De evaluatie van het Kennisprogramma Gender en Gezondheid laat zien dat het bewustzijn over de rol van sekse- en genderverschillen in gezondheidsonderzoek is verstevigd. Ook leidde het tot een toename van kennis over die verschillen. Toch maken ze nog geen structureel onderdeel uit van onderzoek. Hoe kunnen we dat in de toekomst wél voor elkaar krijgen?

‘De eerste stap in het stimuleren van gender sensitive science was natuurlijk het creëren van meer bewustzijn over de rol van sekse- en genderverschillen in onderzoek. Dat is met het Kennisprogramma Gender en Gezondheid goed gelukt’, zegt Ineke Klinge, professor in Gender Medicine, voorzitter van de Horizon 2020 Advisory Group for Gender bij de Europese Commissie en lid van de ZonMw-programmacommissie Gender en Gezondheid. Maar ondanks dit toegenomen bewustzijn vinden onderzoekers het nog steeds lastig om een concept als gender in relatie tot gezondheid meetbaar te maken. Daarom is er de afgelopen jaren veel tijd besteed aan het verhelderen van dit concept. ‘Gender is een proces waarin we drie verschillende dimensies onderscheiden: gendernormen, genderidentiteit en gender relations. Het is dus iets moeilijker meetbaar te maken dan sekse, waarbij je te maken hebt met vaststaande biologische eigenschappen als chromosomen, genen, anatomie en fysiologie.’ Wat dit betekent voor wetenschappelijk onderzoek, zette de EU-expertgroep uiteen in het rapport Gendered Innovations 2 (zie kader). Deze bevindingen zijn vertaald naar een website, die onderzoekers methodologische instrumenten biedt voor het integreren van sekse, gender en intersectionele analyse in onderzoek. ‘Op deze manier hebben wij geprobeerd om onze bevindingen over het concept gender behapbaar te maken voor onderzoekers’, vertelt Klinge.

portret Ineke Klinge

Wie is Ineke Klinge?

Prof. dr. Ineke Klinge is professor in Gender Medicine. Ze studeerde medische biologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en volgde een postdoctoraal programma Gender Research aan de Universiteit Utrecht. Na haar proefschrift over osteoporose bij vrouwen vanuit een genderperspectief ging ze bij de Universiteit Maastricht als universitair docent Gender en Gezondheidswetenschappen aan de slag. Later werkte ze enkele jaren als hoogleraar Gender Medicine in Duitsland. Klinge was voorzitter van de Horizon 2020 Advisory Group for Gender bij de Europese Commissie en Rapporteur van de Expert Group Gendered Innovations 2. Ook was ze lid van de ZonMw-programmacommissie Gender en Gezondheid. Klinge is de eerste voorzitter van de wetenschappelijke vereniging Gender & Gezondheid.

Wie is Wendy Reijmerink?

Wendy Reijmerink is socioloog en werkt als senior stafmedewerker Strategie en Innovatie bij ZonMw. Ze is betrokken bij het thema diversiteit vanuit de totaalvisie op het versterken van impact van onderzoek dat ZonMw financiert. Dit gebeurt onder andere door het ontwikkelen van onderbouwde uniforme aanpakken voor verantwoorde kennisontwikkeling en het ondersteunen van onderzoekers bij de implementatie van resultaten.

portret Wendy Reijmerink

Aanvinkgedrag voorkomen

Met de eisen die worden gesteld aan onderzoeksaanvragen stuurt ZonMw al van oudsher op diversiteit, vertelt Wendy Reijmerink, stafmedewerker bij de afdeling Strategie en Innovatie bij ZonMw. ‘Sinds de oprichting van ZonMw in 1999 beoordelen en prioriteren wij alle aanvragen op basis van relevantie en kwaliteit. Bovendien vragen we best veel van onderzoekers om de impact van onderzoek te versterken. Naast de participatie van belanghebbenden, aandacht voor implementatie of toepassing van je resultaten en de doorwerking naar onderwijs, is er onder meer aandacht voor diversiteit en differentiatie van de doelgroep.’ De eis om aandacht te besteden aan sekse- en genderverschillen in onderzoek kan er soms toe leiden dat wetenschappers aanvraagformulieren strategisch invullen, zonder goed na te denken hoe ze die verschillen uiteindelijk gaan onderzoeken. En dat kan mogelijk leiden tot resultaten die niet of maar deels bruikbaar zijn in de praktijk, omdat ze bepaalde effecten over het hoofd zien. Klinge vindt dat wetenschappers in hun subsidieaanvragen vooral helder moeten zijn over de concepten waarmee zij van plan zijn te gaan werken. ‘Geef in je aanvraag aan of je alleen focust op sekse, gender of allebei. Daar hoort eigenlijk ook een verdiepingsvraag bij: hoe ga je dat dan doen? En als je besluit geen aandacht te besteden aan sekse of gender, waarom ga je dat niet doen? Door deze extra verdiepingsvragen toe te voegen in aanvraagformulieren voorkom je aanvinkgedrag.’

Reijmerink is het met Klinge eens. Uit eigen ZonMw-observaties bleek dat nog veel wetenschappers weinig of geen aandacht aan sekse en gender besteden, terwijl ze dat bijvoorbeeld wel in hun subsidieaanvraag hebben aangevinkt. ‘De goedbedoelde prikkel om sekse- en genderverschillen mee te nemen in onderzoek, bijvoorbeeld in subgroep-analyses, zou er dus voor kunnen zorgen dat aanvragers strategisch gedrag vertonen. Wij moeten daar in de toekomst veel beter op gaan sturen en monitoren’, zegt Reijmerink. De zogeheten ZonMw Reporting Checklist moet daar bij gaan helpen. Deze checklist is mede gebaseerd op de richtlijnen van het EQUATOR-netwerk (Enhancing the QUAlity and Transparency Of Health Research), een internationaal initiatief dat de betrouwbaarheid en waarde van gepubliceerde resultaten van gezondheidsonderzoek wil verbeteren door transparante en nauwkeurige rapportage. ‘De checklist dwingt onderzoekers om de verdiepingsvragen die Ineke zojuist noemde te beantwoorden. Met andere woorden: comply or explain, bijvoorbeeld de afwezigheid van exclusiecriteria’, legt Reijmerink uit. ‘Het gebruik van de checklist zou ook moeten zorgen voor een meer uniforme en transparante manier van aanvragen, rapporteren en evalueren. Op die manier kunnen we eventuele afwijkingen in het kader van ‘practice what you preach’ ook sneller op het spoor komen, waar dat nu vaak een zoektocht is in allerlei pdf’s.’

Allerlaatste staartje

Inmiddels is het Kennisprogramma Gender en Gezondheid afgesloten en geëvalueerd. Hoe nu verder? Klinge vindt het belangrijk om na te gaan voor welke thema’s op het gebied van gender en sekse in gezondheid en zorg nog steeds kennishiaten bestaan. Deze thema’s kunnen een extra boost krijgen in de vorm van een vervolgprogramma. Dat advies komt ook naar voren uit de eindevaluatie. ‘Ook hoop ik dat de aandacht voor sekse- en genderverschillen de komende jaren nog breder geaccepteerd en uitgedragen wordt’, zegt ze. De (bij)scholing van biomedische wetenschappers is een belangrijke voorwaarde om verder te komen. ‘Een deel van het Kennisprogramma richtte zich op de scholing van artsen, maar uiteindelijk zijn het de biomedische wetenschappers die de kennis vergaren waarmee artsen in de praktijk aan de slag moeten.’ In dat kader noemt Klinge ook de durf die nodig is om nieuwe grenzen op te zoeken. ‘Als wetenschapper kan je te maken hebben met allerlei beperkende factoren, zoals de club waarin je onderzoek doet, de denkbeelden die daarin heersen en de wetenschappelijke tijdschriften waarin je publiceert. Het is best moeilijk om uit die gevestigde orde te breken’, aldus Klinge. ‘Toch blijkt dit aantrekkelijk voor beginnende onderzoekers, zoals START NVG&G - het subnetwerk van en voor ‘early career’ wetenschappers van de Nederlandse Vereniging Gender & Gezondheid (NVG&G) - laat zien.’

Onderzoek met impact

Uiteindelijk is het natuurlijk de bedoeling dat opbrengsten van programma’s en projecten daadwerkelijk in de praktijk gebruikt worden. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan, blijkt ook uit de evaluatie van het Kennisprogramma Gender en Gezondheid. ‘Implementatie is niet het allerlaatste staartje van het formulier dat je nog even moet uitvoeren na de analyse van je resultaten, maar juist het belangrijkste én ook moeilijkste onderdeel van onderzoek’, aldus Klinge. ‘Om onderzoekers te helpen meer impact te realiseren, stimuleren en faciliteren wij hen bijvoorbeeld met gerichte financiering voor verspreiding en implementatie of het bundelen van kennis over wat wel en wat niet werkt. Daarnaast heeft ZonMw ook implementatiespecialisten in huis die kunnen helpen bij het realiseren van impact’, zegt Reijmerink.

Gendered Innovations 2

De integratie van sekse- en genderanalyse in onderzoek en innovatie voegt waarde toe aan onderzoek en vergroot de maatschappelijke relevantie ervan. De Europese Commissie stelde een expertgroep in om deze integratie verder te versterken. Het rapport Gendered Innovations 2 bevat definities van termen en methoden met betrekking tot sekse, gender en intersectionele analyse, interdisciplinaire casestudy’s die laten zien hoe de genderdimensie kan worden geïntegreerd in onderzoek en innovatie.

Impact realiseren, aantonen en versterken

Projecten die ZonMw financiert moeten impact hebben. Nieuwe kennis en kunde moet gebruikt worden in praktijk, beleid, onderwijs en/of verder onderzoek. Zo blijft de zorg goed, toegankelijk en betaalbaar. Maar wat is impact? Hoe bereik je dat? En hoe laat je dat zien? ZonMw ondersteunt projectleiders om hun impact te versterken.

 

Lees meer over sekse en gender in onderzoek

Colofon Tekst Dieuwke de Boer Portret Ineke Klinge Aline Bouma Portret Wendy Reijmerink Eigen beeld

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website