Een kwalitatief betere en ook meer zichtbare paramedische zorg. In een notendop is dit het doel van het programma Paramedische Zorg. De beoogde resultaten leveren een belangrijke bijdrage aan een gezondheidszorg waarin het dagelijks functioneren van patiënten centraal staat.

Duurzame kwaliteitsimpuls

Joost Dekker, voorzitter van de ZonMw-programmacommissie, is ervan overtuigd dat het programma een duurzame kwaliteitsimpuls kan geven aan de paramedische zorg in Nederland. ‘Er is veel meer evidence op dit terrein dan vaak gedacht wordt. Met dit programma kunnen we de evidence verder uitbouwen en de kwaliteit van deze zorg merkbaar en toetsbaar maken, zowel voor de patiënt als de maatschappij.’

Achtergrond

Als emeritus-hoogleraar paramedische zorg aan het Amsterdam UMC heeft Dekker goed zicht op de 6 beroepsgroepen waar dit programma over gaat: fysiotherapie, ergotherapie, oefentherapie, huidtherapie, logopedie en diëtetiek. Zelf deed hij jarenlang onderzoek op het gebied van fysio-, oefen- en ergotherapie.

Portretfoto Joost Dekker
‘Als het gaat om evidence based werken en richtlijnontwikkeling is de ene beroepsgroep verder dan de andere, maar in ons programma willen alle 6 beroepsgroepen samen optrekken. Dat is belangrijk: door krachten te bundelen, word je beter gezien en gehoord.’

Dagelijks functioneren

Een belangrijke aanleiding voor dit programma vormt de beweging ‘de Juiste Zorg op de Juiste Plek’. Deze stelt dat het dagelijks functioneren van mensen een centraal doel is van de gezondheidszorg. Daarbij gaat het om fysiek, psychisch en sociaal functioneren. Dekker: ‘Voor deze 6 paramedische disciplines spreekt dit vanzelf. Deze zorgprofessionals doen niet anders. Ons programma geeft hen een kans om dit te laten zien en zich beter in de zorg te positioneren.’

Het programma komt voort uit de Bestuurlijke Afspraken paramedische zorg 2019-2022. De betrokken partijen maken zich daarin sterk voor een onderzoeksprogramma op dit terrein, met als doel de kwaliteit en transparantie van deze zorg te stimuleren.
Dekker: ‘Daarbij gaat het om kwaliteit in de vorm van richtlijnen, maar ook om daadwerkelijke hands on kwaliteit, de kwaliteit van het dagelijks handelen. Als een huisarts een patiënt naar een logopedist of ergotherapeut verwijst, moet hij erop kunnen vertrouwen dat deze daar in goede handen is.’

Steun

Het programma heeft een budget van 10 miljoen euro en kent grofweg 2 onderdelen: kennisvergroting en onderzoek & kwaliteit en transparantie. De looptijd is 8 jaar en de toekenningen van subsidie vinden plaats van 2020 tot 2022. ‘Bij het eerste onderdeel, het vergroten van kennis en onderzoek, gaat het om onderzoek dat antwoord moet geven op kennisvragen die elk van de 6 beroepsgroepen in een eigen kennisagenda heeft vastgelegd. Elke beroepsgroep bepaalt zelf welke kennisvraag de hoogste prioriteit heeft’, legt Dekker uit. Daarnaast stimuleert het programma multidisciplinair onderzoek dat past binnen het zogeheten Meerjarig Onderzoekskader Paramedische Zorg (MOPZ). Dit is een raamwerk voor onderzoek dat in 2019 is opgesteld, rekening houdend met de 'Juiste Zorg op de Juiste Plek'-beweging.

Dekker: ‘Dit kunnen we bijvoorbeeld oppakken door te onderzoeken hoe beroepsgroepen die bij een bepaalde patiëntengroep betrokken zijn, hun zorg goed op elkaar af kunnen stemmen. Denk aan netwerken waarin paramedici, huisartsen, verpleegkundigen en specialisten  participeren. Om écht goed te kunnen aanhaken, heeft de paramedische zorg hierin extra steun nodig.’ Ook stimuleert het programma de vorming van een structurele onderzoeks- en kennisinfrastructuur die helpt om de verzamelde kennis beter te verspreiden, borgen en onderhouden. Ook hiervoor geldt dat het goed is dat de zes disciplines samen optrekken. ‘We moeten goed nadenken hoe we ervoor zorgen dat er een structuur ontstaat die voor alle beroepsgroepen goed werk doet en waar alle betrokkenen mee overweg kunnen’, beseft Dekker.


Vereniging voor Oefentherapeuten Cesar Mensendieck (VvOCM)

Daniëlle Conijn, beleidsmedewerker Wetenschap en Ontwikkeling van de VvOCM, ziet dat het programma Paramedische Zorg direct bijdraagt aan de ontwikkeling van oefentherapie Cesar-Mensendieck en de samenwerking in de zorg vergroot. ‘Het mooie aan het programma is dat alle 6 beroepsgroepen gezamenlijk dezelfde stappen doorlopen en hierbij van elkaar leren, delen en elkaar versterken.’

Breed draagvlak
Essentieel is dat naast oefentherapeuten, diverse stakeholders zoals onderzoekers, patiënten en zorgverzekeraars in deze stappen zijn meegenomen, zoals bij het ontwikkelen van de kennisagenda’s en de inventarisatie van de kwaliteitsstandaarden. ‘Doordat stakeholders nauw betrokken zijn, speel je in op de vragen die daadwerkelijk spelen en worden deze breed gedragen. Daarnaast stimuleren de subsidierondes de beantwoording van deze kennisvragen waardoor deze direct bijdragen aan ons vak’, aldus Conijn.

Samenwerking
Door de samenwerking met alle beroepsgroepen en stakeholders wordt de onderzoeks- en kennisinfrastructuur vergroot. Conijn:’ Het is van belang dat we nadenken over duurzame samenwerkingsvormen en op welke wijze dit bij kan dragen in de zorg.’ Zo is de VvOCM, samen met het KNGF, het project ‘Fysio-/oefentherapie Aanpak Stroomlijning kwaliteitsstandaarden' (FAST) gestart. Dit richt zich op het ontwikkelen van aandoeningsoverstijgende aanbevelingen, in plaats van aandoeningsspecifieke richtlijnen. ‘Deze nieuwe manier van richtlijnontwikkeling biedt interessante kansen voor de toekomst!’

Nederlandse Vereniging Logopedisten en Foniatrie (NVLF)

De NVLF ziet het programma Paramedische Zorg als kans om de kwaliteit van de zorg voor de patiënt verder te versterken.

'Het programma biedt logopedisten en andere paramedici de kans om de kwaliteit die zij dagelijks leveren zichtbaar te maken en te verbeteren.', vertelt Yvonne Brookman-van Essen, die als beleidsadviseur namens de NVLF betrokken is bij het programma.

Kennisagenda
'Dit is gestart bij het formuleren van de individuele kennisagenda’s in 2018. De NVLF werd positief verrast door het werkveld. Veel vragen uit de kennisagenda worden inmiddels actief opgepakt door logopedist-onderzoekers. Door het programma Paramedische Zorg kunnen ook complexe vragen uit de kennisagenda worden beantwoord.'

Gezamenlijk doel
Het programma heeft de verschillende disciplines en stakeholders bij elkaar gebracht. In gesprek met elkaar tijdens de taakgroep bijeenkomsten, maar ook steeds meer op de werkvloer. Door gezamenlijk op te trekken bij het ontwikkelen van (multidisciplinaire) kwaliteitsstandaarden, maar ook in de regio, kunnen we de zorg rondom de patiënt verbeteren. Uiteindelijk streven we samen hetzelfde doel na: ‘Kwalitatieve en toekomstbestendige zorg voor de patiënt’.

Nederlandse Vereniging van Diëtisten (NVD)

Wineke Remijnse, verantwoordelijk voor team beleid en kwaliteit van de Nederlandse Vereniging van Diëtisten, onderschrijft het belang van het Programma Paramedische Zorg, waarbij vanuit praktijkgericht onderzoek bijgedragen wordt aan de kwaliteit van de Juiste Zorg op de Juiste Plek.

Toepassing in de dagelijkse praktijk
'Het traditionele voedingsonderzoek heeft ons veel gebracht, maar er is meer aandacht nodig voor de toepassing in de dagelijkse praktijk. Met wetenschappelijk onderzoek vanuit de diëtetiek kunnen we een belangrijke slag maken in de optimalisering van de zorg.', aldus Remijnse. 'Het perspectief van patiënten en cliënten, met hun individuele behoeften, omstandigheden en contextuele factoren staat hierbij centraal.' Het programma Paramedische Zorg komt voor de diëtetiek op een uitgelezen moment met de recente benoeming van de hoogleraar Diëtetiek, die zich toe zal leggen op evidence based dietetiek in de preventie en de behandeling van ziekte.  
 
Integrale aanpak
Naast diëtetiek specifiek onderzoek ziet Remijnse ook de integrale aanpak van zorgvragen en het toewerken naar een toekomstbestendige kennisinfrastructuur als belangrijke opbrengsten van het programma. 'Al vanaf de ontwikkeling van het programma zoeken we met alle partners binnen de bestuurlijke afspraken de verbinding met elkaar. Op zorginhoudelijk vlak biedt dit prachtige kansen en daarnaast leren we ook veel van elkaar als het gaat om een wetenschappelijke infrastructuur. Ik verwacht dat alle partijen hier beter van worden, met natuurlijk de cliënt voorop!'

Ergotherapie Nederland (EN)

Ook Lucelle van de Ven-Stevens, verantwoordelijk voor het Inhoudelijk Beleid en Kwaliteit bij Ergotherapie Nederland is van mening dat het programma Paramedische Zorg belangrijk is. Door het programma Paramedische Zorg kan de focus liggen op de onderzoeksvragen die hoge prioriteit hebben voor de beroepsgroep.

Onderzoek relevant voor ergotherapie, maar ook voor de maatschappij
Met de huidige ontwikkelingen in de maatschappij en in de zorg, zien we dat mensen langer thuis willen en kunnen blijven wonen en functioneren. 'Het onderzoeksdomein van ergotherapie, ‘Occupational Science’, richt zich op de relatie tussen de cliënt, het dagelijks handelen en de context, die van invloed is op gezondheid en welzijn. De Kennisagenda Ergotherapie (2018), die we opgesteld hebben met input van alle relevante stakeholders en op basis van maatschappelijke en wetenschappelijke relevantie, geeft richting voor dit (toekomstig) wetenschappelijk onderzoek', aldus van de Ven. De resultaten van het onderzoek door de Hoogleraar Ergotherapie en een toenemend aantal onderzoekers, promovenda, lectoren kunnen dan weer gebruikt worden in de ontwikkeling van kwaliteitstandaarden. De ‘Inventarisatie Kwaliteitstandaarden Ergotherapie’ biedt een overzicht van bestaande, geplande en gewenste kwaliteitsstandaarden.

Samenwerking
Van de Ven: 'De samenwerking met de andere betrokken paramedische beroepsverenigingen is niet alleen in de klinische praktijk maar ook in de taakgroep Kwaliteit van Zorg van grote waarde en zeer constructief. We streven naar het leggen van een fundament om ook ná de looptijd het paramedisch onderzoek en de ontwikkeling van kwaliteitstandaarden te kunnen continueren.'

Koninklijke Nederlands Genootschap Fysiotherapie (KNGF)

Karin Heijblom, werkzaam bij het KNGF, heeft aan de basis gestaan van de gezamenlijke ambitie om te komen tot een subsidieprogramma voor de Paramedische Zorg. Dit begon met verkennende gesprekken in het voorjaar van 2016, de eerste voorzichtige stappen in het hoofdlijnenakkoord 2017-2018 en nu staat er een serieus meerjaren programma Paramedische Zorg vanuit de Bestuurlijke Afspraken 2019-2022. Dat smaakt naar meer!

Ruimte voor gericht onderzoek en richtlijnontwikkeling
'Het mooie van dit programma is de inzet van alle bij de bestuurlijke afspraken betrokken partijen om met elkaar de waarde van paramedische zorg optimaal te benutten voor de uitdagingen in de zorg.' Met dit programma is er ruimte voor gericht onderzoek en kan reeds beschikbare evidentie in combinatie met klinische expertise en patiëntvoorkeuren worden gebruikt voor richtlijnontwikkeling. In vergelijking met de andere betrokken paramedische beroepsgroepen loopt de beroepsgroep Fysiotherapie voorop qua ontwikkeling. Dit geldt zowel voor de reeds aanwezige wetenschappelijke infrastructuur als de opgebouwde ervaring op het gebied van richtlijnontwikkeling.

Juiste Zorg op de Juiste Plek
'Het mooie van dit programma is dat de ervaring van de beroepsgroep fysiotherapie kan worden ingezet voor het grotere geheel. We streven immers allemaal naar de Juiste Zorg op de Juiste Plek. Wij zijn er van overtuigd dat fysiotherapie daar een belangrijke bijdrage aan kan leveren, en dat geldt ook voor de andere paramedische beroepsgroepen. Samen kunnen we dat zichtbaar en kenbaar maken zodat onze zorg kan bijdragen aan het optimaal functioneren van de patiënt (en de Nederlandse Gezondheidszorg),', aldus Heijblom.

Nederlandse Verenging Huidtherapeuten (NVH)

Voor de huidtherapie zijn met het programma Paramedische Zorg belangrijke stappen gezet: de Kennisagenda Huidtherapie Focus op Huidzorg is opgesteld en inmiddels zijn ook de eerste onderzoeksvoorstellen ingediend. Een mijlpaal voor ons mooie vakgebied, aldus Monique van Bekkum, directeur bij de NVH.

Goede basis
De uitgevoerde inventarisatie van kwaliteitsstandaarden is richtinggevend aan de verdere ontwikkeling van kwaliteitsstandaarden. Esther Tjin, oud-bestuurslid en adviseur Onderzoek & Innovatie bij de NVH, is vanaf het begin betrokken bij deze ontwikkelingen: 'Met dit programma hopen wij voor de huidtherapie een goede basis te kunnen leggen voor de benodigde onderbouwing om zowel wetenschappelijke kwantitatieve evidentie, praktijkkennis en ervaringskennis van zorgprofessionals én de voorkeuren van patiënten te kunnen bundelen in standaarden die praktisch toepasbaar en van toegevoegde waarde zijn.'

Samenwerking
'Het is een uitdaging maar vooral bijzonder om te ervaren hoe er binnen dit programma wordt samengewerkt door alle bij de bestuurlijke afspraken betrokken partijen. Binnen dit programma kunnen wij leren van de ervaring van de andere beroepsgroepen en vorm gaan geven aan de benodigde onderzoeks- en kennisinfrastructuur voor de paramedische huidzorg. Om vanuit gezamenlijkheid, met de patiënt, de belangrijke rol en positie van de paramedische zorg binnen de Juiste Zorg op de Juiste Plek zichtbaar te maken', aldus Esther Tjin.

Stroomlijnen

Bij het programmaonderdeel kwaliteit en transparantie gaat het om de ontwikkeling van kwaliteitsstandaarden binnen elke beroepsgroep. Met een kleine subsidie heeft elke beroepsgroep al een inventarisatie gemaakt van de onderwerpen die prioriteit verdienen. Daarnaast start een project dat als doel heeft om het proces van richtlijnontwikkeling beter te stroomlijnen. Dekker: ‘Die processen verlopen vaak nog traag en log. We willen uitzoeken hoe dit sneller en flexibeler kan, bijvoorbeeld door te werken met breder inzetbare modules.’

Inbreng uit het veld

Over de inrichting van dit programma is lang nagedacht. Zoals gebruikelijk bij zulke programma’s is er een programmacommissie die de ingediende subsidieaanvragen beoordeelt op kwaliteit en relevantie. Een belangrijk element is daarnaast de taakgroep Kwaliteit van Zorg. Hierin zitten vertegenwoordigers van de 6 beroepsgroepen, Zorgverzekeraars Nederland en de Patiëntenfederatie Nederland. Deze partijen komen regelmatig bijeen om input voor het programma te geven. ‘Zij dragen de onderwerpen aan die onderzocht moeten worden. Er is dus een belangrijke inbreng uit het veld: dat is een bijzonder aspect van dit programma’, vertelt Dekker. ZonMw-medewerkers Elke van Vliet en Vivianne van Beyeren ondersteunen de ZonMw-commissie en organiseren de taakgroep vergaderingen.

Patiëntenfederatie Nederland

Jolet van der Steen, adviseur patiëntenbelang bij Patiëntenfederatie Nederland: 'Patiënten hebben unieke kennis en ervaringen die kunnen bijdragen aan betere paramedische zorg. Daarom is patiëntenparticipatie in de verschillende onderdelen van het programma Paramedische Zorg van groot belang en op een goede manier geborgd.'

Referentenpanel
Zo wordt binnen het onderdeel kennisvergroting en onderzoek bijvoorbeeld het referentenpanel van Patiëntenfederatie Nederland ingezet. Referenten zijn patiënten, ex-patiënten en/of naasten zoals familie en mantelzorgers. Zij beoordelen de projectideeën en wetenschappelijke onderzoeksvoorstellen op relevantie en haalbaarheid voor patiënten en of patiënten op de juiste manier betrokken worden bij het opstellen, uitvoeren en implementeren van het onderzoek. De eerste projectideeën die zijn ingediend zijn inmiddels al door het panel beoordeeld. Op deze manier wordt er onderzoek in gang gezet dat er toe doet voor patiënten die zorg ontvangen van een paramedische zorgverleners, zoals bijvoorbeeld een logopedist.

Impuls aan kwaliteitsverbetering
Dit programma geeft een impuls aan de kwaliteitsverbetering van de paramedische zorg. Ik hoop dat patiënten daar zo snel mogelijk in de praktijk wat van gaan merken!

Zorgverzekeraars Nederland (ZN)

Vanuit Zorgverzekeraars Nederland (ZN) zien wij dat het programma Paramedische Zorg kansen biedt met betrekking tot kennisontwikkeling en kennisdeling tussen de paramedische beroepsgroepen.

Samenwerking tussen beroepsgroepen en stakeholders draagt tevens bij aan de ‘Juiste Zorg op de Juiste Plek’ en zorgt uiteindelijk voor een betere verankering in de dagelijkse klinische praktijk.

Dit alles maakt dat opgedane kennis ook daadwerkelijk tot nog betere zorg zal gaan leiden.

Gele markeringen

Hoewel hij het programmabudget bescheiden noemt, denkt Dekker dat het zeker mogelijk is de beoogde programmadoelen te realiseren. ‘Het zou mooi zijn als het programma kan bijdragen aan een grotere erkenning van de paramedische zorg. Er is over deze zorg zo lang geroepen dat er 'misschien wel iets in zit, maar dat er niks bewezen is’. Die tijd is echt voorbij. Paramedische zorg levert een belangrijke bijdrage aan het functioneren van mensen en dat vergt onderstreping, gele markeringen en uitroeptekens.’

Redactie Gonny ten Haaft

Meer informatie

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website