In februari 2019 is de tweede groep fellows gestart met de training Leadership Mentoring in Nursing Research (LMNR 2.0). De leiderschapstraining richt zich op gepromoveerde verpleegkundigen en postdocs die werkzaam zijn als onderzoekers.

Inhoud

Introductie

Thóra B. Hafsteinsdóttir (coördinator LMNR) vertelt waarom er een leiderschapsprogramma voor verpleegkundig onderzoekers nodig is en wat het programma inhoudt.

Thóra Hafsteinsdottír

Om verplegingswetenschap verder te ontwikkelen, zijn er meer gepromoveerde verpleegkundigen nodig die werken aan praktijkgericht onderzoek. Gepromoveerde verpleegkundigen doen kwalitatief goed onderzoek en zijn sleutelfiguren in evidence based care, het ontwikkelen van zorgprogramma’s en therapeutische interventies voor patiënten en families. Daarnaast spelen zij ook een belangrijke rol in het onderwijs en  in het verbeteren van de klinische praktijk.

Op dit moment zijn er nog te weinig carrièremogelijkheden voor gepromoveerde verpleegkundigen en zijn er nog maar weinig shared clinician-scientist functies voor gepromoveerde verpleegkundigen waarin onderzoeksfunctie en functie in de zorg gecombineerd wordt in een functie. Het LMNR-programma ondersteunt en stimuleert gepromoveerde verpleegkundigen om een academische carrière te ontwikkelen zodat de capaciteiten van deze professionals optimaal benut worden. Het gaat hierbij om het ontwikkelen van verplegingswetenschap en het vak verpleegkunde: het verbeteren van de zorg aan patiënten door meer evidence based zorg, hogere kwaliteit en meer veiligheid in de zorg én het versterken van onderwijs aan studenten verpleegkunde en verplegingswetenschap.

Lees meer over het leiderschapsprogramma
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het LMNR-programma

Aan het LMNR 2.0 programma doen 19 gepromoveerde verpleegkundig onderzoekers ofwel de LMNR-fellows mee. Zij zijn verbonden aan verschillende universitaire medische centra (umc’s) en hogescholen in Nederland. De fellows werken aan de verdere ontwikkeling van hun leiderschap- en onderzoekscompetenties. Zij volgen verschillende tweedaagse workshops en eendaagse meetings waarin experts over hun eigen professionele ontwikkeling vertellen en in discussie gaan met de fellows. Er is aandacht voor de ontwikkeling van een eigen visie op onderzoek en de gezondheidszorg en de beste manier om andere professionals hierin mee te nemen. De fellows leren zichzelf te zien als leiders op hun eigen expertisegebied, maar ook als leiders in de gezondheidszorg, nationaal en internationaal.  

Aan de orde komen thema’s als leiderschaps- en professionele ontwikkeling, strategisch leiderschap, het ontwikkelen van onderzoeksprogramma’s, politieke krachtenvelden van de academische wereld en nationale en internationale Grant funding; nationale en internationale samenwerking met andere onderzoekers en professionals. De fellows geven onder andere presentaties over eigen ontwikkeling, nemen deel aan intervisie en aan groepsdiscussies.

Gepromoveerde verpleegkundig onderzoekers:

  • hebben unieke expertise over wetenschappelijk onderzoek en onderzoeksmethodologie
  • werken aan het ontwikkelen van verpleegkundige kennis door het uitvoeren van onderzoek
  • vertalen onderzoeksresultaten in innovaties die klaar zijn voor implementatie
  • implementeren evidence based kennis/innovaties in de klinische praktijk en onderwijs
  • werken samen met bestuurders, manager(s), andere verpleegkundigen en professionals in de zorg in het doen van onderzoek  en de ontwikkeling van evidence die geïmplementeerd kan worden in de klinische praktijk
  • ondersteunen en leiden veranderingsprocessen in zorgorganisaties/zorginstellingen op basis van wetenschappelijke expertise
  • geven onderwijs aan professionals in de zorg over onderzoek en onderzoeksmethodologie
  • schrijven wetenschappelijke artikelen waarin zij de resultaten van onderzoek rapporteren en presenteren de resultaten aan professionals en andere wetenschappers

Het uiteindelijke doel van het onderzoek en het werk van gepromoveerde verpleegkundigen is patiëntenzorg van hoge kwaliteit en de verbetering van de veiligheid van de patiënt, families en communities.

Mentoring

Een belangrijk onderdeel van het programma is mentoring. Alle fellows hebben een mentor. Dit is een senior expert op het gebied van onderzoek en in de verpleegkunde en de gezondheidszorg. Met de mentoren bespreken zij de eigen ontwikkeling en krijgen zij advies over de mogelijke stappen. Uiteraard gaat het er om of en hoe de fellows in staat zijn om goed te reflecteren op eigen gedrag en of zij hun eigen gedrag kunnen veranderen en verder ontwikkelen. Waar lopen zij tegenaan? Boeken zij voortuitgang met hun ontwikkeling?  

Resultaten

Door het leiderschapsprogramma zijn verpleegkundig onderzoekers opgeleid om een sleutelpositie tussen beleid, praktijk, onderzoek en onderwijs te vervullen. De deelnemers hebben zich ontwikkeld tot toonaangevende praktijkgerichte onderzoekers die zich als ambassadeur inzetten voor de verbinding tussen praktijk, beleid, onderzoek en onderwijs. Wij verwachten dat ook LMNR 2.0 zal bijdragen aan de groei van verplegingswetenschap in Nederland met het ultieme doel om de kwaliteit van de zorg en veiligheid van de patiënt te verbeteren.

Thóra B. Hafsteinsdóttir, coördinator LMNR

Zorgen om kinderen in kwetsbare omstandigheden

Ingrid Staal is één van de deelnemers aan het verpleegkundig leiderschapsprogramma LMNR 2.0. Zij werkt als adviseur innovatie en academisering bij GGD Zeeland. In haar blog vertelt ze hoe de inzet van de 'Balansmeter' een stukje inzicht geeft in de thuissituatie van kinderen tijdens de coronacrisis.

Het ging allemaal zo snel die coronacrisis, de ene maatregel volgde op de andere, het land ging steeds meer op slot. En toen gingen ook nog de scholen dicht.

Ik weet nog goed het moment dat Mark Rutte, onze minister president dit aankondigde en dat ik dacht: dit gaat echt impact hebben op gezinnen!

De coronacrisis, met alle maatregelen van dien, is al een hele uitdaging voor iedereen en dus ook voor jeugdigen en ouders, maar als de structuur van school ook nog wegvalt en kinderen thuis komen te zitten, dat gaat nog eens zoveel meer vragen van ouders.

Portretfoto Ingrid Staal

Kortom, net als veel mensen maakte ik mij zorgen over wat in de media ‘kwetsbare gezinnen’ werden genoemd. Waarbij ik mij vooral afvroeg: wie zijn dat dan? Wie kan alle veranderingen best aan, wie kan weer verder na een gesprek, wie heeft steun nodig of meer hulp?

Op zich core business van jeugdverpleegkundigen en jeugdartsen, maar als ook hun reguliere contacten met ouders beperkt worden en er geen signalen meer komen via school of de kinderopvang? Hoe vind je die ouders waarvoor je er juist nu wilt zijn?

Balansmeter

Op dat moment viel bij mij het kwartje: hier kunnen we de Balansmeter voor inzetten! Dat idee ben ik gaan voorleggen aan het Landelijk Adviesteam Corona JGZ. Hierop werd ik uitgenodigd voor JGZ-live, een initiatief van het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ) om snel te kunnen schakelen tussen beleid en praktijk. Achteraf is dat een belangrijk moment geweest waar ik zelf nogal tegenop zag om persoonlijke redenen en vanwege de verhouding tussen onderzoek, beleid en praktijk.

Evidence-based werken

Wat ik lastig vind is dat keuzes binnen de jeugdgezondheidszorg lang niet altijd op basis van evidence worden gemaakt. Terwijl we bijvoorbeeld weten dat vroegsignalering in de jeugdgezondheidszorg sterk verbetert wanneer we een goed onderzocht instrument gebruiken. Daarnaast blijkt het moeilijk om iets breed binnen de jeugdgezondheidszorg te implementeren. En voor mijn gevoel was er al zoveel kostbare tijd verloren gegaan. Die ouders en kinderen waar ik mij zorgen om maakte, bleven naar mijn idee nog steeds beperkt en of niet gezien.

Emotionele lading

Ik had de Balansmeter samen met Henk van Stel ontwikkeld. We geloofden er in en waren blij dat het ons gelukt was een dergelijk kort instrument te ontwikkelen in samenwerking met ouders, praktijk en wetenschap. Henk is in het jaar na de ontwikkeling van de balansmeter plotseling overleden en ik moet nu alleen verder, zo voelt dat tenminste, en ik wil dat ons gezamenlijk werk goed terecht komt.

Balans

Ineens kwam het toepassen van de Balansmeter in een stroomversnelling terecht. Dit kwam door het idee van een peiling, geopperd tijdens JGZ-Live. Het NCJ heeft dit direct opgepakt en de Balansmeter vanuit de JGZ eind mei onder zoveel mogelijk ouders verspreid. Ouders werden digitaal, vooral via social media, opgeroepen een Balansmeter in te vullen om inzicht te krijgen in de ervaringen van ouders rondom het opvoeden in coronatijd. Met een geweldig resultaat van meer dan 1.000 reacties. Inmiddels zijn de resultaten bekend. 1 op de 3 ouders gaf hun balans op dat moment een diepe onvoldoende. Om aandacht te blijven houden voor de balans van ouders wordt een volgende oproep uitgezet van 16 september t/m 7 oktober.

‘De kracht die ontstaat wanneer je samen zoekt naar balans’

De Balansmeter geeft de balans van ouders, zoals door hun zelf ervaren, weer. Ook nu hebben we van ouders terug gehoord dat het invullen van de Balansmeter ‘an sich’ al leidde tot het in gesprek gaan met elkaar over opvoeden en hoe het voor jou is om ouder te zijn. Met andere woorden: de Balansmeter laat ouders vertellen hoe het met hen gaat en maakt dat ook voor henzelf inzichtelijk.

We wisten dit ook vanuit ons onderzoek naar de balansmeter maar uiteindelijk hebben we de balansmeter wel gemaakt met het doel om in de praktijk toepasbaar te zijn. En ben je dus extra blij wanneer beide (onderzoek en praktijk) elkaar daadwerkelijk versterken.

Impact van de maatregelen

Hoewel uit onderzoek blijkt dat het coronavirus zelf weinig effect heeft op opgroeiende kinderen, wordt steeds meer bekend over de impact van de maatregelen. De bij de peiling anoniem ingevulde Balansmeters geven ons een stukje inzicht in de thuissituatie van kinderen. Uit cijfers van Veilig Thuis weten we dat thuis niet voor alle kinderen een veilige plek is. Terwijl door de sluiting van de scholen, beperkingen van de activiteiten en contacten buitenshuis voor kinderen weinig mogelijkheden over blijven dan thuis. Omdat we vanuit eerder onderzoek naar de Balansmeter over data beschikken, kunnen we ook iets over de ervaren balans van ouders zeggen voor en na de coronacrisis. Dat maakt onderzoek voor de praktijk zo interessant.

Prioriteren

Maar de coronapandemie is nog niet voorbij. Veel van onze jeugd en hun ouders zijn niet meer bereikt sinds de crisis. Toepassing van de Balansmeter op brede schaal binnen jeugdgezondheidszorg-organisaties zou hierin een verschil kunnen maken. De balansmeter zou de jeugdgezondheidszorg ook kunnen helpen prioriteren. De Balansmeter zorgt voor vroegsignalering waarop indien nodig vervolg interventies kunnen worden ingezet. Ik zie dus opnieuw kansen voor het versterken van de praktijk. Het is echter niet aan mij om daarover besluiten te nemen.

De balansmeter

De balansmeter is een wetenschappelijk onderbouwde vragenlijst en bestaat uit 8 korte vragen. Om een snelle en brede toepassing ten tijde van de corona crisis mogelijk te maken is de balansmeter digitaal beschikbaar gemaakt. Ouders beoordelen zelf hun draagkracht en draaglast, het invullen kost hun 2 minuten tijd. De uitkomst geeft aan welke gezinnen alle veranderingen lijken aan te kunnen, wie van hen mogelijk verder kan na een gesprek en wie waarschijnlijk steun of hulp nodig heeft. Vanuit de ontwikkeling en onderzoek naar de balansmeter weten we dat ouders de Balansmeter gebruiken om even stil te staan bij hun situatie, deze te ordenen en te wegen.

Sommige ouders hebben een heel verhaal en komen dan toch tot het oordeel 'ik kan het prima aan' of 'er wordt nu wel meer van me gevraagd, maar ik blijk dat eigenlijk goed te kunnen dragen'. Het instrument heeft wat dat betreft al direct een functie. Maar er zijn ook ouders die tot de conclusie komen 'er ligt wel erg veel op mijn bordje, hulp vragen zou verstandig zijn'.

Onderzoeksproject SPARK

Het instrument is op systematische wijze ontwikkeld vanuit het Julius Centrum, UMC Utrecht en de GGD Zeeland waarbij gebruik is gemaakt van wetenschappelijke literatuur en resultaten van focusgroepen met ouders. Vervolgens is de Balansmeter uitgebreid onderzocht als onderdeel van een overkoepelend onderzoeksproject van de SPARK (ZonMw-project Structured Problem Analysis of Raising Kids). Eerste uitkomsten geven aan dat de interne consistentie van de vragen in de Balansmeter goed is, en dat de uitkomst van de Balansmeter significant samenhangt met de overall risico-inschatting van de SPARK.

Jeroen Dikken

Jeroen Dikken is één van de deelnemers aan het verpleegkundig leiderschapsprogramma LMNR 2.0. Hij is werkzaam als hogeschoolhoofddocent aan de opleiding verpleegkunde bij De Haagse Hogeschool waar hij zich naast zijn onderzoek bezighoudt met het initiëren en stimuleren van verbindingen tussen onderwijs, onderzoek en praktijk en het creëren van een onderzoeksklimaat binnen de opleiding en hogeschool.

Portretfoto Jeroen Dikken
Leren is veel meer dan aantoonbaar over kennis beschikken, het gaat om het geleerde te integreren in het dagelijks werk. Dus het zichtbaar maken in gedrag.

Verpleegkundigen zijn gemotiveerd om hun kennis en klinische expertise up-to-date te houden. Dit gebeurt op veel manieren, zoals via e-learnings, klinische lessen, specialisatiemogelijkheden en opleidingstrajecten. Door de snelle veranderingen en innovaties in het zorglandschap wordt de noodzaak om te blijven ontwikkelen urgenter. De tekorten aan verpleegkundigen noodzaken tot efficiënte en effectieve leermogelijkheden.

Toepassing in de praktijk

Gezien de belangrijke positie van verpleegkundigen in de zorg is het onderzoek doen naar hoe verpleegkundigen hun attitude, kennis en vaardigheden continu (kunnen) ontwikkelen, van groot belang. Leren is veel meer dan aantoonbaar over kennis beschikken, het gaat om het geleerde te integreren in het dagelijks werk. Dus het zichtbaar maken in gedrag. Momenteel zijn de meeste scholingsprogramma’s buiten die dagelijkse praktijk in de (virtuele) schoolbanken zonder dat gekeken wordt of deelnemers het geleerde daadwerkelijk in de praktijk toepassen en wat de effecten daarvan zijn op patiëntuitkomsten. Specifieker, omdat veel scholingen/trainingen gericht zijn op het verbeteren en up-to-date houden van de kennis, is vaak onbekend (en onbewezen) in hoeverre vaardigheden, attitudes en gerelateerd gedrag is veranderd door het volgen van het scholingsprogramma.

Lees de hele blog van Jeroen Dikken
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Efficiënte en doelmatige scholingen

Het uitvoeren van scholingsprogramma’s voor verpleegkundigen in de klinische praktijk kent vele uitdagingen. Verpleegkundigen zijn een cruciale groep zorgverleners in de zorg, zij zijn met veel (195.209 geregistreerd in het BIG register, per 1 maart 2020) en hebben vaak een deeltijd contract. Dat maakt dat organisaties en managers veelal voor moeilijke keuzes staan als het om het scholen gaat. Is er voldoende budget om iedereen te scholen? De zorg is tenslotte zo goed als haar zwakste schakel. Welke scholingen zijn dit jaar prioriteit om te kunnen werken met kwaliteitssystemen en om goed geaccrediteerd te worden? Hoeveel tijd is er voor? Het zijn vragen waar niet altijd een passend antwoord voor is, maar het is evident dat de scholingen in ieder geval efficiënt en doelmatig moeten zijn.

Belemmeringen, uitdagingen en succesfactoren

Ook vanuit het verpleegkundig perspectief zijn er drempels en belemmeringen als het gaat om het volgen van scholingen. Vaak worden verpleegkundigen verplicht vanuit de werkgevers wat kan leiden tot een ongemotiveerde leerattitude. Ook de omgeving en context kunnen een belemmering vormen zoals: te veel deelnemers, eigen bijdrage voor de kosten, tekort aan lokalen/ruimtes, afdelingstekorten aan budget voor scholing, roostering problemen, (priori)tijd tekort, balans werk-privé, te weinig collega’s die zorg kunnen verlenen, inhoudelijk onvoldoende toegepast op eigen werkzaamheden, enz. Omdat het aannemelijk is dat verpleegkundigen met een grote hoeveelheid kennis, positieve attitudes en excellente vaardigheden een grote invloed hebben op de kwaliteit van zorg, is het belangrijk dat belemmeringen, uitdagingen en succesfactoren rondom verpleegkundige scholing in de klinische praktijk goed onderzocht worden.

Onderzoekslijn: Het leren van verpleegkundigen in een (inter)professionele context

Binnen mijn onderzoekslijn 'het leren van verpleegkundigen in een (inter)professionele context' richt ik mij op onderwijskundige vraagstukken die inhoudelijk altijd een relatie hebben met de verpleegkundige basiszorg (essential nursing care). Enkele onderzoeksprojecten die met dit perspectief zijn uitgevoerd zijn de ontwikkeling van innovatieve scholingsinterventies rondom ondervoeding zoals we gedaan hebben bij het CONNECT-project, de ontwikkeling van een scholing om in de eerste lijn beter samen te werken en het project De Haagse Learning Community Wijk 3.0 waarbij wij streven om het interdisciplinair samenwerken te verbeteren. Daarnaast blijven de interessante vragen maar opkomen… bijvoorbeeld hoe we klinisch redeneren, (inter)professionele communicatie of compassie kunnen aanleren aan (student)verpleegkundigen en welk mechanisme er schuil gaat achter een ‘leven lang leren attitude’. Met mijn onderzoeken ben ik op zoek naar de scholings-ingrediënten die nodig zijn om succesvolle scholingen voor verpleegkundigen te ontwikkelen (efficiënt en doelmatig) die bijdragen aan het behouden van een sterke kennisbasis, vaardigheden, positieve attitudes en gedrag van verpleegkundigen. Ik geloof dat excellente verpleegkundigen leiden tot excellente kwaliteit van zorg en dat is precies waar ik met mijn onderzoek aan hoop bij te dragen.

> Bekijk het profiel van Jeroen Dikken

Marjon van Rijn

Marjon van Rijn is één van de deelnemers aan het verpleegkundig leiderschapsprogramma LMNR 2.0. Per 1 september is zij gestart als senior onderzoeker bij de afdeling ouderengeneeskunde, Amsterdam UMC, locatie VUmc. Hier zal zij zich onder meer gaan richten op de kwaliteit van Geriatrische Revalidatiezorg en blijft daarnaast betrokken bij het thema palliatieve zorg.

Proactieve ouderenzorg

Tijdens mijn werk als verpleegkundige op de afdeling interne geneeskunde zag ik dat kwetsbare ouderen vaak binnen enkele weken na ontslag weer werden heropgenomen. Ouderen gingen vaak snel achteruit in dagelijks functioneren en een deel van deze ouderen overleed in het ziekenhuis.

Kunnen we dit voorkomen? Kan dit anders? Kan dit beter worden georganiseerd en wat is daarvoor nodig?

Deze vragen waren voor mij aanleiding om mij meer te verdiepen in de organisatie van ouderenzorg.

Portretfoto Marjon van Rijn

Na mijn studie gezondheidswetenschappen heb ik samen met een interprofessioneel team het FIT project opgezet en uitgevoerd. Dit project had als doel om achteruitgang in dagelijkse functioneren te voorkomen bij thuiswonende ouderen met een verhoogd risico op functieverlies, onder meer door vroegtijdig inzetten van een wijkverpleegkundige. Dit onderzochten we door middel van een groot cluster gerandomiseerd onderzoek, en het bleek vooral dat ouderen het fijn vinden dat er naar hen geluisterd werd, dat hun wensen en voorkeuren bekend zijn bij de huisarts en de wijkverpleegkundige en dat hier vervolgens naar gehandeld wordt.

Tijdige transmurale palliatieve ouderenzorg

Het uitvragen en registreren van de wensen en voorkeuren van ouderen bleek een belangrijke uitkomst te zijn van mijn promotieonderzoek. De implementatie richtte zich uiteindelijk ook op advance care planning, waarbij ouderen gevraagd worden om na te denken over hun wensen ten aanzien van toekomstige zorg. Een van de thema’s binnen advance care planning gaat over de wensen en voorkeuren ten aanzien van het levenseinde. Het is belangrijk dat deze wensen en voorkeuren bekend zijn en geregistreerd worden zodat iedere betrokken professional tijdig kan anticiperen. Daarom richt ik mij binnen mijn postdoc onderzoek op transmurale palliatieve ouderenzorg (PalliSupport). Hoe kunnen we de zorg zo organiseren dat ouderen uiteindelijk kunnen overlijden op de plaats van voorkeur?

Daarom hebben we een transmuraal zorgpad voor ouderen met een palliatieve zorgbehoefte ontwikkeld. In dit zorgpad wordt bij alle acuut opgenomen ouderen bij een acute ziekenhuisopname gekeken of er wellicht sprake is van een palliatieve zorgbehoefte. Door het oprichten van een transmuraal team palliatieve zorg, kunnen ontslag, overdracht en opvolging in de thuissituatie beter gewaarborgd worden.

Interprofessioneel opleiden

Daarbij krijgen alle verpleegkundigen en artsen bij de introductie van het zorgpad  een training aangeboden waarin ze leren samen te werken in het herkennen en bespreekbaar maken van de palliatieve zorgbehoefte. Het zou echter nog beter zijn als studenten binnen de verschillende gezondheidszorg opleidingen dit al leren tijdens hun opleiding.

Zo zijn we bij de Hogeschool van Amsterdam gestart met interprofessioneel onderwijs, waarbij studenten verpleegkunde en geneeskunde gezamenlijk onderwijs volgen én krijgen studenten van verschillende zorgopleidingen samen praktijkonderwijs tijdens hun stage. Zo raken studenten al tijdens hun opleiding bekend met samenwerken om zo de best mogelijk kwaliteit van zorg te kunnen bieden.

Beeldvorming wijk- en ouderenzorg

Ook probeer ik studenten enthousiast te maken voor de wijk- en ouderenzorg. We weten namelijk dat het merendeel van de studenten kiest voor de acute zorg in het ziekenhuis en maar een klein deel kiest voor een baan in de wijk- of ouderenzorg. Door studenten tijdens hun opleiding mee te nemen in de wereld van wijk- en ouderenzorg hoop ik meer bekendheid te creëren en de soms onterechte beelden over de wijk- en ouderenzorg weg te nemen. Mede daarom vind ik het belangrijk om mijn functie als onderzoeker in de ouderenzorg en docent verpleegkunde te blijven combineren.

> Bekijk het profiel van Marjon van Rijn

Margo van Mol

Margo van Mol is één van de deelnemers aan het verpleegkundig leiderschapsprogramma LMNR 2.0. Zij werkt als verpleegkundig onderzoeker op de intensive care (IC) van het Erasmus MC, Rotterdam, waar tijdens de COVID-19 periode de capaciteit verdubbelde om hoogstaande en geavanceerde IC-zorg te leveren. Margo heeft zich in die tijd oproepbaar gesteld om in de zorg op de IC te ondersteunen.

Wat mij het meeste opviel was de daadkracht en saamhorigheid die de nieuwe werkprocessen en noodzakelijke aanpassingen kenmerkten. Iedereen stond klaar in moeilijke omstandigheden.

'Camping-IC'

Ik heb een aantal diensten gewerkt op onze ‘camping-IC’, zo noemden we de extra unit waar in heel korte tijd een verpleegafdeling werd toegerust met alles wat er nodig was om IC-zorg te kunnen garanderen. Het was best een bijzondere tijd.

Portretfoto Margo van Mol

Digitale dagboek app

Het was een periode dat persoonsgerichte zorg wat meer naar de achtergrond verschoof als gevolg van de quarantainemaatregelen. Dit maakte het heel helder voor mij dat de ondersteuning van naasten op een andere manier vorm moest krijgen. Juist het directe en intermenselijke contact raakt de kern van het verpleegkundig beroep, en dat was ineens allemaal ‘op afstand’. De ontwikkeling van een digitale dagboek app door het Catharina Ziekenhuis in samenwerking met Game Solution en het Erasmus MC was een mooie innovatie die hierop inspeelde. Dat ik daar nu onderzoek naar kan doen, of het ook toepasbaar en effectief is in de dagelijkse praktijk, is een mooi vervolg.

Rouwzorg ondersteuning

Ook in de situatie van overlijden van de patiënt bleek dat de afscheidsmand, een tool met verschillende materialen om de rouwzorg te ondersteunen, door IC-verpleegkundigen veelvuldig werd gebruikt. Dit voorbeeld van goede zorg ga ik samen met Erica Witkamp, lector aan de Hogeschool Rotterdam, verder ontwikkelen om in andere ziekenhuizen te kunnen gebruiken.

Superviserende rol

Deze COVID-19 werkervaring maakte voor mij ook duidelijk waar de IC-verpleegkundigen moeite mee hadden. En welke aanvullende vaardigheden nodig zijn om een eventuele volgende gezondheidscrisis met vertrouwen tegemoet te treden. Dat is bijvoorbeeld in een superviserende rol, met het aansturen en motiveren van ondersteunende collega’s om kwalitatief de beste uitkomsten voor de IC-patiënt te behalen.

Rolmodel

De ledenpeiling van V&VN-IC biedt aanknopingspunten; communicatievaardigheden, coördinatie van taken, en feedback geven en ontvangen worden door de beroepsgroep daarbij als aanvullend gezien. Daarnaast is klinisch leiderschap essentieel; de superviserend verpleegkundige is kritisch over processen, stelt reflectieve en onderzoekende vragen en is in staat als rolmodel het verschil te maken voor uitkomsten van patiënten.

Verpleegkundig leiderschap houdt voor mij in dat je opkomt voor de patiënt, daadkracht en lef toont, persoonsgerichte ondersteuning geeft, en passie hebt voor het verpleegkundig vak. Dit kan voor iedereen anders vorm krijgen. De ene verpleegkunde voelt zich prettig in de coördinatie van klinische zorg voor de patiënt en een ander is lid van een verpleegkundige raad. Elke situatie vraagt om leiderschap en zeggenschap op een andere manier. Dat is ook moed houden, positief blijven, nieuwe kansen aangrijpen en het vooral samen blijven doen.

Positieve verandering in de werkomstandigheden

Het is uitdagend om in dit grotere geheel concreet te kunnen bijdragen aan een positieve verandering in de werkomstandigheden. Ik ben nu lid van het kernteam ‘Vitaliteit van de medewerkers’ in het Erasmus MC. Dat geeft mij de kans om te participeren in kwalitatieve verdieping en kwantitatieve metingen te coördineren met betrekking tot de behoeften van zorgprofessionals. Het doel is op korte termijn verbeteracties te bewerkstelligen waardoor vitaliteit en werkplezier gestimuleerd worden.

Nazorg voor de IC-patiënt en naasten

In mijn rol als bestuurslid van stichting Family and patient Centered Intensive Care (FCIC) verbind ik vrijwilligerswerk met mijn dagelijkse werkzaamheden op de IC. De focus ligt op het verbeteren van nazorg voor de IC-patiënt en naasten. Tijdens een expert conferentie in het najaar 2020 nemen we het patiëntenperspectief als uitgangspunt voor de vaststelling van een wetenschappelijk statement met prioritering van onderzoeksvragen. Dit is een unieke gelegenheid om toekomstige projecten te agenderen en netwerk allianties te vormen in het domein van de psychosociale ondersteuning van IC-patiënten en hun naasten.

Zeecontainer als extra IC-unit op Sint-Maarten

Tenslotte, terug in de praktijk. Op tijdelijke basis ga ik als IC-verpleegkundige in Sint-Maarten werken en het team ondersteunen in de opvang van COVID-19 patiënten in een zeecontainer als extra IC-unit. Ik stap bewust uit mijn comfortzone en ga mijn nieuwsgierige attitude de ruimte geven. Zo kan ik daar leren van de culturele verschillen en dit mee terugnemen in ons project rouwzorg IC. En ik ga ook gewoon genieten van zon-zee-strand voor zover de situatie het op dat moment toelaat.

Petra Erkens

Petra Erkens is één van de deelnemers aan het verpleegkundig leiderschapsprogramma LMNR 2.0. Zij is sinds 1 maart assistent professor bij de Academische Werkplaats Ouderenzorg Zuid-Limburg (AWO-ZL). Daarvoor werkte zij als docent-onderzoeker bij Zuyd Hogeschool.

Coronacrisis

'Ik zat nog midden in mijn inwerkperiode toen de coronacrisis uitbrak. Als oud-verpleegkundige, epidemioloog én docent Verpleegkunde had ik het gevoel dat ik wel iets zou kunnen betekenen. Ik heb me aangemeld als vrijwilliger en mocht kiezen tussen een plek in het ziekenhuis of in de ouderenzorg.

Vrijwilliger in de ouderenzorg

Het werd de ouderenzorg (zorgcentrum Zuyderland Glana)', vertelt ze. 'Want dit is mijn nieuwe werkgebied. Bovendien is Zuyderland een van de partnerorganisaties van de AWO-ZL én ik ken Zuyderland al goed vanuit mijn vorige baan. Ik ben hartstikke trots op mijn nieuwe werkgever dat ik deze ruimte heb gekregen.'

'Het was best spannend, alsof ik weer stagiaire was.'

Petra Erkens

Mooie ervaring

'Omdat het 12 jaar geleden is dat ik voor het laatst als verpleegkundige heb gewerkt, voelde ik me niet bekwaam om in die rol aan de slag te gaan. Daarom ben ik ingezet als zorgassistent in ochtenddiensten van 7 tot 12 uur. In de middaguren werkte ik voor de AWO-ZL. Mijn twee kinderen van 2 en 4 mochten in deze periode naar de noodopvang, dus dat gaf mij wel de nodige rust.'

'Terugkijkend vond ik het een hele mooie ervaring. Zo heb ik bruikbare kennis opgedaan voor mijn nieuwe onderzoek over bottom-up verpleegkundig leiderschap in de ouderenzorg. Ik heb in de praktijk kunnen ervaren hoe teamdynamiek werkt en wat de invloed is van procedures op het dagelijkse werk. En ik heb gezien hoe je als verpleegkundige/verzorgende het verschil kunt maken door écht contact te maken met een cliënt. Aandacht voor de eigen regie van cliënten is hierbij ontzettend belangrijk. In deze periode werd dit om bekende redenen beperkt. Wat ik zeker weet, is dat de eigen regie van cliënten een plek verdient in verpleegkundig leiderschap. Mooi dat ik daar met mijn onderzoek op kan inspelen.'

> Bekijk het profiel van Petra Erkens

Annemarie de Vos

Annemarie de Vos is één van de deelnemers aan het verpleegkundig leiderschapsprogramma LMNR 2.0. Zij werkt als verpleegkundig onderzoeker in het Amphia ziekenhuis in Breda, één van de ziekenhuizen die geconfronteerd werd met een grote toestroom van COVID-19 patiënten in de periode maart tot mei 2020.

Als reactie op de grote toestroom van COVID-19 patiënten heeft Amphia een omvangrijke reorganisatie van verpleegafdelingen en personeel uitgevoerd. Ook ik ben als buddy gaan ‘bijspringen’ op de Intensive Care.

Hier signaleerde ik hoe het noodzakelijke gebruik van de mondmaskers de communicatie met patiënten, familie en collega’s nadelig beïnvloedde. De gezichtsexpressie was niet af te lezen en de herkenbaarheid van mensen voor zowel collega’s als patiënten werd aantoonbaar belemmerd. Bovendien leidde het langdurig dragen van de maskers tot drukplekken op de neusbrug en jukbeenderen, zo bleek uit gesprekken met verpleegkundigen en andere zorgmedewerkers.

Dat moet beter kunnen, dacht ik!

Protretfoto Annemarie de Vos

Transparant mondmasker

Andere (transparante) materialen? Innovatief ontwerp? Of een andere toepassing? De subsidieoproep voor de ZonMw-subsidie ‘Creatieve oplossingen aanpak Coronavirus (COVID-19)’ bood uitkomst. Samen met Onno Helder van Create4Care, Erasmus MC, Rotterdam heb ik met succes een offerte ingediend. Met de ontvangen subsidie hebben we een ontwikkeltraject voor het transparante mondmasker opgezet.

Het doel van dit ontwikkeltraject is het opleveren een eerste proof of concept van het transparante mondmasker gericht op het vergroten van de herkenbaarheid van de zorgmedewerker ten opzichte van de patiënt. Een duidelijke gezichtsuitdrukking maakt dat de boodschap beter overgebracht wordt. Daarnaast is er meer herkenning met welke zorgmedewerker de patiënt of de familie heeft gesproken.

Bovendien zorgt het gebruik van het transparante mondmasker er voor dat:

  1. Patiënten minder angstig zijn, doordat de zorgmedewerker nu een geruststellende gezichtsexpressie, een lach of vriendelijkheid kan tonen
  2. Dove, slechthorende en oudere patiënten kunnen liplezen
  3. Er minder belemmeringen zijn in de communicatie met delirante patiënten of patiënten met een verstandelijke beperking.

Een tweede doel van de oplevering van het proof of concept is het verbeteren van het draagcomfort, de herkenbaarheid en de intercollegiale non-verbale communicatie. De duidelijke herkenbaarheid ondersteunt de communicatie tussen zorgmedewerkers in het behandelteam en draagt bij aan patiëntveiligheid in hectische periodes. Daarnaast ondersteunt een ‘open gezicht’ de onderlinge non-verbale communicatie (‘Was mijn vraag duidelijk?’ ‘Hoe sta jij hierin?’ ‘Welke emotie zie ik?’).

Effectief ondersteunen van verpleegkundigen (in opleiding) in het omgaan met de emotionele belasting

Een ander COVID-19-gerelateerd onderzoek voer ik samen uit met mede-LMNR-fellow dr. Cindy de Bot. Door middel van exploratieve focusgroepen met verpleegkundigen en hbo-v studenten maken we inzichtelijk in hoeverre het stellen van de 3 vragen:

  • Welke gebeurtenissen van vandaag zijn je bijgebleven?
  • Hoe voel je je (lichamelijk en mentaal)?
  • Heb je genoeg steun?

(Collard & Vermeulen 2020) bijdraagt aan het effectief ondersteunen van verpleegkundigen (in opleiding) in het omgaan met de emotionele belasting tijdens en na de COVID-19 uitbraak. De resultaten van dit onderzoek worden vertaald naar een praktisch toepasbaar kennisproduct dat toegepast kan worden in onderwijs- en zorginstellingen.

Invloed crisismanagement op de verpleegkundige werkomgeving

Ten slotte voer ik in het Amphia ziekenhuis een onderzoek uit met als doel inzicht te krijgen in de wijze waarop het crisismanagement tijdens de COVID-19 pandemie de verpleegkundige werkomgeving in Amphia heeft beïnvloed. Tijdens de semigestructureerde interviews met verpleegkundigen en beleidsmakers ligt de nadruk op zeggenschap over de beroepsuitoefening, autonomie, werken met vakbekwame collega’s en support van de leidinggevende. In dit onderzoek zijn we op zoek naar antwoorden op de vraag hoe een adequate en flexibele inzet van verpleegkundigen kan worden gerealiseerd, zodat verpleegkundigen optimale kwaliteit van zorg kunnen leveren en werkplezier ervaren en ziekenhuizen in staat zijn verpleegkundigen te binden, boeien en behouden.

Database

Ik ben lid van de Centrale Wetenschap Commissie en de Commissie Wetenschapsfonds in Amphia. Sinds april jl. is daar het lidmaatschap van de werkgroep Wetenschap Amphia COVID-19 (WAC-19) bijgekomen. Deze werkgroep is samengesteld om overzicht in COVID-19 gerelateerd wetenschappelijk onderzoek te creëren, overlap te voorkomen, data-acquisitie te uniformeren en het contract-gebonden research in Amphia te optimaliseren. Er is inmiddels een database ingericht, waaruit data voor wetenschappelijk onderzoek geëxtraheerd kunnen worden. Daarnaast is een artikel onderweg, waarin het proces van idee tot opzet en gebruik van deze database beschreven wordt.

> Bekijk het profiel van Annemarie de Vos

Anneke van Vught

Anneke van Vught is één van deelnemers aan de verpleegkundig leiderschapstraining LMNR 2.0. Zij is associate lector binnen het lectoraat Organisatie van Zorg en Dienstverlening van de HAN University of Applied Sciences, waar ze zich inzet om de deskundigheid van professionals in de veranderde gezondheidszorg tot hun recht te laten komen.

Portretfoto Anneke van Vught

Zorgmasters: verpleegkundig specialisten en physician assistants

Met heel veel plezier geef ik leiding aan diverse onderzoeksprojecten die gaan over het optimaal positioneren van (nieuwe) zorgprofessionals in de veranderende gezondheidszorg. Hierbinnen richt ik me op de positionering van de Zorgmasters, physician assistant (PA) en verpleegkundig specialist (VS). Eén van deze studies gaat over de ruimte voor zorgmasters in het verschuiven van (medische) zorg vanuit het ziekenhuis/instelling naar dichtbij de patiënt. Afgelopen januari (2020) heeft minister Bruins een kamerbrief gestuurd naar de Tweede Kamer over de resultaten van dit project en aanbevelingen richting de inzet van zorgmasters binnen het verschuiven van zorg naar de eerste lijn.

Ook ben ik redacteur van de website zorgmasters.nl. Hierin verzamelen en delen we kennis over de physician assistants en verpleegkundig specialisten. De website richt zich op professionals, beleidsmakers en patiënten.

Lees de hele blog van Anneke van Vught
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Van kennis naar praktijk

Mijn werk kenmerkt zich door het integreren van kennis uit de wetenschap en uit de praktijk. Nooit meer een onderzoek op de plank, maar direct toepassen en gebruiken in de praktijk. Een mooie vorm van onderzoek die hierbij past is het actieonderzoek, waarbij kennis en toepassen in de praktijk hand in hand gaan. Wat ik erg leuk vind is het bottum-up bezig zijn met professionals, waarbij ontwikkelde kennis direct wordt toegepast op de werkvloer. De EVIDENCE-projecten zijn hiervan een voorbeeld. Hierin ontdekken we samen met professionals en cliënten welke methodieken effectief zijn om een leercultuur te ontwikkelen en wat daarvoor nodig is.

Samen met professionals ontwikkel ik praktische tools waarin de verkregen kennis en inzichten uit onderzoek zijn vertaald naar de dagelijkse beroepspraktijk. Een voorbeeld hiervan is de handreiking voor de verpleegkundig specialist GGZ in de rol van regiebehandelaar, een reflectie instrument voor de verpleegkundig specialist GGZ om de rol van regiebehandelaar te optimaliseren.

Toekomstige zorgprofessionals en onderzoekers

Ik geloof erg in het opleiden van (toekomstige) professionals in de praktijk. Vanuit de HAN ben ik betrokken bij het ontwikkelen van hybride leerwerkplaatsen. Het doel van deze leerwerkplaatsen is om een lerend klimaat te organiseren voor professionals en studenten, waarbij onderzoek, onderwijs en praktijk in elkaar verweven zijn. Naast onderwijs binnen bachelor- en masteropleidingen, begeleid ik op dit moment 3 promovendi, waarvan 1 in Zwitserland.

Droom

Mijn droom is om in de aankomende jaren in Nederland stappen te zetten naar het ontwikkelen van nurse-led clinics buiten het ziekenhuis. De potentie hiervan is onderzocht in de evaluatie van PA en VS in de anderhalve lijn. In deze nurse-led clinics is de VS rechtstreeks toegankelijk voor patiënten voor het verlenen van beperkt complexe medische zorg. Deze rol kan ook door een PA worden ingevuld. Zij werken hierin samen met medisch specialisten, huisartsen, wijkverpleegkundigen en andere professionals in de eerstelijn. Het doel van deze ontwikkeling is het organiseren van de juiste (medische) zorg dichtbij de patiënt, op een doelmatige manier, waarbij de vertrouwde omgeving en de laagdrempelige benadering ervoor zorgen dat reis van de patiënt in de gezondheidszorg zo aangenaam mogelijk is en daarbij toegankelijk, met beheersbare kosten en kwalitatief hoogwaardig.

> Bekijk het profiel van Anneke van Vught

Dewi Stalpers

Dewi Stalpers is één van deelnemers aan de verpleegkundig leiderschapstraining LMNR 2.0. Zij is assistant professor bij het Julius Centrum UMC Utrecht en plaatsvervangend projectmanager voor RN2Blend bij de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ). In dit interview vertelt zij meer over het project RN2Blend.

Dewi Stalpers

Waarom is het volgens jou belangrijk dat dit onderzoek is gestart?

Nederland telt zo’n 200.000 verpleegkundigen en verzorgenden. Het is daarmee de grootste beroepsgroep in de zorg. Het verpleegkundig beroep heeft zich de afgelopen jaren steeds verder ontwikkeld, onder andere om te kunnen blijven voldoen aan de steeds complexer wordende zorgvraag. Zo zijn er naast inservice-, mbo-, en hbo-opgeleide verpleegkundigen ook steeds meer master-opgeleide verpleegkundigen. Toch zie je dat verpleegkundigen in de praktijk allemaal ongeveer hetzelfde werk doen. Een hbo-verpleegkundige heeft op de opleiding bijvoorbeeld geleerd te coördineren, maar kan dat eenmaal in functie vaak niet direct toepassen. Dat is zonde, want zo maak je onvoldoende gebruik van ieders potentieel en het risico op uitstroom is daarmee groter.

Over het algemeen vinden verpleegkundigen dat ervaring het meest belangrijk is in de uitvoering van het werk. Hier zit een kern van waarheid in, maar daarnaast zijn kennis, competenties en vaardigheden van verpleegkundigen ook belangrijke factoren. Bij de huidige manier van werken, waarbij elke verpleegkundige in het begin hetzelfde werk doet en dezelfde verantwoordelijkheden heeft, maken we nog onvoldoende gebruik van ieders capaciteiten.

Lees het hele interview met Dewi Stalpers
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Hoe draagt RN2Blend bij aan deze discussie?

RN2Blend wil hieraan bijdragen door te onderzoeken wat er verandert als je verpleegkundigen gedifferentieerd inzet en wat de effecten ervan zijn op bijvoorbeeld werktevredenheid en de kwaliteit van verpleegkundige zorg. Ervaringen in proeftuinen laten al mooie resultaten zien. Maar om echt conclusies te kunnen trekken, is wetenschappelijk onderzoek over een langere periode nodig, in meerdere ziekenhuizen. Zo kan een goed beeld ontstaan van de effecten van het gedifferentieerd inzetten van verpleegkundigen, want een transitie naar een ander soort werken is een intensief proces dat jaren duurt.

Wat is jouw rol in het onderzoeksteam?

Ik ben 1 van de 5 senior onderzoekers. Elke onderzoeker volgt – samen met een promovendus – zijn eigen onderzoekslijn. Eén van de onderwerpen waarmee ik mij ga bezighouden is niet-uitgevoerde verpleegkundige zorg. Uit de praktijk blijkt dat bepaalde taken van verpleegkundigen door bijvoorbeeld hoge werkdruk blijven liggen, zoals het troosten van patiënten. Dit kan niet alleen gevolgen hebben voor de patiënt, maar ook voor de manier waarop verpleegkundigen hun werk ervaren. Als je aan bepaalde taken niet toekomt, kun je minder tevreden zijn over je werk. We zijn benieuwd of er door gedifferentieerde inzet minder taken blijven liggen en of hiermee ook de kwaliteit van zorg omhoog gaat.
Ook ga ik onderzoek doen naar job crafting, oftewel het maken van kleine aanpassingen in het eigen werk. Het verpleegkundige beroep kent weliswaar vaste kaders, daarbinnen bestaan wel mogelijkheden om bijvoorbeeld bepaalde taken anders uit te voeren. We kijken naar de ontwikkeling en gevolgen van job crafting voor bijvoorbeeld werkplezier en de kwaliteit van verpleegkundige zorg.

Hoe gaan jullie het onderzoek uitvoeren?

RN2Blend combineert kwalitatieve en kwantitatieve onderzoeksmethoden. Ik ben van origine een kwantitatief onderzoeker. De FD tool, een instrument waarmee ziekenhuizen inzicht krijgen in de effecten van functiedifferentiatie, vormt een belangrijke databron. Maar we doen bijvoorbeeld ook literatuuronderzoek en gaan meekijken in de praktijk. Naast de eigen onderzoekslijn proberen we als onderzoeksgroep ook samen te werken en connecties te maken tussen de onderzoekslijnen. Ook komt er een gezamenlijke onderzoekslijn, waarin we ons onder meer richten op historisch onderzoek naar wat er in de loop van de jaren allemaal gebeurd is rondom het onderwerp functiedifferentiatie.

Wat neem je mee vanuit je eigen verpleegkundige achtergrond?

Het is een onderzoek voor en door verpleegkundigen. Bijna alle onderzoekers, waaronder ikzelf, hebben ervaring als verpleegkundige. Ik heb jaren op de IC gewerkt en heb de ontwikkeling en professionalisering van de beroepsgroep meegemaakt. En zie ook dat we – door verpleegkundigen hetzelfde werk te laten doen – een deel van de verpleegkundigen overvragen en een andere deel juist onder hun niveau laten werken. Dit blootleggen en hierover de discussie starten, kan veel winst opleveren.

Wat is jouw belangrijkste drijfveer om mee te doen?

Ik wil verpleegkundigen bewust maken van de invloed die ze hebben. Verpleegkundigen doen heel belangrijk werk, ze zijn eigenlijk de advocaat van de patiënt en hebben daarmee veel invloed op de kwaliteit van de patiëntenzorg. Maar toch hebben verpleegkundigen nauwelijks zeggenschap over de uitoefening van hun vak. Mijn overtuiging is dat ze veel meer invloed kunnen hebben dan nu het geval is. Maar dan moet duidelijk naar voren komen wat ieders rol precies is. Ook een goede positionering in de organisatie is erg belangrijk. Verpleegkundigen moeten hun eigen rol durven pakken en verantwoordelijkheid hierin nemen. Dat gebeurt nu nog te weinig. Verpleegkundigen vormen de grootste beroepsgroep in de zorg, maar hebben de minste impact. En daar moet iets in veranderen, wil je iedereen binnen het verpleegkundig beroep laten excelleren.

Wat kunnen ziekenhuizen straks met de onderzoeksresultaten? En verpleegkundigen?

Nu het wettelijke traject is gestaakt, is het onzeker in hoeverre ziekenhuizen gaan investeren in gedifferentieerde inzet van verpleegkundigen. Niet iedereen ziet de urgentie, of de middelen zijn er niet. Voor ziekenhuizen is het daarom interessant om te zien wat functiedifferentiatie ze kan opleveren, bijvoorbeeld in termen van tevredenheid, gezondheidswinst of personeelsverloop.
Daarnaast streven we ernaar om met het onderzoek inzichtelijk te maken hoe gedifferentieerde inzet van verpleegkundigen het beste vorm kan krijgen en wat daar allemaal voor nodig is. De ervaringen uit de proeftuinen laten ons tot nu toe vooral zien dat individuele teams erg kunnen verschillen. Het doel is om ziekenhuizen van elkaar te laten leren. De onderzoekers ondersteunen dit proces met wetenschappelijke input waarmee ook overkoepelende uitspraken kunnen worden gedaan.

Waar zitten de overeenkomsten, waar de verschillen en hoe pas je dat het beste toe in je eigen organisatie, afdeling of team?

Een groot wetenschappelijk onderzoek doen naar het verpleegkundig beroep kan mijns inziens alleen maar heel veel opleveren. Over 4 jaar verwacht ik dat er voor de ziekenhuizen meer duidelijkheid is over een functiemix die voor ieder in zijn eigen context werkt, waar iedereen tevreden mee is, waarmee verpleegkundigen in hun eigen rol kunnen excelleren, waarbij de kwaliteit van zorg goed is en de patiënt tevreden. Voor de verpleegkundigen hoop ik dat we daadwerkelijk kunnen laten zien wat verpleegkundigen betekenen, niet alleen voor de patiënt, maar ook voor de organisatie. En dat elke verpleegkundige – én de verpleegkundige beroepsgroep als geheel – op elk niveau, binnen en buiten de organisatie, zichtbaar is en impact heeft.

> Bekijk het profiel van Dewi Stalpers

Cindy de Bot

Cindy de Bot is docent-onderzoeker bij het lectoraat Leven Lang in Beweging en Zorg rond het Levenseinde (Academie voor Gezondheidszorg opleiding Verpleegkunde Avans Hogeschool). In haar vlog vertelt ze wat verpleegkundig leiderschap betekent voor haar als docent-onderzoeker verpleegkunde bij de opleiding hbo-verpleegkunde aan de Avans Hogeschool.


> Bekijk het profiel van Cindy de Bot

> Bekijk het profiel van Cindy de Bot

Verpleegkundig leiderschap in de COVID-19 situatie

Cindy de Bot is één van deelnemers aan de verpleegkundig leiderschapstraining LMNR 2.0 en docent-onderzoeker bij Avans Hogeschool. Welke impact heeft de coronapandemie op haar werkzaamheden?

Portretfoto Cindy de Bot

'In maart kwam het advies om thuis te werken en ging ik digitaal onderwijs voor onze hbo-verpleegkunde studenten verzorgen. Een hele ingrijpende en 'hands on' verandering.'

Dat onze verpleegkunde studenten en alle zorgprofessionals in de zorg in korte tijd voor een enorme en nieuwe uitdaging stonden in deze crisissituatie moge duidelijk zijn.

Het zoeken naar de juiste vorm van didactisch verantwoord online onderwijs en ook nog 2 kinderen die thuis waren en een thuiswerkende man, vormden wel een uitdaging.

Bijdragen in de zorg


Avans Hogeschool gaf ruimte aan medewerkers die iets wilden bijdragen aan de maatschappij. Zo konden docenten bijvoorbeeld vrijgesteld worden van werkzaamheden voor Avans, zodat zij zich kunnen inzetten in sectoren waar hun hulp hard nodig is. Toe dit duidelijk werd, ben ik meteen in actie gekomen. Ik kon niet niks doen en ben enkele weken bijgesprongen in de thuiszorg in mijn eigen dorp. Ik werd met open armen ontvangen, door collega verpleegkundigen én de ouderen bij wie ik langsging.

Ik vond het wel lastig om te zien hoe pijnlijk de situatie soms was voor kwetsbare ouderen, én voor de zorgverleners. Zorgmomenten waren – waar verantwoord natuurlijk – ingekort om contactmomenten zoveel mogelijk te beperken. Daarnaast was er het gemis van kleinkinderen en andere familieleden en de angst voor de eigen gezondheid. Gelukkig hadden veel van de ouderen via de tablet of de ouderwetse telefoon wel goed contact met hun familie.

Ik vond het ondanks de situatie fijn om weer even terug te zijn in de praktijk, waar je wat beschreven staat in het lesmateriaal weer aan den lijven ondervindt. Af en toe word je weer met je neus op de feiten gedrukt: in theorie kunnen dingen als ‘eigen regie’ of  ‘zo lang mogelijk thuis blijven wonen’ nog zo mooi beschreven staan, de praktijk blijkt soms toch ingewikkelder. Dat zijn zaken die ik meeneem in mijn lessen en in het onderzoek.

Verpleegkundig onderzoek en LMNR-activiteiten


Praktijkgericht onderzoek kwam stil te liggen of de dataverzameling werd digitaal uitgevoerd. Ook het LMNR-programma, waarin het ontwikkelen van verpleegkundig  leiderschapskwaliteiten voorop staat, verdween wat op de achtergrond.

Tussen het (digitale) onderwijs door, zou ik me normaal gesproken prima kunnen concentreren op ander soort werk, zoals subsidie aanvragen en wetenschappelijk artikelen schrijven. Maar dat lukt me momenteel niet echt door de vele afleidingen, het staren naar data en het maken van analyses, lieve WhatsApp-berichten van familie en vrienden en Teams-vergaderingen met collega’s en studenten.

Intussen lijkt het nieuwe normaal wat meer gewoon, kinderen weer naar school en merk ik dat ik meer ruimte krijg in m’n hoofd om toch weer een subsidieaanvraag te schrijven of na te denken over netwerkvorming in het buitenland.

Ook heel goed dat de LMNR-meetings weer opgestart zijn. Wat fijn dat we elkaar weer gezien hebben, al is het digitaal.

Thuis ge- of ontspannen?


Doordat ik nu 100% thuiswerk in plaats van bij Avans Hogeschool is er een minder strikte scheiding tussen thuis en werk. Er zit veel minder een begin en einde aan een werkdag en privé en werk lopen door elkaar heen, waardoor ik veel moeilijker even 'niets' kan doen.

Ik merk dat ik veel met de COVID-19 situatie bezig ben, vooral hoe gaat het lopen voor de nieuwe lichting verpleegkunde studenten, die in augustus gaat starten met minimaal contacturen binnen de muren van de hogeschool en veelal digitaal onderwijs.

Ontspanning: sporten in de sportschool, wat ik 3x per week deed. Het volgens van work-outs digitaal: ik ben er te onrustig voor. Thuis zijn is voelt niet als 'het nieuwe normaal'.

Gelukkig helpt het zonnetje en de achtertuin op z’n tijd en de gedachte dat we met z’n allen steeds dichter bij de dag komen, dat de tijden van COVID-19 voorbij gaan, maar die onrust van 'hoe nu verder' blijft.

Programma Tussen Weten en Doen

De ontwikkeling en uitvoering van de leiderschapstraining LMNR 1.0 is gefinancierd door het ZonMw-programma Tussen Weten en Doen. Ook de uitvoering van LMNR 2.0 is (mede) door dit progamma gefinancierd.

Het programma Tussen Weten en Doen II heeft verpleegkundigen gestimuleerd om praktisch onderzoek te doen waar collega’s in de praktijk veel aan hebben. Tussen 2010 en 2019 heeft het programma gewerkt aan 2 doelstellingen:

  1. het versterken van de onderzoekinfrastructuur voor verpleegkundig onderzoek
  2. kennisontwikkeling door het onderbouwen van verpleegkundige zorghandelingen

Benieuwd wat er allemaal is bereikt? Bekijk de online publicatie over de resultaten.

Redactie Deelnemers LMNR 2.0, Eindredactie ZonMw

Meer informatie

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website