we deze verder kunnen optimaliseren. In mijn ogen is dit iets wat gewoonlijk te weinig wordt belicht.”

“In onze subgroep hebben we gesproken over de complexiteit van samenwerken met verschillende stakeholders. Het klinkt zo logisch ‘investeer in de samenwerking met partners’, maar ik de praktijk is dit nog best ingewikkeld. Hoe zorg je ervoor dat iedereen gemotiveerd blijft en hetzelfde gemeenschappelijke doel voor ogen houdt, vooral als de samenstelling van de partners wisselt gedurende het project? Het was prettig om hierover van gedachten te kunnen wisselen met collega-onderzoekers.”

Sociaal Economische gezondheidsverschillen in de lokale praktijk

Lenneke Vaandrager, Wageningen Universiteit

“Opvallend in de projecten is dat er niet alleen aandacht was voor wat het oplevert, maar ook voor hoe het project verloopt. Opbrengst meten blijkt voor iedereen nog niet zo eenvoudig. Welke uitkomstmaten hanteer je? Wanneer is iemand weer gezond? Als iemand weer aan het werk is? Vraag je hoe iemand zich voelt? En hoe weet je of positieve effecten het resultaat zijn van een programma?”
“Ik kende de andere projecten alleen op papier. Door elkaar hier te zien en te horen krijgen ze meer kleur. Je merkte dat we elkaar hele goede tips kunnen geven. Ik zou vaker ervaringen willen uitwisselen.”

Verklarend onderzoek naar sociaaleconomische gezondheidsverschillen

Karien Stronks, Amsterdam UMC

“Na een korte presentatie van alle vijf projecten hebben we onderzoeksthema’s gedefinieerd die we mogelijk samen kunnen oppakken. Bijvoorbeeld: klopt de aanname dat een lage sociaaleconomische klasse de oorzaak is van slechtere gezondheid of is er alleen sprake van een correlatie? En we spreken in gemiddeldes, terwijl er in achterstandswijken vaak een grote variatie in gezondheid is. Waarom hebben sommige bewoners wél een goede gezondheid? Welke factoren spelen mee? Ook willen we meer aandacht besteden aan de invloed van sociale groepsprocessen op het gedrag van het individu, bijvoorbeeld rond roken en drinken. En zijn gezondheidsthema’s in de achterstandswijken in Amsterdam anders dan bijvoorbeeld in Limburg of Groningen?”

Opvoeding en onderwijs

Jaap de Graaf, voorzitter ZonMw-commissie Opvoeding en onderwijs

“Wij hebben gedeeld wat de belangrijkste lessen zijn voor een succesvolle implementatie. Een highlight was dat je van meet af aan alle betrokkenen betrekt: leerkrachten, directie, leerlingen en ouders. Maak ze mede-eigenaar en laat ze co-creëren, want daarmee vergroot je de kans dat ze ook op de langere termijn betrokken blijven. Probeer ook drukke onderzoekspartners te ontzorgen, zoals leerkrachten. Een van de projectteams had HBO-studenten ingezet om programmaonderdelen uit naam van leerkrachten uit te voeren. Een derde highlight was de gezamenlijke conclusie dat onderzoek niet te zwaar hoeft te zijn en ook leuk, nuttig en gezellig voor studenten mag zijn.”

Download

Overzicht van de uitgenodigde projecten

Relevante links

Blijf op de hoogte

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website