Het leiderschapsprogramma ondersteunt 12 gepromoveerde verpleegkundig onderzoekers in de verdere ontwikkeling van hun leiderschaps- en onderzoekscompetenties. In deze publicatie stellen we iedere maand één van de deelnemers voor.

Het schort aan massa en verankering van dit soort onderzoek aan de universiteiten: die moet veel steviger. Ook in het advies van de Gezondheidsraad (oktober 2016) wordt hiervoor gepleit. Het ZonMw-programma Tussen Weten en Doen zet al sinds 2010 met een beperkt budget in op uitbreiding van de wetenschappelijke staf en de infrastructuur voor verpleegkundig wetenschappelijk onderzoek aan de universiteiten.

Onderdeel daarvan is dat onderzoekers het spel leren spelen van hoe je je een plaats verwerft aan een universiteit en die bestendigt. Daarom is in februari 2016 het 2-jarige leiderschapsprogramma 'Leadership Mentoring in Nursing Research' (LMNR) ontwikkeld.

Op vrijdag 19 januari 2018 ontvingen de 12 deelnemers hun diploma.

Thóra Hafsteinsdóttir (programmaleider): 'De 12 deelnemers aan het leiderschapsprogramma kunnen in de toekomst grote betekenis hebben voor zowel de praktijk van verpleegkunde als verplegingswetenschap op nationaal én international gebied'.

Inhoud

Marieke Schuurmans: 'Ontdek je kracht en realiseer iets voor jezelf'

De deelnemers aan het eerste programma Leadership Mentoring in Nursing Research (LMNR) krijgen op 19 januari hun diploma. Hoogleraar Verplegingswetenschap prof. dr. Marieke Schuurmans stond met haar collega’s Jan Hamers en Theo van Achterberg aan de wieg van het programma en blikt terug.

'I’ll call my nurse scientist!', hoorde Marieke Schuurmans als antwoord op een vraag tijdens een werkbezoek met oud-minister Edith Schippers aan een Amerikaans 'magnet hospital'. Zo’n reactie zou ze ook in Nederland graag horen. 'Dat je je als verpleegkundige realiseert dat er in jouw vak vragen zijn waar jij geen antwoord op hebt, maar een wetenschappelijk collega wel.'

Marieke Schuurmans is hoogleraar Verplegingswetenschap aan de Universiteit Utrecht en lector Ouderenzorg aan de Hogeschool Utrecht.

Ze studeerde Gezondheidswetenschappen in Maastricht en deed vervolgens een verkorte hbo-opleiding tot verpleegkundige in Nijmegen. In het UMC Utrecht was zij onder meer verpleegkundig specialist en leidinggevende geriatrie. Ze promoveerde in 2001 op onderzoek naar herkenning van delirium door verpleegkundigen.

Naast haar werk als hoogleraar en lector is Marieke onder meer lid van de Gezondheidsraad en onafhankelijk adviseur (Chief Nursing Officer) van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Portret van Marieke Schuurmans

Betsie van Gaal: ‘We moeten ons netwerk met elkaar versterken’

Dat ze verpleegkundige zou worden, wist Betsie van Gaal al op de lagere school. Sinds haar diplomering keek ze altijd over muren: wat is er nog meer? Innovaties ziet ze als uitdagingen. Een goede onderbouwing vinden van het handwerk, waarvan verpleegkundigen en patiënten kunnen profiteren. Daar doet ze het voor.

In service-opleiding, managementopleiding, kinderaantekening, jarenlange ervaring als verpleegkundige op diverse kinderafdelingen. Kwaliteitsprojecten, opzetten van een toetsing voor voorbehouden handelingen, de studie Zorgwetenschappen. En toen in 2005 die uitdagende promotieplek vanuit Verplegingswetenschap en IQ healthcare in het Radboudumc: koppel indicatoren voor het meten van zorg aan een digitale monitor. Betsie van Gaal zag direct mogelijkheden in die abstracte klinkende opdracht. ‘Ik heb altijd met kinderen gewerkt. Ik heb me daarbij beziggehouden met kwaliteit van zorg, methodisch werken, bedenken welke problemen er bij kinderen kunnen ontstaan en daar indicatoren voor ontwikkelen. Denk aan prikangst. Bij kinderen die vaak geprikt worden moet je niet wachten totdat dat er is, maar op vroege signalen monitoren en preventiemaatregelen nemen.’

Betsie van Gaal (1964) startte in 1983 de inservice opleiding verpleegkunde in Oss. Ze behaalde de kinderaantekening, volgde diverse vervolgopleidingen en werkte meer dan 20 jaar in de kinderkliniek van het Radboudumc.

In 2004 haalde ze haar master Zorgwetenschappen aan de Universiteit Maastricht. Ze promoveerde in 2011 op het SAFE or SORRY?-onderzoek. Sindsdien is ze als senior-onderzoeker verbonden aan de onderzoeksinstelling Radboud Institute for health Sciences, afdeling IQ healthcare van het Radboudumc.

Daarnaast werkt ze sinds 2015 als docent verpleegkunde aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. 

Portret van Betsie van Gaal

Erwin Ista: 'Verpleegkundigen kunnen méér doen voor kinderen op de IC'

'Je werkt op het scherpst van de snede. Zorg bieden op een Intensive Care Kinderen kan gaan over leven of dood.' Senior-onderzoeker Erwin Ista werkte zelf jaren op de IC van het Erasmus MC-Sophia Kinderziekenhuis. Verpleegkundigen kunnen méér doen om het comfort van deze patiënten te verbeteren, is zijn overtuiging. Dat drijft hem nu bij het doen van onderzoek.


In mei won Erwin Ista de Anna Reynvaan wetenschapsprijs voor zijn artikel in Lancet Infectious diseases in 2016. Hij deed een systematische review en meta-analyse naar methoden om bloedbaaninfecties te voorkomen bij ernstig zieke patiënten met een centrale veneuze lijn. 'Een mooie opsteker', zegt de verpleegkundige die zijn carrière aanvankelijk puur in de techniek zocht. Hij deed de LTS, MTS en startte vervolgens met een HBO-docentenopleiding, 'omdat ik het sociale element miste.' En vanuit het niets ontstond zijn belangstelling voor de zorg, een voor hem onbekend terrein. Hij deed de in-service opleiding in Dirksland. 'Ik heb nooit spijt gehad van deze switch.'

Portret van Erwin Ista

Erwin Ista (1973) is Kinder IC-verpleegkundige en werkt inmiddels als senior-onderzoeker/universitair docent in het Erasmus MC-Sophia Kinderziekenhuis.

Na een aantal technische opleidingen maakte hij een carrièrreswitch: hij deed de inservice-opleiding verpleegkunde, haalde de kinderaantekening en deed de opleiding IC Kinderen. In 2006 studeerde hij cum laude af als verplegingswetenschapper aan de Universiteit Utrecht. In 2008 promoveerde hij aan de Erasmus Universiteit op het proefschrift 'Comfortably Calm: Soothing Sedation Without Withdrawal Symptoms'.

Erwin is lid van de Bestuurscommissie Richtlijnen van de Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland.

Aeltsje Brinksma: 'Luisteren is het allerbelangrijkste'

Aeltsje Brinksma is expert op het gebied van voedingsproblemen bij kinderen met kanker. Ze wil haar onderzoek uitbreiden naar de vraag hoe je patiëntencomfort tijdens en na behandeling kunt optimaliseren. Investeren in relaties met invloedrijke mensen in zorg en onderzoek is nodig om verder te komen. Dat leerde ze in het programma Leadership Mentoring in Nursing Research. En ze leert meer.

Ze wilde geneeskunde studeren maar werd 2 keer uitgeloot en ging voorlopig de hbo-v-opleiding doen. 'Het naast de patiënt staan, de grote betrokkenheid, echt contact maken met mensen en iets voor ze kunnen betekenen: dat maakte dat ik definitief voor de verpleegkunde heb gekozen.' Na de opleiding ging Aeltsje Brinksma werken op haar laatste stage-adres, de afdeling Kindergeneeskunde in het UMC Groningen (UMCG). 'Kinderen vind ik leuk', motiveert ze haar keuze, 'omdat ze eerlijk, open en direct zijn. Daarnaast heb je met de ouders te maken - de meest kritische “patiënten” die je kunt hebben. Ze kijken over je schouder mee en je leert van hen, want zij kennen hun kind het beste.'

Aeltsje Brinksma (1963) is verpleegkundig onderzoeker in het UMCG.

Ze studeerde hbo-verpleegkunde in Groningen en verplegingswetenschap aan de Universiteit Maastricht/Groningen. Ze werkte als kinderverpleegkundige in het UMCG, tot ze in 1997 stafmedewerker verpleegkundig onderzoek werd. Aeltsje is één van de vertalers en bewerkers van het Zakboek Verpleegkundige Diagnosen dat op alle hbo-v's als lesmateriaal wordt gebruikt.

In 2014 promoveerde ze op het proefschrift 'Nutritional status in children with cancer: prevalence, related factors, and consequences of malnutrition.' Aeltsje was tot november 2016 ook projectleider bij de sectie kinderen van de landelijke Stuurgroep Ondervoeding.

Foto: Gea Huizinga

Portret van Aeltsje Brinksma

Anita Huis: 'Wil je de praktijk verbeteren, dan moet je barrières aanpakken'

Infectiepreventie in de zorg is belangrijk en verpleegkundigen kunnen daar een grote rol in spelen. Toch leven zij zelfs bekende preventiemaatregelen niet altijd na. Verpleegkundig onderzoeker Anita Huis houdt zich bezig met onder meer de vraag hoe dat beter kan. 'Het gaat vooral om gedragsverandering', stelt ze.


In het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis in Nijmegen werd pijnbestrijding – zeker bij kankerpatiënten en stervenden – in de jaren negentig een belangrijk aandachtsgebied. Anesthesie- en IC verpleegkundige Anita Huis kreeg toen de kans om als Verpleegkundig consulent pijn en palliatieve zorg daarover te gaan adviseren. Sinds 1999 kwam ze op alle afdelingen. Ze zag grote verschillen in  hoe zorg verleend werd. 'Dat intrigeerde me. Als voorzitter van de Verpleegkundige Adviesraad werkte ik ook veel samen met de verpleegkundig directeur om Evidence-based practise te stimuleren. Er rezen vragen die we wilden onderzoeken. Omdat ik geen onderzoekservaring had ben ik in 2003 Verplegingswetenschap in Utrecht gaan studeren.'

Portret van Anita Huis

Anita Huis (1961) is senior onderzoeker bij IQ healthcare in het Radboudumc.

Ze startte in 1980 met de inservice-opleiding voor A-verpleegkundige in het Canisius-Wilhelmina ziekenhuis, gevolgd door de opleiding tot anesthesie-assistent. Ze werkte op de IC en in de operatiekamer tot ze in 1999 Verpleegkundig consulent pijn en palliatieve zorg werd. Na de deeltijdstudie Verplegingswetenschap deed ze promotieonderzoek naar strategieën om handhygiëne in ziekenhuizen te verbeteren. Sinds 2007 is ze verbonden aan IQ healthcare. Ze voert zelf onderzoek uit en begeleidt promovendi.

Anita geeft daarnaast onderwijs aan de Hogeschool Arnhem & Nijmegen, aan studenten Geneeskunde en is referent bij een aantal wetenschappelijke tijdschriften. 

Roelof Ettema: ‘Ik wil patiëntenzorg slimmer maken’

Slimmere zorg en verpleegkundigen die weten hoe ze die moeten leveren. Roelof Ettema ziet tal van kansen om de zorg te verbeteren. Essentieel is volgens hem is dat zorgtrajecten wérken in de situatie waar ze worden toegepast.


Zoeken naar zekerheid door systematisch aan alles te twijfelen. Verpleegkundig onderzoeker en docent Roelof Ettema is een aanhanger van de filosoof René Descartes. Verpleegkundige zorg voor  patiënten verbeteren, dat is zijn passie. Problemen die patiënten ervaren vormen het uitgangspunt. Vervolgens kijkt hij kritisch naar de context: hoe is een bepaalde situatie in de zorg ontstaan. Hij durft aan instituties te twijfelen. Grote woorden? Als Roelof begint uit te leggen, ga je het snappen. Waarom is 10 procent van de thuiswonende ouderen ondervoed? Waarom bereiden we ouderen die op een operatie wachten in die tijd niet voor op de ziekenhuisopname. We wéten dat je met een goede voorbereiding veel ziekenhuiscomplicaties kunnen voorkomen. Zorginstellingen zijn onvoldoende ingericht op behoeften van patiënten, zegt hij. Schotten in de zorg en financiering staan dat in de weg. En soms ziet men gewoonweg niet waar de verbetermogelijkheden liggen.

Roelof Ettema (1965) deed de hbo-v in Amsterdam en studeerde verplegingswetenschap in Maastricht. Hij werkte achtereenvolgens als adviseur/onderzoeker bij het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO en als manager Kwaliteit bij Stichting Heliomare. Hij haalde zijn master Klinische Epidemiologie aan de Universiteit Utrecht.

Samen met Marlou de Kuiper zette hij de Masteropleiding Zorgtraject Ontwerp (MZO) aan Hogeschool Utrecht (HU) op. Hij promoveerde in 2014 aan de Universiteit Utrecht.

Roelof is als postdoc onderzoeker verbonden aan de leerstoel verplegingswetenschap van het UMCU en is hoofddocent bij het Instituut voor verpleegkundige studies van HU.

Judith Meijers: ‘Wat gebeurt er als ik kapitein op mijn schip word?’

‘Onderzoekers bedenken de ideale praktijk, maar de praktijk is weerbarstig’, zegt senior-onderzoeker, beleidsadviseur en verpleegkundige Judith Meijers. Ze zoekt constant de dialoog met alle partijen die nodig zijn om kwaliteitsverbetering in de zorg tijdens de laatste levensfase mogelijk te maken. ‘Als een kind wordt geboren is alles geregeld. Bij het sterven is dat veel minder het geval.’


In 2005 klonk er tromgeroffel. Promovenda Judith Meijers behoorde tot een delegatie van de Universiteit Maastricht die de aandacht van de Tweede Kamer vroeg voor een urgent probleem. Haar onderzoeksgegevens vanuit de jaarlijkse Landelijke Prevalentiemeting Zorgkwaliteit (LPZ) gaven aan dat 1 op 4 patiënten in de thuiszorg, het verpleeghuis of het ziekenhuis ondervoed was. Schrikbarende cijfers.

Na de in-service-opleiding verpleegkunde werkte Judith Meijers (1977) als verpleegkundige (Máxima Medisch Centrum, Eindhoven).

Ze volgde de kaderopleiding Management en Zorg en de masteropleiding Zorgwetenschappen. Ze is gepromoveerd (‘Awareness of Malnutrition: the Dutch perspective’, Universiteit Maastricht 2009) en heeft de registratie epidemioloog B. Ze gaf mede leiding aan de Landelijke Prevalentiemeting Zorgkwaliteit.

Judith is verbonden aan de Academische Werkplaats Ouderen in Maastricht, is senior-beleidsadviseur bij Zuyderland Zorgcentra, kern- en stuurgroeplid van het Netwerk Palliatieve Zorg Westelijke Mijnstreek en lid van de adviesraad van het Consortium Palliatieve Zorg Westelijke Mijnstreek.

Portret Judith Meijers

Janneke de Man-van Ginkel: ‘De uitdaging is onze eigen, specifieke plek in te nemen’

Hoe help je patiënten na een beroerte hun leven zo goed mogelijk vorm te geven? Die vraag drijft Janneke de Man al sinds haar opleiding tot verpleegkundige. Door het doen van onderzoek kan ze aan het herstel van méér mensen bijdragen. Objectieve instrumenten helpen verpleegkundigen hun werk beter te doen, is haar overtuiging.


‘Dit spoor wil ik volgen.’ Aan het einde van haar promotietraject was er geen twijfel meer over mogelijk: Janneke de Man-van Ginkel was gevallen voor onderzoek. Als promovenda verleende ze eerst ook nog zorg aan neurologische patiënten in het UMC Utrecht. ‘Is onderzoek doen iets waar ik me als echt praktijkmens prettig bij voel?’, had ze aanvankelijk geaarzeld. ‘Maar het diep inzoomen op een onderwerp, vond ik erg boeiend. Zo was ik óók elke dag bezig om de zorg beter te maken.’

Portretfoto Janneke de Man

Na de opleiding tot verpleegkundige in Ziekenhuis Gelderse Vallei in Ede werkte Janneke de Man-Van Ginkel ('73) daar als verpleegkundige.

Ze voltooide de opleiding Neurologie, de Post HBO-opleiding tot verpleegkundig specialist en de masteropleiding Verplegingswetenschap in Utrecht. In 2002 ging ze als Nurse Practitioner werken in het UMC Utrecht, en daarna op de afdelingen Vasculaire Geneeskunde en Neurologie. In 2012 promoveerde ze op het proefschrift ‘Early Detection of Post-Stroke Depression’ en deed de master Epidemiologie.

Sinds 2012 werkt Janneke als assistant professor in het UMC Utrecht. Ze combineert het onderzoek met verschillende taken in het onderwijs.

Nienke Bleijenberg: ‘Als zorgonderzoeker moet je de praktijk heel goed kennen’

Tijdens HBO-V-stages en haar werk als wijkverpleegkundige zag Nienke Bleijenberg dat de zorg niet altijd is zoals die moet zijn. Hoe maak je zorg voor kwetsbare ouderen thuis beter en efficiënter? Die vraag is haar drijfveer in alles wat ze doet: als onderzoeker, verpleegkundige en docent.


‘Kijkend naar mijn eigen expertise, eerstelijns ouderenzorg, stelt de samenleving ons voor grote vraagstukken: vergrijzing, complexe zorg in de eerste lijn, ouderen die langer thuis wonen, minder verpleeghuiszorg, zorg die van de tweede naar de eerste lijn verschuift. Om goede kwaliteit van zorg te leveren aan deze groep zijn goed opgeleide verpleegkundigen nodig die weten hoe ze moeten handelen in situaties waarin zich complexe problemen voordoen. Mijn ambitie is om excellente, kritische en nieuwsgierige verpleegkundigen en verpleegkundig onderzoekers op te leiden die passie hebben voor hun vak. Daarnaast is het van belang dat we het verpleegkundig handelen wetenschappelijk onderbouwen, zodat onze patiënten adequate en effectieve zorg ontvangen.’

Nienke Bleijenberg (1985) studeerde verpleegkunde aan de Hogeschool Utrecht (HU) en verplegingswetenschap aan de Universiteit Utrecht (UU). Ondertussen werkte ze als wijkverpleegkundige. In 2013 promoveerde ze op onderzoek naar een nieuwe vorm van proactieve ouderenzorg in de huisartsenpraktijk: 'Om U'.

Sinds 2012 is Nienke docent aan de master klinische gezondheids-wetenschappen/verplegingswetenschap van de UU. Ze is postdoc bij het UMC Utrecht, divisie Julius Centrum, afdeling verplegingswetenschap en werkzaam bij het Lectoraat Chronisch Zieken van de HU en Leidsche Rijn Julius Gezondheidscentra, waar zij eerstelijns zorginnovatieprojecten rondom ouderenzorg coördineert.

Nienke werkt 1 dag per week als praktijk-verpleegkundige ouderenzorg.

Portretfoto Nienke Bleijenberg

Anne Eskes: ‘Ik wil onderzoek, onderwijs en praktijk optimaal combineren’

Toen ze 26 was, promoveerde verpleegkundige Anne Eskes in het AMC op onderzoek naar wondzorg. Inmiddels werkt ze als onderzoeker en docent aan de Hogeschool van Amsterdam (HvA) en als coördinator aan het Kenniscentrum Achieve. Een eigen onderzoekslijn opzetten en bestendigen, dat is haar grote uitdaging.


‘Waarom onderzoek zo belangrijk is voor de verpleegkundige praktijk? Omdat verpleegkundigen een rol spelen in veel aspecten van de zorg. Het is belangrijk dat we het verpleegkundig handelen beter onderbouwen en dat we daarmee de kwaliteit van zorg verder verbeteren. In de wondzorg, onderwerp van mijn promotieonderzoek, bestaat bijvoorbeeld veel variatie in zorg. Van veel behandelingen weten we niet welke de voorkeur heeft, maar zelfs áls we het weten baseren we het handelen niet altijd op bewezen effectiviteit. Kwaliteit van zorg en de wens die te verbeteren staat centraal in alles wat ik doe. Dit doe ik door het verzorgen van onderwijs en het coördineren en  uitvoeren van praktijkgericht onderzoek.’

Portretfoto Anne Eskes

Anne Eskes (1986) deed de duale opleiding verpleegkunde aan Saxion Hogescholen (2003-2007). Ze werkte daarna als verpleegkundige bij de Alysis zorggroep en Maxima Medisch Centrum.

In 2009 werd ze verpleegkundig onderzoeker bij Dirk Ubbink en Hester Vermeulen in het AMC. Haar onderzoek naar wondzorg mondde uit in een promotie (2012). Daarna werkte ze onder meer bij het Spaarne Ziekenhuis als stafmedewerker Research en bedrijfsvoering.

Anne werkt nu bij de Hogeschool van Amsterdam, als verpleegkundig docent, onderzoeker en coördinator bij Kenniscentrum Achieve.


Fotografie: Monique Kooijmans

Onno Helder: 'Co-design maakt zorg beter en veiliger'

Een ampullenopener die snij-incidenten voorkomt, een zacht miniatuurspalkje voor veel te vroeg geboren baby’s, houders voor kleine spuitjes sondevoeding… Tal van technische innovaties kunnen de dagelijkse zorg beter en veiliger maken. Onno Helder, verpleegkundig onderzoeker, docent en parttime verpleegkundige op de Intensive Care Neonatologie in het Erasmus MC, ziet kansen en grijpt ze.


Onno Helder verzamelt problemen, zegt hij zelf. Als geen ander weet hij dat verpleegkundigen inventief zijn – een leukoplast hier om iets vast te plakken, een gaasje daar om je niet te verwonden – maar veilig zijn hun oplossingen voor dagelijkse problemen niet altijd. Zulke situaties wil hij met techniek oplossen. Medewerkers in het Erasmus MC en Sophia Kinderziekenhuis roept hij op: kom met praktijkproblemen, wat behoeft verbetering?

Al zo’n 20 jaar geleden zette het vibreren van de longen van prematuur geborenen Onno aan het denken over techniek, efficiëntie, welbevinden en veiligheid. Genoemde behandeling, met een elektrische tandenborstel waarop een soort schuimpje was gemonteerd, ervoeren niet alle prematuren als prettig. ‘Ik vroeg de hoogleraar of het effectief was. Dat was eigenlijk niet bekend en ik mocht dat samen met een fysiotherapeut gaan onderzoeken.’

Onno Helder (1964) haalde in 1987 het hbo-v-diploma (Hogeschool Eindhoven). Na zijn dienstplicht deed hij de specialisaties kinderverpleegkunde en IC kinderen in het Erasmus MC. Vanaf 1993 werkt hij op de afdeling Neonatologie als IC-verpleegkundige. In 2000 behaalde hij de master verplegingswetenschappen.

Sinds 2005 combineert hij onderzoek met parttime werk op de verpleegafdeling. Daarnaast is hij 1 dag per week gedetacheerd bij Hogeschool Rotterdam als docent hbo-v. In 2013 promoveerde Onno op het onderzoek Prevention of nosocomial bloodstream infections in preterm infants.

Sinds 2015 is hij vice-voorzitter van het Europees initiatief European Standards of Care for Newborn Health. Zijn expertise in dat programma is patiëntveiligheid en hygiëne.

Portretfoto Onno Helder

Getty Huisman-de Waal: ‘Onderzoek wat voor jouw patiëntenpopulatie belangrijk is’

Hoe beter de kwaliteit van verpleegkundige basiszorg, des te meer verpleegkundigen kunnen betekenen voor patiënten. Getty Huisman-de Waal noemt basiszorg de ‘kern van het beroep’.


‘Een machtig mooi beroep, dat nog mooier wordt door wetenschappelijke onderbouwing’. Dat is de verpleegkunde voor Getty Huisman-de Waal. Haar belangstelling voor onderzoek werd aangewakkerd tijdens het onderzoek naar kwaliteitsindicatoren voor verpleegkundige zorg waarmee ze de hbo-v-opleiding afsloot. ‘Ik ben in deeltijd gezondheidswetenschappen gaan studeren in Maastricht. Een wereld ging voor me open: ik zag dat verpleegkundig wetenschappelijk onderzoek heel veel kan opleveren voor patiënten.’

Op haar verpleegafdeling, Maag-, darm- en leverziekten in het Radboudumc, kon Getty in haar derde studiejaar als onderzoeksassistent meewerken aan verpleegkundig georiënteerd wetenschappelijk onderzoek. In 2010 promoveerde ze op eigen research naar problemen die mensen ervaren die levenslang afhankelijk zijn van intraveneus toegediende voeding. Vermoeidheid, depressieve gevoelens en beperkingen in het sociale leven drukken een grotere stempel op hun dagelijkse leven dan de lichamelijke klachten. ‘Mijn promotieonderzoek gaf inzicht in wat voor patiënten echt relevant en belangrijk is en hoe belangrijk de invloed van verpleegkundige interventies daarin is.’

Portretfoto Getty Huisman

Getty Huisman-de Waal (1978) volgde de instellingsvariant van de hbo-v. Daarna startte ze in 2000 met de opleiding Gezondheidswetenschappen in Maastricht.

Ze werkte aanvankelijk als verpleegkundige en later als verpleegkundig expert op de afdeling Maag-, darm- en leverziekten in het Radboudumc in Nijmegen. In die laatste functie combineerde ze patiëntenzorg en het doen van onderzoek met verschillende gastdocentschappen.

In 2010 promoveerde ze aan de Radboud Universiteit. Sindsdien is Getty als senioronderzoeker verbonden aan het IQ Scientific center for Quality of Healthcare in Nijmegen. Ze voert zelf onderzoek uit, begeleidt promovendi, geeft onderwijs binnen de opleiding tot verpleegkundig specialist.

Colofon Redactie Angela Rijnen, Eindredactie Dineke Abels, Wendy Steentjes

Gerelateerde Programma's

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website