Ingrid Staal is één van de deelnemers aan het verpleegkundig leiderschapsprogramma LMNR 2.0. Zij werkt als adviseur innovatie en academisering bij GGD Zeeland. In haar blog vertelt ze hoe de inzet van de 'Balansmeter' een stukje inzicht geeft in de thuissituatie van kinderen tijdens de coronacrisis.

Het ging allemaal zo snel die coronacrisis, de ene maatregel volgde op de andere, het land ging steeds meer op slot. En toen gingen ook nog de scholen dicht. Ik weet nog goed het moment dat Mark Rutte, onze minister president dit aankondigde en dat ik dacht: dit gaat echt impact hebben op gezinnen! De coronacrisis, met alle maatregelen van dien, is al een hele uitdaging voor iedereen en dus ook voor jeugdigen en ouders, maar als de structuur van school ook nog wegvalt en kinderen thuis komen te zitten, dat gaat nog eens zoveel meer vragen van ouders.

Portretfoto Ingrid Staal
Fotografie: Martin de Bouter

Kortom, net als veel mensen maakte ik mij zorgen over wat in de media ‘kwetsbare gezinnen’ werden genoemd.

Waarbij ik mij vooral afvroeg: wie zijn dat dan? Wie kan alle veranderingen best aan, wie kan weer verder na een gesprek, wie heeft steun nodig of meer hulp? Op zich core business van jeugdverpleegkundigen en jeugdartsen, maar als ook hun reguliere contacten met ouders beperkt worden en er geen signalen meer komen via school of de kinderopvang? Hoe vind je die ouders waarvoor je er juist nu wilt zijn?

Balansmeter

Op dat moment viel bij mij het kwartje: hier kunnen we de Balansmeter voor inzetten! Dat idee ben ik gaan voorleggen aan het Landelijk Adviesteam Corona JGZ. Hierop werd ik uitgenodigd voor JGZ-live, een initiatief van het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ) om snel te kunnen schakelen tussen beleid en praktijk. Achteraf is dat een belangrijk moment geweest waar ik zelf nogal tegenop zag om persoonlijke redenen en vanwege de verhouding tussen onderzoek, beleid en praktijk.

Evidence-based werken

Wat ik lastig vind is dat keuzes binnen de jeugdgezondheidszorg lang niet altijd op basis van evidence worden gemaakt. Terwijl we bijvoorbeeld weten dat vroegsignalering in de jeugdgezondheidszorg sterk verbetert wanneer we een goed onderzocht instrument gebruiken. Daarnaast blijkt het moeilijk om iets breed binnen de jeugdgezondheidszorg te implementeren. En voor mijn gevoel was er al zoveel kostbare tijd verloren gegaan. Die ouders en kinderen waar ik mij zorgen om maakte, bleven naar mijn idee nog steeds beperkt en of niet gezien.

Emotionele lading

Ik had de Balansmeter samen met Henk van Stel ontwikkeld. We geloofden er in en waren blij dat het ons gelukt was een dergelijk kort instrument te ontwikkelen in samenwerking met ouders, praktijk en wetenschap. Henk is in het jaar na de ontwikkeling van de balansmeter plotseling overleden en ik moet nu alleen verder, zo voelt dat tenminste, en ik wil dat ons gezamenlijk werk goed terecht komt.

Balans

Ineens kwam het toepassen van de Balansmeter in een stroomversnelling terecht. Dit kwam door het idee van een peiling, geopperd tijdens JGZ-Live. Het NCJ heeft dit direct opgepakt en de Balansmeter vanuit de JGZ eind mei onder zoveel mogelijk ouders verspreid. Ouders werden digitaal, vooral via social media, opgeroepen een Balansmeter in te vullen om inzicht te krijgen in de ervaringen van ouders rondom het opvoeden in coronatijd. Met een geweldig resultaat van meer dan 1.000 reacties. Inmiddels zijn de resultaten bekend. 1 op de 3 ouders gaf hun balans op dat moment een diepe onvoldoende. Om aandacht te blijven houden voor de balans van ouders wordt een volgende oproep uitgezet van 16 september t/m 7 oktober.

‘De kracht die ontstaat wanneer je samen zoekt naar balans’

De Balansmeter geeft de balans van ouders, zoals door hun zelf ervaren, weer. Ook nu hebben we van ouders terug gehoord dat het invullen van de Balansmeter ‘an sich’ al leidde tot het in gesprek gaan met elkaar over opvoeden en hoe het voor jou is om ouder te zijn. Met andere woorden: de Balansmeter laat ouders vertellen hoe het met hen gaat en maakt dat ook voor henzelf inzichtelijk. We wisten dit ook vanuit ons onderzoek naar de balansmeter maar uiteindelijk hebben we de balansmeter wel gemaakt met het doel om in de praktijk toepasbaar te zijn. En ben je dus extra blij wanneer beide (onderzoek en praktijk) elkaar daadwerkelijk versterken.

Impact van de maatregelen

Hoewel uit onderzoek blijkt dat het coronavirus zelf weinig effect heeft op opgroeiende kinderen, wordt steeds meer bekend over de impact van de maatregelen. De bij de peiling anoniem ingevulde Balansmeters geven ons een stukje inzicht in de thuissituatie van kinderen. Uit cijfers van Veilig Thuis weten we dat thuis niet voor alle kinderen een veilige plek is. Terwijl door de sluiting van de scholen, beperkingen van de activiteiten en contacten buitenshuis voor kinderen weinig mogelijkheden over blijven dan thuis. Omdat we vanuit eerder onderzoek naar de Balansmeter over data beschikken, kunnen we ook iets over de ervaren balans van ouders zeggen voor en na de coronacrisis. Dat maakt onderzoek voor de praktijk zo interessant.

Prioriteren

Maar de coronapandemie is nog niet voorbij. Veel van onze jeugd en hun ouders zijn niet meer bereikt sinds de crisis. Toepassing van de Balansmeter op brede schaal binnen jeugdgezondheidszorg-organisaties zou hierin een verschil kunnen maken. De balansmeter zou de jeugdgezondheidszorg ook kunnen helpen prioriteren. De Balansmeter zorgt voor vroegsignalering waarop indien nodig vervolg interventies kunnen worden ingezet. Ik zie dus opnieuw kansen voor het versterken van de praktijk. Het is echter niet aan mij om daarover besluiten te nemen.

De balansmeter

De balansmeter is een wetenschappelijk onderbouwde vragenlijst en bestaat uit 8 korte vragen. Om een snelle en brede toepassing ten tijde van de corona crisis mogelijk te maken is de balansmeter digitaal beschikbaar gemaakt. Ouders beoordelen zelf hun draagkracht en draaglast, het invullen kost hun 2 minuten tijd. De uitkomst geeft aan welke gezinnen alle veranderingen lijken aan te kunnen, wie van hen mogelijk verder kan na een gesprek en wie waarschijnlijk steun of hulp nodig heeft. Vanuit de ontwikkeling en onderzoek naar de balansmeter weten we dat ouders de Balansmeter gebruiken om even stil te staan bij hun situatie, deze te ordenen en te wegen.

Sommige ouders hebben een heel verhaal en komen dan toch tot het oordeel 'ik kan het prima aan' of 'er wordt nu wel meer van me gevraagd, maar ik blijk dat eigenlijk goed te kunnen dragen'. Het instrument heeft wat dat betreft al direct een functie. Maar er zijn ook ouders die tot de conclusie komen 'er ligt wel erg veel op mijn bordje, hulp vragen zou verstandig zijn'.

Onderzoeksproject SPARK

Het instrument is op systematische wijze ontwikkeld vanuit het Julius Centrum, UMC Utrecht en de GGD Zeeland waarbij gebruik is gemaakt van wetenschappelijke literatuur en resultaten van focusgroepen met ouders. Vervolgens is de Balansmeter uitgebreid onderzocht als onderdeel van een overkoepelend onderzoeksproject van de SPARK (ZonMw-project Structured Problem Analysis of Raising Kids). Eerste uitkomsten geven aan dat de interne consistentie van de vragen in de Balansmeter goed is, en dat de uitkomst van de Balansmeter significant samenhangt met de overall risico-inschatting van de SPARK.

Podcast serie ‘Lockdown reflecties’

Sociaal pedagoog Merel Steinweg zocht Ingrid Staal op voor een diepgaand gesprek en kwam erachter hoe zij bijdraagt aan ‘Veerkrachtige generaties’. In het Zeeuwse Sluis spreken Merel en Ingrid Staal over de druk op ouders in deze tijden. Hoe kunnen we die druk én de veerkracht van ouders meten? En wat kan de jeugdgezondheidszorg vervolgens met deze kennis? Ingrid kijkt zowel door de bril van jeugdverpleegkundige als ook wetenschapper naar deze tijden. Ze weet, het draait allemaal om balans.

> Luister deze podcast op Spotify

Over Ingrid Staal

Ingrid Staal is één van de deelnemers aan het verpleegkundig leiderschapsprogramma Leadership Mentoring in Nursing Research. Ze werkt als adviseur innovatie en academisering bij de GGD Zeeland.

In 2020 heeft zij de eervolle vermelding van de Dr. A. J. Swaakprijs ontvangen.

Op de hoogte blijven?
Volg Ingrid op LinkedIn.

Meer informatie over haar onderzoeksprojecten vind je op www.spark-methode.nl.

Contact
Heb je een vraag aan Ingrid? Neem contact op via ingrid.staal@ggdzeeland.nl of +31 (0)6 48 34 19 56.

Protretfoto Ingrid Staal

Fotografie: Martin de Bouter

Publicaties

Verpleegkundig leiderschapsprogramma LMNR 2.0

In februari 2019 startte de 2e groep fellows met het 2-jarig verpleegkundig leiderschapsprogramma Leadership Mentoring in Nursing Research (LMNR 2.0): een leiderschapstraining gericht op gepromoveerde verpleegkundigen en postdocs die werkzaam zijn als onderzoekers. Op 26 februari 2021 vond de slotbijeenkomst Connecting the dots: notes on nursing #2030 plaats.

De ontwikkeling en uitvoering van de leiderschapstraining LMNR 1.0 werd gefinancierd vanuit het inmiddels afgeronde ZonMw-programma Tussen Weten en Doen II. De uitvoering van LMNR 2.0 is ook gefinancierd vanuit het programma Tussen Weten en Doen II, maar wordt vervolgd in het programma Verpleging en Verzorging.

Redactie Ingrid Staal, eindredactie ZonMw

Meer informatie

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website