Op weg naar beter onderzoek en betere samenwerking in de forensische geneeskunde. Welk onderzoek is nodig? Wat zijn de volgende stappen? Wie is aan zet?

Daarover spraken zo’n 75 betrokkenen op 17 maart 2017 in Maastricht. Aanleiding voor de conferentie was de verkenning die ZonMw uitvoerde. Paul Hofman presenteerde de eindrapportage van deze verkenning.

Consensus over de richting

Prof. Paul Hofman, die de ZonMw verkenning presenteerde, sprak van een 'heuglijke dag'. Daarmee doelde hij zowel op de oratie van Wilma Duijst als op de resultaten van de verkenning die ZonMw uitvoerde.

'Er is gesproken met relevante deskundigen in het brede veld van de forensische geneeskunde', aldus Hofman. De urgentie is duidelijk en er is consensus over de contouren.

Discussie met deskundigen en de zaal

Na de presentatie werd onder leiding van Maurice Zeegers door een panel van deskundigen en de zaal gediscussieerd over het nut van wetenschap voor het onderwijs, de kwaliteit van forensisch medische rapportages en het belang van samenwerking. Het panel bestond uit: Udo Reijnders, Maurice Aalders en Michel Smithuis.

En last but not least: forensisch arts moet op termijn een specialisme worden

Samenvatting discussie

Er blijkt een grote consensus te zijn over de richting waarin gewerkt moet worden. Samenwerking kan goed aangejaagd worden door het Co van Ledden Hulsebos Center, dat dan wel meer partners moet krijgen, om een werkelijk landelijke functie te kunnen vervullen. Het onderzoek moet ten bate komen van de eerste lijn, maar er moet ook aandacht zijn voor technology-driven onderzoek. Geld moet zowel op landelijk als op Europees niveau gezocht worden. Richtlijnen en registratie moeten beter. En last but not least: forensisch arts moet op termijn een specialisme worden.

Lees meer over de discussie
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De Panelleden:

  • Udo Reijnders - bijzonder hoogleraar Eerstelijns Forensische Geneeskunde, UvA/AMC en GGD Amsterdam
  • Maurice Aalders - bijzonder hoogleraar Forensische Biofysica, AMC-UvA en co-directeur van het CLHC
  • Michel Smithuis - directeur Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen

Dutch center for forensic medicine

Er is behoefte aan een landelijk centrum voor forensische geneeskunde. Daarvoor zouden we kunnen kijken naar het Co van Ledden Hulsebosch Center (CLHC) in Amsterdam. Het CLHC is het interdisciplinaire ‘center of expertise’ voor forensisch en medisch onderzoek in Amsterdam. Het is een samenwerkingsverband van het Amsterdams Medisch Centrum, de Universiteit van Amsterdam en het Nederlands Forensisch instituut. Op dit moment sluiten nieuwe partners zich aan, zoals TU Delft en de Hogeschool van Amsterdam.

Opgemerkt wordt dat het niet voldoende is om het woord Amsterdam in de naam: 'the Amsterdam center for forensic science and medicine' te vervangen door 'Dutch'. Alleen als binnen het CLHC werkelijk landelijk en door alle betrokkenen samengewerkt wordt, kan het center werkelijk een landelijke functie gaan vervullen in de nabije toekomst. Opgemerkt wordt dat het doel van zo’n centrum verbetering is, en geen toename van concurrentie. Meer verschillende centra lijken dan ook niet nodig.

Onderzoek ten bate van de 1e lijn, maar ook gedreven door nieuwsgierigheid

Aanwezigen vinden het belangrijk dat onderzoek werkelijk de forensisch artsen in de eerste lijn steunt. Dat is al het geval, er worden door het CLHC regelmatig brainstormsessies over onderzoek met het veld georganiseerd. Wel wordt ingebracht dat er ook aandacht moet zijn voor technologie- en nieuwsgierigheids-gedreven onderzoek.

Financiering

Er wordt gevraagd of het CLHC niet meer met Europese centra moet samenwerken. Er worden al verbanden gelegd, zoals met Lausanne. Het is lastig om in Nederland voldoende geld voor onderzoek te krijgen, hoewel er wellicht NWO Veni-subsidies te krijgen zijn voor onderwerpen met maatschappelijke impact. 

Met Europese samenwerking kan Europees geld binnengehaald worden. Dat is overigens ook niet eenvoudig. De concurrentie in Europa is ook zwaar en er komt bij Europese subsidies de nodige organisatorische rompslomp kijken. 

Positief is dat Veiligheid & Justitie naar aanleiding van de verkiezingen vrij hoog op de politieke agenda kunnen komen. Hopelijk komt er vanuit het ministerie dan ook meer aandacht voor forensisch onderzoek.

Reactie vanuit de forensische geneeskunde 

Udo Reijnders geeft een reactie vanuit de hoek van de forensisch geneeskundigen. Het grootste probleem nu en in de nabije toekomst is dat er onvoldoende opgeleide artsen zijn. Maar het dieptepunt van 2013 lijkt voorbij. Er worden nieuwe hoogleraren benoemd en er komt waarschijnlijk een goede academische inbedding voor het vak. De technologie gaat snel vooruit en ook dat biedt nieuwe kansen. 

Maar er zijn nog flinke uitdagingen: het vak is nu te veel versnipperd. Het zal anders gestructureerd moeten worden. Het vak moet meer full-time uitgevoerd worden. We moeten naar tien regio’s en naar één nationaal registratie systeem.

Vanuit de zaal komt de reactie dat er voldoende toegewijde mensen zijn. Kijk maar naar de opkomst vandaag. Maar, zo wordt gesteld, het wordt alleen een eenheid door samen een groter plan te maken.

Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen 

Michel Smithuis, directeur van het Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen (NRGD) geeft een korte inleiding over het register. Het is bij wet ingesteld en onafhankelijk. Er zijn 700 geregistreerde deskundigen. Alle deskundigen in het register worden getoetst aan de hand van objectieve criteria voor kwaliteit, betrouwbaarheid en bekwaamheid. 

Ook de forensische geneeskunde moet goede positie krijgen in hele deskundigen-palet. Forensische geneeskunde komt voort uit een moederwetenschap, maar is een vak. De commissie Hoes kijkt op dit moment vanuit een financiële vraagstelling naar de inbedding van het vak. Smitshuis zou liever eerst kijken hoe je het vak zelf inricht en dan pas naar de financiële inbedding. 

Competenties

Er is altijd discussie over de competenties van de forensisch arts. Nu wordt het vak vaak ‘on the job’ geleerd. Na het volgen van acht modules en het verrichten van een aantal lijkschouwingen kun je al binnen een jaar forensisch arts zijn. Dat is wel heel snel en daar zouden we strenger op moeten worden. 

Er is onderzoekskennis nodig in de basis, want de wetenschappelijke inbedding is nu veel te dun. Er moet duidelijker worden wat de betrouwbaarheden en zekerheden van de diverse soorten onderzoek zijn. En er moet veel meer kennisuitwisseling zijn tussen forensisch artsen, rechters, politie en zeker ook de advocatuur.

Specialisme

Udo Reijnders geeft aan dat veel van de hier gesignaleerde problemen opgelost worden als de forensische geneeskunde een specialisme wordt. Rick van Rijn zegt dat het ook hiermee de goede kant opgaat. Er is in drie maanden, extreem snel, een driejarig opleidingsplan geschreven. Direct een vierjarig plan schrijven, waarmee het vak een specialisme kan worden, was nog een stap te ver. Maar ook dat kan binnen niet al te lange tijd gerealiseerd worden. 

Kwaliteit zelf borgen

De vraag wordt opgeworpen of het NRGD nog nodig zal zijn als de beroepsvereniging voldoende gefinancierd en gefaciliteerd is om zelf de kwaliteit te borgen en de registratie te verzorgen. Michel Smithuis zegt daarop dat het NRGD zich graag overbodig maakt, maar dat het wel nuttig is om en onafhankelijke, wettelijk ingestelde toezichthouder te zijn. Echter, als de opleiding / beroepsvereniging eenmaal het gewenste niveau heeft, gaat het NRGD geen dubbel werk doen.

Zaal bij aanvang
Forum met zaal en dia
Panel van mannen en vrouwen in actie

Vervolgstappen

Na de discussie schetst Rick Van Rijn de vervolgstappen. Hij merkt op dat er veel is om positief over te zijn. Er wordt veel onderzoek gedaan en dat onderzoek leidt ook ergens toe. Samenwerking is belangrijk. Het is mooi om te zien dat er nu al 29 promovendi zijn, die zo’n vier keer per jaar bij elkaar komen.

Een nationaal centrum

Na hun promotie zullen die mensen ervoor gaan zorgen dat de A van Amsterdam in de ondertitel van het CLHC echt de D van Dutch wordt. In zo’n nationaal centrum kunnen we samenwerken, 'data-sharen' en kunnen enthousiaste mensen elkaars ideeën delen. En dat zullen dan ook niet alleen witte mannen van boven de vijftig zijn, maar een afspiegeling zijn van de Nederlandse maatschappij. 

Wetenschapsagenda

Nu we de forensische-medische opleiding aan het inrichten zijn, moeten we de wetenschapsagenda schrijven. We moeten een taskforce inrichten, waarbij ook jonge mensen participeren. De KNO-artsen hebben samen een wetenschapsagenda geschreven. En zij hebben  daarna bij ZonMw het hoogste gescoord bij het binnenhalen van subsidies. Je hebt dan namelijk een eenvoudig verhaal: 'mijn onderzoeksplan sluit aan bij thema x, dat ook door de andere specialisten in dit veld als heel belangrijk wordt gezien'. 

Momentum

Het huidige momentum moeten we niet verliezen. De wetenschapsagenda moet voor het eind van het jaar klaar zijn. Uit de zaal komt de suggestie om de wetenschapsagenda te presenteren op het jaarsymposium van het Forensisch Medisch Genootschap op 2 november 2017. Die suggestie wordt met instemming begroet. 

Professionals in de lead

Als professionals moeten we in de lead zijn, anders gaat straks iemand anders zeggen hoe het moet.. Rick van Rijn denkt dat als Udo Reijnders en Wilma Duijst samen de lead nemen, dat het dan heel makkelijk wordt. Dan is het wat hem betreft niet meer 'to be or not te be', maar gewoon 'to be!' 

Brief

Op basis van de verkenning en de resultaten van het symposium zal een brief worden opgesteld, gericht aan de vier ministeries die samen verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling van het geneeskundig forensisch onderzoek: Veiligheid & Justitie; Onderwijs, Cultuur & Wetenschappen; Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Binnenlandse Zaken.

Behoefte aan meer onderzoek

In die brief zal een groot aantal partijen een beroep doen op de ministeries om gezamenlijk een onderzoeksprogramma eerstelijns forensische geneeskunde mogelijk te maken. Om op die manier tegemoet te komen aan de grote behoefte aan meer toegepast en fundamenteel onderzoek.

Flitspresentaties AIO's

Hoe breed het vak inmiddels is, bleek uit de onderwerpen van de presentaties van zes AIO’s op de conferentie:

Bart Latten presenteert
Bart Latten
Wouter Karst presenteert
Wouter Karst

Bart Latten - Obductie geeft beter beeld doodsoorzaak

Er worden steeds minder obducties verricht. Dat is jammer, want vaak levert een obductie extra informatie over de doodsoorzaak op. Het Maastricht Universitair Medisch Centrum probeerde de daling tegen te gaan, onder andere met het project 'Volledig Postmortaal Onderzoek'.

Lees meer over obductie geeft beter beeld doodsoorzaak
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Lees meer over de discussie

Doodsoorzaak verschilt

Aan nabestaanden werd naast obductie ook onderzoek via postmortale beeldvorming en biopten aangeboden. De doodsoorzaak werd hierna binnen zes weken vastgesteld in een multidisciplinair overleg. Resultaat: toename van het aantal obducties en verbetering van de doorlooptijden. Daarnaast bleek de naar aanleiding van het postmortaal onderzoek vastgestelde doodsoorzaak geregeld te verschillen van de eerder klinisch vastgestelde doodsoorzaak. Een bewijs voor de grote waarde van (volledig) postmortaal onderzoek.Het aantal obducties dat door klinisch alsook forensisch pathologen wordt uitgevoerd toont de laatste jaren een forse daling. Dit, terwijl multipele (inter)nationale onderzoeken juist de waarde van obducties onderstrepen: in 12-45% worden er klinisch relevante bevindingen die bijdragen aan het overlijden aangetoond, terwijl de klinische vraagstelling in 91-97% beantwoord kan worden. 

Bij een samenwerking tussen de afdeling epidemiologie van de Universiteit Maastricht, de afdeling pathologie van het Academisch ziekenhuis in Maastricht, PALGA en CBS werd er gekeken naar de landelijke daling van het aantal obducties. Binnen de Netherlands Cohort Study (NLCS) werd er via het Pathologisch Anatomisch Landelijk Geautomatiseerd Archief (PALGA) gekeken hoeveel overledenen een obductie ondergingen. Via het CBS werd de doodsoorzaak aan alle individuele casussen gekoppeld. 

Dit toonde naast een daling van het aantal obducties in de afgelopen jaren tevens een leeftijdsafhankelijk verschil: naar mate de leeftijd van de overledene vorderde werden er minder obducties gedaan. Tevens toonde dit onderzoek een significant verschil in het percentage obducties binnen verschillende categorieën van ziektes, onderverdeeld middels de BELDO-lijst (BELangrijkste DOodsoorzaken-lijst, zoals samengesteld door het CBS). 

Gezien het aantal obducties binnen het Maastricht Universitair Medisch Centrum eveneens afnam, werden er enkele projecten uitgevoerd om deze daling weerstand te bieden. Naast een Lean Six Sigma verbeterproject werd er afgelopen jaren gewerkt aan 'Volledig Postmortaal Onderzoek'. Aan nabestaanden van overledenen binnen de interne geneeskunde in het Maastricht Universitair Centrum werd naast de obductie eveneens postmortale beeldvorming en biopten aangeboden. Binnen 4-6 weken werden de resultaten besproken in een multidisciplinair overleg (MDO) tussen de interne geneeskunde, radiologie en pathologie, alwaar de gezamenlijke doodsoorzaak werd geformuleerd. 

Dit resulteerde in een significante toename van het aantal obducties en een verbetering van de doorlooptijden. Daarnaast toonde het MDO significante discrepanties tussen de gezamenlijke doodsoorzaak en de klinisch vastgestelde doodsoorzaak, hetgeen nogmaals de waarde van (volledig) postmortaal onderzoek toont. In 2017 worden de eerste publicaties van voorgaande studies verwacht.

Wouter Karst - De rol van context bij het interpreteren van bevindingen

Context speelt een belangrijke rol bij het interpreteren van forensische bevindingen. Wouter Karst legde aan kinderartsen (detail)foto's van kinderen voor. Hij vroeg hen de foto’s te interpreteren en aan te geven of er sprake was van kindermisbruik. Bij elke foto kregen de artsen at random context-informatie aangeboden, waarbij er telkens wel of juist geen indicaties waren voor misbruik. 

Lees meer over de rol van context bij het interpreteren van bevindingen
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het blijkt dat artsen zich flink laten sturen door de context. Als er in de context misbruik gesuggereerd werd, vonden de artsen ook vaker aanwijzingen voor misbruik op de foto. Als er gesuggereerd werd dat er geen sprake was van misbruik, vonden ze minder vaak aanwijzingen. Ook ervaren forensische artsen werden beïnvloed door de context.

Wetenschappelijk onderbouwing belangrijk

Het erkennen van de invloed van de context is heel belangrijk om verkeerde conclusies in een strafzaak te voorkomen. Idealiter zouden de casussen geblindeerd, dus zonder context, aan de artsen moeten worden aangeboden. Onderbouwing vanuit de wetenschap kan helpen om foute context-invloed te minimaliseren.

Eveline Thoonen
Eveline Thoonen
Tristan Krap
Tristan Krap

Eveline Thoonen - Overlijden in detentie

Nederland is gebonden aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dit verdrag heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) ingesteld om de naleving van dit verdrag te verzekeren. Het EHRM doet uitspraak over vermeende schendingen van het verdrag door staten die aan het verdrag zijn gebonden en geeft in deze uitspraken ook een nadere uitleg van de verdragsrechten.

Lees meer over overlijden in detentie
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Voor haar juridische proefschrift onderzoekt Eveline Thoonen welke verplichtingen bestaan rond overlijden in detentie. Die verplichtingen hebben enerzijds betrekking op de zorgplicht van de staat om het leven en de gezondheid van gedetineerden te beschermen en anderzijds de verplichting om overlijdensgevallen in detentie zorgvuldig te onderzoeken. Ook onderzoekt Eveline of het Nederlandse juridische kader waarborgen bevat om aan deze verdragsverplichtingen te voldoen. 

Eveline Thoonen is promovenda aan de Radboud Universiteit, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Vaksectie Strafrecht & Criminologie. Ook is zij buitengriffier bij de rechtbank Arnhem.

Tristan Krap - Brandlijken

Het is erg moeilijk en tijdrovend om na een brand alle menselijke resten te vinden. Tristan Krap geeft als voorbeeld een grote brand in Leeuwarden in vijftien gebouwen. Bij zo'n 'open incident' is niet bekend hoeveel slachtoffers er kunnen zijn. En weet je dus ook niet wanneer alle resten geborgen zijn. Tristan Krap onderzoekt een techniek die menselijke botresten laat oplichten. Een bijzonder nuttige techniek, omdat het vinden van zoveel mogelijk skeletmateriaal zowel een ethisch als forensisch doel dient.

Lees het artikel Luminescence of thermally altered humen skeletal remains

Lees meer over brandlijken
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Thermische stress

Ook onderzoekt Krap de invloed van thermische stress (hitte) op lichaamsresten. Hij stelt botmateriaal bloot aan thermische stress onder gecontroleerde omstandigheden en bekijkt de verandering in kleur, microscopie, en DNA-structuur. Deze informatie kan een belangrijke bijdrage leveren aan de reconstructie van het incident en de omstandigheden waaronder de slachtoffers zijn overleden. Een belangrijke stap naar meer evidence-based forensische geneeskunde.

Samenvatting promotie-onderzoek

Brand is destructief, door de thermische inwerking worden sporen vernietigt en de identificatie van overledene bemoeilijkt. Het is voor de forensische reconstructie, identificatie van de overledene en om ethische redenen van groot belang dat zoveel mogelijk stoffelijke resten worden geborgen, wat een uitdaging is aangezien de stoffelijke resten moeilijk te onderscheiden kunnen zijn van het puin van de constructie. Om de berging van stoffelijke resten te vergemakkelijken en de opbrengst te verhogen is er onderzoek gedaan naar de auto-luminescentie van humaan bot en of deze eigenschap verandert door de thermische inwerking. Uit het eerste onderzoek is gebleken dat deze lichtgevende eigenschap in de meeste gevallen ook na thermische inwerking waarneembaar is en dus zou deze techniek gebruikt kunnen worden om de skeletresten te bergen. (Krap, 2017) Naast de berging van resten is eveneens de interpretatie van de thermisch geïnduceerde veranderingen van belang voor een forensische reconstructie, bijvoorbeeld of fracturen veroorzaakt kunnen zijn door de brand of mogelijk door trauma. De veranderingen van de botstructuur worden daarom (fluoro-)spectroscopisch en microscopisch in kaart gebracht, hiervoor wordt gebruik gemaakt van een grote studiepopulatie om tot een onderbouwde conclusie te komen. Tot slot wordt onderzocht of de in kaart gebrachte veranderingen gecorreleerd kunnen worden aan de mogelijkheid om een DNA-profiel te genereren van botfragmenten. Met behulp van een voorspellend model kan dan mogelijk in de toekomst gerichter worden bemonsterd ten behoeve van de identificatie van een overledene.

Tristan Krap werkt als junior onderzoeker bij het het A.C. Kenniscentrum en promoveert aan de Universiteit van Amsterdam (AMC). Daarnaast is hij fysisch en forensisch antropoloog en docent aan de opleiding forensic science in Leeuwarden.

Guido Reijnen
Guido Reijnen

Guido Reijnen - Waterlijken, verdronken of niet?

Als er een lijk in het water wordt gevonden, is een belangrijke vraag: 'Wat is de doodsoorzaak'. De persoon kan verdronken zijn, of bijvoorbeeld na een flauwte in het water gevallen zijn, of op het land gedood en daarna in het water gegooid. De diagnose 'verdrinking' is erg moeilijk te stellen. En er is vrijwel geen wetenschappelijk onderzoek naar gedaan.

Lees meer over waterlijken, verdronken of niet?
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Schuim

Eén van de zaken die Guido Reijnen voor in zijn promotie-onderzoek bekijkt is het ontstaan van schuim in of rond de mond. De zogenaamde ‘Schaumpilz’ of ‘external foam’. Dit schuim ontstaat door vermenging van water met de eiwitrijke afscheiding in de bronchiën. Reijnen onderzoekt het ontstaan van schuim in biggen, die na hun dood in het water worden gelegd. De resultaten zijn nog niet openbaar, maar veelbelovend. 

Ter plekke schouwen

Eén van praktische zaken die we nu al kunnen leren van dit onderzoek, is dat de lichamen van verdronken mensen zo mogelijk ter plekke door een forensisch arts moeten worden gezien. Het schuim kan namelijk door trillingen tijdens het vervoer naar een mortuarium inzakken, waardoor de kans bestaat dat het schuim in het mortuarium niet meer wordt gevonden.

Guido Reijnen is werkzaam als forensisch arts aan de GGD Amsterdam en de GGD Gelderland-midden. Daarnaast werkt hij als longarts in opleiding bij het Rijnstate ziekenhuis in Arnhem. Bij zijn promotieonderzoek naar de verdrinkingsdood aan de Universiteit van Amsterdam komen de vakgebieden forensische geneeskunde en longgeneeskunde samen.

Lianne Dijkhuizen - Dood bij arrestatie

Als er iemand overlijdt tijdens de arrestatie wordt altijd onderzoek gedaan door de Rijksrecherche. Lianne Dijkhuizen onderzocht alle afgesloten dossiers van de Rijksrecherche en de daarbij behorende obductieverslagen tussen 2005 - 2016. Een onderzoeksgroep van in totaal 38 casussen. Daarnaast stelde ze een controlegroep samen van 148 arrestaties waarbij hetzelfde geweld werd gebruikt, maar geen sprake was van overlijden.

Lees meer over dood bij arrestatie
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Verschillen en overeenkomsten

In beide groepen ging het vooral om blanke mannen. Gemiddeld was de onderzoeksgroep acht jaar ouder dan controlegroep. De BMI (Body Mass Index, een maat voor overgewicht) in de onderzoeksgroep was beduidend hoger. In de onderzoeksgroep werden per individu wel veel meer verschillende soorten geweld gebruikt. De Nekklem werd daarentegen veel vaker toegepast in de controlegroep. Een groot gedeelte van de onderzoeksgroep was geïntoxiceerd, vaak door meerdere middelen tegelijk. De meest geziene combinatie van drugs was amfetamine (‘pep’) en cocaïne.

Doodsoorzaken

De belangrijkste doodsoorzaken bij de onderzoeksgroep waren intoxicatie (vergiftiging, bijvoorbeeld door drugs) en hartfalen, of een combinatie van deze twee. Eén keer was verstikking de doodsoorzaak. Hoewel de nekklem in de helft van de gevallen werd gebruikt, was dit nooit de doodsoorzaak.

Patroon

Op basis van dit onderzoek kunnen we een patroon zien in de groep individuen die overlijdt bij arrestatie: blanke mannen met een hoge BMI, ze zijn verward of tonen extreem gedrag en hebben vaak een psychische of fysieke aandoening.

Lianne Dijkhuizen is master student geneeskunde aan de Universiteit Leiden. Hiernaast doet zij medisch wetenschappelijk onderzoek in samenwerking met het AC kenniscentrum en de Radboud Universiteit.

Oratie Wilma Duijst

Na afloop van de conferentie was de druk bezochte oratie van professor Wilma Duijst, die daarmee bijzondere leerstoel Forensische Geneeskunde en Gezondheidsstrafrecht aanvaardde. De titel van haar oratie was 'Binding, verbinding en ontbinding'. Het werd een scherpe en humorvolle analyse van de raak- en schuurvlakken tussen het medische en juridische domein.

ZonMw stimuleert gezondheidsonderzoek en zorginnovatie. ZonMw financiert gezondheidsonderzoek en stimuleert het gebruik van de ontwikkelde kennis - om daarmee de zorg en gezondheid te verbeteren. ZonMw heeft als hoofdopdrachtgevers het ministerie van VWS en NWO.

 

Colofon met dank aan allen die hebben meegewerkt aan deze publicatie. Tekst Carel Jansen Opmaak Lisanne van Hoogdalem Eindredacteur Renata Klop.

Gerelateerde links

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website