Publicatie 26 november 2015

Een kijkje in de keuken bij het St. Antonius Ziekenhuis

Het programma TopZorg een jaar onderweg

Ingang van St. Antonius Ziekenhuis Nieuwegein

Een kijkje in de keuken bij het St. Antonius Ziekenhuis

Het programma TopZorg een jaar onderweg

Na een jaar TopZorg maken we samen met de deelnemende ziekenhuizen de tussenbalans op; waar staan we nu? Wat is er tot nu toe bereikt? En wat is de stip op de horizon?

Als onderdeel van het programma TopZorg organiseren de deelnemende ziekenhuizen sitevisits, waarbij zij een inkijk geven in de voortgang van het programma. Deze publicatie kwam tot stand naar aanleiding van de eerste sitevisit aan het St. Antonius Ziekenhuis. 

Programma TopZorg

Het experiment TopZorg subsidieert gedurende 4 jaar de combinatie van zeer specialistische zorg met wetenschappelijk onderzoek in 3 niet-academische ziekenhuizen. De deelnemende ziekenhuizen zijn het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein, het Oogziekenhuis Rotterdam en het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg. Een programmabrede evaluatie uitgevoerd door iBMG moet de maatschappelijke meerwaarde van deze subsidie vaststellen. Dit zal het ministerie van VWS input leveren voor besluitvorming rondom toekomstig beleid. ZonMw coördineert het programma TopZorg.

Versterking van topreferente zorg en onderzoek dankzij het programma TopZorg

Het St. Antonius Ziekenhuis kent een lange historie van topzorg, onderzoek en innovatie op het gebied van longziekten en hartaandoeningen. Recente ontwikkelingen in de Nederlandse gezondheidszorg hebben de financiële mogelijkheden hiertoe beperkt. Dankzij het TopZorg programma kunnen de specialisten en onderzoekers (en de patiënten) voorlopig verder.

Prof. dr. Jan Grutters
Poprtrert
Dr. Benno Rensing

Dat wetenschappelijk onderzoek en innovatieve zorg niet uitsluitend het domein zijn van de academische ziekenhuizen bewijst het St. Antonius Ziekenhuis al decennialang. ‘In 1980 voerden we als eerste ziekenhuis in Nederland een dotterprocedure uit, in 2009 de eerste hartoorafsluiting in Nederland en vorig jaar plaatsten we als eerste een draadloze pacemaker’, somt cardioloog dr. Benno Rensing op. ‘Op het gebied van de longziekten waren we in Nederland de eerste met ingrepen als de broncho-alveolaire lavage, de longtransplantatie en de embolisatie van een pulmonale arterioveneuze malformatie, en hebben we het expertisecentrum voor interstitiële longziekten in huis’, vult longarts prof. dr. Jan Grutters aan. Rensing en Grutters zijn binnen het St. Antonius Ziekenhuis beiden projectleider en penvoerder van respectievelijk het Hartdomein en het Longdomein in het kader van het TopZorg programma. 

Bekostiging gestopt

‘Als algemeen ziekenhuis beschikt het St. Antonius Ziekenhuis niet – zoals de academische centra – over aparte financiële middelen voor het leveren van tertiaire zorg, het doen van onderzoek en het uitvoeren van innovatieve behandelingen die nog niet vergoed worden via de zorgverzekering’, vertelt Grutters ‘De bekostiging daarvan ging tot voor kort deels uit de algemene budgetten van het ziekenhuis en uit gelden die de zorgverzekeraars daarvoor beschikbaar stelden’, vult Rensing aan. Sinds enkele jaren is de bekostiging vanuit de zorgverzekeraars echter gestopt en ook uit de algemene middelen blijft weinig over om onderzoek te doen en innovatieve (lees niet-vergoede) zorg te leveren. ‘Terwijl anderzijds het aantal verwijzingen uit het land van patiënten die behoefte hebben aan deze topreferente zorg alleen maar toeneemt als gevolg van de gewenste concentratie van dergelijke hoog complexe zorg’, stelt Grutters. Rensing: ‘Vandaar dat het St. Antonius Ziekenhuis met de domeinen Hartzorg en de Longzorg, meedoet aan het TopZorg programma van ZonMw.' 

Maatschappelijke meerwaarde

'Dit programma stelt ons de komende jaren in de gelegenheid ons wetenschappelijk onderzoek en de innovatieve zorg voort te zetten. Maar bovenal kunnen we nu laten zien dat het uitvoeren van dergelijk onderzoek en het leveren van deze topreferente zorg in een niet-academisch ziekenhuis maatschappelijke meerwaarde heeft.’

Concrete resultaten

Heel concreet maakt het TopZorg programma het onder andere mogelijk een Clinical Registry System en een Science Corner op te zetten. Grutters: ‘Als expertisecentrum moet je vaak meer gegevens van een patiënt verzamelen dan in de reguliere patiëntenzorg. Het Clinical Registry System maakt dat mogelijk. Ook kunnen we nu een deel van ons laboratorium, de Science Corner, geheel vrijmaken voor het doen van snelle bepalingen ten behoeve van het onderzoek. Daarnaast kunnen we dankzij TopZorg onze biobank uitbreiden en op een hoger plan tillen. Als je onderzoek doet naar zeldzame aandoeningen, zoals de interstitiële longziekten, is het verzamelen en langdurig opslaan van patiëntenmateriaal de enige manier om voldoende grote aantallen te bereiken.’

Onderzoekers binden

‘Het feit dat het TopZorg programma nu voor de komende jaren de financiering van het onderzoek en de innovatieve zorg garandeert, maakt het bovendien mogelijk onderzoekers wat langer aan ons te binden’, merkt Rensing op. ‘Maar zoals gezegd,  het ultieme doel is dat we via dit programma aantonen dat het voor sommige onderwerpen zinvol is dat wetenschappelijk onderzoek en innovatieve zorg plaats vindt in niet-academische ziekenhuizen. En dat het dus voor de hand ligt dat ook deze ziekenhuizen aanspraak zouden moeten kunnen maken op de financiële bronnen waaruit de academische ziekenhuizen hiervoor kunnen putten.’

Prof. Dr. Douwe Biesma, voorzitter van de Raad van Bestuur van het St. Antonius Ziekenhuis, is trots op het researchklimaat in zijn ziekenhuis:

'Het zijn voor een groot deel, maar niet exclusief, de UMC’s die zich bezighouden met topreferente zorg en onderzoek. Maar ook een deel van de algemene ziekenhuizen levert hier een bijdrage aan. Het St. Antonius Ziekenhuis is daarbij koploper wat betreft wetenschappelijke output en topreferente zorg. De maatschappen cardiologie en longziekten hebben uit eigen middelen een forse bijdrage geleverd aan het researchklimaat binnen ons ziekenhuis. Maatschapsleden werden en worden ‘vrijgespeeld’ voor onderzoek. Dat is een bewuste keuze, waarbij deze maatschappen in financiële en personele zin hebben geïnvesteerd in research en innovatie. Dat heeft in de loop der tijden ook geleid tot een selectie van medisch specialisten, voor wie productie niet het hoofddoel in het leven is. Beide domeinen hebben ook een eigen opleiding. Aios-en combineren opleiden vaak met onderzoek. Er heerst in het ziekenhuis een klimaat waarbij opleiden, onderzoek en innovatie elkaar versterken. Wij zijn blij met deelname aan het programma TopZorg waardoor dit nog verder wordt versterkt.'

Prof. Dr. Douwe Biesma, voorzitter van de Raad van Bestuur St. Antonius Ziekenhuis
Biobank
'Dankzij TopZorg kunnen we onze onze biobank uitbreiden en op een hoger plan tillen.'

Value-based healthcare kijkt naar de patiëntwaarde

Value-based healthcare (VBHC), het organiseren van de zorg op basis van de resultaten en kosten van zorgverlening, vormt een centraal onderdeel van de strategie van het St. Antonius Ziekenhuis. Het TopZorg programma maakt het mogelijk verder onderzoek te doen naar het toepassen van VBHC.

‘Value-based healthcare staat voor het organiseren van de zorg op basis van patiëntwaarde’, vertelt Paul van der Nat, senior adviseur van de Raad van Bestuur van het St. Antonius Ziekenhuis. ‘Patiëntwaarde betekent hier: de uitkomsten van de zorg afgezet tegen de kosten. Kortweg: wat levert de zorg op en wat kost dat?

Vooralsnog ligt de focus daarbij vooral op het in kaart brengen van wat de zorg oplevert, de uitkomst van het zorgproces. Dit is wat de betrokken artsen drijft en wat ze graag willen weten. Daarvoor verzamelen we tal van uitkomsten: sterftecijfers, complicaties, effecten op lange termijn, enzovoort. Echter om de kwaliteit van de zorg te verbeteren moet je vervolgens ook iets doen met die uitkomsten. En dat is waar het onderzoek dat we dankzij TopZorg kunnen doen zich op richt.

Dr. Paul van der Nat (midden) is projectleider van het experiment TopZorg en het onderzoek naar value-based healthcare dat uitgevoerd wordt door Nynke Kampstra (links) vanuit het longdomein en Nina Zipfel (rechts) vanuit het hartdomein.

Uitkomsten per aandoening

Het St. Antonius heeft aan de wieg gestaan van de ontwikkeling van uitkomstindicatorensets voor meer dan 20 aandoeningen, waaronder sets voor de Nederlandse hartzorg vanuit de stichting Meetbaar Beter. Maar hoe gebruik je de zorguitkomsten om de kwaliteit van de zorg daadwerkelijk te verbeteren? Een belangrijk principe binnen VBHC is dat je de kosten en uitkomsten bekijkt per aandoening. Wij hebben daarbij om te beginnen gekozen voor enkele aandoeningen binnen de twee gebieden waarvoor het St. Antonius Ziekenhuis topreferente zorg levert, hartzorg en longzorg. Voor de longzorg, bijvoorbeeld, hebben we een indicatorenset ontwikkeld om de uitkomsten in kaart te brengen van de zorg voor patiënten met pulmonale sarcoïdose, een zeldzame en chronische aandoening. Die indicatorenset gaat nu internationaal gebruikt worden, zodat we onze zorg ook kunnen vergelijken met die in het buitenland.’ 

Zinvolle aanpak

Het toepassen van het concept van VBHC kan uiteindelijk leiden tot een andere organisatie van het ziekenhuis, legt Van der Nat uit. ‘Je gaat kosten en uitkomsten niet langer rapporteren en analyseren vanuit afdelingen of maatschappen, maar multidisciplinair per zorgketen. Binnen de hartzorg bespreken onze cardiologen nu samen met de thoraxchirurgen en anesthesiologen de uitkomsten van, bijvoorbeeld, de patiënten met coronairlijden. Zo krijg je zicht op de bijdrage en de kosten van alle schakels in de keten en kun je zeer gericht de kwaliteit van de zorg verbeteren. Het programma TopZorg biedt ons de mogelijkheid aan te tonen dat deze aanpak zinvol is en dat ook structurele financiering van dergelijk onderzoek zinvol is.’

Landelijk expertisenetwerk voor ILD-patiënten

Interstitiële longziekten (ILD) vormen een heterogene groep van zeldzame longaandoeningen. Dankzij het programma TopZorg kan het multidisciplinaire ILD-expertteam van het St. Antonius Ziekenhuis via videoconsulten collega’s elders in het land ondersteunen bij de behandeling van ILD-patiënten.

2 mensen met elkaar in gesprek, 1 persoon wijst naar computer
Prof. dr. Marjolein Drent

Meer dan 150 verschillende aandoeningen vallen er onder de interstitiële (of diffuse) longziekten, waarvan pulmonale sarcoïdose en longfibrose de meest bekende zijn. ‘Al deze aandoeningen zijn zeldzaam en vergen een complexe diagnostiek en behandeling’, legt longarts prof. dr. Marjolein Drent uit. ‘Niet iedere longarts beschikt over de benodigde kennis hiervoor. Het St. Antonius Ziekenhuis fungeert al decennia lang als expertisecentrum voor deze aandoeningen.

Videoconferentie

Specialisten uit heel Nederland kunnen bij ons terecht voor uitleg en ondersteuning bij de diagnostiek en behandeling van ILD-patiënten. In het huidige digitale tijdperk is het daarbij niet meer nodig dat de arts met de patiënt naar onze lokatie in Nieuwegein komt. We hebben met diverse centra in Nederland – en zelfs in Leuven – geregeld een videoconferentie waarbij de artsen in die centra hun patiënten kunnen presenteren. Wij zitten dan in Nieuwegein met een multidisciplinair panel van experts klaar om advies te geven. En als de patiënt het wil kan die ook op deze manier met ons in contact treden. Deze aanpak, het ILD-Net geheten, heeft voordelen voor zowel de behandelende arts elders in het land als voor de patiënt. De arts raakt de patiënt niet ‘kwijt’ maar blijft betrokken bij de behandeling en leert daardoor gaandeweg ook meer over de behandeling van ILD. En de patiënt hoeft niet meer helemaal naar Nieuwegein af te reizen.’

Geen vergoede zorg

Er is slechts één minpuntje verbonden aan ILD-Net. Drent: ‘Voor deze manier van werken bestaat geen vergoeding.’ En dat is waar het programma TopZorg om de hoek komt kijken. ‘Dankzij TopZorg hoeven we ons even niet druk te maken over de financiering van ILD-Net. We kunnen nu onze service leveren zoals we die idealiter zouden willen leveren. Tegelijk brengen we in kaart wat dit kost, in termen van tijd, mensen en inspanning, en wat het oplevert in termen van meer kwaliteit van zorg en kwaliteit van leven voor mensen met ILD. TopZorg geeft ons als het ware de kans om aan te tonen dat dit een goede en kosteneffectieve aanpak is. En aan te tonen dat deze topreferente zorg niet per sé vanuit een academisch ziekenhuis hoeft te komen. Als we daar in slagen, zal er hopelijk een structurele vergoeding voor ILD-Net komen.’

Lopend onderzoek

Bij de start van het programma heeft elk ziekenhuis per domein een domeinaanvraag ingediend. Deze is bedoeld als kaderdocument en beschrijft de positie die het ziekenhuis op het betreffende domein inneemt. Daarnaast beschrijft de domeinaanvraag de combinatie van de zeer specialistische zorg die het ziekenhuis op dit domein voornemens is te leveren en het daaraan gekoppelde wetenschappelijke onderzoek. Daarna volgden subsidierondes voor het indienen van domeingerelateerde onderzoeksvoorstellen. In het St. Antonius Ziekenhuis zijn inmiddels 8 onderzoeksprojecten van start gegaan.

Projecten binnen het hartdomein

Domeinplan St. Antonius Hartcentrum

Onderzoeksprojecten:

  • Vergelijking van een beperkt invasieve en een conventionele open chirurgische aortaklepvervanging
  • Vergelijking van twee typen ablatiekatheters bij boezemfibrilleren PVAC Gold en Contact Force (CF)
  • Onderzoek naar het geven van bloedverdunners op maat aan patiënten met een dotter of hartinfarct
  • De impact van value-based healthcare op de kwaliteit en kosten van gezondheidszorg
  • Het optimaliseren van de diagnose strategie voor pulmonale hypertensie

Vergelijking van een beperkt invasieve en een conventionele open chirurgische aortaklepvervanging

Het doel van deze studie is het vergelijken van de gezondheidstoestand, kwaliteit van leven en ervaren postoperatieve pijn na een beperkt invasieve en een conventionele open chirurgische aortaklepvervanging i.v.m. een ernstige of symptomatische aortaklepstenose. De hypothese is dat een beperkt invasieve aortaklepvervanging geassocieerd is met een snellere verbetering van de algemene en ziekte-specifieke gezondheidstoestand en met minder postoperatieve pijnklachten.  In de studie worden 80 patiënten die een beperkt invasieve aortaklepvervanging hebben ondergaan vergeleken met 80 patiënten die een conventionele open aortaklepvervanging hebben ondergaan.

Project: vergelijking van een beperkt invasieve en een conventionele open chirurgische aortaklepvervanging

Vergelijking van twee typen ablatiekatheters bij boezemfibrilleren PVAC Gold en Contact Force (CF)

Bij boezemfibrilleren is er sprake van een ongecontroleerde elektrische activiteit van de boezem. Ablatie heeft tot doel om het weefsel in de linker boezem, dat verantwoordelijk wordt geacht voor het boezemfibrilleren, uit te schakelen. In deze studie worden twee typen ablatiekatheters met elkaar vergeleken: PVAC Gold en Contact Force (CF). Beide worden gebruikt voor elektrische isolatie van de longaders, van waaruit de boezemfibrilleren veroorzakende prikkels ontstaan. Succespercentage, proceduretijd en complicaties worden in twee groepen geregistreerd en vergeleken.

Project: vergelijking van twee typen ablatiekatheters bij boezemfibrilleren PVAC Gold en Contact Force (CF)

Onderzoek naar het geven van bloedverdunners op maat aan patiënten met een dotter of hartinfarct

De huidige zorg is gericht op de doorsnee patiënt, maar in de praktijk verschillen patiënten aanzienlijk van elkaar, bijvoorbeeld in leeftijd, lengte, gewicht en ziekten zoals diabetes. Een belangrijk onderdeel in de behandeling van patiënten met een dotter of hartinfarct is het geven van bloedverdunners. Maar bij de behandeling van deze patiënten wordt niets gemeten. In deze studie wordt onderzocht of het zinvol is om bloedverdunners op maat te geven. Ook worden de patiënten uit de studie gevolgd om de effecten van verschillende behandelingen te onderzoeken. 

Project: onderzoek naar het geven van bloedverdunners op maat aan patiënten met een dotter of hartinfarct

De impact van value-based healthcare op de kwaliteit en kosten van gezondheidszorg

Value-based healthcare is een overkoepelende term voor organisatie van de zorg rondom ‘waarde’, gedefinieerd als uitkomsten van zorg afgezet tegen de kosten. Wereldwijd wordt geïnvesteerd in het inzichtelijk maken van kwaliteit van zorg met behulp van uitkomstindicatoren. Veel van deze informatie is inmiddels beschikbaar. Dit onderzoeksproject richt zich op de vraag of en hoe het inzicht in uitkomsten van zorg op systematische wijze gebruikt kan worden om verbeteringen in de zorg te realiseren en wat daarvan het effect is op de zorgkosten. Dit wordt gedaan voor twee expertisegebieden van het St. Antonius Ziekenhuis: interstitiële longziekten en aortakleplijden.

Project: de impact van value-based healthcare op de kwaliteit en kosten van gezondheidszorg

Dit onderzoeksproject betreft zowel het hart- als het longdomein.

Het optimaliseren van de diagnose strategie voor pulmonale hypertensie

Pulmonale hypertensie is een verhoogde bloeddruk in de longslagader, die uit de rechter hartkamer komt. Het leidt tot overbelasting van de rechter hartkamer, waardoor de hartspier verdikt en vergroot. Uiteindelijk kan hartfalen ontstaan.  Bij het stellen van de diagnose ondergaan onnodig veel mensen een hartkatheterisatie. Daarom worden aanvullende manieren onderzocht om de diagnose te stellen. Met deze studie onderzoeken we of een nieuw soort echo, op basis van een magnetisch veld, beter kan inschatten of een patiënt pulmonale hypertensie heeft.

Project: het optimaliseren van de diagnose strategie voor pulmonale hypertensie

Tray met glazen buisjes
Iemand kijkt in een microscoop

Projecten binnen het longdomein 

Domeinplan St. Antonius Longcentrum

Onderzoeksprojecten: 

  • Het verbeteren van de diagnostiek, behandeling en opvolging van vaatafwijkingen in de longen
  • Onderzoek naar de rol van van immunosuppressieve behandeling bij longfibrose
  • Onderzoek naar preventie en nieuwe behandelmethoden bij sarcoïdose

 

 

Het verbeteren van de diagnostiek, behandeling en opvolging van vaatafwijkingen in de longen

Rendu-Osler-Weber (ROW) is een zeldzame erfelijke aandoening die gekarakteriseerd wordt door vaatafwijkingen in de longen, hersenen en lever. Patiënten hebben hierdoor een groot risico op neurologische complicaties zoals een beroerte of hersenabces. Behandeling van deze vaatafwijkingen met embolisatie (het afsluiten van het vat met coils of plugs) verkleint het risico op deze complicaties, echter lange termijn resultaten ontbreken. Met dit project beogen wij de huidige diagnostiek, opvolging en behandeling van PAVMs te verbeteren. Hiermee streven wij naar optimale en patiëntgerichte zorg.

Onderzoek naar de rol van van immunosuppressieve behandeling bij longfibrose

Longfibrose is een ernstige chronische aandoening waarbij te veel littekenweefsel in de longen wordt gevormd. Ondanks het substantiële aantal patiënten met deze vorm van longfibrose, is er weinig bekend over de  behandeling. Dit project onderzoekt de rol van immunosuppressieve behandeling, waarbij de werking van het afweersysteem wordt geremd. We kijken hierbij naar het effect op ziekteprogressie en overleving. De ambitie is om de behandeling van deze ernstige longziektes te verbeteren en meer inzicht te verkrijgen in het ziektebeloop.

Project: onderzoek naar de rol van van immunosuppressieve behandeling bij longfibrose

Onderzoek naar preventie en nieuwe behandelmethoden bij sarcoïdose

Sarcoïdose is een ontstekingsziekte van met name de lymfklieren en longen en kan onder andere benauwdheidsklachten veroorzaken. De oorzaak van sarcoïdose is nog niet bekend en er is geen behandeling die deze ziekte kan genezen. Er zijn aanwijzingen dat bepaalde bacteriën en metalen een rol spelen in het veroorzaken van sarcoïdose. In dit project zal bij alle nieuwe patiënten worden nagaan of hun afweersysteem reageert op deze mogelijke oorzaken. Het doel is om nieuwe subgroepen binnen de groep patiënten te identificeren, zodat preventieve maatregelen en nieuwe behandelmethoden kunnen worden getest. 

Project: onderzoek naar preventie en nieuwe behandelmethoden bij sarcoïdose

St. Antonius Hartcentrum

Het Hartcentrum van het St. Antonius Ziekenhuis is het grootste centrum in Nederland voor patiënten met hartaandoeningen en ontvangt al meer dan 60 jaar patiënten uit het hele land. Er is (inter)nationale erkenning voor de topreferente zorgfunctie en de bijdrage aan innovatie en ontwikkeling. Het hartcentrum bestaat uit de afdelingen cardiologie en cardiothoracale chirurgie.

http://www.antoniushartcentrum.nl/

St. Antonius Longcentrum

Het Longcentrum van het Antonius Ziekenhuis behoort tot de grootste longafdelingen van Nederland en is gespecialiseerd in zeldzame longziekten. Het fungeert als expertisecentrum en behandelt jaarlijks ruim 2000 patienten met interstitiele longziekten. Het heeft een gerenommeerde opleiding en levert al decennia lang hoogwaardige zorg, gecombineerd met onderzoek en innovatie.

http://www.antoniuslongcentrum.nl/