Verslag symposium juli 2015

Impressie symposium mei 2015

Onderzoeksprogramma EMV en Gezondheid

hoogspanningsmast

Impressie symposium mei 2015

Onderzoeksprogramma EMV en Gezondheid

Op dinsdag 26 mei 2015 organiseerde ZonMw het symposium Elektromagnetische Velden (EMV) en Gezondheid. Het symposium gaf een overzicht van het door ZonMw gefinancierde EMV onderzoek.

In 4 sessies kwamen verschillende onderzoeksvelden van EMV aan bod: biologisch, technologisch, sociologisch en epidemiologisch onderzoek. Buitenlandse gastsprekers belichtten het internationale onderzoek en de samenwerking met Nederland. Keynote speaker prof. Elisabeth Cardis blikte terug en vooruit op de ontwikkelingen in het EMV onderzoeksgebied. 

Het symposium werd afgesloten met een levendige paneldiscussie. Uit de discussie bleek dat na 10 à 20 jaar EMV onderzoek er zelfs voor wetenschappers onduidelijkheid bestaat over de effecten van blootstelling aan EMV. Gezien de snelle ontwikkeling van EMV technologieën is het actueel houden van kennis van belang en verdient onderzoek hiernaar onverminderd de aandacht.

Sessie: Biologisch onderzoek

In de sessie over biologisch onderzoek spreken 2 wetenschappers:

  1. Prof. Primo Schär (Universiteit van Basel, Zwitserland) – Cellen in EMV: moeten we ons zorgen maken of niet?
  2. Drs. Lieke Golbach (Wageningen Universiteit) – Immuunmodulatie van aangeboren immuunsysteem bij LF-EMV

Cellen in EMV: moet we ons zorgen maken of niet?

Prof. Primo Schär (Universiteit van Basel, Zwitserland) gaat in op de mogelijke effecten van EMV op cellen. Hij heeft onderzoek gedaan naar 2 aspecten: genotoxische en epigenetische effecten. 

Het genotoxische aspect gaat over de vraag of blootstelling aan EMV potentie heeft om DNA te beschadigen, zodat eiwitten veranderen wat leidt tot kanker of andere ziektes. Theoretisch is dit onwaarschijnlijk op grond van de fysica van laagfrequente (LF-EMV). Toch zijn er zorgen wegens eerdere studies. 

In deze studies vonden wetenschappers echter alleen effecten op DNA onder ongebruikelijke omstandigheden, namelijk alleen bij intermitterende blootstelling (beurtelings aan- en uitzetten van EMV). In zijn eigen onderzoek vond Schär ook deze effecten van LF-EMV, onder bijzondere omstandigheden, maar hij vond geen significant effect van radiofrequente (RF-EMV). Ook lijkt er geen effect te zijn op de DNA-herstelmechanismen. Hij concludeert dat de inconsistente data van goed gecontroleerde experimenten aangeven dat EMV geen DNA-schade geeft. De vraag blijft: zijn de klassieke genotoxiciteits-assays wel de juiste? Met andere woorden: kijken we wel door het goede raam?

Schär onderzocht ook epigenetische effecten. Epigenetische mechanismen zijn veel gevoeliger voor subtiele veranderingen in de omgeving dan het DNA zelf. Hij concludeert dat blootstelling aan ELF-EMV effect heeft op bloedstamcellen maar het is erg onzeker of dit ook voor gedifferentieerde cellen geldt. Ook is onduidelijk wat dit betekent. 

Wat betreft de toekomst zegt Schär: ‘De resultaten die we zien zijn tegenstrijdig. Om vooruit te komen, moeten we de mechanismen achterhalen maar dat is heel moeilijk. Goed gedefinieerde systemen zijn nodig, maar we moeten ook anders denken. Nu kijken we vooral vanuit het perspectief van radiobiologie, maar als de geobserveerde effecten echt zijn, is dit vermoedelijk geen radiobiologie. EMV reageert als modulator van celgedrag en we moeten dus meer in termen van systemen en concepten denken.’

PhD student Lieke Golbach (WUR) over de reactie van het aangeboren immuunsysteem op laagfrequente EMV

Immuunmodulatie van aangeboren immuunsysteem bij LF-EMV

Biomedische wetenschapper drs. Lieke Golbach (Wageningen Universiteit) vertelt over haar promotieonderzoek waarin ze de invloed van laagfrequente EMV (LF-EMV) op het immuunsysteem heeft onderzocht. Haar focus was de neutrofiel, één van de celtypes van het aangeboren immuunsysteem. Neutrofielen zijn belangrijk in de eerste verdedigingslinie tegen microben en het zijn zeer gevoelige cellen die al reageren op heel lage concentraties van biologische chemicaliën.

Golbach onderzocht verschillende intracellulaire routes en eiwitten, en het gedrag van de cellen tijdens en na blootstelling aan LF-EMV. Ze onderzocht de volgende factoren: calcium homeostasis, cytoskelet, killing potential en migratie (tijdens wondgenezing). LF-EMV had geen effect op calcium homeostasis en ook geen effect op de migratiesnelheid tijdens wondgenezing. Naast de experimenten, deed Golbach ook een systemische literatuurreview en meta-analyse en daaruit bleek dat sommige studies een toename in intracellulaire calcium vonden. 

In haar experimenten vond Golbach verder dat blootstelling aan LF-EMV ook geen invloed had op de killing potential van de neutrofielen. Hiervoor is de NET-formatie gemeten; Neutrophil Extracellular Trap, een mechanisme dat leidt tot de dood van bacteriën. Wanneer de cellen naast blootstelling aan EMV tegelijkertijd gestimuleerd werden met een chemische stof dat de aanwezigheid van een microbe nabootst, bleek er wel een effect: een toegenomen afgifte van NET’s in de neutrofielen. Dit proces van de vorming van NET’s is echter een delicate balans tussen pathogenen doden en schade berokkenen aan het weefsel. Dat laatste is ook geassocieerd met auto-immuunziektes. Om te bepalen of LF-EMV beter is voor het immuunsysteem van de mens moet meer onderzoek gedaan worden, met in vivo studies. 

Download projectsamenvattingen

Sessie: Technologisch onderzoek

In de sessie over technologisch onderzoek spreken 2 wetenschappers:

  1. Prof. Antonio Sarolic (Universiteit van Split, Kroatië) – Van EMV onderzoek naar innovatieve biomedische technologie
  2. Dr. Juriaan Bakker (Medtronic, voorheen Erasmus MC) –  EMV dosimetrie voor medische toepassingen

Van EMV onderzoek naar innovatieve biomedische technologie 

Fysicus prof. Antonio Sarolic (Universiteit van Split, Kroatië) vertelt over een nieuw Europees netwerkinitiatief dat onderzoek naar de positieve effecten van EMV stimuleert. Veel onderzoek naar EMV is gericht op mogelijke nadelige effecten, maar er zijn ook interessante resultaten gevonden die suggereren dat EMV positieve biologische effecten heeft, zoals de behandeling van kanker. Dit heeft verschillende wetenschappers in Europa op het idee gebracht om een voorstel te maken voor een systemische benadering van deze positieve effecten van EMV.

Dit voorstel is ingediend bij COST, een Europees netwerk dat nieuwe initiatieven vanuit wetenschap en technologie ondersteunt binnen een intergouvernmenteel kader. Dit EMV-initiatief heet COST Action EMF-MED en focust op 3 wetenschappelijke onderwerpen: EMV-gebaseerde kanker-interacties, behandelingen en toepassingen; EMV-gebaseerde niet-kanker interacties en toepassingen; en EMV dosimetrie. COST Action EMF-Med organiseert in verschillende Europese landen diverse bijeenkomsten, cursussen en werkgroepen (een van de werkgroepvoorzitters is prof. Gerard van Rhoon, ZonMw-programma).

De uitdagingen van COST Action EMF-MED zijn onder andere: 

  • Veel aspecten van de EMV-interacties zijn nog een ‘black box’. 
  • Er zijn zoveel mogelijke mechanismen; het is moeilijk om de relevante eruit te halen.
  • Er zijn onzekerheden in de meetopstellingen (o.a. de opzet is vaak niet consistent van verschillende experimenten, noodzaak tot ontwikkeling van duidelijke richtlijnen experimenten).
  • Lastige vertaling van ‘bench to bedside’ (van lab naar praktijk).
  • Er is veel ruis in de markt van EMV-apparatuur: de regelgeving van EMV-gebaseerde medische apparatuur moet beter. Het is steeds makkelijker voor particulieren om breinmodulerende apparaten te kopen, maar met dergelijke aanschaf buiten klinische settings is er geen systeem om de veiligheid te garanderen. 
  • De doelen van COST Action EMF-MED zijn onder andere:
  • De capaciteit voor wetenschappelijk netwerk en onderzoek vergroten, op het gebied van biomedische EMV-toepassingen (o.a. meer gekwalificeerde wetenschappers, kennis en wetenschappelijke faciliteiten verenigen, samenwerkingen creëren).
  • Goede wetenschappelijk basis creëren voor innovatieve medische toepassingen van EMV.
  • Ontwikkelen van geschikte meetinstrumenten voor EMV-dosimetrie en blootstelling.

Over COST

COST (European Cooperation in Science and Technology) financiert zelf geen onderzoek maar levert ondersteuning van netwerkactiviteiten. De COST Actions zijn bottom-up Europese wetenschap- en technologienetwerken, gedurende vier jaar en met deelname van minimaal vijf COST-landen. COST-Actions staan open voor wetenschappers (universiteiten, publieke en private instanties) en ook belanghebbenden van NGO’s en de industrie. Het netwerk van COST reikt verder dan de Europese Unie grenzen en heeft samenwerking met landen over de hele wereld. Voor meer info zie www.cost.eu.

Gastspreker Antonio Sarolic (Universiteit van Split, Kroatië) over onderzoek naar het positieve effect van EMV in medische toepassingen en Europese COST acties.

EMV dosimetrie voor medische toepassingen

Fysicus dr. Juriaan Bakker (Medtronic, voorheen Erasmus MC) vertelt hoe EMV-dosimetrie ingezet wordt voor medische toepassingen. Hij legt eerst uit wat de relatie is tussen dosimetrie en blootstelling: dosimetrie is de waardebepaling van de interne dosis in weefsel, geïnduceerd door blootstelling aan externe EMV. Hierbij is de anatomie van de mens relevant. Dosimetrie is essentieel voor medische toepassingen, zoals hyperthermiebehandelingen bij kanker. Dosimetriemethoden zijn nodig om de opwarming te focussen op de tumoren en neveneffecten te voorkomen. 

In zijn huidige werk bij Medtronic houdt Bakker zich bezig met de veiligheid van medische implantaten, zoals pacemakers en elektrodes voor diepe-breinstimulatie (DBS). Hij onderzoekt hoe je interactie van dergelijke implantaten met EMV kan voorkomen. Bijvoorbeeld wanneer iemand met een pacemaker door een magnetisch poortje op het vliegveld loopt, of iemand met een diepe brein stimulator in zijn hersenen in de MRI-scanner ligt. Bakker probeert met simulaties te voorspellen hoe weefsel reageert. Daarbij zijn veel verschillende scenario’s. Neem bijvoorbeeld een Parkinsonpatiënt met een elektrode in zijn brein (DBS) in de MRI-scanner: de elektrode kan op verschillende plekken zitten, de elektrode kan gemaakt zijn door verschillende fabrikanten, in de MRI-scanner ligt iemand in verschillende posities, etc. Voor elk scenario moet de dosimetrie bepaald worden. Met behulp van dosimetrie kan je voorspellen wat de absorptie in het weefsel is, maar ook wat er met het implantaat kan gebeuren (verstoringen, temperatuurstijging) en dit leidt uiteindelijk tot een risico-evaluatie. 

Het eerder uitgevoerde ZonMw project (tijdens Bakkers promotieonderzoek aan het Erasmus MC) heeft allerlei dosimetriegereedschappen en -methodes opgeleverd die nu inzetbaar zijn voor medische toepassingen. 

Download projectsamenvattingen

Sessie: Sociologisch onderzoek

In de sessie over sociologisch onderzoek spreken wetenschappers

  1. Drs. Jarry Porsius (VUMC) – Nocebo-reacties op hoogspanningslijnen
  2. Drs. Bert de Graaff (UvA) – Alledaagse beleving van burgers en het beleid van zendmastplaatsing
  3. Dr. Liesbeth Claassen – Betere risicocommunicatie over EMV en gezondheid

Nocebo-reacties op hoogspanningslijnen

Sociaal-psycholoog drs. Jarry Porsius (VUMC) doet onderzoek naar nocebo-reacties op hoogspanningslijnen. Een nocebo-reactie is het tegenovergestelde van een placebo-effect: een placebo-effect geeft minder symptomen na behandeling, maar een nocebo-reactie betekent dat mensen meer last krijgen van symptomen na behandeling. Nocebo-reacties kunnen te maken hebben met de overtuiging dat een behandeling negatieve gezondheidseffecten heeft. Dit kan zorgen voor nieuwe symptomen, maar ook voor het associëren van bestaande symptomen aan die behandeling.

Uit eerdere studies blijkt dat 70% van de Europese bevolking denkt dat EMV van hoogspanningslijnen de gezondheid beïnvloeden. Ook blijkt dat bewoners in de buurt van hoogspanningslijnen hun niet-specifieke symptomen (bijv. hoofdpijn, vermoeidheid) associëren met EMV. De onderzoeksvragen in het onderzoek van Porsius zijn: rapporteren bewoners meer gezondheidsklachten na de plaatsing van nieuwe hoogspanningslijnen bij hun huis? En rapporteren mensen die dichter bij wonen meer gezondheidsklachten na plaatsing? Als dat zou is, is dit te verklaren door negatieve verwachtingen? Porsius onderzoek richtte zich op de plaatsing van nieuwe hoogspanningslijnen langs de Randstad-Zuidring. Wat bleek? Mensen die binnen een straal van 300 meter van de hoogspanningslijn woonden, vertoonden een toename in cognitieve en somatische symptomen en veranderden in hun overtuigingen. Ook bleek dat de toegenomen gerapporteerde symptomen verklaard konden worden door veranderingen in verwachtingen over het effect op de gezondheid.  

Conclusie: de hoogspanningslijnen hadden een negatief effect op de verwachtingen van bewoners over het effect op hun gezondheid en daardoor op hun gezondheid. Dit is het nocebo-effect. 

Alledaagse beleving van burgers en het beleid van zendmastplaatsing

Socioloog drs. Bert de Graaff (UvA) onderzoekt hoe het plaatsen van zendmasten voor mobiele telefonie tot zorgen leidt of niet. Zijn focus: hoe de alledaagse beleving van burgers verbonden is met de politieke interacties (op lokale en nationale beleidsniveaus). Voor dit onderzoek heeft De Graaff data verzameld uit verschillende sociologische en prospectieve studies naar de beleving van Nederlandse en Amerikaanse burgers over plaatsing van mobiele zendmasten.

De alledaagse beleving over de plaatsing van mobiele zendmasten classificeerde hij in zeven typen. Elk type was gekoppeld aan verschillende betekenissen omtrent deze kwestie (‘framing of the issue’). Een paar voorbeelden uit de classificatie: mensen die een optimistische houding hebben over zendmasten zijn blij met de technologie en hebben er zelf baat bij; twijfelende mensen worstelen met de technologische voordelen en de mogelijke gezondheidsrisico’s van de zendmasten; en verontruste mensen hebben gezondheidszorgen voor henzelf, maar zien de kwestie ook als een maatschappelijk probleem. De Graaff onderzocht voor een aantal praktijkvoorbeelden (van zendmastplaatsing) hoe de alledaagse beleving en betekenis van burgers veranderen door beleidsmatige acties. Soms verandert de beleving van mensen wel,   maar vaak is dat maar heel weinig. Wel zijn er verschillen per locatie. Hoe de lokale overheid het probleem definieert, is van invloed op de beleving van burgers en of ze tot actie over gaan of niet. 

PhD student Jarry Porsius (VuMC) over het bewijs voor nocebo-reacties op hoogspanningslijnen

Betere risicocommunicatie over EMV en gezondheid

Sociaal-psycholoog dr. Liesbeth Claassen (VUMC) vertelt over haar onderzoek naar het ontwikkelen van betere communicatie over EMV en gezondheid. De huidige communicatie over EMV-technologie en risico’s sluit niet altijd aan bij de behoeften van burgers en heeft vaak tegengestelde effecten. In haar onderzoek heeft Claassen gebruik gemaakt van een zogeheten ‘mental model’ benadering: het ‘mentale model’ van een expert wordt vergeleken met dat van burgers (leken). Experts hebben een ander beeld over EMV en gezondheid dan burgers. Door deze te vergelijken kan je de zorgen en kennislacunes van burgers identificeren en op basis daarvan risicocommunicatie ontwikkelen. Een accurate en heldere risicocommunicatie moet gericht zijn op wat mensen willen weten en moeten weten, zodat ze goed geïnformeerde beslissingen kunnen maken.

Een van de resultaten: burgers begrijpen EMV-risico’s beter als cijfers in perspectief geplaatst worden. Dus noem bijvoorbeeld niet alleen het verhoogde risico op leukemie voor kinderen die in de buurt van hoogspanningslijnen wonen, maar noem ook wat het ‘normale’ risico is voor elk kind in Nederland. 

Risicocommunicatie over EMV moet de volgende doelen hebben: leg uit wat de dagelijkse persoonlijke blootstelling is voor mensen; geef transparante informatie over beleid; geef meer duidelijkheid over de onzekerheid over (het bewijs voor) gezondheidseffecten.

Download projectsamenvattingen

Sessie: Epidemiologisch onderzoek

In de sessie over epidemiologisch onderzoek spreken 2 wetenschappers:

  1. Dr. Mireille Toledano (Imperial College London) – Nederlandse bijdragen aan internationaal onderzoek RF-EMV 
  2. Dr. Anke Huss (IRAS, Universiteit Utrecht) – RF-EMV en effecten op slaap en hersenontwikkeling bij kinderen

Nederlandse bijdragen aan internationaal onderzoek RF-EMV

Epidemioloog dr. Mireille Toledano (Imperial College London) geeft een overzicht van onderzoek naar radiofrequente EMV (RF-EMV) en 3grote internationale projecten op dit gebied met belangrijke bijdrages van IRAS (Nederland). Dit zijn: MOBI-Kids, COSMOS en GERoNiMO.

MOBI-Kids onderzoekt de potentiële effecten van blootstelling aan EMV bij kinderen en jong volwassenen (EMV afkomstig van mobiele communicatie technologie). Aan MOBI-Kids doen 14 landen mee en ongeveer 1000 hersentumorgevallen (leeftijd 10-24) worden onderzocht. De studie bouwt verder op de ervaringen van de INTERPHONE-studie. IRAS is een van de 14 betrokken centra en richt zich op een risicopopulatie van 1,6 miljoen mensen in Nederland. Verdere bijdrage van IRAS is o.a.: analyses van mobiele telefoniegebruik en hersentumoren, een publicatie over geschatte SAR blootstelling bij de oorsprong van de tumor voor ELF- en RF-EMV. IRAS is ook hoofdverantwoordelijke voor de WP3 Quality Assurance o.l.v. Hans Kromhout. Dit betekent validatie-analyses die zelfgerapporteerd gebruik van mobiele telefoons vergelijkt met objectieve metingen. IRAS heeft een pilot studie uitgevoerd met een hiervoor ontwikkelde app genaamd XmobiSense (zie later).

GERoNiMO onderzoekt RF en IF-EMV (intermediaire frequenties) en het risico op kanker, neurodegeneratieve ziektes, gedrag, vruchtbaarheid en veroudering. Deze vijfjarige studie is in 2014 gestart en bouwt voort op bestaande epidemiologische studies, zoals MOBI-Kids. IRAS (Nederland) draagt onder andere bij via het onderzoek van dr. Anke Huss die gebruik maakt van de ABCD-cohortstudie (Amsterdam Born Children Development) en een project van dr. Roel Vermeulen (‘Verbeterde evaluatie van cumulatieve en geïntegreerde RF en IF-blootstelling’). De blootstelling juist bepalen is cruciaal in het onderzoek naar humane gezondheidseffecten. 

COSMOS onderzoekt mogelijke langetermijn-gezondheidsrisico’s die geassocieerd zijn met het gebruik van mobiele telefonie en andere draadloze technologie. Het bouwt verder op eerdere studies zoals INTERPHONE (grootste studie naar hersentumoren) waarvan de interpretatie van resultaten (mogelijk verhoogd gezondheidsrisico) niet duidelijk was. COSMOS omvat een cohort van 290.000 mensen in 5 Europese landen en heeft een prospectieve opzet van 20-30 jaar. Ze focust op bredere gezondheidsuitkomsten (chronische ziekten en specifieke symptomen) en gebruikt objectieve blootstellingsmetingen. IRAS (Nederland) is leidinggevend in de bepaling van de blootstelling en levert hierin de expertise. De hoeveelheid blootstelling kan nu accurater bepaald worden.

De XMobiSense app is ontwikkeld door Joe Wiart (WHILST Lab, met ZonMw financiering). De aanleiding: onzekerheden over de blootstellingswaarden hinderen de interpretatie van epidemiologische studies. Met de app kan zelfgerapporteerd gebruik van de mobiele telefonie gevalideerd worden. Uit een studie met deze app bleek o.a. dat deelnemers het aantal telefoontjes onderschatte maar de lengte van de telefoongesprekken juist overschatte. 

Samengevat levert Nederland een hoofdbijdrage aan het internationaal epidemiologisch onderzoek naar RF-EMV en gezondheid én ze levert expertise in de juiste bepaling van blootstelling aan EMV. 

Het werk is echter nog niet klaar en gaat voorbij de huidige financieringsperiode; deze duurt eindigt in 2017 terwijl de meest informatieve data van COSMOS in 2020/2022 wordt verwacht.

Gastspreker Mireille Toledano (Imperial College Londen) over de Nederlandse bijdrage aan het internationale onderzoek naar EMV en gezondheid

RF-EMV en effecten op slaap en hersenontwikkeling bij kinderen

Epidemioloog dr. Anke Huss (IRAS, Universiteit Utrecht) vertelt over haar onderzoek naar radiofrequente EMV (RF-EMV) en de effecten op slaap en hersenontwikkeling bij kinderen. Ongeveer 20 tot 40% van de kinderen ervaart slaapproblemen. Slaapproblemen is een van de meest genoteerde symptomen die worden toegeschreven aan blootstelling aan EMV. Huss onderzocht de associatie tussen blootstelling aan RF-EMV thuis en de slaapkwaliteit van 7-jarige kinderen (gerapporteerd door hun ouders). De RF-EMV-bronnen waren: zendmasten, draadloos internet, draadloze huistelefoons en mobiele telefoons. De studie was ingebed in de cohortstudie Amsterdam Born Children and their Development (ABCD-studie, met zwangere vrouwen en later hun geboren kinderen).

Uit de studie bleek dat bij meer blootstelling aan zendmasten, er ook meer problemen waren met de slaapduur. Maar voor wifi en DECT-telefoons was het andersom: hoe minder blootstelling, des te meer neiging tot problemen met slaapduur. Er was geen effect voor de andere slaapscores (o.a. ’s nachts wakker worden, slaperigheid overdag, angst om te slapen, etc.). Het gebruik van mobiele telefoons was ook geassocieerd met slaapscores, maar voor de draadloze telefoons was er geen effect op slaapproblemen.

De effecten zijn dus inconsistent voor de verschillende blootstellingen. Daarom lijkt de studie niet de hypothese te ondersteunen dat RF-EMV slaapproblemen veroorzaakt. De slaapproblemen zijn er duidelijk wel, maar ze zijn waarschijnlijk gerelateerd aan andere factoren (bijvoorbeeld het blauwe licht van de schermpjes of dat kinderen te actief zijn alvorens het slapen).

Huss noemt nog een aantal andere gepubliceerde en lopende studies, waaronder: een studie naar het gebruik van mobiele telefonie bij zwangere vrouwen en latere gedragsproblemen bij hun kinderen; en studies naar RF-EMV, mobiele en draadloze telefonie en de relatie met gedragsproblemen en de relatie met cognitie bij 5-jarigen.

Download projectsamenvattingen

Keynote spreker prof. Elisabeth Cardis

Prof. Elisabeth Cardis (CREAL - Centre for Research and Environmental Epidemiology, Universiteit van Barcelona) geeft een overzicht van wat er bekend is over EMV en gezondheid. Ze blikt onder andere terug op IARC-evaluaties en de INTERPHONE-studie. En ze vertelt over lopende grote epidemiologische studies, zoals Mobi-Kids en GERoNiMO.

De Europese bevolking wordt steeds meer blootgesteld aan nieuwe fysische en chemische factoren in het milieu en sommige kunnen nadelig zijn voor de volksgezondheid. EMV is een veel voorkomende factor in onze omgeving en wordt steeds meer gebruikt voor nieuwe technologiën. We leven in een wereld van smart technology. Die slimme technologie is overal in onze leefomgeving: onze thuisomgeving, onze persoonlijke omgeving en de commerciële omgeving. 

Keynote speaker Elisabeth Cardis (CREAL, Universiteit van Barcelona) over verleden, heden en toekomst van het onderzoek naar EMV en gezondheid

IARC 2002 en nieuwe ontwikkelingen

In 2002 evalueerde het IARC het wetenschappelijke bewijs over blootstelling aan extreem laagfrequente EMV (ELF-EMV) en gezondheid. Zij concludeerden dat er beperkt bewijs was dat ELF-EMV kankerverwekkend was in relatie tot leukemie bij kinderen. IARC classificeert ELF-EMV als mogelijk kankerverwekkend in mensen (groep 2B) en statisch-elektrische en magnetische velden en elektrische ELF-EMV was niet classificeerbaar als kankerverwekkend voor mensen (groep 3).

Recente evaluaties (Efhran 2012, Schenir 2015) concluderen dat er nog steeds beperkt bewijs is voor een relatie van ELF-EMV met kinderleukemie. Indien de relatie causaal is, zou 1 tot 2% van de gevallen van de kinderleukemie in Europa geassocieerd zijn met ELF-EMV (Grellier 2013). Er zijn echter nog geen causale mechanismen geïdentificeerd die dit verklaren. Doorgaan met dezelfde soort studies gaat geen oplossing bieden. Het is beter om nieuwe studies te doen naar het identificeren van cohorten met kinderen met hogere blootstelling vanwege inpandige transformatoren (TRANS-EXPO) en dierexperimenten met muizenmodellen voor acute lymfoblastische leukemie. 

Andere mogelijke effecten

Er zijn zorgen over mogelijke andere gezondheidseffecten: hersentumoren, borstkanker, leukemie bij volwassenen, neurodegeneratieve ziekten (alzheimer, parkinson, ALS), cardiovasculaire aandoeningen, slaapproblemen, effecten op voortplanting en gezondheid van kinderen. Volgens Schenir (2015) is de data hierover niet consistent of overtuigend.

Beroepsmatige blootstelling aan ELF

Cardis publiceerde onlangs een studie over beroepsmatige blootstelling aan ELF en het risico op hersentumoren1. Dit was onderdeel van de INTEROCC-studie een patiënt-controle onderzoek naar hersentumoren. In Nederland is een retrospectieve cohort studie gedaan naar beroepsmatige blootstelling aan ELF-EMV en verscheidene doodsoorzaken (promotieonderzoek T. Koeman, projectleiders Vermeulen en Kromhout). De uitkomsten: er bleek geen associatie tussen blootstelling aan ELF-EMV en/of elektrische schokken en het risico te overlijden aan cardiovasculaire aandoeningen, hersentumoren, borst- en longkanker en de ziekte van Parkinson. Wel vonden de onderzoekers bij blootstelling aan langdurige ELF-EMV (alleen bij mannen) een licht verhoogd risico op acute myeloïde leukemie en ook op folliculaire lymfomen. Ook was er toegenomen risico op alzheimer’s mortaliteit, maar dit bleek sterker geassocieerd te zijn met blootstelling aan metaal. Er was geen aanwijsbaar effect van blootstellnig aan elektrische schokken. ALS-mortaliteit lijkt ook toegenomen in mannen die beroepsmatig zijn blootgesteld aan ELF. Dit is in meerdere studies gevonden waaronder een recente studie van Anke Huss (2015). 

Toekomstig onderzoek naar ELF 

Cardis noemt een aantal aandachtspunten voor toekomstig onderzoek naar beroepsmatige blootstelling aan ELF, waaronder verbeteringen in methodiek van blootstellingskarakterisering met behulp van zogenaamde job exposure matrices (JEM) die zowel in Nederland als in de INTEROCC-studie zijn gemaakt. Andere relevante bronnen zijn: statisch-magnetische velden, EMV met intermediaire frequenties (IF-EMV; 300 Hz - 30 MHz, bijv. inductiekookplaten) en EMV van THz frequenties (bij nieuwe technologieën zoals spectroscopie). 

RF-EMV en IARC

Volgens de evaluatie van IARC in 2011 is er beperkt bewijs dat blootstelling aan radiofrequente elektromagnetische velden (RF-EMV) kankerverwekkend is bij mensen of dieren. Het voornaamste bewijs bij mensen is gebaseerd op studies van Hardell en de INTERPHONE-studie die lieten zien dat er mogelijk een verhoogd risico is op glioma en acoustische neurinoma op de lange termijn en/of bij intensieve gebruikers (van RF-bronnen, zoals mobiele telefoons). Het bewijs voor dieren geldt voor een deel van de dierexperimenten. De evaluatie van de WHO is nog onderweg.

Mobiele telefonie en INTERPHONE

Sinds de introductie in de jaren tachtig is het gebruik van mobiele telefoons exponentieel toegenomen. Tegenwoordig gebruiken meer dan 6 miljard mensen in de wereld een mobiele telefoon en het netwerk en de frequenties zijn toegenomen. Ook is het aantal jonge gebruikers sterk toegenomen. 

Een grootschalig epidemiologisch onderzoek naar mobiele telefoons en gezondheid is de INTERPHONE-studie, gedaan in 13 landen. In dit onderzoek werd voor de meest intensieve gebruikers een verhoogd risico gevonden voor glioma. Het risico bleek het hoogst voor de kant waar de mobiele telefoon werd gebruikt en bij tumoren in de temporale hersenkwab. De resultaten zijn suggestief maar bias en fouten verhinderen een causale interpretatie. De deelnemers in de INTERPHONE-studie zijn echter lichte gebruikers in vergelijking met huidige telefoongebruikers. Er is daarom meer onderzoek nodig, met name bij jonge gebruikers. Als een gezondheidsrisico aanwezig is, dan zal het groter zijn bij kinderen en jong volwassenen. Een studie bij jong volwassenen naar mobiele telefonie en hersentumoren (Aydin 2011) gaf een verhoogd risico (Odds Ratio van 1.36) bij regelmatig gebruik, en geen bewijs van verhoogd risico bij langer of meer gebruik. Deze resultaten interpreteren is lastig omdat het om relatief weinig deelnemers ging, de gemiddelde leeftijd was laag (13 jaar) en er waren weinig intensieve langetermijn-gebruikers. 

Mobi-Kids studie

De Mobi-Kids studie onderzoekt het risico op goed- en kwaadaardige hersentumoren bij kinderen en jong volwassenen (10-24 jaar) van 2010 tot 2014. Ongeveer 1000 hersentumorgevallen worden verwacht en 14 landen doen mee. Er is veel gedaan aan validatie van het zelfgerapporteerd gebruik van mobiele telefoons (o.l.v. Kromhout), onder andere door het gebruik van de XMobiSense-app (zie presentatie dr. Toledano). Huidige status van de Mobi-Kids studie: medio 2015 klaar met complete dataverzameling, en van 2015 tot 2017 worden analyses en publicaties verwacht. 

GERoNiMO studie

GERoNiMO staat voor Generalized EMF Research using Novel Methods. Het is een vijfjarig project dat begin 2014 is gestart. Het gaat om een geïntegreerde benadering, van onderzoek tot risicobepaling en het ondersteunen van risicomanagement. GERoNiMO wil een pan-Europese benadering, waarbij wetenschappers van diverse disciplines, onderzoeksinstituten en lidstaten bijeen worden gebracht en voort wordt gebouwd op bestaande middelen. GERoNiMO bestudeert de risico’s op kanker, neurodegeneratieve ziektes, gedrag, vruchtbaarheid en veroudering.

GERoNiMO bestaat uit 5 modules (o.a. epidemiologie, biologie, blootstellingsbepaling) en diverse werkpakketten (WP’s). Deze WP’s behelsen onderzoek naar o.a.: 

  • EMV en de ontwikkeling van kinderen en jong volwassenen;
  • de rol van IF en RF bij het risico op hersentumoren bij jonge mensen;
  • beroepsmatige blootstelling aan EMV en gezondheidsrisico’s;
  • dierstudies;
  • bepaling van de blootstelling;
  • vertaling van de GERoNiMO-resultaten naar risicomanagement en communicatie en advies.

CREST

CREST staat voor Characterisation of RF exposure from new mobile communications systems uses and technologies. CREST heeft als doel om de RF-blootstelling te karakteriseren van nieuwe mobiele bronnen, zoals smartphones, tablets, laptops etc. 

Conclusie

Prof. Cardis concludeert dat er heel veel werk is gedaan naar EMV en gezondheid, met een belangrijke bijdrag vanuit het ZonMw-onderzoeksprogramma. De epidemiologische studies Mobi-Kids, COSMOS en GERoNiMO waarin Nederland meedraait door participatie van het IRAS-UU zullen nog veel belangrijke informatie gaan opleveren. De verwachting is dat EMV-technologie zal blijven toenemen in onze leefomgeving. Daarom is het nodig om onderzoek naar gezondheidseffecten te continueren, om beroepsgroepen, patiënten en de algemene bevolking te kunnen beschermen. 

1. Occupational exposure to extremely low-frequency magnetic fields and brain tumor risks in the INTEROCC study, Cancer Epidemiol Biomarkers Prev. (2014).

Paneldiscussie

Na de presentatie van Prof Elisabeth Cardis werd het programma van het symposium van het onderzoeksprogramma Elektromagnetsiche Velden & Gezondheid (EMV&G) afgesloten met een paneldiscussie. Aan de hand van stellingen, waar de zaal over mee kon stemmen, gingen een aantal wetenschappers met elkaar in discussie. Er bleek nog dat er nog veel onduidelijkheid is over de effecten van EMV op de gezondheid.

Resultaten Paneldiscussie (zie download in pdf)

1. “Het is belangrijk dat Nederland beschikt over expertise op het gebied van EMV”

Deze eerste stelling kon rekenen op veel steun bij de aanwezigen. Maar liefst 95% was het ermee eens. Daar viel niet veel meer over te discussiëren.

2.“Er is genoeg expertise in Nederland over EMV”

Prof. Daniëlle Timmermans was het daar niet mee eens: ‘er is een begin gemaakt, we weten waar het over gaat. Maar EMV en alles wat daarmee samenhangt, is constant in ontwikkeling. Daardoor zal de kennis zich ook moeten blijven vernieuwen. De maatschappelijke onrust rond EMV maakt die voortdurende aandacht noodzakelijk.’

Prof. Gerard van Rhoon was het deels met haar eens en benadrukte dat: ‘we ervoor moeten zorgen dat onze kennis up to date blijft. We moeten niet alleen voorkomen dat de huidige kennis weg lekt, maar ook ervoor zorgen dat we bovenop nieuwe ontwikkelingen blijven zitten. Wat voor effect heeft EMV bijvoorbeeld op jongere generaties, die van kinds af aan eraan zijn blootgesteld?’

Keynote spreker Prof. Elisabeth Cardis vatte het bondig samen: ‘EMV is een onderwerp waar we voorlopig nog niet klaar mee zijn.’

Van de aanwezigen was zo’n 60% het eens met de stelling.

3. “We moeten onderzoek blijven doen naar de effecten van mobiele telefonie op kinderen”

Zo’n 85% van de aanwezigen was het daarmee eens. Prof. Daniëlle Timmermans onderschreef de stelling, maar maakte er wel een belangrijke kanttekening bij: ‘Ik vraag me eerlijk gezegd wel af of dat mogelijk is vanwege de strikte regelgeving voor onderzoek bij kinderen. Op welke manier kun je kinderen onderzoeken?  Daarnaast zijn er zoveel factoren die een rol spelen, dat het maar de vraag is of je oorzaak en gevolg kunt aanwijzen, ook als het om EMV en de effecten op kinderen gaat.’

Een van de aanwezigen in de zaal was het met haar eens en vulde aan: ‘Onze generatie is niet van jongs af aan blootgesteld aan EMV. De effecten op toekomstige generaties zullen anders zijn dan wat we tot nu toe nu zien en weten. Dat maakt extra aandacht voor onderzoek onder kinderen en jongeren belangrijk.’

Na de argumenten van de panelleden konden de aanwezigen opnieuw stemmen over deze stelling. Dat leidde maar tot een kleine verschuiving, de meeste mensen bleven bij hun mening.

4. “Er zijn effecten gevonden van blootstelling aan radiofrequente EMV”

Dat was een stelling die tot de meeste reactie en discussie leidde, tussen de eens- (40%) en oneens-stemmers (60%). Prof Gerard van Rhoon stemde tegen ‘omdat er nog steeds geen samenhangend en overtuigend bewijs is gevonden’. 

Prof. Antonio Sarolic was het eens met de stelling: ‘er zijn aanwijzingen in epidemiologisch onderzoek dat mobiel bellen een verhoogde kans geeft op glioma’s, hersentumoren.’ Prof. Peter Zwamborn zag het anders: ‘Er zijn wel degelijk effecten gevonden, namelijk thermische effecten’. De stelling werd daarop verbijzonderd en opnieuw in stemming gebracht:

5. “Er zijn niet-thermische effecten gevonden van blootstelling aan radiofrequente EMV”

Die aanpassing leidde tot een verschuiving in de stemmen: circa 50% was het eens met de stelling, circa 50% oneens.

6. “Er zijn geen gezondheidseffecten gevonden die het gevolg zijn van blootstelling aan laagfrequente EMV”

Zo’n 35% van de aanwezigen was het hiermee eens, 65% niet. Prof. Antonio Sarolic legde de vinger op de zere plek: ‘kennelijk zijn we het als wetenschappers ook nog niet eens over wat we wel of niet aannemen als overtuigend bewijs. De een vindt epidemiologisch onderzoek voldoende, de ander zoekt naar een overtuigend causaal verband.’ Vervolgens werd de stelling aangepast tot:

7. “Er zijn geen aanwijzingen voor gezondheidseffecten gevonden die het gevolg zijn van blootstelling aan laagfrequente EMV”

Dat leidde tot een verschuiving in de stemming: meer dan 90% van de aanwezigen was het hiermee oneens, minder dan 10% eens. Opnieuw vatte Prof. Elisabeth Cardis het helder samen: ‘Er is nog geen causaal verband gevonden, maar er zijn meer dan voldoende aanwijzingen om de zoektocht daarnaar voort te zetten.’ 

Daarmee trok ze ook Prof Gerard van Rhoon over de streep: ‘Er is iets aan de hand, maar we weten nog niet precies wat en hoe het werkt. Laagfrequente EMV verdient onze onverminderde aandacht!’ 

Bezoekers met elkaar in gesprek
Bezoekers praten met elkaar