Het programma Tussen Weten en Doen II: de onderzoeksinfrastructuur voor wetenschappelijk onderzoek voor verpleging en verzorging versterken en de toepassing hiervan te stimuleren.

Oftewel: hoe krijgen we onderzoeksresultaten zo snel mogelijk ingebed in onderwijs en praktijk? Sinds 2013 organiseert ieder jaar één van de onderzoekslijnen een netwerkbijeenkomst. Dit jaar was Nursing Science Nijmegen aan de beurt. In workshops en presentaties kwamen projecten aan bod die aansloten bij de thema’s implementatie en patiënten participatie.

Patiëntenparticipatie en implementatie: veel in gang gezet

Implementatie en patiëntenparticipatie, de 2 thema’s die vandaag centraal staan, zijn dezelfde die leidend zijn voor Nursing Science Nijmegen, vertelt hoogleraar verplegingswetenschap Hester Vermeulen (Radboudumc) in haar welkomstwoord.

‘Als je mooie kennis hebt ontwikkeld, moet die op een gegeven moment uit die glazen bol van de wetenschap barsten, zodat er meer evidence based practice op de werkvloer beschikbaar is. Dat is niet alleen voor de basiszorg essentieel, maar voor de hele zorg’, aldus Hester Vermeulen. Om het belang te illustreren van de samenwerking tussen patiënten, wetenschap en zorgverleners heeft de organisatie Mariëlle Blankestijn als dagvoorzitter gevraagd. Zij is ervaringsdeskundige van Ikone, een stichting die door de samenwerking tussen patiënten en gezondheidszorg de kwaliteit van de zorg wil verbeteren.

Mariëlle Blankestijn aan het woord
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Blankestijn brengt de verschillende stadia van patiëntenparticipatie onder de aandacht, waarbij de rol van de patiënt in de zorg begint bij ‘passief’ en eindigt bij ‘leidend’. Want: ‘Je kunt mij nog zo centraal stellen, dat wil nog niet zeggen dat ik ook meedenk over mijn eigen gezondheid.’ De participatieladder begint onderaan bij het informeren van patiënten, het absolute minimum. Maar na oplopende mate van inspraak (raadplegen, adviseren en coproduceren) moet meebeslissen het uiteindelijke doel zijn, zegt Blankestijn. Daarna vertelt ze haar eigen verhaal. Over de beperking die ze jaren geleden opliep tijdens een vakantieongeluk en hoe ze alles opnieuw heeft moeten leren. En over hoe belangrijk het is om als patiënt gehoord te worden: ‘Ik ken mijn lijf als geen ander, maar toch word ik daarin niet altijd serieus genomen.’ Meer flexibiliteit van verpleegkundigen zou veel helpen. Zo zou ze bijvoorbeeld bij een ziekenhuisopname ‘s ochtends het liefst, anders dan gebruikelijk, door haar man uit bed geholpen willen worden. ‘Wij zijn helemaal vertrouwd met elkaar. Het zou niet alleen voor ons fijn zijn als wij samen het ochtendritueel kunnen doen, maar het zou ook de verpleging werk schelen.’  

'Iedereen moet die parels kunnen dragen'

Lilian Vloet (HAN) presenteert een montage van vlogs, waarin de betrokken onderzoekers vertellen over hun Parels uit de projecten uit Tussen Weten en Doen. In deze parels staan implementatie, participatie of basiszorg centraal. Programmavoorzitter Wim van den Heuvel krijgt symbolisch een parelketting omgehangen. In zijn dankwoord vertelt de programmavoorzitter over het boekje Hoe gaat het vandaag met u?, dat twintig jaar geleden werd uitgebracht. Daarin werd het huidige personeelstekort al aangekondigd en gezocht naar oplossingen. ‘U bent bezig met het opbouwen van een kennisnetwerk, en dat gaat goed’, zegt hij tegen de zaal. ‘Maar we zijn er nog niet. Ik daag u uit: zorg ervoor dat zo’n boekje over twintig jaar niet opnieuw nodig is. Iedereen in de verpleging moet deze parels kunnen dragen. Dus laten we onze kennis zoveel mogelijk uitdragen.’

Workshops: veel nieuwe producten om mee aan de slag te gaan

In 2 workshoprondes komen 13 TWDII pareltjes aan bod. De deelnemers vinden het interessant om bij elkaar in de keuken te kijken en mee te denken. ‘Heel mooi zoals de kloof tussen wetenschap en praktijk hier overbrugd wordt.’

Workshop Patient Included: communicatie met patiënten
‘Verpleegkundigen vinden dat ze het gesprek allang aangaan met ziekenhuispatiënten’

Tot nu toe ontbrak het aan tools voor shared decision making op de intensive care (IC)’, vertelt Lilian Vloet (HAN). ‘Dat is jammer, aangezien er veel kwetsbare ouderen op de IC liggen, en goede informatie voor hen en hun mantelzorgers essentieel is om tot goede besluiten te komen.’ HAN en Radboudumc voerden twee studies uit naar het bevorderen van patiëntparticipatie tijdens ziekenhuisopnamen.

Meer over de workshop Patient Included
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De eerste interventie bestaat uit een gesprekskaart en een voorlichtingsfilm, specifiek ontwikkeld voor de IC. Omdat het op deze afdeling gaat om acute situaties, blijkt gezamenlijke besluitvorming niet makkelijk. Met de film 'Hoe nu verder', waarin familieleden van patiënten vertellen over hun ervaringen met inspraak op de IC, moet een familiegesprek vergemakkelijkt worden. Uit het onderzoek blijkt dat verpleegkundigen positief zijn over de structuur die de tools kunnen geven aan de gezamenlijke besluitvorming. Vloet: ‘We kijken nu of de interventie ook in andere ziekenhuizen nuttig is.’  

De tweede interventie is de Vertelkaart, bedoeld voor álle ziekenhuisafdelingen. De kaart, waarop patiënten kunnen aangeven wat zij belangrijk vinden tijdens hun opname, werd op 2 Radboudumc-afdelingen getest. De aandachtspunten die patiënten noemen gaan onder andere over hun behoefte aan informatie, snel naar huis willen of behoefte aan een luisterend oor, vertelt Elise van Belle (Radboudumc). Waar de patiënten neutraal tot positief oordelen over deze interventie, zijn de verpleegkundigen gereserveerder. ‘Zij zeggen vaak: ik voer dit soort gesprekken allang met patiënten. De vraag is: hebben verpleegkundigen moeite met de vertelkaart of met patiëntenparticipatie?’ Eén van de workshopdeelnemers vindt dat wat kort door de bocht: ‘Het kan ook zijn dat de vertelkaart niet werkt.’ Dat beaamt Van Belle. ‘Maar als wij vragen: hoe ga je dan met patiënten in gesprek over wat zij belangrijk vinden, geven ze voorbeelden zoals: dat vraag ik in de deuropening. We hebben dus meer kennis nodig van de voorwaarden om patiënten te laten participeren in de zorg.’

Workshop Nurse CC: praktische producten voor zelfmanagementondersteuning:
‘Zo’n film laat studenten goed zien wat goede en minder goede punten zijn’ 

Verpleegkundigen van het Erasmus MC gingen aan de slag met de ondersteuning van chronisch zieken bij hun zelfmanagement. In proeftuinen werden verschillende interventies ontwikkeld. ‘Daarbij bleek dat veel verpleegkundigen ten onrechte van mening zijn dat ze al veel doen op het gebied van zelfmanagementondersteuning’, vertelt AnneLoes van Staa (Hogeschool Rotterdam). Daarom ontwikkelde zij met collega’s een boek en een online leeromgeving over zelfmanagementondersteuning voor hbo-v-opleidingen. Van Staa laat een filmpje zien uit de online leeromgeving. Daarin zien we een verpleegkundig consult van een oudere dame, die in de polikliniek haar chemokuur bespreekt.

Meer over de workshop Nurse CC
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Samen met de groep analyseert Van Staa de sterke en minder sterke punten van het consult. Goed dat de verpleegkundige empathisch is, dat ze vooraf de oncoloog gesproken heeft en dat ze de patiënt laat meekijken naar de scan, vinden de workshopdeelnemers. Maar ze vraagt niet door naar wat de ander wil en lijkt er vooral op uit om haar eigen agenda uit te voeren. ‘Ze blijft er maar op hameren dat de chemokuur moet doorgaan.’ Dat herkent een van de toehoorders: ‘Uit een recente studie blijkt dat dat wat zorgverleners willen overbrengen aan patiënten, in de praktijk nauwelijks wordt opgepikt.’ Houd rekening met verschil in perceptie, vult ervaringsdeskundige Mariëlle Blankestijn (Ikone) aan. ‘Als ik als patiënt het ziekenhuis binnenkom, ben ik uit mijn comfortzone. Daardoor ga ik anders om met informatie.’ 

Workshop Complex Care: tips voor samen beslissen met ouderen met multimorbiditeit en hun naasten
‘Onderzoek wordt pas leuk als het op een A4-tje past’

Ruth Pel (Vilans, ‘uitgeleend’ aan het UMC) en Bianca Buurman (Amsterdam UMC) herontwikkelden een bestaand gespreksmodel van het Radboudumc voor ouderen met meerdere chronische aandoeningen. Het aangepaste model, dat oorspronkelijk was ontwikkeld voor huisartsen, is bedoeld voor ouderen op een geriatrische afdeling. Het resultaat: een filmpje en een praktische infographic waarin de 6 stappen uitgebreid beschreven staan.

Meer over de workshop Complex Care
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

‘Samen beslissen met ouderen die meerdere chronische aandoeningen hebben is complex, omdat de problemen vaak niet eenduidig zijn’, zegt Pel. ‘Bovendien zijn richtlijnen meestal gericht op enkelvoudige ziekten. Een tip uit het gespreksmodel: wees oprecht bij het bespreken van keuzes – dus vraag niet hoe lang iemand wil blijven in het ziekenhuis als jij weet dat voor morgen ontslag staat gepland. ‘Maar ook: schets het hele perspectief’, zegt Pel. ‘Wat voor de één een voordeel kan zijn, kan voor de ander een nadeel zijn, vanwege een andere aandoening.’

Haar missie: wetenschappelijke resultaten zo goed mogelijk vertalen naar de alledaagse praktijk. Bridges to gap noemt ze dat. ‘Als onderzoek klaar is, gebeurt er vaak te weinig mee. Ik vind onderzoek pas leuk worden als het op een half A4-tje past.’ Zo beleeft ze minder plezier aan het wetenschappelijke artikel dat ze over haar onderzoek publiceerde dan aan het filmpje (527 keer bekeken) dat eruit voortkwam, de infographic (2000 keer gedownload) en de pagina op het Vilans-kennisplein (5.000 keer bekeken). 
 

Workshop Basic Care Revisited; implementeren is leren
‘Ga individueel het gesprek aan met verpleegkundigen’

Janneke de Man (UMC Utrecht) vertelt over de problemen die zich kunnen voordoen bij het implementeren van nieuwe zorg.  Als illustratie dient het Basic Care Revisited-deelproject ‘Bewegingsgerichte zorg in het ziekenhuis’ met als insteek wassen en aankleden. Daarbij maakten zij en haar collega’s gebruik van het Amerikaanse model Function Focused Care, waarbij zorgverleners patiënten stimuleren om zoveel mogelijk zelf te doen. Voorbeeld: ‘Als je inspeelt op iemands wens om op de bruiloft van haar kleindochter te zijn, motiveer je haar misschien om zich niet in bed, maar op de bedrand te laten wassen.’

Meer over de workshop Basic Care Revisited
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Veel verpleegkundigen vinden dat ze al voldoende bewegingsgerichte zorg gaven, merkten de onderzoekers. Of ze lieten de nieuwe manier van werken vallen zo gauw het te druk werd. Er ontspint zich een discussie over de voorwaarden waaraan een goede implementatie moet voldoen. Genoemd worden: draagvlak bij medewerkers en management, cultuur en opvattingen – ‘zien ze de vernieuwing die je voorstelt als iets dat bij hun taak hoort?’, wil het bestuur op de lange termijn in het project investeren en: hebben verpleegkundigen wel voldoende tijd om de zorgvernieuwing toe te passen? ‘Daar hebben we veel discussies over gehad’, zegt Carolien Verstraten (UMC Utrecht). ‘Soms is het ook een kwestie van prioriteit. En als je tijd steekt in bewegingsgerichte zorg, houd je ook tijd over.’ Vraag van een workshopdeelnemer: als er zo weinig animo is onder de verpleegkundigen, komt de vraag dan wel voort uit de praktijk? ‘We zien vaker dat er in de zorgpraktijk een behoefte bestaat aan vernieuwing, maar dat de reactie op de werkvloer toch is: dit doen we al’, reageert De Man. Hoe bereik je dat verpleegkundigen zich dan toch bewust worden?  ‘Door toch het individuele gesprek aan te gaan. Als je met ze praat over hun ideale zorg, lukt het vaak wél.’ 

Terugblik op de workshops

Anneke Francke (Amsterdam UMC), NurseSMS

Anneke Francke (Amsterdam UMC), NurseSMS. Tips & tricks voor online ondersteuning door verpleegkundigen
‘Er zijn steeds meer verpleegkundigen die via mail of een webapplicatie patiënten ondersteunen. Aan de hand van het filmpje van het Nurse SMS-project heb ik een concreet beeld gegeven van online zelfmanagement ondersteuning in de praktijk.

En ik heb een aantal tips en tricks besproken. Die heb ik vervolgens geïllustreerd met voorbeelden uit eigen onderzoek. In NurseSMS onderzoeken we zelfmanagement ondersteuning bij ongeneeslijke kanker en bij dementie. Wellke ondersteuningsbehoefte hebben ouderen en hun mantelzorgers?’

Anneke Francke (Amsterdam UMC), NurseSMS (vervolg)
Reacties
‘De deelnemers hebben veel eigen voorbeelden met elkaar uitgewisseld. Onze conclusie was: je moet goed kijken welke methode past bij de patiënt of mantelzorger. Lang niet iedereen is digitaal en cognitief vaardig genoeg voor online ondersteuning. Of de patiënt of mantelzorger schrikt terug voor Skype en Facetime, maar wil wel mailen. Een van de deelnemers had een leuk inzicht. Rond Eindhoven wordt relatief veel gedaan aan online zorgondersteuning. Dat komt waarschijnlijk doordat daar veel oud-Philipsmedewerkers wonen. Die staan daar meer voor open, ook al is het een oudere doelgroep.

Kortom: let goed op wat patiënten en mantelzorgers kunnen en willen. Een andere belangrijk punt dat we bespraken is het waarborgen van privacy. Dus niet mailen in een onbeveiligde omgeving, maar ook opletten met beeldbellen als je zelf in een omgeving met collega’s zit. En let erop dat ook de patiënt zelf in alle rust kan spreken.’

Lisette Schoonhoven en Thóra Hafsteinsdóttir (UMC Utrecht), MNR. Leiderschapsontwikkeling voor verpleegkundig onderzoekers
‘Wij hebben verteld over het Leadership Mentoring in Nursing Research-programma. Dit jaar hebben tien gepromoveerde verpleegkundig onderzoekers het programma afgerond. Er zijn meer verpleegkundig wetenschappers nodig voor het ontwikkelen en implementeren van Evidence Based Practice in zorg en onderwijs. Veel verpleegkundigen zien leiderschap als hiërarchisch en vinden het lastig om zichzelf als leiders te zien. In het LMNR-programma leren deelnemers om te reflecteren op hun eigen leiderschapsgedrag. Verpleegkundige leiders in het verpleegkundig onderzoek zijn essentieel voor het verbeteren van de patiëntenzorg. Verpleegkundigen moeten meer leiderschap tonen en naar buiten treden. Tenslotte wordt 70 procent van alle zorg door verpleegkundigen gegeven.’

Lisette Schoonhoven en Thóra Hafsteinsdóttir (UMC Utrecht)

Lisette Schoonhoven en Thóra Hafsteinsdóttir (UMC Utrecht), MNR (vervolg)

‘De deelnemers waren heel enthousiast. Wij hebben hen gevraagd om te reflecteren op hun eigen leiderschap. Ze hebben onder andere een scorelijst ingevuld, zodat hun ontwikkelpunten naar voren kwamen. In subgroepen hebben ze gediscussieerd over hun sterke en zwakke punten, waarna ze plenair de belangrijkste aanknopingspunten bespraken. Ze vonden het leuk om te doen.

Eén deelnemer van het leiderschapsprogramma was er ook bij. Hij vertelde de groep dat het programma grote invloed heeft gehad op zijn leiderschap en dat hij nu toegang heeft tot een ander niveau in de netwerken van zorg en onderwijs. Dat brengt hem ook verder in zijn onderzoek.’

Susanne van Hooft (Hogeschool Rotterdam), ZM-Doc

Susanne van Hooft (Hogeschool Rotterdam), ZOM-Doc. Handreiking voor dossiervoering bij zelfmanagementondersteuning
‘Binnen het onderzoeksprogramma ZMO-Doc passen we gesprekshulpmiddelen in de praktijk toe en onderzoeken we vervolgens hoe verpleegkundigen over het zelfmanagement van hun patiënten rapporteren.

Het rapporteren over zelfmanagement is een onderbelicht thema bij veel verpleegkundigen. Vaak denken zij: het is voldoende als ik opschrijf hoe ik de patiënt heb verzorgd. Maar rapporteren over zelfmanagement is nodig, als je wilt kunnen terugkomen op afspraken die je met elkaar hebt gemaakt. Anders kun je wel mooie plannen maken, maar loop je het risico dat die verzanden.’

Susanne van Hooft (Hogeschool Rotterdam), ZOM-Doc (vervolg) 

‘Het werd een levendige discussie. Het lijkt misschien saai, dossiervoering, maar het werd leuk omdat iedereen meedacht vanuit zijn eigen invalshoek. Een van de ideeën die werd geopperd was: laat de patiënt zelf over zelfmanagementafspraken rapporteren, of doe het rapporteren samen met hem. Dat vond ik een eyeopener. Iemand zei dat dat in revalidatiecentrum al op die manier gebeurt.

Of verpleegkundigen daar tijd voor hebben? Dat is geen reden om er dan maar vanaf te zien. Ik denk dat je het in kleine stapjes moet doen.’

Jaap Trappenberg (UMC Utrecht, TASTE. De Longaanval app – een doorbraak in het bedwingen van de longaanval): ‘Ze hadden veel kunnen leren’
‘Mijn workshop ging over een product uit de TASTE-onderzoekslijn: de Longaanval-app. Een zelfmanagement-app die COPD-patiënten leert om op de juiste momenten zelfmanagementvaardigheden toe te passen. In onze ogen een echte parel. Helaas waren er te weinig aanmeldingen voor mijn workshop. Deelnemers aan de workshop hadden vooral kunnen leren van de wijze waarop dit project tot stand is gekomen: deels met inbreng van de academie, deels van de creatieve industrie. Het resultaat is een app die wordt gebruikt en daarom niet sneuvelt. Want als niemand geld aan een app verdient, bestaat hij niet. Het is riskant om in technologie te investeren. Het doen van onderzoek kost al ontzettend veel publiek geld, dan moet de implementatie van je product wel goed gaan.’

Jaap Trappenberg (UMC Utrecht, TASTE) De Longaanval app
Sandra Zwakhalen (Universiteit Maastricht)

Sandra Zwakhalen (Universiteit Maastricht), Nurses on the move! Aanpak voor meer activatie tijdens ADL
‘Mijn workshop ging over het stimuleren van beweging bij verpleeghuisbewoners met dementie. Zij zijn vaak inactief en dat heeft veel negatieve gevolgen, zoals een toenemende afhankelijkheid. De grootste winst bij het meer bewegen zit hem dan ook in een betere kwaliteit van zorg en meer zelfredzaamheid. Maar ook voor de verpleegkundigen zelf is het goed, omdat actievere patiënten hun werk makkelijker maken. We hebben daarom een gecombineerde interventie ontwikkeld van scholing, ondersteuning, coaching en beleid. We hebben het niet over sporten, maar over het integreren van bewegen in het dagelijkse leven.’
 

Sandra Zwakhalen (Universiteit Maastricht), Nurses on the move! (vervolg)

Reacties ‘Het was leuk om hier ideeën van de workshopdeelnemers over te horen. Zoals de vraag: hoe maak je verpleegkundigen ervan bewust dat bewegen nodig is? Een goed middel daarvoor zijn video-observaties waarbij verpleegkundigen zichzelf tijdens hun werk kunnen zien. Dat blijkt de meest beklijvende manier te zijn om gedrag te veranderen. Ineens zagen ze dat ze steeds rond de tafel aan het redderen waren. Maar als je wilt dat patiënten zelf hun melk inschenken, moet je het pak wel op tafel zetten.

Mooi vond ik dat een deelnemer zei: “Je moet waarde creëren voor de bewoners.” Zeggen dat iets goed voor ze is gezondheid doet niet veel, wel als het perspectief is dat ze straks fit genoeg zijn om met hun kleinkind naar de dierentuin te gaan, bijvoorbeeld. Of zorg dat verpleeghuisbewoners een stukje moeten lopen als ze naar de huisarts gaan.’ 

Anneke van Vught en Miranda Laurant (Radboudumc), EVIDENCE. Concrete producten, inzichten en handboek voor implementatie van EBP-cultuur
‘We hebben onze inzichten gedeeld over het implementeren van evidence based practice (EBP) binnen teams van verzorgenden en verpleegkundigen in verpleeghuizen. 12 teams met verpleegkundigen en verzorgenden hebben in verpleeghuizen aan de hand van basiszorgthema’s gewerkt aan het zich eigen maken van EBP. De teams werden ondersteund door een interne coach, zoals een hbo-verpleegkundige, een verplegingswetenschapper of een verpleegkundig specialist, en externe coaches. Ook hebben we een praktisch handboek gemaakt voor zorgteams, zodat zij ook zelf de EBP-cultuur kunnen verbeteren.’ 
 

Anneke van Vught en Miranda Laurant (Radboudumc)

Anneke van Vught en Miranda Laurant (Radboudumc), EVIDENCE. (vervolg)
Reacties
‘Er was veel interesse voor het handboek. Welke strategieën kunnen zorgteams gebruiken bij de implementatie, wie coacht en hoe zorg je dat ook bestuurders erachter staan? De deelnemers hadden goede ideeën. Bijvoorbeeld over het betrekken van het hele V&V-team. Wat daarin helpt is het bespreken van de werkcultuur. Ook het ‘achter de computer iets opzoeken’ en praten over elkaars rollen is werk.

We willen de cultuur binnen de V&V-teams doorontwikkelen naar een leercultuur in interprofessionele teams. De vraag is wie dan de coachende rol krijgt. Dat zou de verpleegkundig specialist kunnen zijn, maar daarvan zijn er maar weinig. Ook werd gezegd dat het misschien verstandig is om de V&V-teams eerst zelf een tijdje met EBP te laten werken. Zo krijgen zij meer zekerheid, voordat zij met andere disciplines EBP toepassen. ’

Harm van Noort (Radboudumc), Basic Care Revisited

Harm van Noort (Radboudumc), Basic Care Revisited. Effectieve verpleegkundige zorg voor voeding, belevingswereld patiëwntpatiënt en verpleegkundige
‘In ons Basic Care Revisited-deelproject voeding hebben we de verpleegkundige voedingszorg aan patiënten bekeken in de polikliniek van het Radboudumc en de Sint Maartenskliniek. Verpleegkundigen screenden vóór de operatie patiënten op hun mate van ondervoeding, maar voelen zich niet bekwaam en niet altijd verantwoordelijk. Ondervoede patiënten zijn zich vaak onbewust van hun voedingsstatus, en beseffen ook niet altijd dat ze ondervoed zijn. De uitkomst van de toepassing van de ontwikkelde verpleegkundige voedingszorg-toolkit is dat wanneer je patiënten goed voorlicht en bewust maakt van eigen eetgedrag, zij gemiddeld 870 kilocalorieën meer binnen krijgen. Patiënten die voldoende gevoed zijn, herstellen beter na een operatie. Verpleegkundigen kunnen dus een grote rol spelen in de voedingszorg.’ 
 

Harm van Noort (Radboudumc), Basic Care Revisited. (vervolg)
Reacties
‘De workshopdeelnemers hadden 2 vragen. Ten eerste: hoe vergroten we dat bewustzijn bij iedereen? Ten tweede: in hoeverre kun je het voedingspatroon van patiënten ook op de lange termijn verbeteren? Die vragen ga ik meenemen in het vervolgonderzoek. Ik ga me nu richten op de vraag: wat is het ideale moment om een interventie voor betere voedingszorg aan te bieden?

Ook kwam aan bod dat veel verpleegkundigen te maken hebben met patiënten met cognitieve problemen. Hoe betrek je voeding in het zorgproces? Hoe kan iemand die niet snapt hoe laat het is, regelmatig eten? Soms zijn patiënten delirant, hoe zorg je dat zij goed gevoed zijn? Er is zoveel te bespreken, ik had nog anderhalf uur kunnen doorgaan.’

Wetenschappelijk College Verpleegkunde slaat brug tussen wetenschap en praktijk

Tijdens de afsluiting van deze dag vertelt Sonja Kersten, directeur V&VN, over een belangrijk wapenfeit: de oprichting van het Wetenschappelijk College Verpleegkunde in juni dit jaar.

Het college is in het leven geroepen om wetenschappelijk verpleegkundig onderzoek te initiëren en steunen. Het moet de verbinding vormen tussen praktijk, kennisinstituten en onderzoekers, zegt Kersten. ‘Als V&VN willen we een echt onafhankelijk college, dat nauwe banden heeft de praktijk. Dat is er nu. Het college gaat een slimme agenda opstellen, die een brug zal slaan tussen wetenschap en praktijk. Ik hoop dat we de kennisbundeling die er nu al is, nóg beter vorm gaan geven.’

Kennisagenda

Daarna nog een mooi resultaat: Nienke Bleijenberg (Hogeschool Utrecht) vertelt over de Kennisagenda Wijkverpleging, die klaar is.

Aan het project werkten ActiZ, het ministerie van VWS, de beroepsverenigingen en het kersverse Wetenschappelijk College Verpleegkunde mee. ‘We zijn gestart met de wijkverpleging vanwege de grote maatschappelijke opdracht die daar ligt’, vertelt Bleijenberg. ‘De kennisagenda bestaat uit 3 pijlers; beroepsinhoudelijk thema’s, thema’s rondom de organisatie van de zorg en beroepsontwikkeling. Daarna hebben we de beroepsgroep gevraagd: wat is jullie kennisbehoefte? Na 9 maanden hebben we heel rijke data opgehaald. Maar daarna moesten alle honderdvijftig vragen nog door de zeef. Er ligt nu een mooie agenda, met vragen over kennis én over implementatie.’ 

Nienke Bleijenberg

Uitsmijter

Dan de ludieke afsluiting: de cartoons die een cartoonist vanmiddag maakte, met de verschillende workshops als inspiratie. Zo heeft hij de Vertelkaart uit een van de workshops vervangen door een speelkaart.

De cartoonist wordt naar voren geroepen om uitleg te geven, maar humor uitleggen is altijd lastig. Uiteindelijk wordt in goed overleg besloten dat het beter is om de cartoons voor zichzelf te laten spreken. De uitsmijter van Mariëlle Blankestijn aan de zaal: ‘Ik nodig jullie van harte uit om patiënten een nieuwe rol te geven.’ 

Tussen Weten en Doen II

Het programma Tussen Weten en Doen II richt zich op het versterken van de onderzoeksinfrastructuur voor wetenschappelijk onderzoek voor verpleging en verzorging, en daarmee op het verhogen van de kwaliteit van het verpleegkundig en verzorgend handelen. Die wetenschappelijk onderbouwde kennis is nodig om verpleegkundigen en verzorgenden nog beter hun centrale rol in de gezondheidszorg te laten vervullen. Doel is om de achterstand op het gebied van de wetenschappelijke evidence van verpleegkundige interventies, in te lopen. 

Binnen het programma zijn 7 onderzoekslijnen opgezet, bestaande uit een aantal samenhangende projecten die toepasbare kennis voor de praktijk opleveren en 4 ‘kleinere’ projecten, uitgevoerd door Hogescholen. Daarnaast stimuleert een leiderschapsprogramma de academische carrière postdoctorale onderzoekers in de verplegingswetenschap, zodat zij hun vakgebied kunnen profileren. Het ZonMw-programma Tussen Weten en Doen II is de opvolger van fase I (TWD I), waarbij met enkele onderzoeksprojecten een start werd gemaakt in het ontwikkelen van kennis. Fase II ging in 2012 van start en wordt in 2019 afgerond.

ZonMw stimuleert gezondheidsonderzoek en zorginnovatie. ZonMw financiert gezondheidsonderzoek en stimuleert het gebruik van de ontwikkelde kennis - om daarmee de zorg en gezondheid te verbeteren. ZonMw heeft als hoofdopdrachtgevers het ministerie van VWS en NWO.

Colofon Redactie Annette Wiesman, Eindredactie Dineke Abels, Elke van Vliet, Lisanne van Hoogdalem, Fotografie Jonathan Vos Photography

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website