Wat verwachten we van een wetenschapper? Het huidige systeem vraagt veel van wetenschappers. Excellent onderzoek, innovatief onderwijs, integriteit, inspirerend leiderschap en maatschappelijke impact zijn belangrijke eisen. Maar moet een wetenschapper alles kunnen? Wordt met dit brede eisenpakket de voorkeur gegeven aan generalisten en is dat dan wenselijk? Wat is het ideale profiel van de wetenschapper van de toekomst?

Maatschappelijke impact versus fundamenteel onderzoek

De deelnemers discussieerden in twee aparte groepen over: vaardigheden. Ze kregen telkens een stelling voorgelegd die de toon zette voor de discussie. Over de eerste stelling was in beide groepen consensus: maatschappelijke impact is niet belangrijker dan fundamenteel onderzoek.

Algemene vaardigheden

Over de tweede stelling - PhD-studenten moeten algemene vaardigheden leren om zowel binnen als buiten de wetenschap te kunnen werken - was het merendeel van de deelnemers het eens. Toch leverde de stelling ook veel vragen op, want deze vaardigheden zijn niet duidelijk gedefinieerd. Ook vroeg men zich af hoe het leren moest worden ingepast, want er moet al zoveel in vier jaar tijd. Bovendien, wie is daar verantwoordelijk voor? Als het de universiteit is, dan kan er tijd voor worden vrijgemaakt. Maar als de PhD'er verantwoordelijk is, leidt dit tot werk in de avonduren.

De meeste deelnemers vonden dat de algemene vaardigheidstraining niet verplicht mocht worden en wezen op het belang van een mentor of begeleider om mee te overleggen. Tegelijk was een belangrijk punt dat de vaardigheden die men leert wel direct in de praktijk toe te passen zijn, dus nog tijdens het PhD-traject. Maar uiteindelijk, zo stelde men, zijn wetenschappelijke vaardigheden belangrijker dan het leren van algemene vaardigheden.

De meeste deelnemers onderschreven dat bij het toekennen van beurzen, naast onderzoek en publiceren, ook andere vaardigheden moeten meetellen. Publiceren is belangrijk, want anders is onderzoek niets waard. Toch zouden vaardigheden als samenwerken, kennisoverdracht en originaliteit eveneens van belang moeten zijn voor een beurs. De beoordelingscommissies kunnen bijvoorbeeld kijken welke vaardigheid een onderzoeker het meest waardeert aan zichzelf. Voor de leden van de commissie zal het nog een uitdaging zijn om naast onderzoeksvaardigheden naar zoveel andere aspecten te kijken.

Oneens waren de meesten het met de laatste stelling, dat de perfecte wetenschapper praktisch en theoretisch onderzoek in balans heeft. Het is belangrijk om dat evenwicht te hebben binnen het team, maar niet elke persoon hoeft over zowel theoretische als praktische vaardigheden te beschikken. Dit zal per persoon verschillen en afhangen van het onderzoeksveld, persoonlijkheid en fase in de carrière.

Zelfstandigheid

Er werd nog een stelling bedacht door de deelnemers: PhD'ers moeten hun eigen onderzoeksonderwerp bedenken. Zelfstandigheid is namelijk de belangrijkste vaardigheid die een onderzoeker leert, dus zelf een idee ontwerpen in plaats van te solliciteren op een functie binnen een bestaande onderzoekslijn klinkt positief. Echter, het kost een promovendus veel tijd en levert veel stress op tijdens een toch al stressvol project. Het is beter om in het begin van je carrière mee te mogen gaan met de flow. Daarnaast is het vaak niet praktisch om binnen een onderzoeksgroep geld beschikbaar te stellen voor een idee van een PhD'er, want het geld is vaak al binnengehaald door een grant, wat leidt tot verplichtingen om dit onderzoek uit te voeren. Er zijn enkele NWO-beurzen om een PhD aan te vragen, maar die zijn niet beschikbaar in alle vakgebieden. En zo was iedereen het na de discussie oneens met de stelling.

Uit de sessie kwam ook het concrete voorstel om een extra criterium in te voeren bij het aanvragen van een persoonlijke beurs: pre-evaluatie. Het gaat daarbij om vaardigheden die de aanvrager in de toekomst nodig heeft en mist, om bijvoorbeeld een goede begeleider te zijn. Zo is duidelijk dat een aanvrager niet alle vaardigheden hoeft te bezitten (schaap met vijf poten) en de mogelijkheid heeft te erkennen waar diens sterktes en zwaktes liggen.

Moderatoren: dr. Martijn Kleppe, hoofd Onderzoek Koninklijke Bibliotheek en dr. Christine Teelken, universitair hoofddocent VU Amsterdam.

Martijn Kleppe
Christine Teelken

In samenwerking met:

ZonMw stimuleert gezondheidsonderzoek en zorginnovatie. ZonMw financiert gezondheidsonderzoek en stimuleert het gebruik van de ontwikkelde kennis - om daarmee de zorg en gezondheid te verbeteren.

Evolutie of revolutie? Praat mee over de wetenschapper 2030 is door ZonMw in samenwerking met NWO georganiseerd. Het programmateam bestond uit: Cassandra Appelman, Martijntje Bakker, Anita Bos, Roula Dambrink, Maaike Damen, Olivier Morot, Jacqueline Mout, Sanne Raes, Annelein Stax, Rita Struhkamp en Jos Zandvliet

Tekst: Tjitske Lingsma
Fotografie: Sannaz Moghaddam Sannaz Fotografie
Eindredactie: Marja Westra en Cassandra Appelman (ZonMw)

Uitgave ZonMw, juni 2019

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website