In de eerste golf raakten ziekenhuis-medewerkers relatief vaak besmet met SARS-CoV-2, zo blijkt uit onderzoek van Amsterdam UMC. Vooral op COVID-19-units van verpleegafdelingen liepen veel medewerkers een infectie op. Opvallend genoeg gaven niet de patiënten, maar de medewerkers elkaar het virus door op deze afdelingen. ‘We hebben de hygiëneregels aangescherpt’, zegt onderzoeksleider Jonne Sikkens van Amsterdam UMC.

De studie is uitgevoerd van maart tot juni op beide locaties van Amsterdam UMC, dus locatie VUmc en AMC. In totaal deden 802 medewerkers verdeeld in drie groepen mee. De eerste groep bestaat uit artsen en verpleegkundigen die op de Spoedeisende Hulp, COVID-19- verpleegafdelingen of IC zorgen voor COVID-19-patiënten. De tweede groep bestaat uit artsen en verpleegkundigen die wel zorg verlenen, maar niet aan COVID-19 patiënten. Ziekenhuismedewerkers die geen patiënten behandelen, zoals secretaresses, restaurantmedewerkers en beveiligers, vormen de derde groep. ‘De tweede en derde groep dienen als controlegroepen voor de eerste groep’, verklaart onderzoeksleider Jonne Sikkens, arts in opleiding tot internist-infectioloog.

Wie heeft antistoffen?

De groep zorgverleners die niet op COVID-19-afdelingen werken is alleen in juni onderzocht. De andere groepen werden in maart, april, mei en juni getest, met tussenpozen van vier weken. ‘We gebruikten geen coronatest met een wattenstaafje in de neus maar een bloedtest op antilichamen’, vertelt Sikkens. ‘Daarmee kun je als het ware terugkijken in de tijd: is iemand al besmet geweest, misschien zelfs zonder het te merken?’ 

In juni bleek 3,6% van de controlegroep zonder direct patiëntencontact antistoffen tegen het nieuwe coronavirus in het bloed te hebben, tegen 13% van de artsen en verpleegkundigen die met COVID-19-patiënten werkten. De groep artsen en verpleegkundigen die zorgden voor andersoortige patiënten zaten daar met 7% antistoffen tussenin. ‘Inzoomend op de mensen die met COVID-19-patiënten werken zagen we dat vooral medewerkers op verpleegafdelingen vaak antistoffen hadden en dus het virus hadden gehad: 26%. Op de Spoedeisende hulp en de IC bedroegen de percentages respectievelijk 8% en 7%.'

Geen besmetting door patiënt

Met de neusuitstrijkjes van een aantal patiënten en medewerkers wilden de onderzoekers zien hoe het virus zich verspreidt op de cohortafdelingen. ‘Door de RNA-profielen van het virus te vergelijken, kun je zien welke besmettingen dezelfde bron hebben’, legt Sikkens uit. ‘Wij zagen geen enkel geval van besmetting van een medewerker door een patiënt, hoewel we niet kunnen uitsluiten dat dat gebeurt. Wel zagen we meerdere clusters van medewerkers met hetzelfde virus-RNA-profiel. Dit betekent dat ze elkaar aansteken en niet via de patiënt.’

‘'Naar aanleiding van deze resultaten hebben we meteen acties ingezet om opnieuw meer bewustzijn te creëren van de coronamaatregelen zoals anderhalve meter afstand houden, ook tijdens de pauzes, handhygiëne en hoe je je masker op en af moet zetten als je de afdeling verlaat.''

Meer bewustwording

Hoe komt het dan dat medewerkers elkaar juist op die afdelingen zo vaak besmetten? ‘Dit hebben we niet onderzocht, maar het zou kunnen dat het komt doordat er meer medewerkers dan normaal aanwezig zijn en ze daardoor dichter op elkaar zaten’, oppert Sikkens. ‘Naar aanleiding van deze resultaten hebben we meteen acties ingezet om opnieuw meer bewustzijn te creëren van de coronamaatregelen zoals anderhalve meter afstand houden, ook tijdens de pauzes, handhygiëne en hoe je je masker op en af moet zetten als je de afdeling verlaat. En in de tweede golf dragen medewerkers standaard mondmaskers. Hopelijk helpt dat ook’, aldus Sikkens.  ‘Verder blijft het belangrijk dat medewerkers absoluut niet doorwerken bij klachten en dat ze zich laagdrempelig kunnen laten testen.’

Vervolgonderzoek

Sikkens wil nog veel meer onderzoeken. ‘Zo zijn er in oktober opnieuw antilichamen bepaald om het beloop van besmetting onder medewerkers te vervolgen. We hopen dat nog vaker te herhalen. Daarnaast gaan we analyseren of het hebben van antistoffen tegen andere, onschuldigere coronavirussen invloed kan hebben op het verloop van een infectie met dit nieuwe coronavirus. En we gaan kijken naar medewerkers met veel besmette collega’s die desondanks geen antilichamen tegen het virus hebben. Misschien kwamen zij wel in aanraking met het virus, maar heeft hun immuunsysteem het op een andere manier opgeruimd. Om dat te achterhalen gaan we dieper inzoomen op het immuunsysteem door bij hen de T-cel- en B-celreactiviteit te bepalen.’

Wilt u dit project verder volgen? Het project staat onder nummer 10430022010023  op de ZonMw website; nieuwe resultaten en ontwikkelingen worden hier vermeld’.

Redacteur: Diana de Veld
Eindredactie: ZonMw
Beeld: Martijn Gijsbertsen
 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website