Verslag 19 december 2016

    Slotsymposium Forensic Science

    Woensdag 23 november 2016

    Deze publicatie is door ZonMw gemaakt, in samenwerking met:

    NWO

    Slotsymposium Forensic Science

    Woensdag 23 november 2016

    Op 23 november 2016 vond het slotsymposium plaats van het NWO programma Forensic Science. Deze publicatie geeft een indruk van deze gezamenlijke NWO ZonMw bijeenkomst en geeft een kijk op mogelijke vervolgstappen.

    Zaal met mensen
    Mensen in de zaal
    Iemand praat op een podium
    Iemand praat op een podium

    Presentaties van de onderzoeksprojecten

    In het programma Forensic Science zijn wetenschappers uit de chemie, informatica en wiskunde aan de slag gegaan in negen onderzoeksprojecten. De onderwerpen liepen uiteen van sporenonderzoek en DNA-onderzoek naar chemisch bewijs in haren, en van statistische modelleertechnieken naar geautomatiseerde gezichtsherkenning. In acht presentaties deelden onderzoekers hun resultaten.

    Het gaat om de volgende onderzoeken:

    • Zoeken naar criminelen via verwanten in een DNA database
    • Forensische Gezichtsherkenning
    • Biomarkers van de biologische klok - hoe laat werd een (bloed)spoor achtergelaten op een plaats delict?
    • Beter begrip van statistiek in het strafrecht door argumentatie en verhaal
    • Combineren van bewijs
    • De metagenoom samenstelling van forensisch biologisch sporenmateriaal
    • Chemische stoffen in haar verraden de dader, of niet?
    • Comprehensive Forensics (COMFOR)

    Zoeken naar criminelen via verwanten in een DNA database

    Projectleider: Prof.dr. R.W.J. Meester, Vrije Universiteit Amsterdam

    Misdaden worden vaak opgelost met een DNA databank. Als er geen match is kun je proberen om familieleden van de donor van een DNA profiel in de databank te vinden.

    Tegenwoordig worden DNA methoden algemeen gebruikt bij het oplossen van misdrijven, maar ook bij het identificeren van slachtoffers van natuurrampen of ongelukken. Bij het oplossen van misdrijven worden DNA profielen die aangetroffen zijn op de plaats delict altijd door een database gehaald. Als dat geen match oplevert dan is het soms verstandig om te onderzoeken of de database wellicht profielen van familieleden van de donor van het gevonden profiel bevat. In dit project hebben we verschillende zoekstrategieën naar familieleden geformuleerd en bestudeerd. Welke strategie het beste is hangt af van je doelstelling, maar ruwweg is een strategie waarbij je die profielen onderzoekt die een likelihood ratio hoger dan een vaste threshold hebben vaak het beste. De analyse leidde ook tot een onderzoek naar de heterogeniteit van de Nederlandse database. Heterogeniteit is belangrijk en onze kennis daarvan maakt het mogelijk om sterkere uitspraken te doen en beter te zoeken naar familieleden van donoren van specifieke profielen. Etnische verschillen en aspecten kunnen op deze manier vanzelf meegenomen worden zonder het begrip zelf te gebruiken. Dit laatste is belangrijk in het ethische debat. De resultaten worden op dit moment door het NFI geïmplementeerd en gebruikt. 

    Download de presentatie

    Forensische Gezichtsherkenning

    Projectleider: Dr.ir. R.N.J. Veldhuis, Universiteit Twente

    De aanleiding van dit onderzoek is de subjectieve vergelijking van gezichtsbeelden op het gebied van morfologisch-antropologische kenmerken. Bijvoorbeeld contouren, vorm, rimpels en littekens.

    Gezichtsonderzoek bestaat al erg lang maar het doel van dit onderzoek is om het proces te automatiseren. Tegelijkertijd wil men bewerkstelligen dat door het automatiseren van het proces er kwantitatieve bewijskracht wordt gegenereerd. Het kan een nuttige tool in de bewijskracht voor de forensisch expert zijn waarbij men wel op productontwikkeling moet inzetten. Deze nieuwe technieken kunnen hun toevlucht vinden in verschillende biometrische systemen die overheden op dit moment hanteren. Zo ziet men dat een toepassing binnen de forensische sector een weg vindt naar de samenleving.

    Download de presentatie

    Biomarkers van de biologische klok - hoe laat werd een (bloed)spoor achtergelaten op een plaats delict?

    Projectleider: Prof.dr. M. Kayser, Erasmus MC

    De aanleiding van dit onderzoek vormt het probleem dat het spoor dat gevonden wordt op de crime-scene niet altijd van de dader hoeft te zijn. Je moet de tijd kunnen inschatten wanneer het spoor is achtergelaten.

    Essentieel bij dit onderzoek is het vinden van biomarkers (Serontonine en melatonine) die een gedetailleerd en accuraat tijdspad van een spoor kunnen identificeren. Hierbij ontwikkelt men een statistisch model om bloedspoortiming te kunnen ontwikkelen. In de toekomst is er echter nog veel nodig om het statistische model op een goede manier te kunnen uitbreiden. Hierbij is belangrijk de stabiliteit van de biomarkers en het gebruik van de juiste analysetools. Er is in het onderzoek alleen gekeken naar bloedsporen maar het is natuurlijk ook belangrijk om andere sporen op deze manier te kunnen identificeren. Kan deze methode gebruikt worden om tijdstip van overlijden aan te wijzen en kan het zijn weg vinden naar de regulaire geneeskunde? Dit zijn spannende vragen voor de toekomst.

    Download de presentatie

    Beter begrip van statistiek in het strafrecht door argumentatie en verhaal

    Projectleider: Prof.dr. H.B. Verheij, Rijksuniversiteit Groningen

    Lucia de B leek schuldig want ze was bij zeldzaam veel sterfgevallen aanwezig. Toch was haar jarenlange gevangenisstraf onterecht. De vraag is hoe statistisch bewijs veilig gebruikt kan worden.

    Bij redeneren met bewijs worden fouten worden. Recent is geschat dat in tot wel 10% van de gevallen fouten worden gemaakt. Dit project draagt bij aan het verbeteren van rationeel redeneren met bewijs. Lucia de B was mede veroordeeld omdat tijdens haar diensten een onverklaarbare hoeveelheid patiënten overleed. De basis voor dit oordeel was dat dat geen toeval kon zijn. Later moest het oordeel worden gecorrigeerd en werd Lucia vrijgesproken.

    Hoe kan men veilig en effectief met forensisch bewijs omgaan? Communicatieproblemen tussen juristen en forensisch experts leiden gemakkelijk tot fouten. Aan de ene kant worden de feiten vastgesteld door juristen die niet vaak werken met de statistische informatie van forensisch experts, en op hun beurt zijn de forensisch experts niet gewend aan de verhalende kritische dialoog in de rechtszaal.  

    Er zijn op dit moment 3 normatieve kaders om schuld te bewijzen: op basis van kansen, argumentatie en scenario's.

    In het onderzoek is gewerkt aan combinaties van deze normatieve kaders door gebruik te maken van Bayesiaanse netwerken, een techniek die afkomstig is uit de kunstmatige intelligentie en waarmee kwalitatieve en kwantitatieve denkstijlen kunnen worden gecombineerd. De resultaten van dit onderzoek laten zien hoe redeneren met kansen, scenario's en argumenten veilig kan worden gedaan. 

    Download de presentatie

    Combineren van bewijs

    Projectleider: Prof.dr. M.J. Sjerps, Universiteit van Amsterdam

    Forensisch onderzoekers hebben vaak te maken met een combinatie van bewijs. Sommige situaties zijn relatief simpel, bijvoorbeeld een combinatie van twee soorten DNA-analyse (Y- en autosomaal) aan hetzelfde DNA-spoor.

    Hierbij gaat het om dezelfde vraag op het zogenaamde “bron-niveau”: “wie is de bron van het DNA?”. Soms is er ook een andere vraag van belang, bijvoorbeeld: “van welk type cel is het DNA afkomstig (speeksel of huid)?”waarvoor een combinatie met een RNA_analyse of een celtyperingstest nodig is. Bij deze combinatie ligt een bekende valkuil op de loer: de “association fallacy”. Het onderzoek laat zien hoe de forensisch onderzoeker dergelijke vragen op een logische juiste manier kan beantwoorden. Daarvoor is gebruik gemaakt van een bepaald type kansmodellen, zogenaamde Bayesiaanse netwerken. 

    Daarnaast is er ook onderzocht wat de bewijskracht is van een combinatie van bewijsmiddelen in meer ingewikkelde situaties waarbij meerdere deskundigheidsgebieden betrokken kunnen zijn. Bijvoorbeeld een stuk tape waarmee een slachtoffer is vastgebonden en waarop behalve DNA ook vingerafdrukken worden gevonden en de locatie daarvan op de tape is bepaald. Hierbij gaat het om vragen op het zogenaamde “activiteit-niveau”: “welke activiteit leidde tot het sporenbeeld?”. 

    Ten slotte is onderzocht hoe in een serie zaken die aan elkaar gekoppeld zijn via bijvoorbeeld een matchend DNA-profiel de aangetroffen sporen de totale bewijswaarde versterken of verzwakken. De analyse laat zien dat de “schakelbewijsredenatie” die door juristen kan worden gebruikt in essentie een logische waarschijnlijkheidsredenatie is. De huidige voorwaarden voor het gebruik van deze redenatie kan wat de kansrekening betreft zelfs worden versoepeld: eenzelfde modus operandi en een “ankerzaak” zijn niet per se noodzakelijk. De analyse laat echter ook zien dat deze constructie zowel belastend als ontlastend kan zijn, en identificeert een aantal nieuwe valkuilen, met name wanneer het aantal daders onbekend is. 

    De resultaten van het onderzoek worden momenteel gebruikt in het onderzoek van het Nederlands Forensisch instituut. Zij kunnen ook discussiemateriaal vormen voor juristen met betrekking tot het gebruik van schakelbewijs. 

    Download de presentatie

    De metagenoom samenstelling van forensisch biologisch sporenmateriaal

    Projectleider: Dr. J.F.J.  Laros, Leids Universitair Medisch Centrum

    De aanleiding van dit onderzoek ligt in het feit dat er vaak weinig menselijk DNA aanwezig is op de crimescene. Dit is met name het geval bij contactsporen zoals die achterblijven op kogelhulzen.

    Metagenomen zijn relatief stabiel in de tijd (het groeit terug na handenwassen) en ze zijn uniek per persoon. Wij hebben een techniek ontwikkeld die profielen maakt van metagenomen, deze profielen zijn vergelijkbaar met vingerafdrukken en kunnen gebruikt worden voor de vergelijking van sporen. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om de eigenaar van een toetsenbord aan te wijzen, enkel op basis van het vergelijken van het metagenoom van het toestenbord en dat van de vingers. Deze techniek is breed toepasbaar, in de geneeskunde zijn er bijvoorbeeld toepassingen in de detectie van onbekende microorganismen (infectieziekten) en het ontrafelen van de rol van microorganismen bij ziektes zoals metabool syndroom en reuma.

    Download de presentatie

    Chemische stoffen in haar verraden de dader, of niet?

    Projectleider: Prof.dr. M.W.F. Nielen, Wageningen University & Research

    Een onderzoek naar chemische patronen in haar. Je haar vertelt wat je deed. 

    Vroeger was een haaranalyse op chemische stoffen erg bewerkelijk. Dankzij het MOLHAIR project kan er nu binnen het uur een complete haarscan gemaakt worden over de lengte van een afgeknipte haarlok. De aldus vastgestelde locatie van de drugs in het haar verraadt, samen met de haargroeisnelheid van 1 cm per maand, het oorspronkelijke moment van toediening. Bij de zaak van Marko Kroon was het niet duidelijk of er drugs van buiten op de haren waren gekomen. Dergelijke contaminatievraagstukken kunnen nu veel beter onderzocht worden dankzij nieuw ontwikkelde protocollen voor het wassen van het haar en geavanceerde “haarkloverij” waarbij zelfs binnenin een enkele haar naar de drugspatronen kan worden gekeken. Alternatieve toepassingen van dit haaronderzoek zijn bijvoorbeeld het bestuderen van patronen van pesticiden, van stress, het correct innemen van voorgeschreven medicijnen en natuurlijk de eventuele blootstelling aan vergiften. Dit laatste is voor de forensische geneeskunde van groot belang bij het snel vaststellen van de oorzaak van overlijden. 

    Download de presentatie

    Comprehensive Forensics (COMFOR)

    Projectleider: Prof.dr. P.J. Schoenmakers, Universiteit van Amsterdam

    Tweedimensionale (gas-) chromatografie levert veel meer informatie op dan met conventionele analyses kan worden verkregen.

    In het COMFOR project is door chemici en statistici deze nieuwe dimensie ingezet voor forensische vraagstukken met een nadruk op forensisch brandonderzoek. Robuuste en wetenschappelijk onderbouwde methodes zijn ontwikkeld voor de chemische analyse van brandbare vloeistoffen en voor residuen van dergelijke vloeistoffen in brandresten. Chemische data zijn geïnterpreteerd in termen van waarschijnlijkheden en bewijskracht door de wiskundigen en chemometrici in het projectteam. De samenwerking tussen twee sterk uiteenlopende disciplines – scheikunde en wiskunde – is een van de grote verworvenheden van het COMFOR project en heeft binnen het van ’t Hoff Institute for Molecular Sciences tot spin-off projecten geleid. De samenwerking heeft bijzondere inzichten en waardevolle forensische methodes opgeleverd die ook toepasbaar zijn in andere forensische domeinen.

    logo

    Het programma Forensic Science was een initiatief van NWO-gebieden Exacte Wetenschappen en Chemische Wetenschappen en het toenmalige Netherlands Genomics Initiative (NGI). Forensische wetenschap is gericht op het verzamelen en analyseren van wetenschappelijk gefundeerd bewijs met het doel daders en een (mogelijk ) misdrijf op te sporen. Er was in totaal 3,5 miljoen euro beschikbaar voor negen onderzoeksprojecten. 

    Onderzoekers in gesprek met praktijk en beleid

    Tijdens de bijeenkomst was er gelegenheid tot kruisbestuiving. Tussen onderzoekers onderling, maar ook tussen onderzoekers en diverse veldpartijen (Forensisch Geneeskundigen, Politie, GGD, Openbaar Ministerie, Nederlands Forensisch Instituut) en vertegenwoordigers van departementen. Zij konden met elkaar in gesprek over dilemma’s en inzichten rondom de toepassing van wetenschap in de forensische (geneeskundige) praktijk.

    mensen in gesprek
    mensen in gesprek

    Onderzoekers konden elkaar inspireren. Zo leerde een onderzoeker (prof Nielen, WUR) van forensisch artsen dat het haarwerk zeer relevant kan zijn voor post-mortem forensic medicine om alsnog doodsoorzaken op een objectieve manier te kunnen achterhalen. 'In een volgende stap is het belangrijk dat een hechte dialoog met niet-wetenschappers plaats vindt.'

    Prof. dr. H. Bart Verheij, Rijksuniversiteit Groningen, gaf aan dat er duidelijk kansen liggen om de methoden die in het project ontwikkeld zijn daar nuttig in te zetten. 'Interpretatie van bewijsmateriaal van verschillende aard en communicatie daarover tussen experts met verschillende achtergronden stond bij ons centraal, en zal ook aan de orde van de dag zijn in de forensische geneeskunde. Ik ben in het bijzonder geïnteresseerd in rationele methoden voor het interpreteren van bewijs en het nemen van beslissen in een interdisciplinaire context -met alle communicatieproblemen die daarbij horen. Ook heb ik belangstelling voor softwareondersteuning van dergelijke processen in een steeds meer gedigitaliseerde werkomgeving'.

    Ook bij dit onderwerp is een hechte dialoog met niet-wetenschappers van waarde. NWO en ZonMw kunnen dit wellicht in de toekomst bevorderen.

    Reflecties uit wetenschap en praktijk

    Wat betekent forensic science voor de praktijk? In een viertal presentaties werd gereflecteerd richting valorisatie, samenwerken en aansluiting bij de Nationale wetenschapsagenda.

    Portretfoto

    We kunnen veel meer interdisciplinair samenwerken

    Prof. dr. mr. Wilma Duijst, FMG

    Aan postmortaal onderzoek doen we als samenleving nog erg weinig. We kunnen nog veel meer interdisciplinair samenwerken. Denk aan de radiologie en de toxicologie. Samenwerkingsverbanden via het European Council of Legal Medicine (ECLM).

    Portretfoto

    Verder bouwen aan forensische wetenschap in Nederland

    Prof. dr. Arian van Asten (NFI, UvA, CLHC)

    Forensische wetenschap is bij uitstek een domein dat profijt heeft van een interdisciplinaire aanpak. De projecten binnen het NWO programma Forensic Science laten dit ook duidelijk zien, de projecten kenden een divers karakter waarbij een rijke samenwerking was te zien. Zowel tussen instituten en universiteiten, wetenschappers uit diverse disciplines en specialisten uit de wetenschap en de forensische praktijk... 

    ... NWO heeft met het Forensic Science programma forensisch wetenschappelijk onderzoek in Nederland een enorme boost gegeven en heeft daarmee ook aan de basis gestaan van het succes van het Co van Ledden Hulsebosch Centrum, Amsterdam Center for Forensic Science and Medicine. Het CLHC is inmiddels binnen de internationale forensische wereld een bekend instituut en we onderhouden warme banden met instituten wereldwijd. 

    Forensische wetenschap in Nederland staat op de kaart en het zou prachtig zijn als we het momentum nu kunnen vasthouden. We denken daarbij binnen het CLHC dat een vervolgprogramma op het grensvlak van de forensische en medische wetenschap voor een enorme meerwaarde kan zorgen.  

    Portretfoto

    NWA route Conflict en Coöperatie

    Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld (NSCR)

    Binnen de Nationale wetenschaps Agenda (NWA) moet sprake zijn van multidisciplinair onderzoek en “game changers”. De route Conflict en Coöperatie biedt goede aanknopingspunten voor forensisch (geneeskundig) onderzoek. Een onderwerp dat een groot maatschappelijk probleem vormt is het aanhoudende probleem van seksueel misbruik. “Als we toch eens de juiste tools hadden om dit op een juiste manier op te sporen en te bewijzen, lossen we een groot probleem op”. Forensisch onderzoek wordt echt in kolommen gedaan. Je hebt een medische en een strafrechtelijke kolom en deze moeten meer met elkaar verweven raken. 

    Portretfoto

    Valorisatie kan snel

    prof. dr. Peter de Knijff

    Er wordt in de forensische wereld ontzettend veel wetenschappelijke output gecreëerd. Er is echter een slechte samenwerking tussen de wetenschap en praktijk. Belangrijk is dat dit veel meer gebeurt en dit symposium is hiervoor een goede aanzet. Het NWO programma Forensic Science is nu afgelopen, maar hoe kunnen we in de toekomst verder? En hoe zorgen we dat de resultaten hun weg naar toepassing vinden? Volgens professor de Knijff heeft forensic science een zeer hoge en snelle maatschappelijke valorisatiewaarde.

    Download de presentaties

    NWA route Meten en Detecteren

    Prof. dr. Michel Nielen (WUR)

    De route Meten en Detecteren zit op een wat hoger abstractieniveau. In de route staat nergens forensisch onderzoek expliciet vermeld, maar toch zou je hieronder heel goed projecten op het gebied van forensic science of forensische geneeskunde kunnen scharen. Een van de “game changers” is meten op locatie, dus in deze context meten op de plaats delict. Ook prof. Nielen roept deelnemers op om contact op te nemen met het boegbeeld van de route en aan de komende workshops deel te nemen.

    Vervolgstappen

    “Forensic Science” was het eerste brede, multidisciplinair wetenschappelijk onderzoeksprogramma op het gebied van de forensische wetenschap in Nederland. Tijdens de bijeenkomst op 23 november raakten wiskundigen, chemici, juristen, forensisch artsen en politie steeds enthousiaster over de mogelijkheden tot kruisbestuiving en potentiele “game changers”.

    De huidige routes binnen de NWA bieden goede aanknopingspunten. Er is niet gezegd dat er nog een extra route bij kan komen. Prof de Knijff stelt desondanks de ontwikkeling voor van  een mogelijk nieuwe route rond het centrale thema “het misdrijf”. In deze route staat de mens centraal, en de onderzoeksgebieden richten zich op al dat onderzoek waarmee relevant informatie over die mens kan worden verkregen. Dat kan genoom onderzoek zijn om het slachtoffer te identificeren, of de verdachte te herkennen, maar ook eerstelijns gezondheidszorg voor de verdachte, of gedragsonderzoek waarmee de betrouwbaarheid van de getuige kan worden getoetst. In essentie is deze route een groot en breed forensisch onderzoeksprogramma. Belangrijke voorwaarden om het gewenste onderzoek van de grond te krijgen zijn aanvullende stimuleringsgelden en coördinatie.

    Op 17 maart, voorafgaand aan de oratie van prof. dr. mr. Wilma Duyst aan de UM, vindt een symposium plaats. Relevante stakeholders buigen zich dan over de resultaten van de lopende ZonMw-verkenning “Structuur en inhoud onderzoek forensische  geneeskunde”. De gezamenlijke eindconclusies zullen vervolgens worden voorgelegd aan vier betrokken ministeries: V&J, OC&W, VWS en BZ met als doel helder te krijgen of en op welke wijze dit kan worden ondersteund.