Een veiligheidsplan is effectief om suïcidaal gedrag te voorkomen, blijkt uit recent onderzoek. Én het biedt handvatten om suïcidaliteit bespreekbaar te maken. Reden genoeg om de kennis over gebruik van veiligheidsplannen onder behandelaren te vergroten.

Nog niet zo heel lang geleden sloten behandelaren nog een non-suïcidecontract met cliënten met suïcidale gedachten af, vertelt Chani Nuij, onderzoeker aan de VU. ‘We spreken af dat je in deze periode geen suïcide pleegt. Dat was de strekking van dat contract, dat in de praktijk veel werd gebruikt. Het creëerde eigenlijk een schijnveiligheid voor de behandelaar, zo'n afspraak is natuurlijk niet bindend. Later bleek uit onderzoek dat een non-suïcidecontract niet effectief en zelfs schadelijk bleek te zijn voor de cliënt en de behandelrelatie.’ In plaats van het non-suïcidecontract kwam het veiligheidsplan. ‘Hierin werden de copingstrategieën van de cliënt vastgelegd. Wat kan een cliënt wél doen wanneer hij of zij zich niet goed voelt of een crisis voelt aankomen?’

Het veiligheidsplan was in eerste instantie onderdeel van een cognitieve gedragstherapie voor suïcidepreventie, later is het plan ook als zelfstandige interventie ingezet. ‘Het werd geïmplementeerd op basis van wat behandelaren gevoelsmatig als werkzaam inschatten.’

Over Chani Nuij, Marjolein Veerbeek en Wouter van Ballegooijen


Chani Nuij

Promovendus in de suïcidepreventie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. In haar promotieonderzoek CASPAR (Continuous Assessment for Suïcide Prevention And Research) heeft ze onderzocht of het haalbaar is om een mobiel veiligheidsplan (de BackUp app) en mobiele zelfregistratie van suïcidale klachten te implementeren in de klinische praktijk. Nuij is ook werkzaam als psycholoog bij Thubble, een online behandelservice voor de basis GGZ en specialistische GGZ.


Marjolein Veerbeek

Kwartiermaker GGZ bij 113 Zelfmoordpreventie als kwartiermaker ggz. Veerbeek ondersteunt onder meer SUPRANET GGZ, het Suïcide Preventie Actie Netwerk in de GGZ. De ambitie van de GGZ-instellingen die deelnemen aan dit netwerk is fors minder suïcide(pogingen) door patiënten. Hiervoor brengen zij de kwaliteit van zorg voor patiënten met suïcidaliteit in beeld. Vervolgens kijken de instellingen wat er beter kan, om de zorg uiteindelijk met elkaar naar een hoger niveau te tillen.


Wouter van Ballegooijen

Senior onderzoeker aan de VU Amsterdam en Amsterdam UMC. Zijn onderzoek richt zich voornamelijk op innovatie van behandeling van suïcidaliteit. Daarvoor kijkt hij naar eHealth mogelijkheden en maakt daarbij zoveel mogelijk gebruik van bestaande data. Voorbeelden van projecten waar Van Ballegooien bij betrokken was, zijn MetaPsy, en CASPAR. Tevens maakt hij deel uit van het dagelijks bestuur van Suïcide Research Netherlands

Hoe effectief is het veiligheidsplan in het voorkomen van suïcidaal gedrag?

Onderzoek naar de effectiviteit van het veiligheidsplan ontbrak tot voor kort, op een paar kleine studies na. Pas met de meta-analyse, uitgevoerd als onderdeel van de CASPAR-studie, zijn in totaal 6 onderzoeken vergeleken en daaruit blijkt dat de veiligheidsplannen inderdaad effectief zijn in het voorkomen van suïcidaal gedrag.

Mensen die in het bezit waren van een veiligheidsplan bleken 43 procent minder risico op suïcidaal gedrag te hebben in vergelijking met mensen zonder een veiligheidsplan. ‘Het eerste echte bewijs’, zegt Chani Nuij, die met onderzoeksleider Wouter van Ballegooijen de studie uitvoerde. Voor de meta-analyse wonnen de onderzoekers de Jan Mokkenstormprijs 2022, een talent-aanmoedingsprijs voor onderzoekers die willen bijdragen aan het terugdringen van suïcide in Nederland.

Van Ballegooijen: ‘Suïcidaliteit is nu eenmaal geen makkelijk onderwerp, ook niet voor professionals. Het veiligheidsplan biedt echt handvatten om dit onderwerp bespreekbaar te maken.’

Gebruik in de praktijk om de zorg voor mensen met suïcidaliteit te verbeteren

In de multidisciplinaire richtlijn ‘Diagnostiek en behandeling van suïcidaal gedrag’ wordt aangeraden een veiligheidsplan op te stellen met cliënten die denken aan zelfdoding. Echter, lang niet alle cliënten in de GGZ die kampen met suïcidale gedachten hebben een veiligheidsplan, weet Marjolein Veerbeek. Zij is kwartiermaker van SUPRANET GGZ, waarin zestien grote GGZ-instellingen samenwerken en data verzamelen om de zorg voor mensen met suïcidaliteit te verbeteren. ‘Uit onze data blijkt dat hier nog een wereld te winnen is’, zegt Veerbeek.

Met de financiering van ZonMw kreeg de implementatie van het (mobiel) veiligheidsplan in de GGZ verder vorm. Om de kennis over het veiligheidsplan te vergroten hebben SUPRANET GGZ, de Vrije Universiteit Amsterdam en 113 Zelfmoordpreventie eind 2020 het webinar ‘Suïcideplan of veiligheidsplan?’ georganiseerd voor medewerkers binnen de GGZ. Veerbeek: ‘De insteek van het webinar was eenvoudig. Waarom en wanneer zou je het veiligheidsplan moeten gebruiken, hoe ga je te werk en wat zijn de praktische handvatten?’

Het webinar: de zes stappen van het veiligheidsplan

Onderzoeker Nuij was één van de sprekers van het webinar en nam de deelnemers mee door de zes stappen van het veiligheidsplan. ‘Er zijn verschillende soorten veiligheidsplannen in omloop, maar ze bestaan grofweg uit dezelfde onderdelen. De eerste stap is het opschrijven van waarschuwingssignalen: wat voor gedrag is een voorbode van een crisis. De tweede stap is het beschrijven van copingstrategieën: wat kan iemand zelf doen om te voorkomen dat gedachten escaleren? De volgende stappen gaan over het inschakelen van het netwerk voor afleiding of hulp, het inschakelen van professionele hulpverlening. De laatste stap is de omgeving veilig maken, bijvoorbeeld het verwijderen van schadelijke middelen’.

Van Ballegooijen: ‘In het webinar hebben we ook benadrukt dat het belangrijk is dat de behandelaar en de cliënt en misschien ook een naaste, dit veiligheidsplan bespreken en invullen. Niet dat het als huiswerk wordt meegegeven.’ Collega Nuij: ‘Het moet echt een plan zijn ván de cliënt. Dat is dus heel persoonlijk, het is niet de bedoeling dat een behandelaar het plan invult voor de cliënt. Nee, het gaat erom wat werkt voor de cliënt persoonlijk.’

‘Het voorspellen van suïcide risico is heel lastig, de gemiddelde client bestaat niet’

Onderzoek naar effectiviteit van behandelingen laat zien dat sprake is van een individueel proces. Nuij: ‘Dat maakt het voorspellen van suïciderisico ook zo lastig, de gemiddelde cliënt bestaat niet. Elke cliënt is weer anders. Daarom is het veiligheidsplan ook zo’n mooie, relatief eenvoudig toepasbare én gepersonaliseerde interventie.’

Een ander belangrijk punt dat tijdens het webinar naar voren kwam, is bij wie en wanneer het plan in te zetten. ‘Behandelaren die al werken met een veiligheidsplan, bleken dit vooral bij hoog-risico cliënten te doen, die soms al een suïcidepoging hebben gedaan.’ De onderzoekers raden juist aan om de interventie bij elke cliënt die suïcidale gedachten heeft, in te zetten. Het suïciderisico is namelijk lastig te voorspellen.

Mobiele variant: de Back Up App

Het veiligheidsplan kan op papier worden ingevuld, maar er is ook een mobiele variant, de BackUp app, die ook in de CASPAR-studie is onderzocht. Nuij: ‘Uit dat onderzoek blijkt dat zowel cliënten als behandelaren zeer tevreden zijn over deze app. Cliënten gaven aan dat het fijn is omdat ze het plan dan altijd bij zich hebben op hun mobieltje.’

Grote belangstelling vanuit de praktijk

De belangstelling voor het webinar was groot. Ruim zevenhonderd professionals, onder wie veel behandelaren in de GGZ, namen eraan deel. Inmiddels is het door meer dan 1.600 mensen bekeken. Kwartiermaker Veerbeek: ‘Het is een heel toegankelijk naslagwerk geworden. Handig voor medewerkers in de GGZ die hun kennis over het veiligheidsplan willen vergroten.’
Het webinar werd door deelnemers positief geëvalueerd. ‘We hebben achteraf ook nog met een aantal deelnemers gesproken. Eén van hen gaf aan na de bijeenkomst haar caseload nog eens door te zijn gelopen en afspraken te hebben gemaakt om met een aantal cliënten het veiligheidsplan te gaan bespreken.’ Andere deelnemers gaven aan het veiligheidsplan zeker ook bij collega’s onder de aandacht te brengen. Nuij: ‘We hopen echt dat meer behandelaren gebruik gaan maken van het veiligheidsplan, dat zou een flink percentage van de cliënten met suïcidale gedachten kunnen helpen.’

Tweede Onderzoeksagenda Suïcidepreventie 2021-2026

De aandacht voor suïcidepreventie is de afgelopen jaren flink gestegen, toch is het totaal aantal suïcides op jaarbasis (nog) niet gedaald. Het blijft - ook voor professionals - een lastig onderwerp om bespreekbaar te maken. Stigmatisering en mythevorming kunnen signalering en behandeling in de weg staan. De eerste doelstelling van de Tweede Onderzoeksagenda Suïcide Preventie is dan ook ‘durven en leren praten over suïcide. De tweede doelstelling van de onderzoeksagenda is om (zorg)professionals kennis en vaardigheden bij te brengen om suïcidaliteit te signaleren, bespreken, te diagnosticeren en te behandelen. Het (mobiel) Veiligheidsplan en de implementatie daarvan dragen bij aan beide doelstellingen.

____________________________________________________________

Denk jij aan zelfdoding? Of maak je je zorgen om iemand anders? Bel 113, bel gratis 0800-0113 of chat via www.113.nl.
Ben je in levensgevaar? Bel dan 112.
____________________________________________________________

Meer weten?

Colofon

Tekst: Jessica Maas

ZonMw stimuleert gezondheidsonderzoek en zorginnovatie. ZonMw financiert gezondheidsonderzoek en stimuleert het gebruik van de ontwikkelde kennis - om daarmee de zorg en gezondheid te verbeteren. ZonMw heeft als hoofdopdrachtgevers het ministerie van VWS en NWO.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website