In februari 2019 is de tweede groep fellows gestart met de training Leadership Mentoring in Nursing Research (LMNR 2.0). De leiderschapstraining richt zich op gepromoveerde verpleegkundigen en postdocs die werkzaam zijn als onderzoekers.

Inhoud

Introductie

Thóra B. Hafsteinsdóttir (coördinator LMNR) vertelt waarom er een leiderschapsprogramma voor verpleegkundig onderzoekers nodig is en wat het programma inhoudt.

Thóra Hafsteinsdottír

Om verplegingswetenschap verder te ontwikkelen, zijn er meer gepromoveerde verpleegkundigen nodig die werken aan praktijkgericht onderzoek. Gepromoveerde verpleegkundigen doen kwalitatief goed onderzoek en zijn sleutelfiguren in evidence based care, het ontwikkelen van zorgprogramma’s en therapeutische interventies voor patiënten en families. Daarnaast spelen zij ook een belangrijke rol in het onderwijs en  in het verbeteren van de klinische praktijk.

Op dit moment zijn er nog te weinig carrièremogelijkheden voor gepromoveerde verpleegkundigen en zijn er nog maar weinig shared clinician-scientist functies voor gepromoveerde verpleegkundigen waarin onderzoeksfunctie en functie in de zorg gecombineerd wordt in een functie. Het LMNR-programma ondersteunt en stimuleert gepromoveerde verpleegkundigen om een academische carrière te ontwikkelen zodat de capaciteiten van deze professionals optimaal benut worden. Het gaat hierbij om het ontwikkelen van verplegingswetenschap en het vak verpleegkunde: het verbeteren van de zorg aan patiënten door meer evidence based zorg, hogere kwaliteit en meer veiligheid in de zorg én het versterken van onderwijs aan studenten verpleegkunde en verplegingswetenschap.

Lees meer over het leiderschapsprogramma
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het LMNR-programma

Aan het LMNR 2.0 programma doen 19 gepromoveerde verpleegkundig onderzoekers ofwel de LMNR-fellows mee. Zij zijn verbonden aan verschillende universitaire medische centra (umc’s) en hogescholen in Nederland. De fellows werken aan de verdere ontwikkeling van hun leiderschap- en onderzoekscompetenties. Zij volgen verschillende tweedaagse workshops en eendaagse meetings waarin experts over hun eigen professionele ontwikkeling vertellen en in discussie gaan met de fellows. Er is aandacht voor de ontwikkeling van een eigen visie op onderzoek en de gezondheidszorg en de beste manier om andere professionals hierin mee te nemen. De fellows leren zichzelf te zien als leiders op hun eigen expertisegebied, maar ook als leiders in de gezondheidszorg, nationaal en internationaal.  

Aan de orde komen thema’s als leiderschaps- en professionele ontwikkeling, strategisch leiderschap, het ontwikkelen van onderzoeksprogramma’s, politieke krachtenvelden van de academische wereld en nationale en internationale Grant funding; nationale en internationale samenwerking met andere onderzoekers en professionals. De fellows geven onder andere presentaties over eigen ontwikkeling, nemen deel aan intervisie en aan groepsdiscussies.

Gepromoveerde verpleegkundig onderzoekers:

  • hebben unieke expertise over wetenschappelijk onderzoek en onderzoeksmethodologie
  • werken aan het ontwikkelen van verpleegkundige kennis door het uitvoeren van onderzoek
  • vertalen onderzoeksresultaten in innovaties die klaar zijn voor implementatie
  • implementeren evidence based kennis/innovaties in de klinische praktijk en onderwijs
  • werken samen met bestuurders, manager(s), andere verpleegkundigen en professionals in de zorg in het doen van onderzoek  en de ontwikkeling van evidence die geïmplementeerd kan worden in de klinische praktijk
  • ondersteunen en leiden veranderingsprocessen in zorgorganisaties/zorginstellingen op basis van wetenschappelijke expertise
  • geven onderwijs aan professionals in de zorg over onderzoek en onderzoeksmethodologie
  • schrijven wetenschappelijke artikelen waarin zij de resultaten van onderzoek rapporteren en presenteren de resultaten aan professionals en andere wetenschappers

Het uiteindelijke doel van het onderzoek en het werk van gepromoveerde verpleegkundigen is patiëntenzorg van hoge kwaliteit en de verbetering van de veiligheid van de patiënt, families en communities.

Mentoring

Een belangrijk onderdeel van het programma is mentoring. Alle fellows hebben een mentor. Dit is een senior expert op het gebied van onderzoek en in de verpleegkunde en de gezondheidszorg. Met de mentoren bespreken zij de eigen ontwikkeling en krijgen zij advies over de mogelijke stappen. Uiteraard gaat het er om of en hoe de fellows in staat zijn om goed te reflecteren op eigen gedrag en of zij hun eigen gedrag kunnen veranderen en verder ontwikkelen. Waar lopen zij tegenaan? Boeken zij voortuitgang met hun ontwikkeling?  

Resultaten

Door het leiderschapsprogramma zijn verpleegkundig onderzoekers opgeleid om een sleutelpositie tussen beleid, praktijk, onderzoek en onderwijs te vervullen. De deelnemers hebben zich ontwikkeld tot toonaangevende praktijkgerichte onderzoekers die zich als ambassadeur inzetten voor de verbinding tussen praktijk, beleid, onderzoek en onderwijs. Wij verwachten dat ook LMNR 2.0 zal bijdragen aan de groei van verplegingswetenschap in Nederland met het ultieme doel om de kwaliteit van de zorg en veiligheid van de patiënt te verbeteren.

Thóra B. Hafsteinsdóttir, coördinator LMNR

Dewi Stalpers

Dewi Stalpers is één van deelnemers aan de verpleegkundig leiderschapstraining LMNR 2.0. Zij is assistant professor bij het Julius Centrum UMC Utrecht en plaatsvervangend projectmanager voor RN2Blend bij de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ). In dit interview vertelt zij meer over het project RN2Blend.

Dewi Stalpers

Waarom is het volgens jou belangrijk dat dit onderzoek is gestart?

Nederland telt zo’n 200.000 verpleegkundigen en verzorgenden. Het is daarmee de grootste beroepsgroep in de zorg. Het verpleegkundig beroep heeft zich de afgelopen jaren steeds verder ontwikkeld, onder andere om te kunnen blijven voldoen aan de steeds complexer wordende zorgvraag. Zo zijn er naast inservice-, mbo-, en hbo-opgeleide verpleegkundigen ook steeds meer master-opgeleide verpleegkundigen. Toch zie je dat verpleegkundigen in de praktijk allemaal ongeveer hetzelfde werk doen. Een hbo-verpleegkundige heeft op de opleiding bijvoorbeeld geleerd te coördineren, maar kan dat eenmaal in functie vaak niet direct toepassen. Dat is zonde, want zo maak je onvoldoende gebruik van ieders potentieel en het risico op uitstroom is daarmee groter.

Over het algemeen vinden verpleegkundigen dat ervaring het meest belangrijk is in de uitvoering van het werk. Hier zit een kern van waarheid in, maar daarnaast zijn kennis, competenties en vaardigheden van verpleegkundigen ook belangrijke factoren. Bij de huidige manier van werken, waarbij elke verpleegkundige in het begin hetzelfde werk doet en dezelfde verantwoordelijkheden heeft, maken we nog onvoldoende gebruik van ieders capaciteiten.

Lees het hele interview met Dewi Stalpers
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Hoe draagt RN2Blend bij aan deze discussie?

RN2Blend wil hieraan bijdragen door te onderzoeken wat er verandert als je verpleegkundigen gedifferentieerd inzet en wat de effecten ervan zijn op bijvoorbeeld werktevredenheid en de kwaliteit van verpleegkundige zorg. Ervaringen in proeftuinen laten al mooie resultaten zien. Maar om echt conclusies te kunnen trekken, is wetenschappelijk onderzoek over een langere periode nodig, in meerdere ziekenhuizen. Zo kan een goed beeld ontstaan van de effecten van het gedifferentieerd inzetten van verpleegkundigen, want een transitie naar een ander soort werken is een intensief proces dat jaren duurt.

Wat is jouw rol in het onderzoeksteam?

Ik ben 1 van de 5 senior onderzoekers. Elke onderzoeker volgt – samen met een promovendus – zijn eigen onderzoekslijn. Eén van de onderwerpen waarmee ik mij ga bezighouden is niet-uitgevoerde verpleegkundige zorg. Uit de praktijk blijkt dat bepaalde taken van verpleegkundigen door bijvoorbeeld hoge werkdruk blijven liggen, zoals het troosten van patiënten. Dit kan niet alleen gevolgen hebben voor de patiënt, maar ook voor de manier waarop verpleegkundigen hun werk ervaren. Als je aan bepaalde taken niet toekomt, kun je minder tevreden zijn over je werk. We zijn benieuwd of er door gedifferentieerde inzet minder taken blijven liggen en of hiermee ook de kwaliteit van zorg omhoog gaat.
Ook ga ik onderzoek doen naar job crafting, oftewel het maken van kleine aanpassingen in het eigen werk. Het verpleegkundige beroep kent weliswaar vaste kaders, daarbinnen bestaan wel mogelijkheden om bijvoorbeeld bepaalde taken anders uit te voeren. We kijken naar de ontwikkeling en gevolgen van job crafting voor bijvoorbeeld werkplezier en de kwaliteit van verpleegkundige zorg.

Hoe gaan jullie het onderzoek uitvoeren?

RN2Blend combineert kwalitatieve en kwantitatieve onderzoeksmethoden. Ik ben van origine een kwantitatief onderzoeker. De FD tool, een instrument waarmee ziekenhuizen inzicht krijgen in de effecten van functiedifferentiatie, vormt een belangrijke databron. Maar we doen bijvoorbeeld ook literatuuronderzoek en gaan meekijken in de praktijk. Naast de eigen onderzoekslijn proberen we als onderzoeksgroep ook samen te werken en connecties te maken tussen de onderzoekslijnen. Ook komt er een gezamenlijke onderzoekslijn, waarin we ons onder meer richten op historisch onderzoek naar wat er in de loop van de jaren allemaal gebeurd is rondom het onderwerp functiedifferentiatie.

Wat neem je mee vanuit je eigen verpleegkundige achtergrond?

Het is een onderzoek voor en door verpleegkundigen. Bijna alle onderzoekers, waaronder ikzelf, hebben ervaring als verpleegkundige. Ik heb jaren op de IC gewerkt en heb de ontwikkeling en professionalisering van de beroepsgroep meegemaakt. En zie ook dat we – door verpleegkundigen hetzelfde werk te laten doen – een deel van de verpleegkundigen overvragen en een andere deel juist onder hun niveau laten werken. Dit blootleggen en hierover de discussie starten, kan veel winst opleveren.

Wat is jouw belangrijkste drijfveer om mee te doen?

Ik wil verpleegkundigen bewust maken van de invloed die ze hebben. Verpleegkundigen doen heel belangrijk werk, ze zijn eigenlijk de advocaat van de patiënt en hebben daarmee veel invloed op de kwaliteit van de patiëntenzorg. Maar toch hebben verpleegkundigen nauwelijks zeggenschap over de uitoefening van hun vak. Mijn overtuiging is dat ze veel meer invloed kunnen hebben dan nu het geval is. Maar dan moet duidelijk naar voren komen wat ieders rol precies is. Ook een goede positionering in de organisatie is erg belangrijk. Verpleegkundigen moeten hun eigen rol durven pakken en verantwoordelijkheid hierin nemen. Dat gebeurt nu nog te weinig. Verpleegkundigen vormen de grootste beroepsgroep in de zorg, maar hebben de minste impact. En daar moet iets in veranderen, wil je iedereen binnen het verpleegkundig beroep laten excelleren.

Wat kunnen ziekenhuizen straks met de onderzoeksresultaten? En verpleegkundigen?

Nu het wettelijke traject is gestaakt, is het onzeker in hoeverre ziekenhuizen gaan investeren in gedifferentieerde inzet van verpleegkundigen. Niet iedereen ziet de urgentie, of de middelen zijn er niet. Voor ziekenhuizen is het daarom interessant om te zien wat functiedifferentiatie ze kan opleveren, bijvoorbeeld in termen van tevredenheid, gezondheidswinst of personeelsverloop.
Daarnaast streven we ernaar om met het onderzoek inzichtelijk te maken hoe gedifferentieerde inzet van verpleegkundigen het beste vorm kan krijgen en wat daar allemaal voor nodig is. De ervaringen uit de proeftuinen laten ons tot nu toe vooral zien dat individuele teams erg kunnen verschillen. Het doel is om ziekenhuizen van elkaar te laten leren. De onderzoekers ondersteunen dit proces met wetenschappelijke input waarmee ook overkoepelende uitspraken kunnen worden gedaan.

Waar zitten de overeenkomsten, waar de verschillen en hoe pas je dat het beste toe in je eigen organisatie, afdeling of team?

Een groot wetenschappelijk onderzoek doen naar het verpleegkundig beroep kan mijns inziens alleen maar heel veel opleveren. Over 4 jaar verwacht ik dat er voor de ziekenhuizen meer duidelijkheid is over een functiemix die voor ieder in zijn eigen context werkt, waar iedereen tevreden mee is, waarmee verpleegkundigen in hun eigen rol kunnen excelleren, waarbij de kwaliteit van zorg goed is en de patiënt tevreden. Voor de verpleegkundigen hoop ik dat we daadwerkelijk kunnen laten zien wat verpleegkundigen betekenen, niet alleen voor de patiënt, maar ook voor de organisatie. En dat elke verpleegkundige – én de verpleegkundige beroepsgroep als geheel – op elk niveau, binnen en buiten de organisatie, zichtbaar is en impact heeft.


> lees meer over Dewi Stalpers

Cindy de Bot

Cindy de Bot is docent-onderzoeker bij het lectoraat Leven Lang in Beweging en Zorg rond het Levenseinde (Academie voor Gezondheidszorg opleiding Verpleegkunde Avans Hogeschool). In haar vlog vertelt ze wat verpleegkundig leiderschap betekent voor haar als docent-onderzoeker verpleegkunde bij de opleiding hbo-verpleegkunde aan de Avans Hogeschool.


> lees meer over Cindy de Bot

Programma Tussen Weten en Doen

De ontwikkeling en uitvoering van de leiderschapstraining LMNR 1.0 is gefinancierd door het ZonMw-programma Tussen Weten en Doen. Ook de uitvoering van LMNR 2.0 is (mede) door dit progamma gefinancierd.

Het programma Tussen Weten en Doen II heeft verpleegkundigen gestimuleerd om praktisch onderzoek te doen waar collega’s in de praktijk veel aan hebben. Tussen 2010 en 2019 heeft het programma gewerkt aan 2 doelstellingen:

  1. het versterken van de onderzoekinfrastructuur voor verpleegkundig onderzoek
  2. kennisontwikkeling door het onderbouwen van verpleegkundige zorghandelingen

Benieuwd wat er allemaal is bereikt? Bekijk de online publicatie over de resultaten.

Redactie Deelnemers LMNR 2.0, Eindredactie ZonMw

Meer informatie

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website