Veelbelovende zorg, de subsidieregeling die vorig jaar door Zorginstituut Nederland en ZonMw is opgezet, gaat zijn tweede jaar in. Hij is bedoeld voor onderzoek naar zorginnovaties, waarbij de hoogte van de zorgkosten het obstakel is. Zo moet de opname van veelbelovende zorg in het basispakket versneld worden.

Opening

Foto van spreker

Tijdens een bijeenkomst op 30 januari 2020 in Utrecht loodsen commissieleden en medewerkers van ZonMw en Zorginstituut Nederland de aanwezigen gedetailleerd door de regeling. Sinds de regeling veelbelovende zorg in februari 2019 van start is gegaan, zijn er twee subsidieronden geweest, met in totaal 38 ingediende projectideeën. Ook dit jaar starten er weer twee ronden, waarvoor opnieuw 69 miljoen euro ter beschikking is gesteld. Voor de regeling komen medische technologie en hulpmiddelen in aanmerking, en specifieke groepen geneesmiddelen Advanced Therapy Medicinal Products (ATMPs), bacteriofagen en off-label geneesmiddelen die al zeven jaar een marktregistratie hebben. In alle gevallen moet er sprake zijn van marktfalen.

Commissievoorzitter Hans Büller
Foto van spreker

Commissievoorzitter Hans Büller is blij dat de opkomst goed is. Hij vraagt de zaal om, voor een praktisch verloop, tijdens de presentaties alleen verhelderende vragen te stellen en de discussie te bewaren voor het einde.


‘Ik weet dat dat voor jullie intellectuelen moeilijk is’, grapt hij. ‘Maar als we eerder klaar zijn, kunnen we ook eerder naar de borrel.’

De subsidieregeling in vogelvlucht

Foto van spreker
Marleen Bink (ZonMw)

Innovaties in de zorg gaan snel, zegt Marleen Bink. ‘Maar wat te doen als de zorgkosten van de interventie te hoog zijn voor onderzoek, omdat ze nog niet vergoed kunnen worden vanuit het basispakket en er ook geen andere financieringsmogelijkheden zijn? Daarvoor is deze subsidieregeling opgezet.’ De regeling focust op het laatste stuk van het bewijs voor pakkettoelating, het effectiviteitsonderzoek. In dit stadium is de veiligheid van de innovatieve zorg al aangetoond en de werkzaamheid aannemelijk gemaakt. ‘Klop niet te vroeg bij ons aan. Binnen zes jaar moet u kunnen laten zien dat uw interventie geschikt is voor het basispakket.’ Daarnaast moeten de zorgkosten minimaal 80 procent van de totale subsidiekosten beslaan.

Criteria & relevantie

Foto van spreker
Hedi Schelleman (Zorginstituut Nederland)

Zorg komt pas in aanmerking voor vergoeding uit het basispakket als ze voldoet aan de stand van wetenschap en praktijk. Dat betekent dat ze minstens even effectief moet zijn als de gebruikelijke zorg in Nederland, licht Hedi Schelleman toe. Bij het innemen van een standpunt heeft het Zorginstituut drie mogelijkheden: er is voldoende bewijs, onvoldoende bewijs, of de effectiviteit van zorg is onduidelijk. ‘Voor die laatste categorie is deze subsidieregeling ontwikkeld.’
Begin dit jaar (2020) is er een herziening van de regeling geweest. Daardoor komen nu meer behandelmethoden in aanmerking, zoals bacteriofagen bij de geneesmiddelen, offline geneesmiddelen voor ziekten met een lage prevalentie en fysio- en oefentherapie. ‘Zo willen we inspelen op ontwikkelingen in het veld’, zegt Schelleman.

Kwaliteit, tips & tricks

Foto van spreker
Ardine de Wit (lid adviescommissie veelbelovende zorg)

Commissielid Ardine de Wit geeft tips vanuit de beoordelingspraktijk. Te beginnen bij het projectidee. ‘Let erop dat de vraagstelling en hypothese goed doordacht zijn. Details volgen later, maar het ‘grote huis’ van de aanvraag moet u echt op orde hebben.’
De uiteindelijke aanvraag is veel gedetailleerder. ‘In het plan van aanpak beschrijft u de stappen om de effectiviteit te bepalen van behandeling tot indicatie, ten opzichte van de standaardzorg. Er wordt gekeken naar de doordachtheid van de onderzoeksopzet, sample size, data-analyse, uitkomstmaten en de economische evaluatie.’
‘Rekent u het aantal patiënten goed aan ons voor. Laat ook de huidige praktijk zien, vaak gaat het om de huidige richtlijn voor zorg. Dat moet allemaal goed gerefereerd zijn.’ Verder moet het onderzoeksdesign passen bij de vraagstelling. ‘Dat hoeft niet altijd een RCT (randomized controlled trial) te zijn, zolang goed beargumenteerd is waarom dit bijvoorbeeld niet haalbaar is.’

Ruimte voor vragen

Foto van publiek
Foto van sprekers

Veel vragen uit de zaal gaan over de verantwoording van de kosten. Zo vraagt iemand van STZ (Samenwerkende Topklinische opleidingsZiekenhuizen) zich af hoe het moet met veelbelovende zorg waarbij zorgkosten juist níet de bottleneck zijn. ‘Helaas zitten we de eerste vijf jaar van de regeling vast aan de verdeling met minimaal 80% zorgkosten en maximaal 20% onderzoekskosten’, reageert Marleen Bink. ‘Dit is een uitwerking van Europese regelgeving en de DAEB. Het marktfalen bij deze regeling zit op de zorg. Het onderzoek is in dit geval bijkomend.’ Dagvoorzitter Büller vult aan: ‘Wij zouden er graag wat soepeler mee willen omgaan, maar het is Europese regelgeving.’ Kijk in dit soort gevallen naar andere financieringsmodellen, luidt het advies. Is er private co-financiering mogelijk of zijn andere subsidiemogelijkheden passender zoals bijvoorbeeld bij DoelmatigheidsOnderzoek. ‘Wees daar creatief in. Hedi en Marleen zijn ook bij andere subsidiemogelijkheden betrokken en kunnen goed met je meedenken.’

Patiëntperspectief

Foto van spreker
Judith van den Meerakker (lid adviescommissie Veelbelovende Zorg)

Judith van den Meerakker heeft een aangeboren hartafwijking, een aandoening waar ze als onderzoeker ook op promoveerde. Daarnaast zit ze als vertegenwoordiger van patiënten in de adviescommissie veelbelovende zorg. Bij de beoordeling let ze niet alleen op de haalbaarheid, maar ook op de patiëntvriendelijkheid van de studie. Goede bedoelingen alléén zijn niet voldoende. ‘Wat we het liefste willen weten, is: welke vragen leven bij de patiënten? Dat moet je bij hén navragen. Een onderzoeker denkt nu eenmaal anders dan een patiënt, weet ik uit ervaring.’ Neem het onderzoek naar de ziekte van Duchenne, waar de zes minuten-looptest achterhaald bleek toen de patiënten geconsulteerd werden. Voor hen bleek de fijne motoriek een veel belangrijker uitkomstmaat te zijn. ‘Daarom verwachten we van projectleiders dat ze bij de projectaanvraag een plan hebben over het betrekken van patiëntenorganisaties’, zegt Van den Meerakker. ‘Laat zien hoe die per fase betrokken worden en zorg dat er budget voor is.’

Afsluiting

Foto van spreker

De dagvoorzitter doet een rondvraag onder de aanwezige patiëntenorganisaties in de zaal: vinden zij dat ze voldoende geraadpleegd worden bij onderzoek? ‘Vaak worden we te laat betrokken’, reageert een vertegenwoordiger van ReumaNederland. ‘Maar ik denk dat wij zelf ook meer de samenwerking moeten opzoeken. Daarom ben ik vandaag hier.’
Een woordvoerder van het Longfonds vertelt dat zijn organisatie nog een beetje zoekende is naar zijn rol. Het initiatief moet van beide kanten moet komen, vult Van den Meerakker aan. ‘Doe daar als onderzoeker een beetje moeite voor; kijk bijvoorbeeld eens op Participatiekompas. En zorg er als patiëntenvereniging voor dat je goed zichtbaar bent.’

Ter afsluiting van de bijeenkomst vraagt Büller wie van plan is een aanvraag in te dienen. Ongeveer een derde van de handen gaat de lucht in. Tevreden: ‘Dat vind ik geen slechte oogst.’

Beeldimpressie van de bijeenkomst

Foto van publiek
Foto van publiek
Foto van spreker
Foto van publiek
Foto van publiek
Foto van publiek
Foto van publiek

Interviews met bezoekers

‘Ik vind het erg leuk om patiënten veel meer bij ons onderzoek te betrekken’

Peter Nolte, klinisch orthopedisch chirurg, Spaarnegasthuis Hoofddorp
‘We hebben net de beoordeling van ons projectidee gehad over botgroeistimulatie bij vertraagde botgenezing, dat we nader mochten toelichten. Ik wilde vandaag met name geïnformeerd worden over het schrijven van een plan van aanpak en hoe ik een volgende aanvraag slimmer kan doen. Van deze eerste aanvraag heb ik in ieder geval geleerd dat het ontzettend veel tijd kost. Onze epidemioloog vroeg in juni: heb jij nog iets voor veelbelovende zorg? Toen ik met een ideetje kwam zei ze: je hoeft maar één A-4tje in te vullen. We hebben allebei geleerd dat dit een serieuze aanvraag is waar je echt een paar maanden tijd voor moet nemen. Gelukkig kan ik me sinds kort twee dagen per week met onderzoek bezighouden, waardoor ik nu getriggerd word om ook andere projectideeën voor veelbelovende zorg te bedenken. Omdat ik als clinicus veel met patiënten praat, zie ik gauw waar de hiaten liggen. Ik realiseer me nu nog beter dat je dit met meerdere partijen moet doen, bijvoorbeeld een consortium van orthopedische praktijken. Door de opzet van dit programma word ik extra gestimuleerd om patiëntenverenigingen te betrekken. Voor de lopende aanvraag hebben we de Polyartrose Lotgenoten (PAL) benaderd om mee te denken over onze uitkomstmaten. Ik merk dat ik het erg leuk vind om patiënten veel meer bij ons onderzoek te betrekken.’

‘Over die laatste zes maanden zullen we goed moeten nadenken’

Paula Hoekstra, hoofd projectcontrol, Nederlands Kanker Instituut
‘Als projectcontrollers proberen wij artsen en onderzoekers zo goed mogelijk te ondersteunen bij subsidieaanvragen en, als we de subsidie binnen hebben, met de financiële afwikkeling. Ik was benieuwd naar alle tips en adviezen. Om op de hoogte te blijven gaan we regelmatig naar dit soort informatiebijeenkomsten. De laatste was het Europese programma Horizon 2020. Veelbelovende zorg is zeker interessant voor ons, we gaan het de komende jaren in de gaten houden. Twee of drie van onze onderzoekers doen momenteel mee aan het programma voorwaardelijke toelating, waar veelbelovende zorg de opvolger van is. Ik denk dat het programma in een behoefte voorziet. Ook wij hebben vaak onderzoek waarbij de zorgkosten het hoogste zijn. Bij zorg voor kanker is de zorg nu eenmaal vaak duur. Ik zie nog wel een paar uitdagingen. Zo is het soms moeilijk uit te maken welke kosten vallen onder zorg en welke onder onderzoek. Een andere kwestie is dat het na die zes jaar onderzoek nog een half jaar duurt voor de interventie wordt toegelaten. Dus hoe zorg je nou dat patiënten in dat halve jaar wel hun behandeling kunnen krijgen? Daar moeten we vooraf goed over nadenken.’


Fotografie: Studio Oostrum
Tekst: Annette Wiesman

Meer informatie

Bij vragen, mail naar veelbelovendezorg@zinl.nl

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website