Dewi Stalpers-van der Linden is één van de deelnemers aan het verpleegkundig leiderschapsprogramma LMNR 2.0. Samen met een aantal consortiumpartners heeft zij het onderzoek Registred Nurses to Blend (RN2BLEND) opgezet.

RN2Blend, oftewel Registred Nurses to Blend (=vermengen), is een 4-jarig onderzoeksprogramma, dat in opdracht van VWS wordt uitgevoerd om inzicht te krijgen in de (on)mogelijkheden van de gedifferentieerde inzet van verpleegkundigen in ziekenhuizen en universitair medische centra (umc’s).

Waarom is het volgens jou belangrijk dat dit onderzoek is gestart?

Nederland telt zo’n 200.000 verpleegkundigen en verzorgenden. Het is daarmee de grootste beroepsgroep in de zorg. Het verpleegkundig beroep heeft zich de afgelopen jaren steeds verder ontwikkeld, onder andere om te kunnen blijven voldoen aan de steeds complexer wordende zorgvraag. Zo zijn er naast inservice-, mbo-, en hbo-opgeleide verpleegkundigen ook steeds meer master-opgeleide verpleegkundigen. Toch zie je dat verpleegkundigen in de praktijk allemaal ongeveer hetzelfde werk doen. Een hbo-verpleegkundige heeft op de opleiding bijvoorbeeld geleerd te coördineren, maar kan dat eenmaal in functie vaak niet direct toepassen. Dat is zonde, want zo maak je onvoldoende gebruik van ieders potentieel en het risico op uitstroom is daarmee groter.

Over het algemeen vinden verpleegkundigen dat ervaring het meest belangrijk is in de uitvoering van het werk. Hier zit een kern van waarheid in, maar daarnaast zijn kennis, competenties en vaardigheden van verpleegkundigen ook belangrijke factoren.

Portretfoto Dewi Stalpers-van der Linden (landscape)

Bij de huidige manier van werken, waarbij elke verpleegkundige in het begin hetzelfde werk doet en dezelfde verantwoordelijkheden heeft, maken we nog onvoldoende gebruik van ieders capaciteiten.

Hoe draagt RN2Blend bij aan deze discussie?

RN2Blend wil hieraan bijdragen door te onderzoeken wat er verandert als je verpleegkundigen gedifferentieerd inzet en wat de effecten ervan zijn op bijvoorbeeld werktevredenheid en de kwaliteit van verpleegkundige zorg. Ervaringen in proeftuinen laten al mooie resultaten zien. Maar om echt conclusies te kunnen trekken, is wetenschappelijk onderzoek over een langere periode nodig, in meerdere ziekenhuizen. Zo kan een goed beeld ontstaan van de effecten van het gedifferentieerd inzetten van verpleegkundigen, want een transitie naar een ander soort werken is een intensief proces dat jaren duurt.

Wat is jouw rol in het onderzoeksteam?

Ik ben 1 van de 5 senior onderzoekers. Elke onderzoeker volgt – samen met een promovendus – zijn eigen onderzoekslijn. Eén van de onderwerpen waarmee ik mij ga bezighouden is niet-uitgevoerde verpleegkundige zorg. Uit de praktijk blijkt dat bepaalde taken van verpleegkundigen door bijvoorbeeld hoge werkdruk blijven liggen, zoals het troosten van patiënten. Dit kan niet alleen gevolgen hebben voor de patiënt, maar ook voor de manier waarop verpleegkundigen hun werk ervaren. Als je aan bepaalde taken niet toekomt, kun je minder tevreden zijn over je werk. We zijn benieuwd of er door gedifferentieerde inzet minder taken blijven liggen en of hiermee ook de kwaliteit van zorg omhoog gaat.

Ook ga ik onderzoek doen naar job crafting, oftewel het maken van kleine aanpassingen in het eigen werk. Het verpleegkundige beroep kent weliswaar vaste kaders, daarbinnen bestaan wel mogelijkheden om bijvoorbeeld bepaalde taken anders uit te voeren. We kijken naar de ontwikkeling en gevolgen van job crafting voor bijvoorbeeld werkplezier en de kwaliteit van verpleegkundige zorg.

Hoe gaan jullie het onderzoek uitvoeren?

RN2Blend combineert kwalitatieve en kwantitatieve onderzoeksmethoden. Ik ben van origine een kwantitatief onderzoeker. De FD tool, een instrument waarmee ziekenhuizen inzicht krijgen in de effecten van functiedifferentiatie, vormt een belangrijke databron. Maar we doen bijvoorbeeld ook literatuuronderzoek en gaan meekijken in de praktijk. Naast de eigen onderzoekslijn proberen we als onderzoeksgroep ook samen te werken en connecties te maken tussen de onderzoekslijnen. Ook komt er een gezamenlijke onderzoekslijn, waarin we ons onder meer richten op historisch onderzoek naar wat er in de loop van de jaren allemaal gebeurd is rondom het onderwerp functiedifferentiatie.

Wat neem je mee vanuit je eigen verpleegkundige achtergrond?

Het is een onderzoek voor en door verpleegkundigen. Bijna alle onderzoekers, waaronder ikzelf, hebben ervaring als verpleegkundige. Ik heb jaren op de IC gewerkt en heb de ontwikkeling en professionalisering van de beroepsgroep meegemaakt. En zie ook dat we – door verpleegkundigen hetzelfde werk te laten doen – een deel van de verpleegkundigen overvragen en een andere deel juist onder hun niveau laten werken. Dit blootleggen en hierover de discussie starten, kan veel winst opleveren.

Wat is jouw belangrijkste drijfveer om mee te doen?

Ik wil verpleegkundigen bewust maken van de invloed die ze hebben. Verpleegkundigen doen heel belangrijk werk, ze zijn eigenlijk de advocaat van de patiënt en hebben daarmee veel invloed op de kwaliteit van de patiëntenzorg. Maar toch hebben verpleegkundigen nauwelijks zeggenschap over de uitoefening van hun vak. Mijn overtuiging is dat ze veel meer invloed kunnen hebben dan nu het geval is. Maar dan moet duidelijk naar voren komen wat ieders rol precies is. Ook een goede positionering in de organisatie is erg belangrijk. Verpleegkundigen moeten hun eigen rol durven pakken en verantwoordelijkheid hierin nemen. Dat gebeurt nu nog te weinig. Verpleegkundigen vormen de grootste beroepsgroep in de zorg, maar hebben de minste impact. En daar moet iets in veranderen, wil je iedereen binnen het verpleegkundig beroep laten excelleren.

Wat kunnen ziekenhuizen straks met de onderzoeksresultaten? En verpleegkundigen?

Nu het wettelijke traject is gestaakt, is het onzeker in hoeverre ziekenhuizen gaan investeren in gedifferentieerde inzet van verpleegkundigen. Niet iedereen ziet de urgentie, of de middelen zijn er niet. Voor ziekenhuizen is het daarom interessant om te zien wat functiedifferentiatie ze kan opleveren, bijvoorbeeld in termen van tevredenheid, gezondheidswinst of personeelsverloop.
Daarnaast streven we ernaar om met het onderzoek inzichtelijk te maken hoe gedifferentieerde inzet van verpleegkundigen het beste vorm kan krijgen en wat daar allemaal voor nodig is. De ervaringen uit de proeftuinen laten ons tot nu toe vooral zien dat individuele teams erg kunnen verschillen. Het doel is om ziekenhuizen van elkaar te laten leren. De onderzoekers ondersteunen dit proces met wetenschappelijke input waarmee ook overkoepelende uitspraken kunnen worden gedaan.

Waar zitten de overeenkomsten, waar de verschillen en hoe pas je dat het beste toe in je eigen organisatie, afdeling of team?

Een groot wetenschappelijk onderzoek doen naar het verpleegkundig beroep kan mijns inziens alleen maar heel veel opleveren. Over 4 jaar verwacht ik dat er voor de ziekenhuizen meer duidelijkheid is over een functiemix die voor ieder in zijn eigen context werkt, waar iedereen tevreden mee is, waarmee verpleegkundigen in hun eigen rol kunnen excelleren, waarbij de kwaliteit van zorg goed is en de patiënt tevreden. Voor de verpleegkundigen hoop ik dat we daadwerkelijk kunnen laten zien wat verpleegkundigen betekenen, niet alleen voor de patiënt, maar ook voor de organisatie. En dat elke verpleegkundige – én de verpleegkundige beroepsgroep als geheel – op elk niveau, binnen en buiten de organisatie, zichtbaar is en impact heeft.

Over Dewi-Stalpers-van der Linden

Dewi Stalpers is van origine Intensive Care (IC) verpleegkundige. In september 2016 is ze gepromoveerd aan de Universiteit Utrecht op een onderzoek naar de relatie tussen de verpleegkundige werkomgeving en de kwaliteit van zorg. Sinds 2011 is ze werkzaam als adviseur op het project functiedifferentiatie van verpleegkundigen bij de NVZ. Dit in combinatie met haar baan als adviseur op de IC van het St.Antonius Ziekenhuis.

Sinds december 2019 is ze als assistant professor verbonden aan het Julius Centrum (UMC Utrecht). Daarnaast is ze 1 dag per week werkzaam als plaatsvervangend projectmanager RN2Blend bij de NVZ.

Op de hoogte blijven?
Volg Dewi op LinkedIn. Of lees meer over Dewi op de webite van het UMC Utrecht.

Contact
Heb je een vraag aan Dewi? Neem contact op via d.stalpers-2@umcutrecht.nl of d.stalpers@nvz-ziekenhuizen.nl, of via 31 (0)6 82 53 68 34.

Portretfoto Dewi Stalpers-van der Linden (staand)

Verpleegkundig leiderschapsprogramma LMNR 2.0

In februari 2019 startte de 2e groep fellows met het 2-jarig verpleegkundig leiderschapsprogramma Leadership Mentoring in Nursing Research (LMNR 2.0): een leiderschapstraining gericht op gepromoveerde verpleegkundigen en postdocs die werkzaam zijn als onderzoekers. Op 26 februari 2021 vond de slotbijeenkomst Connecting the dots: notes on nursing #2030 plaats.

De ontwikkeling en uitvoering van de leiderschapstraining LMNR 1.0 werd gefinancierd vanuit het inmiddels afgeronde ZonMw-programma Tussen Weten en Doen II. De uitvoering van LMNR 2.0 is ook gefinancierd vanuit het programma Tussen Weten en Doen II, maar wordt vervolgd in het programma Verpleging en Verzorging.

Redactie Dewi Stalpers-van der Linden, eindredactie ZonMw

Meer informatie

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website