Na 2 subsidierondes van het Actieprogramma Maatschappelijke Diensttijd (voor maatschappelijke organisaties) is het tijd voor een ronde specifiek gericht op consortia van gemeenten. Zo’n 80 geïnteresseerden – van circa 30 gemeenten en hun consortiapartners – bezochten op woensdagochtend 13 februari de informatiebijeenkomst over deze ronde. De randvoorwaarden en andere praktische aandachtspunten kwamen aan bod. Én er was speciale aandacht voor de Belgische Samenlevingsdienst; het voorbeeld waarmee we in deze ronde gaan experimenteren met de maatschappelijke diensttijd. Maar liefst 15 gemeenten lieten na de bijeenkomst al weten een aanvraag te willen indienen.

Bekijk de presentatie van Vicky Verschoor

Gemeenten brengen programma MDT verder

Fiona de Haan, lid van het kernteam maatschappelijke diensttijd vanuit het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, noemt kort de kenmerken van maatschappelijke diensttijd. “De jongere staat centraal, alle jongeren mogen meedoen, het gaat om maatschappelijke impact, de proeftuinen gaan over allerlei sectoren en meedoen is vrijwillig – al willen we ook experimenteren met meer verplichtingen.” 

Alle proeftuinen worden gevolgd door externe onderzoekers om te kijken hoe de maatschappelijke diensttijd uiteindelijk structurele invulling kan krijgen. De Haan vertelt dat niet alleen de proeftuinen input leveren voor het uiteindelijke ontwerp van de MDT; ook gesprekken met jongeren, de regiobijeenkomsten met gemeenten en brainstorms met bedrijven wegen mee. 

Bekijk de presentatie van Fiona de Haan

De eerste 41 proeftuinen voor de maatschappelijke diensttijd zijn vlak na de zomer van 2018 gestart. In maart dit jaar starten de volgende 34. De kaart die de aanwezigen bij binnenkomst krijgen, laat duidelijk zien wat er allemaal al in gang is gezet binnen het programma Maatschappelijke Diensttijd (MDT).  

Informatie delen en kennismaking

Hoofd Jeugd bij ZonMw, Vicky Verschoor, trapt de bijeenkomst af. “Goed dat jullie met zoveel zijn gekomen; jullie aanwezigheid is een van de vereisten voor het indienen van een aanvraag. We delen vandaag belangrijke informatie met jullie, en we kunnen elkaar meteen beter leren kennen.” Ook vertelt ze kort iets over de rol van ZonMw in dit programma. En dat aanvragers tijdens het schrijven van de aanvraag ondersteuning krijgen. 

Andere randvoorwaarden voor het indienen van een subsidie-oproep zijn:

  • De aanvrager zet met de aanvraag in op domeinoverstijgende samenwerking. Het gaat om de domeinen zorg, onderwijs en werk en inkomen. Let op dat er geen dubbele trajecten binnen de domeinen gaan lopen en probeer te komen tot een samenhangend aanbod. U kunt in de aanvraag al aangeven hoe u domeinoverstijgend te werk gaat, maar u kunt ook uitleggen hoe u dit in de loop van uw project wilt gaan doen.  
  • De deelname van jongeren is vrijwillig, er is geen sprake van een arbeidsrelatie. 
  • Het project is voor alle jongeren, ongeacht hun levensfase, achtergrond of opleiding. In de aanvraag staat hoe u de doelgroepen gaat bereiken. 
  • Jongeren van 16 tot 27 jaar gaan 6 maanden 20-28 uur per week aan de slag. 
  • Er doen in ieder geval 8 groepen van 15-20 jongeren mee over een looptijd van 24 maanden. 
  • Het aanbod is concreet en sluit aan op de interesses en leefwereld van de jongeren.
  • De jongeren nemen geen werk over van werknemers van de organisatie waarvoor zij aan de slag gaan. 
  • De organisaties waarvoor de jongeren aan de slag gaan, leveren een mentor die de jongeren vakkundig begeleidt. 
  • Binnen de proeftuin wordt het hele proces van werven, matchen, begeleiden en uitvoeren doorlopen en er is aandacht voor reflectie op de diensttijd van de jongere.
  • De aanvraag past binnen de wet- en regelgeving.
  • De jongeren vervullen de diensttijd in Nederland, voor een Nederlands maatschappelijk doel (het is wel toegestaan dat uw organisatie ook doelen in het buitenland nastreeft).

Checklist: mag ik een aanvraag indienen?

    Ik vertegenwoordig een provincie, G4 of G40-gemeente of meerdere kleine gemeenten samen. En werk samen met lokale/regionale partners.
    Op termijn kunnen andere gemeenten met bijvoorbeeld werkgeversorganisaties en scholen aanhaken.
    Binnen het consortium is er ervaring met het werven, matchen en begeleiden van jongeren.
    Het consortium is groot genoeg om voldoende jongeren voor de proeftuin te kunnen bereiken (minimaal 8 groepen van 15-20 jongeren).
    De hoofdaanvrager is een provincie of gemeente.

Financiën 

Voor deze ronde is maximaal € 5 miljoen beschikbaar. Per proeftuin kunt u minimaal € 250.000,- en maximaal € 1 miljoen aanvragen. Het aangevraagde bedrag moet in verhouding staan tot het aantal jongeren dat naar verwachting bereikt wordt. Zijn dat bijvoorbeeld 100 jongeren, dan past vanuit ervaring van de eerste twee ronden een bedrag van € 250.000,-.

In uw aanvraag moet u een begroting opnemen. Maak in die begroting een onderscheid tussen de kosten voor opbouw van de organisatiestructuur en de kosten voor de jongeren.  

Randvoorwaarden

In de conceptoproep staan alle voorwaarden voor de aanvraag. “Voor het concept van de subsidieoproep is input gebruikt vanuit de regiobijeenkomsten en vanuit overleg met gemeenten”, vertelt Gabrielle Zwinkels, programmamanager Actieprogramma Maatschappelijke Diensttijd bij ZonMw. “Op basis van deze bijeenkomst kunnen eventueel nog kleine aanpassingen doorgevoerd worden.”

Zwinkels vertelt dat enkele voorwaarden overeenkomen met bewezen werkzame elementen uit de Belgische Samenlevingsdienst, het buitenlandse concept dat als voorbeeld dient voor deze subsidieronde:

  • Jongeren worden geworven via verschillende kanalen, zodat een diverse groep deelnemers ontstaat.
  • Iedere jongere doorloopt hetzelfde traject: startweek – trainingsprogramma – inzet binnen een project – deelmomenten (meningen, ervaringen et cetera delen met leeftijdsgenoten) – terugblik en vooruitblik (Wat heeft het traject opgeleverd en wat gaan jongeren hierna doen?) 
  • Iedere jongere krijgt individuele en collectieve begeleiding. 
     


Geef uiterlijk vrijdag 1 maart 12:00 uur per mail aan of u een aanvraag gaat indienen en met wie. Let op: ook als u op de bijeenkomst al aangaf voornemens te zijn een aanvraag in te dienen, moet u de aanvraag officieel aanmelden per mail. 

Bekijk de presentatie van Gabrielle Zwinkels

Gestelde vragen & antwoorden

Gestelde vragen en antwoorden - 1

Mag ik in mijn project ook jongeren uit bijvoorbeeld België en Duitsland werven?
Nee. In België en Duitsland bestaan al soortgelijke programma’s als het Actieprogramma Maatschappelijke Diensttijd. Deze Nederlandse versie richt zich specifiek op de Nederlandse maatschappij en Nederlandse jongeren. 

Een plan kan op papier heel mooi en goed zijn, maar in de praktijk toch minder goed uitpakken. Wat is jullie rol als een project anders loopt dan verwacht? 
De projecten die straks subsidie krijgen, zijn experimenten. Dat wil zeggen dat er ook ruimte is voor missers. U kunt bij ons terecht met vragen en problemen; wij denken graag mee. Verwacht u te moeten afwijken van uw plan van aanpak, leg uw wijzigingsvoorstel dan eerst aan ons voor. Het plan wijzigen is mogelijk, maar dit moet wel in overleg gebeuren.

Gestelde vragen en antwoorden - 2

De voorwaarden die jullie stellen aan de proeftuinen zijn best streng. Waarom?
We baseren ons op de Belgische Samenlevingsdienst. De randvoorwaarden die daarbinnen gelden, hebben mooie projecten en resultaten opgeleverd. Daarom gebruiken wij deels dezelfde voorwaarden. Natuurlijk kan het zijn dat de diensttijd in de Nederlandse praktijk nét anders loopt. We zien deze ronde dan ook als experiment: leveren de kaders op wat we zouden graag zouden willen? Dit mag dan ook een onderzoekvraag van uw project zijn! 

Is er een maximum aantal proeftuinen dat jullie subsidiëren?
Nee. De grens ligt op € 5 miljoen de aanvraagbedragen van de honorabele projecten bepalen hoeveel proeftuinen gaan starten.

Gestelde vragen en antwoorden - 3

Bestaat er een relatie tussen de proeftuinen die al lopen en de nieuwe projecten? Of gaat het in deze nieuwe ronde om losse experimenten?
Er is een relatie. Gemeenten wordt gevraagd om samen te werken met partners, waaronder maatschappelijke organisaties. We hopen dat de initiatiefnemers van huidige projecten partners worden van gemeenten, zodat zij ervaringen en kennis kunnen uitwisselen. Uiteraard willen we dubbele financiering voorkomen; geef dus in de aanvraag aan met wie en hoe u precies samenwerkt en waar extra geld nodig is.

Hoe strikt is de genoemde leeftijdscategorie?
Niet zo strikt. Tijdens regiobijeenkomsten kwam naar voren dat tussen 16 en 27 jaar een mooie categorie is voor gemeenten. De ideale leeftijdscategorie willen we tijdens deze ronde ontdekken. Wel denken we dat jongeren onder de 15 minder snel een halfjaar zo intensief met de diensttijd aan de slag kunnen en willen naast school.

Gestelde vragen en antwoorden - 4

Mogen jongeren met een uitkering meedoen aan een proeftuin?
Gemeenten mogen de proeftuin gebruiken als reïntegratietraject.

Hoe groot is de kans dat je na de periode van de proeftuin door kunt gaan met het initiatief?
We onderzoeken nog hoe we de maatschappelijke diensttijd kunnen verduurzamen. Voorlopig geldt de subsidie alleen voor de proeftuin, dus maximaal 24 maanden, maar we denken na over de mogelijkheden om gemeenten langer te ondersteunen. De intentie van het kabinet is immers ook om de maatschappelijke diensttijd structureel te maken.

Gestelde vragen en antwoorden - 5

Is er een overzicht beschikbaar van proeftuinen die geen subsidie hebben ontvangen (omdat het beschikbare budget werd overschreden) maar wel honorabel waren? 
Nog niet. Wat we kunnen doen is aan de betreffende projectleiders vragen of zij akkoord zijn dat we ze in contact brengen met gemeenten die daarom vragen. Heeft u interesse in deze gegevens? Laat ons dat dan ook weten, dan doen wij ons best om hierin te voorzien.

Jongeren moeten minimaal 20 uur per week aan de slag. Sluiten we daarmee geen jongeren uit die minder uren per week actief willen worden?
We gaan in deze ronde experimenteren met een specifieke vorm van de maatschappelijke diensttijd waarbij gekozen is het voorbeeld te volgen van de Belgische Samenlevingsdienst. In eerdere rondes golden er andere criteria en konden proeftuinen met andere varianten van de maatschappelijke diensttijd experimenteren. Nu willen we ervaring opdoen met deze intensievere vorm van maatschappelijke diensttijd. Uiteindelijk komen we zo tot verschillende vormen van de maatschappelijke diensttijd, die niet alleen goed aansluiten bij verschillende jongeren, maar ook bij de wensen van maatschappelijke organisaties en lokale overheden. 

Bekijk de presentatie van AEF Bekijk de presentatie van de Belgische Samenlevingsdienst

Vragen aan en antwoord van de Belgische Samenlevingsdienst

Voorafgaand hebben de aanwezigen de mogelijkheid gehad om al vragen te stellen aan de vertegenwoordigers van de Belgische Samenlevingsdienst. De vragen en de antwoorden hierop kunt u vinden in onderstaande PDF. 

Vragen aan en antwoorden van de Belgische Samenlevingsdienst

Vragen over de Belgische Samenlevingsdienst

Vragen over de Belgische Samenlevingsdienst - 1

Is de vergoeding die de Belgische jongeren krijgen wel voldoende? 
De deelnemers krijgen € 200,- per maand, plus reiskostenvergoeding. Dat is niet voldoende om in alle levensbehoeften te voorzien, maar het is op dit moment het enige dat de dienst wettelijk mag betalen. De jongeren mogen deze vergoeding in België wel aanvullen met een uitkering. Het doel is om uiteindelijk meer vergoeding te geven. 

Waarom neemt ZonMw de Belgische Samenlevingsdienst als voorbeeld, en niet bijvoorbeeld een Franse vorm?
De Belgische vorm heeft veel elementen die ook voor Nederland gelden,  bijvoorbeeld de focus op sociale cohesie en vrijwilligheid. Versies van andere landen sluiten minder goed aan bij de Nederlandse doelstellingen en kaders. 

Vragen over de Belgische Samenlevingsdienst - 2

Hoe motiveert België niet kwetsbare/hoger opgeleide jongeren om mee te doen?
De Samenlevingsdienst speelt in op de specifieke doelen die deze jongeren hebben en laat zien dat de diensttijd ze kan helpen om de doelen te behalen. Soms lukt het ze bijvoorbeeld niet om een baan te vinden en zoeken daardoor zelfvertrouwen. Of ze willen een mooie ervaring opdoen voordat ze hun werkzame leven starten. Of ze lopen vast in hun studie. 

Hoe zorgen we er als gemeenten voor dat we voldoende jongeren bereiken en bereid vinden mee te doen? 
Communicatie is heel belangrijk. Jongeren zijn vaak heel gemotiveerd om maatschappelijk actief te worden en zijn dan op zoek naar een project om bij aan te haken. Het is aan gemeenten om ze te informeren over de mogelijkheden. Goede samenwerking met instanties die contact hebben met jongeren is daarin onmisbaar. 

Vragen over de Belgische Samenlevingsdienst - 3

Haken veel jongeren af tijdens de Belgische Samenlevingsdienst?
Ongeveer 25 procent valt uit. Dat kan negatieve (bijvoorbeeld demotivatie) en positieve (bijvoorbeeld het vinden van een baan of start van een opleiding) oorzaken hebben.

Welkom!

Aanvraag ingediend, en dan?

  1. 2 of 3 referenten met expertise op het gebied van maatschappelijke inzet van jongeren geven feedback op de kwaliteit van uw aanvraag. Een jongerenpanel bekijkt uw jongerensamenvatting (‘Kunnen wij dit?’, ‘Leren we hier iets van?’) en geeft eventueel suggesties. 
  2. U krijgt de reacties van de referenten en jongeren voorgelegd voor wederhoor. 
  3. U presenteert uw aanvraag aan de programmacommissie in een korte pitch. De commissie stelt u vragen die u direct kunt beantwoorden. Op basis van uw eerste aanvraag, het hoor, wederhoor en de presentatie geeft de commissie een eindoordeel over de kwaliteit, relevantie en begroting. Vindt de commissie uw aanvraag relevant en van voldoende kwaliteit, dan komt deze in aanmerking voor honorering. 
  4. De commissie brengt advies uit aan het bestuur van ZonMw over het toekennen van de subsidie. Mocht het aangevraagde budget van de goed beoordeelde projecten het beschikbare budget overstijgen, dan zal er worden geprioriteerd volgens een prioriteringsmatrix. Binnen deze ronde weegt daarin relevantie zwaarder dan kwaliteit, mits de kwaliteit voldoende is. Wanneer er geprioriteerd moet worden, dan neemt de commissie regionale spreiding in ogenschouw. De commissie streeft naar een landelijke representatieve spreiding. 
  5. Voor de projecten die in aanmerking komen voor subsidie wordt eerst bekeken of er mogelijk sprake zal zijn van staatssteun. Is dit het geval, dan gelden mogelijk extra voorwaarden.

Planning

ActieDeadline
Aanmeldingsmail via amd@zonmw.nl1 maart 2019, 12.00 uur
Openstellen subsidie18 maart 2019
Indienen subsidieaanvraag4 juni 2019, 12.00 uur
Ontvangst commentaart referenten (hoor) en jongerenpanel19 juni 2019
Indienen wederhoor via amd@zonmw.nl5 juli 2019
Pitchen project voor programmacommissieseptember 2019
Besluit20 september 2019
Uiterlijke startdatum17 oktober 2019

Dien uw subsidieaanvraag uiterlijk dinsdag 4 juni 12:00 uur in via ons digitale aanvraagsysteem ProjectNet. De aanvraag is in het Nederlands geschreven. Check vóór verzenden of uw aanvraag de volgende bijlagen bevat:

  • een plan van aanpak (volgens verplicht format, zie subsidieoproep)
  • een jongerensamenvatting (bestaat format voor, zie subsidieoproep)
  • een toegelichte begroting (volgens verplicht format, zie subsidieoproep)
  • een ondertekende samenwerkingsovereenkomst (bestaat format voor, zie subsidieoproep)

In de subsidieoproep vindt u daarnaast een toestemmingsformulier waarmee u ons toestemming geeft om bepaalde gegevens te delen. Lees dit formulier goed en stuur het ingevuld en ondertekend naar amd@zonmw.nl
 

Tips voor uw aanvraag

  • Laat iemand van buiten uw projectteam meelezen met uw aanvraag, bijvoorbeeld om te checken of alles overkomt zoals het bedoeld is. 
  • Zorg dat u bereikbaar bent op de deadlines. Het kan zijn dat ZonMw u vragen wil stellen of dat relevante stukken ontbreken.
  • Noteer de belangrijke data nu alvast in uw agenda. 
  • Houd alvast rekening met wat nodig is na honorering: meldingsformulier (na 2 weken), voortgangsverslag (halverwege looptijd proeftuin), eindverslag en eindafrekening. 
  • De bevindingen uit deze ronde worden gebruikt voor beleidsvorming. We doen daarom nog een breed onderzoek, waarvoor we uw medewerking vragen. Houd daar rekening mee in uw begroting. 
  • Er zullen projectleidersbijeenkomsten plaatsvinden waar wij rekenen op uw deelname. 

Ondersteuningsaanbod bij opstellen aanvraag 

In deze ronde kunnen aanvragers hulp krijgen bij het opstellen van hun aanvraag. Andersson Elffers Felix (AEF), een bureau dat onder andere overheden ondersteunt rondom maatschappelijke vraagstukken, biedt deze hulp. “We organiseren groepsbijeenkomsten en individuele ondersteuning”, vertelt Evelien Rutgers, adviseur bij AEF. “Tijdens de groepsbijeenkomsten bespreken we met verschillende afgevaardigden van inschrijvende gemeenten steeds een ander thema. Die thema’s bepalen we in samenspraak met u. Een voorbeeld is partners betrekken en inspelen op hun belangen. Door in groepen in gesprek te gaan, leren we van elkaar. Uiteraard bespreken we geen concurrentiegevoelige zaken. De individuele bijeenkomsten gaan dieper in op uw specifieke plan van aanpak. We checken samen of u overal aan hebt gedacht, lezen mee met conceptteksten en geven het aan als wij risico’s zien.” Rutgers benadrukt dat de aanvrager in de lead blijft: “Wij ondersteunen, u bent penvoerder.” 

De gezamenlijke bijeenkomsten zijn al ingepland:

  • 14 maart, 09.30-12.00
  • 29 maart, tijd volgt
  • 11 april, 13.30-16.00
  • 25 april, 13.30-16.00  

De bijeenkomsten vinden plaats bij AEF, Maliebaan 16 in Utrecht. De bijeenkomst van 29 maart vindt plaats in de Van Nelle fabriek Rotterdam (in verband met het Festival dat in de middag plaatsvindt). 

Voorafgaand aan de eerste bijeenkomst neemt AEF contact op met elke inschrijvende gemeente voor een startgesprek. Deelname aan de ondersteuningsbijeenkomsten is verplicht.

Vertegenwoordigers Belgische Samenlevingsdienst aan het woord (inclusief deelnemer!)

Deze ronde van het programma baseert zich op de Belgische Samenlevingsdienst. Alban van der Straten, belangenbehartiger van het Platform voor de Samenlevingsdienst, vertelt dat het platform zo’n tien jaar geleden is opgericht met het doel de Samenlevingsdienst in België op te tuigen, te beginnen met een wettelijk kader. Het platform is onafhankelijk en telt meer dan 250 aangesloten organisaties. Ook is er een zogenoemd steuncomité met bedrijfsleiders en academici, plus een onderzoekcomité vanuit 5 Nederlandse en Franse universiteiten. Inmiddels is ook een aanzet gedaan tot een netwerk van alle soortgelijke Europese programma’s. 

Van der Straten: “Tijdens onze Samenlevingsdienst zetten jongeren van 16 tot 30 jaar zich in voor projecten met collectief nut. Daarmee dragen ze bij aan de maatschappij en versterken ze hun eigen soft skills, zoals zich onderdeel voelen van de samenleving. Het gaat om een langdurige, voltijdse onderdompeling in een organisatie. Jongeren krijgen een beperkte vergoeding zodat ze in hun levensbehoeften kunnen voorzien.”

“Emancipatie en competentieversterking van de jongeren is één doel”, aldus Van der Straten. “Daarnaast gaat het om sociale en culturele vermenging, het aanwakkeren van burgerschapszin en het versterken van solidariteit.” 

Nathalie van Innis, een van de 3 coördinatoren van de Samenlevingsdienst, vult aan: “We reserveren tijd voor de persoonlijke vorming van de jongeren. Zo’n 3 uur per week zijn er trainingen. Bovendien vragen we de jongeren een deel van de tijd te switchen van sector. Ze gaan bijvoorbeeld even met ouderen werken terwijl ze eigenlijk bezig zijn met een milieu-project.” 

Jongeren die mee willen doen aan de Belgische Samenlevingsdienst, doorlopen eerst een startweek. Van Innis: “We willen alle jongeren eerst goed leren kennen, zodat we optimale matches met organisaties kunnen maken. Ook vinden we het belangrijk hun uitdagingen te leren kennen; daar willen we ze bij helpen gedurende het traject. In de startweek vinden mooie ontmoetingen plaats tussen heel verschillende jongeren.” Uit een enquête blijkt dat de Samenlevingsdienst langdurig effect kan hebben: 6 maanden na de dienst is 45 procent van de jongeren in opleiding en 37 procent aan het werk. Dat is geen doel van de Samenlevingsdienst, maar wel een mooie bijvangst. Onder andere de inzet op persoonlijke groei, persoonlijke begeleiding en gelijke behandeling worden genoemd als succesfactoren. 

Omdat jongeren de beste ambassadeurs zijn voor de Samenlevingsdienst, is ook Abdul Rachid aanwezig bij de bijeenkomst. Zo’n 5 jaar geleden kwam hij vanuit Afghanistan naar België. Het was lastig voor hem om zijn draai te vinden in een compleet nieuwe maatschappij. “Ik wilde vooral graag mijn netwerk vergroten en de taal leren. De Samenlevingsdienst heeft me daarbij geholpen. Ik heb in die 6 maanden mijn kracht gevonden en geleerd hoe ik me kan inzetten voor de maatschappij.” Na de diensttijd bleef Rachid in actie, onder andere als jeugdwerker voor jongeren die hetzelfde hebben meegemaakt als hij. 

Er zijn meer redenen om juist gemeenten te laten experimenteren met MDT:
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt
  • Gemeenten werken vanuit het sociale domein en kunnen daardoor goed een regiefunctie vervullen.
  • Gemeenten hebben een breed netwerk; dat is handig voor samenwerking met partners en het werven van jongeren. 
  • De gemeente heeft al contact met veel (kwetsbare) jongeren. Bijvoorbeeld wanneer zij vroegtijdig van school gaan of een uitkering aanvragen. 
  • Bij veel gemeenten lopen al trajecten die lijken op de maatschappelijke diensttijd. Die kunnen mooi benut worden!
  • Gemeenten hebben al de opdracht gekregen om de samenleving inclusiever te maken. Het voorbeeld van de Belgische Samenlevingsdienst biedt daarvoor handvatten.

Vragen? Stel ze via amd@zonmw.nl of via 070 349 52 45.

Belangrijke links

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website