Tessa Magnée en Marijn van Wingerden profiteren bijna dagelijks van alles wat ze tijdens de Gender in Research Erasmus Summer Programme geleerd hebben. De vele voorbeelden over het belang van sekse- en genderverschillen in onderzoek zijn overtuigend. ‘Het is een mythe dat je betere resultaten krijgt als je alleen mannen voor je onderzoek selecteert. Je gooit dan 50 procent van de validiteit weg’, weet Van Wingerden.

De twee jonge onderzoekers herinneren zich nog goed hoe verontwaardigd ze waren over de vele voorbeelden die ze tijdens deze Summer Course (zie kader) kregen aangereikt. ‘Ik was echt geschokt toen ik hoorde dat mannen en vrouwen volgens alle bestaande richtlijnen dezelfde dosis medicijnen krijgen’, vertelt Tessa Magnée.
‘Ik dacht steeds "hoe kán dit". Waarom wordt er bij het opstellen van richtlijnen geen beter onderscheid gemaakt tussen mannen en vrouwen? Dit juist omdat richtlijnen de laatste stand van zaken in de wetenschap weergeven.’

Depressie bij mannen

Tessa Magnée doet drie dagen in de week onderzoek bij het IVO, een onderzoeksinstituut dat zich richt op sociaal kwetsbare groepen. Daarnaast is ze praktijkondersteuner GGZ (POH-GGZ) in een huisartsenpraktijk. Ze studeerde psychologie en schreef haar proefschrift over verschillen in ruimtelijk inzicht tussen mannen en vrouwen.
‘Ook tijdens mijn werk in de huisartsenpraktijk probeer ik op sekse- en genderverschillen te letten. Het is bijvoorbeeld bekend dat de diagnose depressie bij vrouwen eerder wordt gesteld dan bij mannen. Vrouwen worden daarom eerder doorverwezen naar een therapeut, terwijl mannen het advies krijgen om het rustiger aan te doen. Daar ben ik nu zelf alert op.’

portret tessa magnee

Tessa Magnée is psycholoog en werkt als onderzoeker bij Onderzoeksinstituut IVO en als praktijkondersteuner huisarts GGZ (POH-GGZ) bij de FortaGroep. Haar proefschrift Mental health care in general practice in the context of a system reform (2017) over de psychische zorg in de huisartsenpraktijk, werd genomineerd voor twee nationale prijzen. Zij is lid van de Commissie Wetenschappelijk Onderzoek (CWO) van de Landelijke Vereniging POH-GGZ en voert onderzoek uit onder de leden, geeft advies bij onderzoeksprojecten, en denkt na over toekomstig onderzoek onder POH’s-GGZ.

Dr. Marijn van Wingerden is assistant professor Cognitive Science en Artificial Intelligence (AI) aan de faculteit voor Humanities en Digital Sciences van Tilburg University. Hij promoveerde op de neurale basis van keuzegedrag in ratten, en richt zicht momenteel op het maken van AI toepassingen die met behulp van hersenmetingen kunnen bijdragen aan het opsporen en voorspellen van psychiatrische aandoeningen.

Beeld: Mirko Krenzel / VolkswagenStiftung

portret marijn van wingerden

Voorspellende modellen

Ook Marijn van Wingerden spreekt van ‘veel eyeopeners’ tijdens deze cursus. ‘De voorbeelden waren zo goed gekozen. Er ging regelmatig een golf van verontwaardiging door de zaal. En van verbazing, bijvoorbeeld toen een docent vertelde over een experiment met proefdieren waarbij het geslacht van de onderzoeker van invloed blijkt te zijn op de pijnbeleving bij muizen. Daar had nog nooit iemand over nagedacht.’
Van Wingerden is universitair docent bij de vakgroep cognitive science and artificial intelligence (AI, kunstmatige intelligentie) aan de Universiteit van Tilburg. Zijn expertise ligt op het vlak van de computationele psychiatrie, dat wil zeggen dat hij psychiatrische aandoeningen op basis van datagedreven onderzoek probeert te begrijpen.
‘In mijn vakgebied leer je al in de opleiding dat voorspellende modellen een bias kunnen hebben, bijvoorbeeld in afkomst, leeftijd of sekse. Maar ondanks dit besef, wordt er in de onderzoekspraktijk te weinig naar sekse en gender gekeken. Daarom was het ook zo goed dat we tijdens de cursus zoveel tools aangereikt kregen, we kregen echt inzicht in hoe we op verschillende niveaus van het onderzoek, in verschillende fases, hier wél rekening mee kunnen houden.’

Fellows

Aan de Gender in Research Erasmus Summer Course 2019 namen 34 jonge, talentvolle onderzoekers deel, uit 5 verschillende continenten. De organisatie was in handen van het ErasmusMC-NIHES (Netherlands Institute for Health Sciences) en ZonMw. Met subsidie uit het Kennisprogramma Gender en gezondheid kregen 28 jonge onderzoekers een fellowship die hen in staat stelde om deze cursus te volgen.
‘Voor mij had het een enorme meerwaarde dat we zóveel kennis in een week kregen aangereikt’, vertelt fellow van Wingerden. ‘Het was als een vrachtwagen vol evidence die over ons heen denderde. In zo’n intensieve cursus leer je veel meer dan wanneer je eens per maand een dagdeel les hebt.’

Meetinstrumenten

Bij alle lezingen en workshops werd duidelijk onderscheid gemaakt tussen sekse (biologische en fysiologische verschillen tussen mensen) en gender (sociaal geconstrueerde rollen, gedrag, uitingen en identiteiten). Zowel Magnée als Van Wingerden hebben vooral over dit genderbegrip veel geleerd.
‘Aan het begin van de cursus was het me zelf niet eens helemaal duidelijk waarin sekse en gender van elkaar verschillen’, erkent Magnée, zelf ook een van de fellows. ‘Bij veel zorgprofessionals en onderzoekers zit dit onderscheid er nog niet goed in. Gek eigenlijk, als je weet hoeveel hier inmiddels over bekend is.’
‘Ik vond het vooral verrassend dat er nog zo weinig gevalideerde meetinstrumenten zijn om iets over iemands genderidentiteit te kunnen zeggen’, vult Marijn van Wingerden aan. ‘Langzamerhand groeit het besef dat dit belangrijk is, maar er is nog geen consensus hoe je dit kunt operationaliseren. Ik snap dat gender achter sekse aan komt, maar dat dit nog zó in de kinderschoenen staat, verbaast me.’
Van Wingerden is dan ook enthousiast over de zogeheten Frequently Asked Questions die inmiddels op de site van ZonMw beschikbaar is gesteld. Deze FAQ vormt een bundeling van bestaande nationale en internationale kennis en expertise op het gebied van sekse en gender in onderzoek.
Van Wingerden: ‘Vaak helpt het al om te beseffen dat we op sommige punten nog maar weinig weten. Ik vond het heel verhelderend dat de docenten van de workshops de belangrijkste lastige punten in onderzoek voor ons op een rij zetten. We voerden daar elke dag boeiende discussies over, bijvoorbeeld over de fundamentele vraag wat genderfluïde is, en dan ook nog hoe je dit kunt meten.’

Zelf oefenen

Zowel Magnée als Van Wingerden vinden de Gender in Research Erasmus Summer Programme een aanrader voor jonge onderzoekers. Wel lag vooral voor Magnée de nadruk iets te veel op de medische kant, en zou het een volgende keer fijn zijn om tijdens de workshops meer zelf te kunnen oefenen. Hóe doe je dat nou, in je onderzoek rekening houden met sekse en gender?
Anderzijds waren juist veel voorbeelden uit de medische wereld onthullend. ‘Ongelooflijk, zo blijken mannelijke proefdieren en lichaamsmaterialen goedkoper dan de vrouwelijke varianten’, verbaast zich Magnée.
Volgens Van Wingerden kan een dergelijke cursus een grote hulp zijn voor elke onderzoeker die hoopt een onderzoeksbeurs te krijgen. Denk aan een subisdieaanvraag voor Horizon, ZonMw of NWO. ‘Je kunt je dan profileren door in je onderzoeksvoorstel een goede sekse- en genderparagraaf te schrijven.’
Toegegeven, dit is makkelijker gezegd dan gedaan. ‘Maar volgens mij helpt het als je deze begrippen echt in je onderzoeksvoorstel geïncorporeerd hebt. Dát geeft een aanvraag meerwaarde, als je alleen al laat zien dat je hier goed over hebt nagedacht.’

De Gender in Research Erasmus Summer Programme

Als onderzoeksfinancier subsidieert ZonMw normaal gesproken de ontwikkeling van kennis. Het Kennisprogramma Gender en Gezondheid maakte het mogelijk om ook de vráág naar kennis te faciliteren. Via een samenwerking tussen het al bestaande Erasmus Summer Programme en het programma Gender en gezondheid hebben Erasmus MC-NIHES
en ZonMw de cursus ‘Gender in Research’ ontwikkeld. De doelgroep vormen veelbelovende (inter)nationale onderzoekers aan het begin van hun wetenschappelijke carrière.
Gedurende een week kwamen hiertoe (inter)nationale experts en gastsprekers vanuit diverse disciplines in Rotterdam bij elkaar om hun kennis en onderzoeksexpertise te delen met de volgende generatie onderzoekers van over de hele wereld. In de ochtendcursus lag de nadruk op de laatste kennis over de invloed van sekse en gender op de gezondheid van vrouwen en mannen gedurende verschillende levensfases. In de middagsessies konden de deelnemers hun vaardigheden vergroten om sekse en gender goed mee te nemen in alle fases van gezondheidsonderzoek.
In het programma was ook een Meet the Funder sessie opgenomen, waar de deelnemers kennis konden maken met verschillende onderzoeksfinanciers uit Canada, Zweden, Duitsland, Engeland, EU (Horizon 2020) en Nederland.
Eenzelfde cursus in de zomer van 2020 ging wegens corona niet door.

Ook interesse in het Gender in Research Summer Programme? Binnenkort zullen nieuwe fellowships beschikbaar gesteld worden voor deelname in 2021. Houd de subsidiekalender in de gaten in de gaten. Via de nieuwsbrieven van ZonMw blijft u op de hoogte van onze activiteiten en nieuws.

 

Over de winnende projecten

Prijsvraag gender in research

Een apart onderdeel van de Summer Course vormde de Gender in research-prijsvraag. In 6 verschillende groepen maakten de cursisten een plan om hun verworven kennis op dit gebied op laagdrempelige wijze aan anderen over te dragen. Hun inzending moest het bewustzijn rond sekse- en gendersensitief onderzoek vergroten. Aan het eind van de week werden twee inzendingen bekroond: de groep van Magnée met een ontwerp voor een stripverhaal en de groep van Van Wingerden met de opzet voor een interactieve game. In de maanden na de Summer Course kregen beide groepen 8000 euro om hun ideeën uit te werken. ‘Dit is één van de leukste projecten waar ik de afgelopen tijd aan gewerkt heb’, vertelt Magnée enthousiast. ‘Het was heel stimulerend om hiermee op een creatieve manier, met striptekenaars, aan de slag te gaan. Ook collega onderzoekers zijn enthousiast over ons stripboek, zij geven het een ruime acht. Ik kreeg ook nog de vraag of we geen Nederlandstalige versie kunnen maken, voor zorgprofessionals.’

A Journey of Gender in Health

Het (Engelstalige) stripboek bevat 12 illustraties rondom gender en gezondheid. De strips vertellen het verhaal van H, waarbij H staat voor Humanity, de mens, die genderneutraal is.
In dit beeldverhaal, A Journey of Gender in Health, volgt de lezer H van geboorte tot ouderdom en zie en lees je hoe H op allerlei manieren in aanraking komt met de medische wereld en wat daar dan gebeurt. Aan de hand van H komen veel onderwerpen aan bod, zoals voeding en eetstoornissen, hart- en vaatziekten, depressie, copingstijlen, zelfmanagement, communicatie in de huisartspraktijk en stereotypen in het medisch onderwijs.
Om de impact van deze strip te vergroten, organiseerden de makers elk in hun eigen land workshops voor andere onderzoekers.

Quest for better research

De interactieve game Quest for better research bestrijkt alle stappen in het proces van een wetenschappelijk onderzoek. Het profiel van de gamer is een onderzoeker die op zoek is naar een beurs.
Achtereenvolgens moet de gamer met de begrippen sekse en gender aan de gang bij het opstellen van een hypothese, het opstellen van een plan van aanpak, het verzamelen van data, de interpretatie daarvan en het trekken van conclusies.
De makers van deze game stonden vooral voor de opgave om de lastige sekse- en genderitems in korte tekstballonnetjes te verwoorden. ‘Ik heb veel geleerd op het gebied van bondig formuleren’, vertelt Van Wingerden.

ZonMw stimuleert gezondheidsonderzoek en zorginnovatie. ZonMw financiert gezondheidsonderzoek en stimuleert het gebruik van de ontwikkelde kennis - om daarmee de zorg en gezondheid te verbeteren. ZonMw heeft als hoofdopdrachtgevers het ministerie van VWS en NWO.

Colofon Tekst Gonny ten Haaft, Portret Tessa Magnee Privébeeld Portret Marijn van Wingerden Mirko Krenzel/VolkswagenStiftung

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website