In februari 2019 is de tweede groep fellows gestart met de training Leadership Mentoring in Nursing Research (LMNR 2.0). De leiderschapstraining richt zich op gepromoveerde verpleegkundigen en postdocs die werkzaam zijn als onderzoekers.

Inhoud

Introductie

Thóra B. Hafsteinsdóttir (coördinator LMNR) vertelt waarom er een leiderschapsprogramma voor verpleegkundig onderzoekers nodig is en wat het programma inhoudt.

Thóra Hafsteinsdottír

Om verplegingswetenschap verder te ontwikkelen, zijn er meer gepromoveerde verpleegkundigen nodig die werken aan praktijkgericht onderzoek. Gepromoveerde verpleegkundigen doen kwalitatief goed onderzoek en zijn sleutelfiguren in evidence based care, het ontwikkelen van zorgprogramma’s en therapeutische interventies voor patiënten en families. Daarnaast spelen zij ook een belangrijke rol in het onderwijs en  in het verbeteren van de klinische praktijk.

Op dit moment zijn er nog te weinig carrièremogelijkheden voor gepromoveerde verpleegkundigen en zijn er nog maar weinig shared clinician-scientist functies voor gepromoveerde verpleegkundigen waarin onderzoeksfunctie en functie in de zorg gecombineerd wordt in een functie. Het LMNR-programma ondersteunt en stimuleert gepromoveerde verpleegkundigen om een academische carrière te ontwikkelen zodat de capaciteiten van deze professionals optimaal benut worden. Het gaat hierbij om het ontwikkelen van verplegingswetenschap en het vak verpleegkunde: het verbeteren van de zorg aan patiënten door meer evidence based zorg, hogere kwaliteit en meer veiligheid in de zorg én het versterken van onderwijs aan studenten verpleegkunde en verplegingswetenschap.

Lees meer over het leiderschapsprogramma
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het LMNR-programma

Aan het LMNR 2.0 programma doen 19 gepromoveerde verpleegkundig onderzoekers ofwel de LMNR-fellows mee. Zij zijn verbonden aan verschillende universitaire medische centra (umc’s) en hogescholen in Nederland. De fellows werken aan de verdere ontwikkeling van hun leiderschap- en onderzoekscompetenties. Zij volgen verschillende tweedaagse workshops en eendaagse meetings waarin experts over hun eigen professionele ontwikkeling vertellen en in discussie gaan met de fellows. Er is aandacht voor de ontwikkeling van een eigen visie op onderzoek en de gezondheidszorg en de beste manier om andere professionals hierin mee te nemen. De fellows leren zichzelf te zien als leiders op hun eigen expertisegebied, maar ook als leiders in de gezondheidszorg, nationaal en internationaal.  

Aan de orde komen thema’s als leiderschaps- en professionele ontwikkeling, strategisch leiderschap, het ontwikkelen van onderzoeksprogramma’s, politieke krachtenvelden van de academische wereld en nationale en internationale Grant funding; nationale en internationale samenwerking met andere onderzoekers en professionals. De fellows geven onder andere presentaties over eigen ontwikkeling, nemen deel aan intervisie en aan groepsdiscussies.

Gepromoveerde verpleegkundig onderzoekers:

  • hebben unieke expertise over wetenschappelijk onderzoek en onderzoeksmethodologie
  • werken aan het ontwikkelen van verpleegkundige kennis door het uitvoeren van onderzoek
  • vertalen onderzoeksresultaten in innovaties die klaar zijn voor implementatie
  • implementeren evidence based kennis/innovaties in de klinische praktijk en onderwijs
  • werken samen met bestuurders, manager(s), andere verpleegkundigen en professionals in de zorg in het doen van onderzoek  en de ontwikkeling van evidence die geïmplementeerd kan worden in de klinische praktijk
  • ondersteunen en leiden veranderingsprocessen in zorgorganisaties/zorginstellingen op basis van wetenschappelijke expertise
  • geven onderwijs aan professionals in de zorg over onderzoek en onderzoeksmethodologie
  • schrijven wetenschappelijke artikelen waarin zij de resultaten van onderzoek rapporteren en presenteren de resultaten aan professionals en andere wetenschappers

Het uiteindelijke doel van het onderzoek en het werk van gepromoveerde verpleegkundigen is patiëntenzorg van hoge kwaliteit en de verbetering van de veiligheid van de patiënt, families en communities.

Mentoring

Een belangrijk onderdeel van het programma is mentoring. Alle fellows hebben een mentor. Dit is een senior expert op het gebied van onderzoek en in de verpleegkunde en de gezondheidszorg. Met de mentoren bespreken zij de eigen ontwikkeling en krijgen zij advies over de mogelijke stappen. Uiteraard gaat het er om of en hoe de fellows in staat zijn om goed te reflecteren op eigen gedrag en of zij hun eigen gedrag kunnen veranderen en verder ontwikkelen. Waar lopen zij tegenaan? Boeken zij voortuitgang met hun ontwikkeling?  

Resultaten

Door het leiderschapsprogramma zijn verpleegkundig onderzoekers opgeleid om een sleutelpositie tussen beleid, praktijk, onderzoek en onderwijs te vervullen. De deelnemers hebben zich ontwikkeld tot toonaangevende praktijkgerichte onderzoekers die zich als ambassadeur inzetten voor de verbinding tussen praktijk, beleid, onderzoek en onderwijs. Wij verwachten dat ook LMNR 2.0 zal bijdragen aan de groei van verplegingswetenschap in Nederland met het ultieme doel om de kwaliteit van de zorg en veiligheid van de patiënt te verbeteren.

Thóra B. Hafsteinsdóttir, coördinator LMNR

Margo van Mol

Margo van Mol is één van de deelnemers aan het verpleegkundig leiderschapsprogramma LMNR 2.0. Zij werkt als verpleegkundig onderzoeker op de intensive care (IC) van het Erasmus MC, Rotterdam, waar tijdens de COVID-19 periode de capaciteit verdubbelde om hoogstaande en geavanceerde IC-zorg te leveren. Margo heeft zich in die tijd oproepbaar gesteld om in de zorg op de IC te ondersteunen.

Wat mij het meeste opviel was de daadkracht en saamhorigheid die de nieuwe werkprocessen en noodzakelijke aanpassingen kenmerkten. Iedereen stond klaar in moeilijke omstandigheden.

'Camping-IC'

Ik heb een aantal diensten gewerkt op onze ‘camping-IC’, zo noemden we de extra unit waar in heel korte tijd een verpleegafdeling werd toegerust met alles wat er nodig was om IC-zorg te kunnen garanderen. Het was best een bijzondere tijd.

Portretfoto Margo van Mol

Digitale dagboek app

Het was een periode dat persoonsgerichte zorg wat meer naar de achtergrond verschoof als gevolg van de quarantainemaatregelen. Dit maakte het heel helder voor mij dat de ondersteuning van naasten op een andere manier vorm moest krijgen. Juist het directe en intermenselijke contact raakt de kern van het verpleegkundig beroep, en dat was ineens allemaal ‘op afstand’. De ontwikkeling van een digitale dagboek app door het Catharina Ziekenhuis in samenwerking met Game Solution en het Erasmus MC was een mooie innovatie die hierop inspeelde. Dat ik daar nu onderzoek naar kan doen, of het ook toepasbaar en effectief is in de dagelijkse praktijk, is een mooi vervolg.

Rouwzorg ondersteuning

Ook in de situatie van overlijden van de patiënt bleek dat de afscheidsmand, een tool met verschillende materialen om de rouwzorg te ondersteunen, door IC-verpleegkundigen veelvuldig werd gebruikt. Dit voorbeeld van goede zorg ga ik samen met Erica Witkamp, lector aan de Hogeschool Rotterdam, verder ontwikkelen om in andere ziekenhuizen te kunnen gebruiken.

Superviserende rol

Deze COVID-19 werkervaring maakte voor mij ook duidelijk waar de IC-verpleegkundigen moeite mee hadden. En welke aanvullende vaardigheden nodig zijn om een eventuele volgende gezondheidscrisis met vertrouwen tegemoet te treden. Dat is bijvoorbeeld in een superviserende rol, met het aansturen en motiveren van ondersteunende collega’s om kwalitatief de beste uitkomsten voor de IC-patiënt te behalen.

Rolmodel

De ledenpeiling van V&VN-IC biedt aanknopingspunten; communicatievaardigheden, coördinatie van taken, en feedback geven en ontvangen worden door de beroepsgroep daarbij als aanvullend gezien. Daarnaast is klinisch leiderschap essentieel; de superviserend verpleegkundige is kritisch over processen, stelt reflectieve en onderzoekende vragen en is in staat als rolmodel het verschil te maken voor uitkomsten van patiënten.

Verpleegkundig leiderschap houdt voor mij in dat je opkomt voor de patiënt, daadkracht en lef toont, persoonsgerichte ondersteuning geeft, en passie hebt voor het verpleegkundig vak. Dit kan voor iedereen anders vorm krijgen. De ene verpleegkunde voelt zich prettig in de coördinatie van klinische zorg voor de patiënt en een ander is lid van een verpleegkundige raad. Elke situatie vraagt om leiderschap en zeggenschap op een andere manier. Dat is ook moed houden, positief blijven, nieuwe kansen aangrijpen en het vooral samen blijven doen.

Positieve verandering in de werkomstandigheden

Het is uitdagend om in dit grotere geheel concreet te kunnen bijdragen aan een positieve verandering in de werkomstandigheden. Ik ben nu lid van het kernteam ‘Vitaliteit van de medewerkers’ in het Erasmus MC. Dat geeft mij de kans om te participeren in kwalitatieve verdieping en kwantitatieve metingen te coördineren met betrekking tot de behoeften van zorgprofessionals. Het doel is op korte termijn verbeteracties te bewerkstelligen waardoor vitaliteit en werkplezier gestimuleerd worden.

Nazorg voor de IC-patiënt en naasten

In mijn rol als bestuurslid van stichting Family and patient Centered Intensive Care (FCIC) verbind ik vrijwilligerswerk met mijn dagelijkse werkzaamheden op de IC. De focus ligt op het verbeteren van nazorg voor de IC-patiënt en naasten. Tijdens een expert conferentie in het najaar 2020 nemen we het patiëntenperspectief als uitgangspunt voor de vaststelling van een wetenschappelijk statement met prioritering van onderzoeksvragen. Dit is een unieke gelegenheid om toekomstige projecten te agenderen en netwerk allianties te vormen in het domein van de psychosociale ondersteuning van IC-patiënten en hun naasten.

Zeecontainer als extra IC-unit op Sint-Maarten

Tenslotte, terug in de praktijk. Op tijdelijke basis ga ik als IC-verpleegkundige in Sint-Maarten werken en het team ondersteunen in de opvang van COVID-19 patiënten in een zeecontainer als extra IC-unit. Ik stap bewust uit mijn comfortzone en ga mijn nieuwsgierige attitude de ruimte geven. Zo kan ik daar leren van de culturele verschillen en dit mee terugnemen in ons project rouwzorg IC. En ik ga ook gewoon genieten van zon-zee-strand voor zover de situatie het op dat moment toelaat.

Petra Erkens

Petra Erkens is één van de deelnemers aan het verpleegkundig leiderschapsprogramma LMNR 2.0. Zij is sinds 1 maart assistent professor bij de Academische Werkplaats Ouderenzorg Zuid-Limburg (AWO-ZL). Daarvoor werkte zij als docent-onderzoeker bij Zuyd Hogeschool.

Coronacrisis

'Ik zat nog midden in mijn inwerkperiode toen de coronacrisis uitbrak. Als oud-verpleegkundige, epidemioloog én docent Verpleegkunde had ik het gevoel dat ik wel iets zou kunnen betekenen. Ik heb me aangemeld als vrijwilliger en mocht kiezen tussen een plek in het ziekenhuis of in de ouderenzorg.

Vrijwilliger in de ouderenzorg

Het werd de ouderenzorg (zorgcentrum Zuyderland Glana)', vertelt ze. 'Want dit is mijn nieuwe werkgebied. Bovendien is Zuyderland een van de partnerorganisaties van de AWO-ZL én ik ken Zuyderland al goed vanuit mijn vorige baan. Ik ben hartstikke trots op mijn nieuwe werkgever dat ik deze ruimte heb gekregen.'

'Het was best spannend, alsof ik weer stagiaire was.'

Petra Erkens

Mooie ervaring

'Omdat het 12 jaar geleden is dat ik voor het laatst als verpleegkundige heb gewerkt, voelde ik me niet bekwaam om in die rol aan de slag te gaan. Daarom ben ik ingezet als zorgassistent in ochtenddiensten van 7 tot 12 uur. In de middaguren werkte ik voor de AWO-ZL. Mijn twee kinderen van 2 en 4 mochten in deze periode naar de noodopvang, dus dat gaf mij wel de nodige rust.'

'Terugkijkend vond ik het een hele mooie ervaring. Zo heb ik bruikbare kennis opgedaan voor mijn nieuwe onderzoek over bottom-up verpleegkundig leiderschap in de ouderenzorg. Ik heb in de praktijk kunnen ervaren hoe teamdynamiek werkt en wat de invloed is van procedures op het dagelijkse werk. En ik heb gezien hoe je als verpleegkundige/verzorgende het verschil kunt maken door écht contact te maken met een cliënt. Aandacht voor de eigen regie van cliënten is hierbij ontzettend belangrijk. In deze periode werd dit om bekende redenen beperkt. Wat ik zeker weet, is dat de eigen regie van cliënten een plek verdient in verpleegkundig leiderschap. Mooi dat ik daar met mijn onderzoek op kan inspelen.'

> Bekijk het profiel van Petra Erkens

Annemarie de Vos

Annemarie de Vos is één van de deelnemers aan het verpleegkundig leiderschapsprogramma LMNR 2.0. Zij werkt als verpleegkundig onderzoeker in het Amphia ziekenhuis in Breda, één van de ziekenhuizen die geconfronteerd werd met een grote toestroom van COVID-19 patiënten in de periode maart tot mei 2020.

Als reactie op de grote toestroom van COVID-19 patiënten heeft Amphia een omvangrijke reorganisatie van verpleegafdelingen en personeel uitgevoerd. Ook ik ben als buddy gaan ‘bijspringen’ op de Intensive Care.

Hier signaleerde ik hoe het noodzakelijke gebruik van de mondmaskers de communicatie met patiënten, familie en collega’s nadelig beïnvloedde. De gezichtsexpressie was niet af te lezen en de herkenbaarheid van mensen voor zowel collega’s als patiënten werd aantoonbaar belemmerd. Bovendien leidde het langdurig dragen van de maskers tot drukplekken op de neusbrug en jukbeenderen, zo bleek uit gesprekken met verpleegkundigen en andere zorgmedewerkers.

Dat moet beter kunnen, dacht ik!

Protretfoto Annemarie de Vos

Transparant mondmasker

Andere (transparante) materialen? Innovatief ontwerp? Of een andere toepassing? De subsidieoproep voor de ZonMw-subsidie ‘Creatieve oplossingen aanpak Coronavirus (COVID-19)’ bood uitkomst. Samen met Onno Helder van Create4Care, Erasmus MC, Rotterdam heb ik met succes een offerte ingediend. Met de ontvangen subsidie hebben we een ontwikkeltraject voor het transparante mondmasker opgezet.

Het doel van dit ontwikkeltraject is het opleveren een eerste proof of concept van het transparante mondmasker gericht op het vergroten van de herkenbaarheid van de zorgmedewerker ten opzichte van de patiënt. Een duidelijke gezichtsuitdrukking maakt dat de boodschap beter overgebracht wordt. Daarnaast is er meer herkenning met welke zorgmedewerker de patiënt of de familie heeft gesproken.

Bovendien zorgt het gebruik van het transparante mondmasker er voor dat:

  1. Patiënten minder angstig zijn, doordat de zorgmedewerker nu een geruststellende gezichtsexpressie, een lach of vriendelijkheid kan tonen
  2. Dove, slechthorende en oudere patiënten kunnen liplezen
  3. Er minder belemmeringen zijn in de communicatie met delirante patiënten of patiënten met een verstandelijke beperking.

Een tweede doel van de oplevering van het proof of concept is het verbeteren van het draagcomfort, de herkenbaarheid en de intercollegiale non-verbale communicatie. De duidelijke herkenbaarheid ondersteunt de communicatie tussen zorgmedewerkers in het behandelteam en draagt bij aan patiëntveiligheid in hectische periodes. Daarnaast ondersteunt een ‘open gezicht’ de onderlinge non-verbale communicatie (‘Was mijn vraag duidelijk?’ ‘Hoe sta jij hierin?’ ‘Welke emotie zie ik?’).

Effectief ondersteunen van verpleegkundigen (in opleiding) in het omgaan met de emotionele belasting

Een ander COVID-19-gerelateerd onderzoek voer ik samen uit met mede-LMNR-fellow dr. Cindy de Bot. Door middel van exploratieve focusgroepen met verpleegkundigen en hbo-v studenten maken we inzichtelijk in hoeverre het stellen van de 3 vragen:

  • Welke gebeurtenissen van vandaag zijn je bijgebleven?
  • Hoe voel je je (lichamelijk en mentaal)?
  • Heb je genoeg steun?

(Collard & Vermeulen 2020) bijdraagt aan het effectief ondersteunen van verpleegkundigen (in opleiding) in het omgaan met de emotionele belasting tijdens en na de COVID-19 uitbraak. De resultaten van dit onderzoek worden vertaald naar een praktisch toepasbaar kennisproduct dat toegepast kan worden in onderwijs- en zorginstellingen.

Invloed crisismanagement op de verpleegkundige werkomgeving

Ten slotte voer ik in het Amphia ziekenhuis een onderzoek uit met als doel inzicht te krijgen in de wijze waarop het crisismanagement tijdens de COVID-19 pandemie de verpleegkundige werkomgeving in Amphia heeft beïnvloed. Tijdens de semigestructureerde interviews met verpleegkundigen en beleidsmakers ligt de nadruk op zeggenschap over de beroepsuitoefening, autonomie, werken met vakbekwame collega’s en support van de leidinggevende. In dit onderzoek zijn we op zoek naar antwoorden op de vraag hoe een adequate en flexibele inzet van verpleegkundigen kan worden gerealiseerd, zodat verpleegkundigen optimale kwaliteit van zorg kunnen leveren en werkplezier ervaren en ziekenhuizen in staat zijn verpleegkundigen te binden, boeien en behouden.

Database

Ik ben lid van de Centrale Wetenschap Commissie en de Commissie Wetenschapsfonds in Amphia. Sinds april jl. is daar het lidmaatschap van de werkgroep Wetenschap Amphia COVID-19 (WAC-19) bijgekomen. Deze werkgroep is samengesteld om overzicht in COVID-19 gerelateerd wetenschappelijk onderzoek te creëren, overlap te voorkomen, data-acquisitie te uniformeren en het contract-gebonden research in Amphia te optimaliseren. Er is inmiddels een database ingericht, waaruit data voor wetenschappelijk onderzoek geëxtraheerd kunnen worden. Daarnaast is een artikel onderweg, waarin het proces van idee tot opzet en gebruik van deze database beschreven wordt.

> Bekijk het profiel van Annemarie de Vos

Anneke van Vught

Anneke van Vught is één van deelnemers aan de verpleegkundig leiderschapstraining LMNR 2.0. Zij is associate lector binnen het lectoraat Organisatie van Zorg en Dienstverlening van de HAN University of Applied Sciences, waar ze zich inzet om de deskundigheid van professionals in de veranderde gezondheidszorg tot hun recht te laten komen.

Portretfoto Anneke van Vught

Zorgmasters: verpleegkundig specialisten en physician assistants

Met heel veel plezier geef ik leiding aan diverse onderzoeksprojecten die gaan over het optimaal positioneren van (nieuwe) zorgprofessionals in de veranderende gezondheidszorg. Hierbinnen richt ik me op de positionering van de Zorgmasters, physician assistant (PA) en verpleegkundig specialist (VS). Eén van deze studies gaat over de ruimte voor zorgmasters in het verschuiven van (medische) zorg vanuit het ziekenhuis/instelling naar dichtbij de patiënt. Afgelopen januari (2020) heeft minister Bruins een kamerbrief gestuurd naar de Tweede Kamer over de resultaten van dit project en aanbevelingen richting de inzet van zorgmasters binnen het verschuiven van zorg naar de eerste lijn.

Ook ben ik redacteur van de website zorgmasters.nl. Hierin verzamelen en delen we kennis over de physician assistants en verpleegkundig specialisten. De website richt zich op professionals, beleidsmakers en patiënten.

Lees de hele blog van Anneke van Vught
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Van kennis naar praktijk

Mijn werk kenmerkt zich door het integreren van kennis uit de wetenschap en uit de praktijk. Nooit meer een onderzoek op de plank, maar direct toepassen en gebruiken in de praktijk. Een mooie vorm van onderzoek die hierbij past is het actieonderzoek, waarbij kennis en toepassen in de praktijk hand in hand gaan. Wat ik erg leuk vind is het bottum-up bezig zijn met professionals, waarbij ontwikkelde kennis direct wordt toegepast op de werkvloer. De EVIDENCE-projecten zijn hiervan een voorbeeld. Hierin ontdekken we samen met professionals en cliënten welke methodieken effectief zijn om een leercultuur te ontwikkelen en wat daarvoor nodig is.

Samen met professionals ontwikkel ik praktische tools waarin de verkregen kennis en inzichten uit onderzoek zijn vertaald naar de dagelijkse beroepspraktijk. Een voorbeeld hiervan is de handreiking voor de verpleegkundig specialist GGZ in de rol van regiebehandelaar, een reflectie instrument voor de verpleegkundig specialist GGZ om de rol van regiebehandelaar te optimaliseren.

Toekomstige zorgprofessionals en onderzoekers

Ik geloof erg in het opleiden van (toekomstige) professionals in de praktijk. Vanuit de HAN ben ik betrokken bij het ontwikkelen van hybride leerwerkplaatsen. Het doel van deze leerwerkplaatsen is om een lerend klimaat te organiseren voor professionals en studenten, waarbij onderzoek, onderwijs en praktijk in elkaar verweven zijn. Naast onderwijs binnen bachelor- en masteropleidingen, begeleid ik op dit moment 3 promovendi, waarvan 1 in Zwitserland.

Droom

Mijn droom is om in de aankomende jaren in Nederland stappen te zetten naar het ontwikkelen van nurse-led clinics buiten het ziekenhuis. De potentie hiervan is onderzocht in de evaluatie van PA en VS in de anderhalve lijn. In deze nurse-led clinics is de VS rechtstreeks toegankelijk voor patiënten voor het verlenen van beperkt complexe medische zorg. Deze rol kan ook door een PA worden ingevuld. Zij werken hierin samen met medisch specialisten, huisartsen, wijkverpleegkundigen en andere professionals in de eerstelijn. Het doel van deze ontwikkeling is het organiseren van de juiste (medische) zorg dichtbij de patiënt, op een doelmatige manier, waarbij de vertrouwde omgeving en de laagdrempelige benadering ervoor zorgen dat reis van de patiënt in de gezondheidszorg zo aangenaam mogelijk is en daarbij toegankelijk, met beheersbare kosten en kwalitatief hoogwaardig.

> Bekijk het profiel van Anneke van Vught

Dewi Stalpers

Dewi Stalpers is één van deelnemers aan de verpleegkundig leiderschapstraining LMNR 2.0. Zij is assistant professor bij het Julius Centrum UMC Utrecht en plaatsvervangend projectmanager voor RN2Blend bij de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ). In dit interview vertelt zij meer over het project RN2Blend.

Dewi Stalpers

Waarom is het volgens jou belangrijk dat dit onderzoek is gestart?

Nederland telt zo’n 200.000 verpleegkundigen en verzorgenden. Het is daarmee de grootste beroepsgroep in de zorg. Het verpleegkundig beroep heeft zich de afgelopen jaren steeds verder ontwikkeld, onder andere om te kunnen blijven voldoen aan de steeds complexer wordende zorgvraag. Zo zijn er naast inservice-, mbo-, en hbo-opgeleide verpleegkundigen ook steeds meer master-opgeleide verpleegkundigen. Toch zie je dat verpleegkundigen in de praktijk allemaal ongeveer hetzelfde werk doen. Een hbo-verpleegkundige heeft op de opleiding bijvoorbeeld geleerd te coördineren, maar kan dat eenmaal in functie vaak niet direct toepassen. Dat is zonde, want zo maak je onvoldoende gebruik van ieders potentieel en het risico op uitstroom is daarmee groter.

Over het algemeen vinden verpleegkundigen dat ervaring het meest belangrijk is in de uitvoering van het werk. Hier zit een kern van waarheid in, maar daarnaast zijn kennis, competenties en vaardigheden van verpleegkundigen ook belangrijke factoren. Bij de huidige manier van werken, waarbij elke verpleegkundige in het begin hetzelfde werk doet en dezelfde verantwoordelijkheden heeft, maken we nog onvoldoende gebruik van ieders capaciteiten.

Lees het hele interview met Dewi Stalpers
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Hoe draagt RN2Blend bij aan deze discussie?

RN2Blend wil hieraan bijdragen door te onderzoeken wat er verandert als je verpleegkundigen gedifferentieerd inzet en wat de effecten ervan zijn op bijvoorbeeld werktevredenheid en de kwaliteit van verpleegkundige zorg. Ervaringen in proeftuinen laten al mooie resultaten zien. Maar om echt conclusies te kunnen trekken, is wetenschappelijk onderzoek over een langere periode nodig, in meerdere ziekenhuizen. Zo kan een goed beeld ontstaan van de effecten van het gedifferentieerd inzetten van verpleegkundigen, want een transitie naar een ander soort werken is een intensief proces dat jaren duurt.

Wat is jouw rol in het onderzoeksteam?

Ik ben 1 van de 5 senior onderzoekers. Elke onderzoeker volgt – samen met een promovendus – zijn eigen onderzoekslijn. Eén van de onderwerpen waarmee ik mij ga bezighouden is niet-uitgevoerde verpleegkundige zorg. Uit de praktijk blijkt dat bepaalde taken van verpleegkundigen door bijvoorbeeld hoge werkdruk blijven liggen, zoals het troosten van patiënten. Dit kan niet alleen gevolgen hebben voor de patiënt, maar ook voor de manier waarop verpleegkundigen hun werk ervaren. Als je aan bepaalde taken niet toekomt, kun je minder tevreden zijn over je werk. We zijn benieuwd of er door gedifferentieerde inzet minder taken blijven liggen en of hiermee ook de kwaliteit van zorg omhoog gaat.
Ook ga ik onderzoek doen naar job crafting, oftewel het maken van kleine aanpassingen in het eigen werk. Het verpleegkundige beroep kent weliswaar vaste kaders, daarbinnen bestaan wel mogelijkheden om bijvoorbeeld bepaalde taken anders uit te voeren. We kijken naar de ontwikkeling en gevolgen van job crafting voor bijvoorbeeld werkplezier en de kwaliteit van verpleegkundige zorg.

Hoe gaan jullie het onderzoek uitvoeren?

RN2Blend combineert kwalitatieve en kwantitatieve onderzoeksmethoden. Ik ben van origine een kwantitatief onderzoeker. De FD tool, een instrument waarmee ziekenhuizen inzicht krijgen in de effecten van functiedifferentiatie, vormt een belangrijke databron. Maar we doen bijvoorbeeld ook literatuuronderzoek en gaan meekijken in de praktijk. Naast de eigen onderzoekslijn proberen we als onderzoeksgroep ook samen te werken en connecties te maken tussen de onderzoekslijnen. Ook komt er een gezamenlijke onderzoekslijn, waarin we ons onder meer richten op historisch onderzoek naar wat er in de loop van de jaren allemaal gebeurd is rondom het onderwerp functiedifferentiatie.

Wat neem je mee vanuit je eigen verpleegkundige achtergrond?

Het is een onderzoek voor en door verpleegkundigen. Bijna alle onderzoekers, waaronder ikzelf, hebben ervaring als verpleegkundige. Ik heb jaren op de IC gewerkt en heb de ontwikkeling en professionalisering van de beroepsgroep meegemaakt. En zie ook dat we – door verpleegkundigen hetzelfde werk te laten doen – een deel van de verpleegkundigen overvragen en een andere deel juist onder hun niveau laten werken. Dit blootleggen en hierover de discussie starten, kan veel winst opleveren.

Wat is jouw belangrijkste drijfveer om mee te doen?

Ik wil verpleegkundigen bewust maken van de invloed die ze hebben. Verpleegkundigen doen heel belangrijk werk, ze zijn eigenlijk de advocaat van de patiënt en hebben daarmee veel invloed op de kwaliteit van de patiëntenzorg. Maar toch hebben verpleegkundigen nauwelijks zeggenschap over de uitoefening van hun vak. Mijn overtuiging is dat ze veel meer invloed kunnen hebben dan nu het geval is. Maar dan moet duidelijk naar voren komen wat ieders rol precies is. Ook een goede positionering in de organisatie is erg belangrijk. Verpleegkundigen moeten hun eigen rol durven pakken en verantwoordelijkheid hierin nemen. Dat gebeurt nu nog te weinig. Verpleegkundigen vormen de grootste beroepsgroep in de zorg, maar hebben de minste impact. En daar moet iets in veranderen, wil je iedereen binnen het verpleegkundig beroep laten excelleren.

Wat kunnen ziekenhuizen straks met de onderzoeksresultaten? En verpleegkundigen?

Nu het wettelijke traject is gestaakt, is het onzeker in hoeverre ziekenhuizen gaan investeren in gedifferentieerde inzet van verpleegkundigen. Niet iedereen ziet de urgentie, of de middelen zijn er niet. Voor ziekenhuizen is het daarom interessant om te zien wat functiedifferentiatie ze kan opleveren, bijvoorbeeld in termen van tevredenheid, gezondheidswinst of personeelsverloop.
Daarnaast streven we ernaar om met het onderzoek inzichtelijk te maken hoe gedifferentieerde inzet van verpleegkundigen het beste vorm kan krijgen en wat daar allemaal voor nodig is. De ervaringen uit de proeftuinen laten ons tot nu toe vooral zien dat individuele teams erg kunnen verschillen. Het doel is om ziekenhuizen van elkaar te laten leren. De onderzoekers ondersteunen dit proces met wetenschappelijke input waarmee ook overkoepelende uitspraken kunnen worden gedaan.

Waar zitten de overeenkomsten, waar de verschillen en hoe pas je dat het beste toe in je eigen organisatie, afdeling of team?

Een groot wetenschappelijk onderzoek doen naar het verpleegkundig beroep kan mijns inziens alleen maar heel veel opleveren. Over 4 jaar verwacht ik dat er voor de ziekenhuizen meer duidelijkheid is over een functiemix die voor ieder in zijn eigen context werkt, waar iedereen tevreden mee is, waarmee verpleegkundigen in hun eigen rol kunnen excelleren, waarbij de kwaliteit van zorg goed is en de patiënt tevreden. Voor de verpleegkundigen hoop ik dat we daadwerkelijk kunnen laten zien wat verpleegkundigen betekenen, niet alleen voor de patiënt, maar ook voor de organisatie. En dat elke verpleegkundige – én de verpleegkundige beroepsgroep als geheel – op elk niveau, binnen en buiten de organisatie, zichtbaar is en impact heeft.

> Bekijk het profiel van Dewi Stalpers

Cindy de Bot

Cindy de Bot is docent-onderzoeker bij het lectoraat Leven Lang in Beweging en Zorg rond het Levenseinde (Academie voor Gezondheidszorg opleiding Verpleegkunde Avans Hogeschool). In haar vlog vertelt ze wat verpleegkundig leiderschap betekent voor haar als docent-onderzoeker verpleegkunde bij de opleiding hbo-verpleegkunde aan de Avans Hogeschool.


> Bekijk het profiel van Cindy de Bot

Verpleegkundig leiderschap in de COVID-19 situatie

Cindy de Bot is één van deelnemers aan de verpleegkundig leiderschapstraining LMNR 2.0 en docent-onderzoeker bij Avans Hogeschool. Welke impact heeft de coronapandemie op haar werkzaamheden?

Portretfoto Cindy de Bot

'In maart kwam het advies om thuis te werken en ging ik digitaal onderwijs voor onze hbo-verpleegkunde studenten verzorgen. Een hele ingrijpende en 'hands on' verandering.'

Dat onze verpleegkunde studenten en alle zorgprofessionals in de zorg in korte tijd voor een enorme en nieuwe uitdaging stonden in deze crisissituatie moge duidelijk zijn.

Het zoeken naar de juiste vorm van didactisch verantwoord online onderwijs en ook nog 2 kinderen die thuis waren en een thuiswerkende man, vormden wel een uitdaging.

Bijdragen in de zorg


Avans Hogeschool gaf ruimte aan medewerkers die iets wilden bijdragen aan de maatschappij. Zo konden docenten bijvoorbeeld vrijgesteld worden van werkzaamheden voor Avans, zodat zij zich kunnen inzetten in sectoren waar hun hulp hard nodig is. Toe dit duidelijk werd, ben ik meteen in actie gekomen. Ik kon niet niks doen en ben enkele weken bijgesprongen in de thuiszorg in mijn eigen dorp. Ik werd met open armen ontvangen, door collega verpleegkundigen én de ouderen bij wie ik langsging.

Ik vond het wel lastig om te zien hoe pijnlijk de situatie soms was voor kwetsbare ouderen, én voor de zorgverleners. Zorgmomenten waren – waar verantwoord natuurlijk – ingekort om contactmomenten zoveel mogelijk te beperken. Daarnaast was er het gemis van kleinkinderen en andere familieleden en de angst voor de eigen gezondheid. Gelukkig hadden veel van de ouderen via de tablet of de ouderwetse telefoon wel goed contact met hun familie.

Ik vond het ondanks de situatie fijn om weer even terug te zijn in de praktijk, waar je wat beschreven staat in het lesmateriaal weer aan den lijven ondervindt. Af en toe word je weer met je neus op de feiten gedrukt: in theorie kunnen dingen als ‘eigen regie’ of  ‘zo lang mogelijk thuis blijven wonen’ nog zo mooi beschreven staan, de praktijk blijkt soms toch ingewikkelder. Dat zijn zaken die ik meeneem in mijn lessen en in het onderzoek.

Verpleegkundig onderzoek en LMNR-activiteiten


Praktijkgericht onderzoek kwam stil te liggen of de dataverzameling werd digitaal uitgevoerd. Ook het LMNR-programma, waarin het ontwikkelen van verpleegkundig  leiderschapskwaliteiten voorop staat, verdween wat op de achtergrond.

Tussen het (digitale) onderwijs door, zou ik me normaal gesproken prima kunnen concentreren op ander soort werk, zoals subsidie aanvragen en wetenschappelijk artikelen schrijven. Maar dat lukt me momenteel niet echt door de vele afleidingen, het staren naar data en het maken van analyses, lieve WhatsApp-berichten van familie en vrienden en Teams-vergaderingen met collega’s en studenten.

Intussen lijkt het nieuwe normaal wat meer gewoon, kinderen weer naar school en merk ik dat ik meer ruimte krijg in m’n hoofd om toch weer een subsidieaanvraag te schrijven of na te denken over netwerkvorming in het buitenland.

Ook heel goed dat de LMNR-meetings weer opgestart zijn. Wat fijn dat we elkaar weer gezien hebben, al is het digitaal.

Thuis ge- of ontspannen?


Doordat ik nu 100% thuiswerk in plaats van bij Avans Hogeschool is er een minder strikte scheiding tussen thuis en werk. Er zit veel minder een begin en einde aan een werkdag en privé en werk lopen door elkaar heen, waardoor ik veel moeilijker even 'niets' kan doen.

Ik merk dat ik veel met de COVID-19 situatie bezig ben, vooral hoe gaat het lopen voor de nieuwe lichting verpleegkunde studenten, die in augustus gaat starten met minimaal contacturen binnen de muren van de hogeschool en veelal digitaal onderwijs.

Ontspanning: sporten in de sportschool, wat ik 3x per week deed. Het volgens van work-outs digitaal: ik ben er te onrustig voor. Thuis zijn is voelt niet als 'het nieuwe normaal'.

Gelukkig helpt het zonnetje en de achtertuin op z’n tijd en de gedachte dat we met z’n allen steeds dichter bij de dag komen, dat de tijden van COVID-19 voorbij gaan, maar die onrust van 'hoe nu verder' blijft.

> Bekijk het profiel van Cindy de Bot

Programma Tussen Weten en Doen

De ontwikkeling en uitvoering van de leiderschapstraining LMNR 1.0 is gefinancierd door het ZonMw-programma Tussen Weten en Doen. Ook de uitvoering van LMNR 2.0 is (mede) door dit progamma gefinancierd.

Het programma Tussen Weten en Doen II heeft verpleegkundigen gestimuleerd om praktisch onderzoek te doen waar collega’s in de praktijk veel aan hebben. Tussen 2010 en 2019 heeft het programma gewerkt aan 2 doelstellingen:

  1. het versterken van de onderzoekinfrastructuur voor verpleegkundig onderzoek
  2. kennisontwikkeling door het onderbouwen van verpleegkundige zorghandelingen

Benieuwd wat er allemaal is bereikt? Bekijk de online publicatie over de resultaten.

Redactie Deelnemers LMNR 2.0, Eindredactie ZonMw

Meer informatie

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website